Zondag 18/04/2021

Lezersbrieven

undefined

Toekomst van kerkgebouwen

Wim Heynen heeft een punt als hij vraagt naar een 'return on investment' betreffende het gebruik van kerkgebouwen (DM 6/4). En dat punt is dat de kerkgebouwen niet enkel van de binnenkerkelijke gelovigen zijn. Daarvoor draagt hij verschillende argumenten aan. Naast het formele argument dat hij als belastingbetaler een return on investment wenst, noemt hij het cultuurhistorische argument: kerkgebouwen horen bij het cultuurhistorische erfgoed en dus zijn die kerken eigenlijk van iedereen. Die vaststelling verdient uitdieping, niet alleen emotioneel, maar fundamenteel, want ze is nog meer waar dan dhr. Heynen zelf beseft.

1. Het is historisch waar: de oude historische kerkgebouwen zijn gebouwd door/voor allen die daaromheen woonden. Iedereen was katholiek (want iets anders kon je niet zijn) en de kerken functioneerden als centra voor het gemeenschapsleven. Religie in de zin van re-ligare: samenbinden.

2. Het is cultureel waar: veel kunstwerken (muziekstukken, schilderijen, architectuur) zijn tot stand gekomen in de schoot van de kerk, maar opnieuw geldt dezelfde redenering als hierboven: 'de kerk', dat was toen geen van de samenleving afgezonderde groep, maar was onderdeel van en factor in de samenleving.

3. Ergo: er zijn dus sociale, culturele aspecten aan het christelijke erfgoed waardoor dit door buiten-kerkelijken kan worden geclaimd als toch minstens ook hun erfdeel.

Zelf een kerkelijk werker vind ik dat de kerkbestuurders een inspanning zouden kunnen doen om aan de legitieme vraag van buitenkerkelijken structureel tegemoet te komen. En eigenlijk kan dat vrij eenvoudig. Het model hiervoor is al aanwezig in de wetgeving. Het beheer van alles wat met de kerk te maken heeft, is in België namelijk verdeeld over twee verschillende organen: de kerk (als geloofsinstituut) beheert de spirituele erfenis van de kerk (liturgie, pastoraal, diaconie...). De kerkfabriek beheert de materiële erfenis van de kerk. Die kerkfabriek is een 'openbare instelling' met verplichtingen ten opzichte van de kerkelijke en de burgerlijke overheid. Zij moet zorgen dat de gebouwen gebruikt kunnen worden voor de eredienst, maar zij doet dit - principieel - in het openbaar belang (vandaar het belastinggeld). Wat ik mij - in het verlengde van het opiniestuk van dhr. Heynen - nu afvraag is: is er misschien geen taak weggelegd voor de kerkfabrieken om het 'vruchtgebruik' door seculieren van het algemeen deel van het kerkelijk erfgoed te regelen.

Niet een herbestemming van de gebouwen lijkt me hier een oplossing (in Nederland komt men hier van terug) maar een bredere bestemming van de kerkgebouwen dan enkel binnenkerkelijk. Natuurlijk: niet alles moet kunnen, maar in goed overleg moet er toch meer mogelijk zijn dan nee zeggen als er legiteme vragen van buitenkerkelijken komen, zeker als die gelinkt kunnen worden aan elementen die ook aan de basis lagen van het kerkelijk erfgoed toen het ontstond: bijvoorbeeld de samenbindende en culturele functie. Ik zie hier grote kansen. Het enige nodige is visie en coöperatie.

Dick Wursten, Antwerpen

Euthanasie

René Stockman lijkt zich erover te verwonderen dat euthanasie niet dezelfde morele vraagtekens oproept als het vermoorden van een - ongetwijfeld uiterst sympathieke - buurman (DM 6/4). Het is jammer dat zowel de kennis en het beoordelingsvermogen van zorgkundigen in het veld, als de vraag van mensen die ongetwijfeld een van de moeilijkste beslissingen uit hun leven hebben genomen, tot het absurde gereduceerd worden door een non-argument ten behoeve van een dogmatische visie ('fundamentele optie') uit een specifieke, religieuze overtuiging.

Er zijn tal van psychiatrische patiënten die zelfbewust zijn en hun lijdensweg dan ook zeer bewust meemaken. De vraag naar euthanasie vanwege een psychiatrische patiënt bij voorbaat niet in overweging nemen, lijkt mij dan ook heel kort door de bocht. Dit al zeker omdat een breed en uiterst persoonsgebonden symptomatisch spectrum eigen is aan psychiatrie, zoals Stockman ongetwijfeld weet.

Betrokken zorgkundigen zullen elke vraag tot euthanasie uiterst zorgvuldig en multidisciplinair in overweging nemen, vanuit zowel ethisch als medisch-wetenschappelijk oogpunt, maar steeds met de blik gericht naar de patiënt. Elke poging om de patiënt, uit persoonlijke overtuiging, te verdrijven van de centrale positie in zijn eigen ziekteproces, is inderdaad onredelijk.

Steven Dekeye, Turnhout

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234