Maandag 22/07/2019

Lezersbrieven over het boerkadebat

Het boerkadebat verhit de gemoederen, gemeten aan de inbox van lezers@demorgen.be. Een selectie reacties op het interview met Etienne Vermeersch ('Als symbool is de boerka erger dan de swastika', DM 2/6) en het opiniestuk van Serge Gutwirth en Paul De Hert (Zwaaien met menselijke waardigheid, DM 2/6).

De verlichting leeft

Bij wijze van reactie op het interview met Professor Etienne Vermeersch over het boerkaverbod in Zeno van 2/06:

Het frontispice van de Encyclopédie van Diderot en d'Alembert toont de Waarheid als een mooie vrouw in een Ionische tempel, het hele lichaam bedekt met een transparante sluier. Ze straalt licht uit, drijft de wolken uit elkaar en wordt omringd door de wetenschappen, de kunsten en de ambachten. Rechts trachten de Rede en de Filosofie haar sluier weg te nemen. De Waarheid biedt halfslachtig weerstand door met het linkerhand haar sluier vast te houden. Links snelt de Verbeelding toe om de Waarheid te tooien met een bloemenkrans.

De schilder Charles Nicolas Cochin vatte allegorisch het wezen van het Verlichtingsproject. Achter de sluier bevond zich de Waarheid. De Rede zou voor de ogen van de hele Mensheid de Waarheid ontsluieren. De naakte Waarheid zou de Mensheid bevrijden.

Het interview met Etienne Vermeersch (in DM 2/06) toont dat de Verlichting leeft. De universele rede veronderstelt een universele nut ("Het gaat om de principes"). Volgens professor Vermeersch is de volledig verhullende boerka een kwaad want een bedreiging van twee principes, de openbare orde en de "wederkerigheid bij expressies". Ik heb bedenkingen bij de vanzelfsprekendheid van dit tweede, "belangrijkste", principe. Vermeersch meent dat "in een normale en menselijke maatschappij" mensen elkanders gezicht moeten kunnen zien, of preciezer elkanders persoonlijkheid, om te kunnen communiceren. Sociaal verkeer wordt zo gelijkgesteld aan de wederzijdse openbaring van een achterliggende waarheid, de eigen persoonlijkheid. Communicatie wordt het uitkleden van de ander. Wanneer Vermeersch zegt dat de "boerkadraagster zich onttrekt aan expressie", bedoelt hij eigenlijk, "ze geeft zichzelf niet bloot".

Wat hij met de Verlichtingsdenkers negeert, zijn de expressieve mogelijkheden en sociale functies van de verbeelding, van het "alsof". Presentatie in het openbaar wordt representatie van het private domein. Het publieke domein wordt zo een ruimte waar het private gebod geldt: "Wees uzelf."

Het alternatief voor de onthullende geste van de Rede, "tolerantie", zoals voorgesteld door Gutwirth en De Hert (DM 2/06), kan wenselijk zijn in de juridische sfeer, maar is op het sociale vlak vaak een eufemisme voor onverschilligheid. Een boerka nodigt inderdaad niet uit tot sociaal verkeer. Het is niet aan filosofen om aan wetgeving rationele fundamenten te schenken. Ze kunnen zich beter bezighouden met de puzzel hoe mensen kunnen samenleven met verschil, zonder in de dubbele val van het opgelegde universalisme of de tolerante onverschilligheid te trappen. Misschien is het goed bij het overwegen van deze kwestie in het achterhoofd te houden dat de Waarheid haar sluier koesterde en de aanval van de Rede niet als een bevrijding ervoer, maar als een sneer naar de Verbeelding.

Egon Bauwelinck, Temse

Beschermheer van de vrijheid

Het kritische interview met Etienne Vermeersch (DM 2/6) levert een overtuigend pleidooi op tegen de boerka. Vermeersch is een moedige beschermer van de vrijheid en gelijkheid. Ik ben bang dat hij een van de weinigen is die het gevaar ziet en durft te benoemen. Dat De Morgen een platform mag blijven voor hen die de rug recht houden in de strijd voor een open en tolerante samenleving.

Bert Thönissen, Hulst

Geen boerkafan

Beste meneer Vermeersch, Eerst en vooral wil ik mijn ongenoegen uiten over uw woordgebruik. De boerka vergelijken met een swastika? Het ging zelfs verder tot de belediging van boerkadraagsters, door hen als tent te beschrijven. Afschuwelijk om dit van een intellectueel als u te horen.

Voor ik begin wil ik even duidelijk zijn. Ik ben moslim, maar ben zelf geen fan van de boerka. Maar als een vrouw die wenst te dragen, is dat toch haar eigen keuze? Van waar hebben wij het recht om, als geciviliseerde Westen, te bepalen wat de mensen dragen? Dat doet me denken een andere zwarte pagina in de geschiedenis van België, toen missionarissen het geloof gingen verspreiden bij de 'achterlijke mensen' in de kolonies.

Wat betreft uw stelling over de radicalisering van de maatschappij in de Arabische wereld, na de golf van de Arabische Lente: Wie zegt dat de Moslimbroeders in Egypte radicaal zijn? Beste meneer Vermeersch, u heeft het over de salafisten. De Moslimbroeders zijn -en ik citeer professor Rik Coolsaet- moslimdemocraten, die net als de christendemocraten in België geen religieuze punten hebben in hun partijprogramma. Uw angst voor de radicalisering is dus ongegrond.

Niet alle moslims onderdrukken hun vrouwen. Niet elke moslim is onverdraagzaam zoals u beweert. Het is juist omdat sommigen dit beeld van de moslims hebben, dat er een paar zijn die zich onverdraagzaam en fundamentalistisch gaan gedragen. Ik moet u het Thomas theorema toch niet uitleggen?

Het is enkel wanneer we elkaar respecteren, en anderen niet als tent bestempelen, dat we gerust samen kunnen leven in dit land.

Adel Mouchalleh, Student Politieke wetenschappen uit Hamme

Grauw

Iets wat nog niet aan bod kwam in het debat is het historisch-sociale aspect van de gezichtsverhullende sluier.

Eeuwenlang en tot op heden is die nooit gedragen door de rurale en overwegend arme vrouwen om de eenvoudige reden dat zij veel buitenshuis moesten werken. Probeer maar een eens de grond te hakken of katoen te plukken met zoiets. Op het platteland waren dergelijke sluiers niet te zien, wel hoofddoeken. Deze laatste boden trouwens praktische voordelen. Ook bij ons werden ze algemeen gedragen op de boerenbuiten.

De totale verhulling was een voorrecht van rijke stadsdames, die verondersteld werden slechts uitzonderlijk en in geval van nood het vrouwenverblijf te verlaten. De nikab of bourka boden de gelegenheid dat dan toch te doen. De boodschap van deze dames naar hun armere sexegenoten toe (de overgrote meerderheid van de vrome moslimvrouwen) was dan ook duidelijk: zij moesten niet werken voor de kost. De sluier was een statussymbool.

Hetzelfde geldt voor de (meestal) zwarte kleur van de kledingstukken. Tot voor de introductie van de chemische kleurstoffen was zwart de duurste kleur om te verwezenlijken in textiel. Bij ons waren het enkel de rijkste monniken (de benedictijnen) die zich dat konden permitteren. De kledij van het gewone volk was grauw. Zij leefden dikwijls in grauwe armoede. Zij waren 'het grauw'. In moslimlanden zowel als bij ons.

Luc Devriese - Lieve Okerman, Gent

Geschokt

Ik ben diep geschokt door de uitspraak van Etienne Vermeersch als zou de boerka als symbool erger zijn dan de swastika. Etienne Vermeersch was een kleine jongen tijdens WO II, maar hij moet toch weten dat de swastika het symbool van het nazisme was en nog is. Zijn uitspraak is dus zeer beledigend. Denkt hij dat de boerkadraagsters alle joden willen vermoorden ? Bovendien lapt hij het vrij wetenschappelijk onderzoek aan zijn laars: hij heeft nog nooit met een boerkadraagster gepraat, omdat hij zgz. weet wat ze zullen antwoorden! Hoe kan hij dat weten,vermits hij het nooit heeft gedaan.

Lydia DEVEEN-DE PAUW, ere-gewoon hoogleraar VUB, Gewezen staatssecretaris en - senator, Elsene

Mannengodstienst

Ik ben absoluut niet tegen de islam, ik beschouw mezelf als katholiek, maar fundamentalisme vind ik slecht, om het even van welke godsdienst ,en het kan geen vrijdheid van denken toelaten. Ik begrijp dat als je in die cultuur opgroeit je een hoofddoek wil dragen als uiting van je geloof, maar heb wel iets tegen de bekeerlingen die de middeleeuwse versie van de islam promoten en zeker tegen de vrouwen die daarin meegaan. Professsor Vermeersch heeft een punt als hij zegt dat die versie een gevaar vormt voor onze samenleving.

Veel moslims zijn naar hier gekomen en leven uit vrije wil in onze westerse samenleving waar ze willen meegenieten van de aspecten die voor hen bruikbaar zijn. Maar aan de andere kant willen ze de leefregels van hun thuisland hier ook toepassen op de publieke ruimte.

Ik vraag me af of die Belgische bekeerlingen zich zo goed zouden voelen onder hun boerka in een boerkaland. Voorzover ik weet zijn dat allemaal vrouwonvriendelijke landen.

Zij versterken ook mijn mening dat de islam een prachtige mannengodsdienst is. Alle verantwoordelijkheid ligt bij de vrouwen: de eer van het gezin, de familie, de eigen eer. En de mannen beslissen wanneer er iets niet in orde is. Ze zijn zelfs verantwoordelijk voor de driften van de mannen. Die mogen zelf als haantjes rond paraderen, maar kunnen zich niet bedwingen als ze een vrouw zien die een stukje blote huid laat zien. Zijn dat dan allemaal zo'n zwakkelingen dat ze zich zelfs op straat niet zouden kunnen beheersen?

Ik kom uit de tijd, geboren in 1953, toen er hier ook duidelijk meer regels waren voor de meisjes. In mijn kindertijd bedekten vrouwen hun hoofd in de kerk en moesten mannen het ontbloten. Dat waren vreselijk versleten regels die gelukkig afgeschaft zijn, maar ook op school moesten wij "braaf" zijn. Ik ben nog op de vingers getikt omdat ik voetbalde, meisjes deden dat niet. Een eigen bankrekening openen kan ook nog niet zo lang. Jonge vrouwen vinden dat tegenwoordig allemaal vanzelfsprekend, maar zo lang is dat allemaal nog niet.

Ik ben ook geen voorstander van al het naakt waarmee we tegenwoordig willens nillens geconfronteerd worden, maar zelfs je gezicht niet mogen tonen vind ik erover, zelfs voor een godsdienst.

Ik erger mij ook aan dat "boerkaverbod". Ik dacht dat je in België alleen in carnavalstijd vermomd op straat mocht lopen, de wet is de wet.

Die vrouwen kiezen het zogezegd in volledige vrijheid, sommigen zeggen zelfs dat hun man er "toestemming" voor gaf en er zelf geen voorstander van is. Ik vraag me af: Als ze met een minirok en zwaar decolleté over straat zouden willen lopen of de "toestemming" er dan ook zou komen en waar de persoonlijke keuze dan zou moeten worden gerespecteerd.

Dat vrouwen een sluier willen dragen, in veel gevallen zien ze er zelfs heel aantrekkelijk uit met hun hoofddoek, vind ik geen probleem. Maar hier vinden wij het normaal dat je iemand in het gezicht kunt en durft kijken. Ik vind niet dat wij ons daarom als oneerbare wezens gedragen en ik voel mij ook niet bezoedeld door mannen die naar mij kijken. Ik kijk wel terug en wens hen een goede dag.

Maria Vandamme, Geluwe.

Grondrechten

Misschien toch niet onnuttig om artikel 9 uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) eens voluit te citeren.

"1. Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.

2. De vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen."

Grondrechten zijn gebaseerd op afwegingen. Enkel datgene van toepassing verklaren wat in de eigen kraam te pas komt en de rest negeren, is een vorm van grondrechtsverkrachting.

Dick Wursten, Antwerpen

Ballen heen en weer

Er worden in de hele boerka/niqaab-discussie veel ballen heen en weer geslagen, maar vooral veel ballen misgeslagen. Terwijl het toch zo klaar als een klontje zou kunnen of moeten zijn. Wat namelijk primeert in de samenleving is een fatsoenlijke en ordentelijke omgang met elkaar, wat betekent dat bepaalde uitingen van persoonlijke overtuigingen of levensvisies die naar het extreme neigen, geen plaats kunnen hebben in het openbare leven. Men gaat niet naakt boodschappen doen in de supermarkt, je gaat niet in je zwembroek naar de schouwburg, wanneer je bij de bakker een brood bestelt doe je dat niet met gevloek en getier, een leerling gaat niet in duikerspak naar school en je loopt niet volledig gesluierd in het openbaar rond. Dat zijn de sociale conventies in dit land, tot spijt van wie het benijdt. Wie zijn geloof of levensovertuiging in alle vrijheid tot in het extreme wil belijden kan en mag dat gerust doen (behoudens overtredingen van de strafwet), maar dan wel in de beslotenheid van zijn huis, haar gebedsruimte, of privé-ontmoetingsplaatsen van de geloofsgemeenschap. Daarrond hoeft helemaal geen discussie worden gesponnen over dwang en vrije keuze of godsdienstvrijheid. Openbare orde en sociale conventies omtrent fantsoenlijke omgangsvormen primeren, en in het kader daarvan worden grenzen getrokken. Als voorschriften van een geloofsovertuiging een beletsel vormen om op een normale en algemeen aanvaarde manier deel te nemen aan het maatschappelijke leven, dan dient dat geloof en de daaraan verbonden voorschriften in vraag te worden gesteld en aan een kritische blik te worden onderworpen, en niet de samenleving in zijn geheel.

Dirk Braeckman, Wetteren

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden