Zaterdag 04/02/2023

Lezersbrieven

Tussentaal (1)

Taal en voorschriften zijn nooit beste vrienden geweest. De taalpraktijk gaat toch zijn gang. Dus het zou kunnen dat die Vlaamse tussentaal het op den duur haalt. Op straat in elk geval. Maar stel dat de politieke tendens zich doorzet naar verzelfstandiging van Vlaanderen, dan nog zie ik het niet gauw gebeuren dat een Taalcommissie het 'Vlaams' uitroept tot officiële taal voor deze regio van 5,5 miljoen inwoners. Wat me is opgevallen in het interview met de drie academici (DM 29/8) is dat zij het nergens over Nederland hebben. Ook in de reacties mis ik de opmerking dat we een gemeenschappelijke taal met Nederland hebben. Je hoeft geen 'Hollandofiel' te zijn om in te zien dat het handig is om over een taalinstrument te beschikken dat je moeiteloos van Wervik tot Groningen kunt gebruiken, een gebied van bijna 22 miljoen mensen. Het waren wijze voormannen van de Vlaamse Beweging die al in de negentiende eeuw voor eenheid van spelling kozen met Nederland. Ze deden dat tegen de zin van taalparticularisten zoals Gezelle en Verriest. Voor deze überkatholieken was wat uit Holland kwam protestants en dus verwerpelijk.

Ik kijk nog even naar mezelf. Op de werkplek, toevallig de VRT, sprak ik Standaardnederlands. In mijn dorp in de Brusselse rand schakel ik automatisch over op een ander taalregister. Tegen mijn buren en op café spreek ik minder "op de letter", zoals ze vroeger zeiden.

Het gemak waarmee je zoiets doet heeft uiteraard ook met aanleg te maken. Waarom leert anders de ene Vlaming spelenderwijs fatsoenlijk Nederlands praten en de andere niet? 'Fatsoenlijk' is hier zeker fout, want houdt een waardeoordeel in? Dialect, tussentaal, Standaardnederlands, dat is allemaal taal en dus even waardevol. Ik spreek mijn dialect als ik in mijn geboortestreek ben, I love it! Maar de dialecten en de Vlaamse tussentaal zijn volgens mij minder rijk en subtiel dan algemeen Nederlands. Er bestaat trouwens niet zoiets als één Vlaamse tussentaal, elke regio heeft zijn eigen tussentaal. Dus leraars en leerlingen: vooral om praktische redenen toch maar goed Standaardnederlands leren.

William van Laeken, ex-VRT'er

Tussentaal (2)

Geert van Istendael in De Morgen: het beste opiniestuk van de afgelopen jaren!

Bern Opdenacker, Dilsen-Stokkem

Tussentaal (3)

In DM 29/8 werden drie academici geïnterviewd die stellen dat tussentaal in Vlaanderen gestigma,tiseerd wordt. Op 30/8 kreeg DM een pak lezersbrieven over zich heen die de 'onervaren academici' aan de muur nagelen en die de stelling van 29/8 bewijzen. Ik zal er enkele citeren. Yves Bondue schrijft: 'hoe minder tussentaal aanwezig is, hoe meer het rijke, zalige en spannende verschil tussen dialect en Nederlands zal blijken'. Het grappige is dat Yves precies doet wat de drie academici proberen aan te kaarten. Hij toont zijn minachting voor de tussentaal, want die is niet zo 'rijk' als de dialecten en de standaardtaal. Misschien beseft hij niet dat dit stigmatisering is van een taal waarin het overgrote deel van de jeugd vandaag wordt opgevoed. Rob Alaers zegt dan weer dat hij zich in familie- en vriendenkring van dialect bedient en in andere situaties van standaardtaal. Goed voor Rob, maar mogen andere mensen zich dan niet van tussentaal bedienen zonder daarvoor door mensen zoals hem gestigmatiseerd te worden? Hetzelfde gebeurt in een andere lezersbrief. 'Allez, waar zijmme mee bezig. Moete daarvoor zolang gestudeerd emme?', vraagt René Weemaels zich af. Ook hier minachting voor tussentaal, die we ook in de lezersbrief van Geert van Istendael terugvinden. Daaruit klinkt de volgende gedachte: "als ik hun tussentaaltje lekker nadoe, zullen ze wel beseffen hoe achterlijk het klinkt". Door de fonetische spelling proberen van Istendael en co. tussentaal belachelijk te maken. En dat terwijl een groot deel van Vlaanderen een vorm van tussentaal spreekt. Kijk maar naar de taal die onze politici hanteren of televisiefiguren als Jeroen Meus en Sofie Dumont. Dat is geen standaardtaal. Wat de schrijvers van deze brieven niet begrijpen is dat de onderzoekers niet pleiten voor een afschaffing van de standaardtaal. Ze pleiten voor minder stigmatisering van mensen die het niet in elke situatie willen spreken. Wat de schrijvers van deze brieven ook niet begrijpen is dat een taalvariant ontstaat omdat mensen er nood aan hebben. Een variant die probeert supraregionaal contact te brengen zonder dat men daarmee direct voor standaardtaal hoeft te kiezen, omdat die standaardtaal in de meeste situaties te formeel klinkt. Als u tussentaal niet mooi vindt klinken, dan hoeft u er niet naar te luisteren. Maar laat andere mensen ten minste gebruik maken van taalvarianten waar en wanneer ze daar behoefte aan hebben, zonder ze daarvoor van onverlichtheid te beschuldigen.

J. Van Soest, via e-mail

Feminisme 2.0

Vrouwen willen hun gezinsleven combineren met een interessante baan, zegt VUB-sociologie Ilse Laurijssen (DM 30/8). Maar niet alleen vrouwen willen hun gezinsleven combineren met een boeiende baan, ook mannen zijn gebaat met dit 'en-en-verhaal'. Femma gelooft dat we, mannen en vrouwen, het allemaal kunnen bereiken. Alleen niet nu, niet in deze economie en deze maatschappij. Het is tijd voor een feminisme 2.0: één dat het huishouden ontsluit voor mannen.

Vanuit de vrouwenbeweging hebben we ons altijd gefocust op een verbetering van de positie van de vrouw. De feministische beweging zorgde voor formele gelijkheid tussen man en vrouw en ontsloot het publieke leven voor de vrouw. De vrouwen veroverden terrein, maar een harmonieus verhaal - 'Ja, ik wil moeder zijn, maar ook een boeiende job hebben'- is het nog altijd niet. Vrouwen staan onder druk. Ze willen zorgen, maar niet alleen. Ze willen werken, maar niet op de manier zoals arbeid nu georganiseerd is.

Een werkbare combinatie voor vrouwen is pas mogelijk als ook mannen bouwen aan hun werk-zorgverhaal. Mannen willen dit ook. 'Van elke mannelijke patiënt die ik verpleegde, hoorde ik: 'ik wou dat ik niet zo hard had gewerkt.' Ze misten de jeugd van hun kinderen en het gezelschap van hun partner', schrijft Bronnie Ware, een blogster die jaren in de palliatieve zorg werkte en vorig jaar 'The top five regrets of the dying' publiceerde.

Actieve mannen op zogenaamd vrouwelijke terreinen. Daar moeten we naartoe. En dat gaat niet vanzelf. Niet in het minst omdat op de zogenaamd mannelijke terreinen het geld en de macht te rapen zijn. Het huishouden doen en de kinderen opvoeden zijn niet bepaald de meest maatschappelijk gewaardeerde bezigheden. Daarnaast verander je niet zomaar wat tussen de oren zit. Veel mannen groeien nog altijd op met de overtuiging dat hun hoofdtaak in het gezin die van kostwinner is en vrouwen met de idee dat hun hoofdtaak in het gezin zorgverlener is. Neem bijvoorbeeld de jongerenenquête uit Humo. Een kwart van de jongens vindt het nog altijd logisch dat mannen minder doen in het huishouden. Tachtig procent van de jongens (en zestig procent van de meisjes) vindt het geen goed idee om verplicht evenveel vrouwen als mannen in het parlement te hebben. 29 procent meent te weten dat werkende vrouwen minder goede moeders zijn en 15 procent zou het vervelend vinden, mocht hun baas een vrouw zijn.....

Een 'en-en-verhaal' voor mannen en vrouwen impliceert maatregelen die de heersende evenwichten doen kantelen. Start alvast met het verplichten van het vaderschapsverlof en beloon ouders als ze beiden ouderschapsverlof opnemen. Zo hoeven mannen op het einde van hun leven hun vaderlijke afwezigheid niet meer te betreuren...

Riet Ory, adjunct-algemeen directeur Femma

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234