Dinsdag 15/06/2021

Lezen is een doodgewone, maar wel geweldige zaak

Boekenprofessionals Sigrid Bousset, Jos Geysels & Anna Luyten over het succes van het boek

Het gaat goed met het boek. Literaire evenementen zoals Uitgelezen, Het groot beschrijf of Zuiderzinnen trekken volle zalen. Geen gehucht of het heeft tegenwoordig een leesclub. 'Doemdenken is niet nodig en gezeur moet je niet subsidiëren', zegt Boek.be-voorzitter Jos Geysels. 'Maar helemaal zonder zorgen over ontlezing ben ik niet.' Aan de vooravond van de 72ste Boekenbeurs maakt hij met Anna Luyten en Sigrid Bousset de stand van het boek op. Bovenal bezingen ze hun liefde voor het lezen. Door Yves Desmet & Filip Rogiers

Het Brusselse beschrijf viert volgende maand zijn tienjarige bestaan. "Het beschrijf", zo zegt de promotiefolder, "heeft Brussel op de literaire wereldkaart gezet." Eigenlof, maar het mag. Net zoals de internationale boekhandel Passa Porta, waar de organisatie onderdak vond, viert Het beschrijf al jaren het woord. Niet zomaar het boek, wel het wezenlijke van het woord zelf: de mengeling, het 'onzuivere' en hybride, het verre en nabije. De affiche van het verjaardagsfeest, op 21 november in de KVS, leest als een programma: tien auteurs, jonge Belgen en gevestigde namen, auteurs van fictie en non-fictie. Van Peter Verhelst en de Vlaams-Marokkaanse debutante Rachida Lamrabet tot Cees Nooteboom en Claudio Magris.

Uitgelezen Live, het boekenprogramma van De Morgen en Vooruit, vierde onlangs zijn vijfde verjaardag. Dit 'levende boekenprogramma' ziet seizoen na seizoen de zalen te krap worden voor het publiek. Ook Het Andere Boek en de Boekenbeurs blijven toppers. En met een beetje geluk komt het lang verwachte boekenprogramma van de VRT, Iets met boeken, dan toch nog op tijd.

Bref, literatuur leeft! Zijn om al die redenen ook in lichte feeststemming: Jos Geysels, behalve voorzitter van Boek.be ook vaste gast van Uitgelezen Live. Net zoals Anna Luyten, die van 2000 tot 2006 voorzitter was van de jury van de Gouden Uil. En Sigrid Bousset, directeur van Het beschrijf.

De boekenverkoop steeg vorig jaar in Vlaanderen met 8 procent. Kunnen we alle berichten over ontlezing en het einde van het boek naar het domein van het doemdenken verwijzen?

Anna Luyten: "Ja! De bibliotheken doen het goed, boekenbeurzen en literaire evenementen trekken volk. Mensen hebben altijd behoefte gehad om te lezen en over boeken te praten en dat zal wellicht nooit overgaan. In de achttiende eeuw werd er in de koffiehuizen ook al over boeken gesproken. Alleen de focus verschuift soms: in de ene periode zijn het biografieën of essays, in een andere periode zijn het romans. Een verschil met vroeger lijkt mij dat de aandacht nu veel breder is: fictie en non-fictie. Dan heb ik het niet enkel over kookboeken, ook over psychologie bijvoorbeeld."

Om de pret een beetje te drukken: de stijgende boekenverkoop in 2007 blijkt vooral te danken aan kookboeken en Harry Potter en de relieken van de dood.

Jos Geysels: "U vergeet de kinderboeken. Die doen het ook zeer goed. In de sectie 'literatuur, spanning en romantiek' zoals dat heet, is sprake van een heel lichte daling, maar reden voor pessimisme is dat niet. Ik vind het wel belangrijk om het onderscheid te maken tussen boekenverkoop en lezen. De ontlezing is misschien niet zo dramatisch als sommigen het voorstellen, maar gaat wel door. Uit een Nederlands onderzoek bleek vorig jaar dat er per week gemiddeld anderhalf uur gelezen wordt, en dan gaat het niet enkel om boeken. In Vlaanderen was dat vijf jaar geleden twee uur. Er is dus nog wel een probleem qua ontlezing, maar dat vertaalt zich niet meteen in minder belangstelling voor het boek. Trouwens, er zijn prachtige kookboeken op de markt hoor. En excuseer, maar op de Boekenbeurs koop ik straks toch ook het tweede SOS Piet-boek van Piet Huysentruyt (lacht)."

Sigrid Bousset: "Ik heb zelf nooit veel geloof gehecht aan dat doemdenken. Er zijn de afgelopen tien jaar zoveel initiatieven met zoveel succes ontwikkeld om literatuur in de openbaarheid te brengen, dat het wel wijst op een immens enthousiasme voor boeken en auteurs. Behalve de grote evenementen zijn er ook de vele lezingen. Ook een fantastisch fenomeen is de leesclub. Die vind je in elk stadje, elke gemeente. En daar wordt vaak heel grondig over literatuur gepraat. Het begint ook uit te deinen naar het web. Het niveau van de discussie op al die fora is vaak hoog. Het gaat om gewone mensen die in hun vrije tijd veel lezen en die veelal op zoek zijn naar wat houvast in de literatuur. Op zoek naar zichzelf soms, of om houvast te krijgen in een vrij complexe samenleving."

Luyten: "Het zijn vooral mensen die samen van boeken willen genieten en erover spreken. Het beantwoordt niet aan het cliché van het eenkennige, zich intellectuele verdiepen."

Geysels: "Door de openbaarheid is de toegankelijkheid verhoogd. Het elitaire cachet van het boek is een beetje weg. Dat is goed. Je zult mensen nooit naar het boek lokken door te zeuren over ontlezing. Je moet mensen aansteken met enthousiasme. Je moet er zelf van doordrongen zijn dat lezen een doodgewone, maar geweldige zaak is. Dat is ook het plezierige van die leesclubs: dat zijn geen elitaire clubjes, niet de beperkte literaire salons van vroeger, al hebben ook die hun bestaansrecht natuurlijk."

En toch hebben wij de indruk dat lezen op trein of metro nog altijd een normaler beeld is in Parijs dan in Brussel of Antwerpen.

Bousset: "Goh, ik zie dat bij ons op de trein toch ook hoor. Parijs wordt natuurlijk veel meer geassocieerd met het boek."

Luyten: "Er neemt ook meer en verscheidener volk de metro in Parijs dan in Brussel."

Geysels: "Enkele jaren geleden kocht ik Les fleurs du mal van Charles Baudelaire aan de kassa van het grootwarenhuis. Naast de snoep."

Is de ambiance rond het boek niet ook te danken aan de professionalisering van het boekbedrijf? Zeg maar: de vermarkting.

Luyten: "Dat is niet nieuw. De commercialisering is al twee eeuwen aan de gang. Het heeft het boek toegankelijk gemaakt voor de middenklasse. Ook het profiel van de schrijver zelf is daardoor veranderd. Voor de achttiende eeuw moest een schrijver bij wijze van spreken of van adel zijn of in een klooster zitten. De groep auteurs is ook groter geworden."

Bousset: "Het is misschien niet zo nieuw, maar ik maak me toch zorgen. Uitgevers gaan op in concerns en winstmarges worden almaar van groter belang. Ja, er wordt meer gelezen, maar wát wordt er dan gelezen? Lezen we niet allemaal meer dezelfde boeken? Die boeken waarvan we de garantie hebben dat ze het goed doen op de markt?"

Luyten: "De vermarkting is altijd een tweesnijdend zwaard. Dankzij de commercialisering kunnen veel mensen zeer goedkoop Flaubert, Dostojevski of Tolstoj ontdekken. Daar staat tegenover dat er ook heel veel rommel op de markt wordt gegooid. Boeken die mikken op de snelverkoop. Wanneer de uitgevers alleen nog aan cijfers denken, heeft dat ook gevolgen voor wát je te lezen krijgt. De eindredactie van sommige boeken is verschrikkelijk."

Krijgen debutanten nog wel de tijd om te groeien?

Luyten: "Ze bestaan nog wel, de goede uitgeverijen die een nest zijn voor hun auteurs. Je hebt er in Duitsland of Frankrijk, en ook bij ons zijn er nog wel enkele. Maar het gevaar bestaat dat sommige auteurs te snel op de markt worden gegooid, omdat ze jong zijn, en er vervolgens te snel weer worden af gehaald. Ik hoop dat auteurs nog voldoende begeleid worden."

Bousset: "De eindredactie wordt vaker uitgevoerd in functie van wat op dat moment het juiste product is voor de markt. Die ingrepen gaan soms ver. 'Zou je je personage wel dit beroep laten uitoefenen? Het is misschien interessanter voor het publiek om hem of haar zus of zo te laten doen.' Het product placement, waar Tom Lanoye twintig jaar geleden mee gestart is, heeft zeker zijn goede kanten, maar het kan ook bedreigend zijn voor juist die auteurs die daar absoluut niet goed in zijn."

Geysels: "Auteurs krijgen ook te horen dat ze kortere teksten moeten inleveren."

Bizar, wij dachten net dat met de bestsellers van de laatste jaren ook de dikke turf terug is van weggeweest?

Geysels: "Ook dat kan. Voor een bepaald product is op een gegeven moment een dik boek commercieel interessant. Pageturners móéten dik zijn. Maar voor andere boeken geldt toch liever kort, hoor. In het boekbedrijf wordt er gelukkig veel nagedacht over de te voeren politiek. Commercialisering is allemaal goed en wel, maar we moeten nooit uit het oog verliezen dat het boek behalve een economisch product ook en vooral een cultuurproduct is. We moeten blijven inspanningen leveren voor dat boek, de auteur en de kwaliteit van het werk. En dan heb ik het ook over het vakmanschap van het uitgeven, het ambacht van de vormgeving. (met twinkels in de ogen) Een prachtige kaft, dat is zo'n verrukking!"

Bousset: "Ik merk wel degelijk een normvervaging tussen kwaliteit en commercialiteit. Een auteur wordt niet per se door de uitgever op de markt geplaatst om de inherente kwaliteit van het werk, wel om wat zal beantwoorden aan de vraag van een markt. Daardoor dreigen sommige auteurs uit de boot te vallen. Over poëzie hebben we het dan nog niet eens gehad. Er wordt schitterende poëzie geschreven, maar ze ontsnapt aan de aandacht."

Luyten: "De markt zelf corrigeert zich ook. Er zijn nu een paar heel goede, kleine uitgeverijen, zoals Augustus en Nieuw Amsterdam, die zich hebben afgesplitst van de grote concerns. Dat houdt het landschap voldoende breed, zorgt ervoor dat niet alles ondergesneeuwd geraakt."

Geysels: "Er is inderdaad een soort opstand van de kwaliteit. Dat vertaalt zich gelukkig in een offensieve, creatieve en publieke beweging. Ooit ging het er anders toe. Wie tegen de markt was, trok zich terug in een elitair isolement. Gezeur moet je niet subsidiëren."

Goed, laten we dan maar een loflied aanheffen. Wat is er eigenlijk zo leuk aan lezen?

Luyten: "Het is een vorm van revolte. Mijn grootvader zei altijd: 'Lees een boek, dat maakt uw wereld groter.' Iedereen las bij ons thuis. Ook mijn ouders, ondanks hun vele werk en zeven kinderen. Ik herinner me dat ik nog voor ik kon lezen al jaloers was op volwassenen die zaten te lezen. Ik wou dat ook doen, en deed dan alsof. En toen ik wel kon lezen, Pietje Bell, was ik plots in Nederland. Geweldig! Lezen werd reizen. Lezen is een soort politieke daad. Bij het openslaan van een boek weet je: ik ben een van de miljoenen burgers in de wereld."

Bousset: "Hoe ik tot lezen gekomen ben, is minder spannend. (lacht) Ik ben gewoon opgegroeid in een huis vol boeken. Ik zag voortdurend stapels boeken naast het bed van mijn vader (literatuurprof en -criticus Hugo Bousset, fr/yd) liggen en vroeg me af: waarom lees je nu eerst dat ene boek en niet dat andere?"

Geysels: "Ik kom uit een milieu waar lezen niet echt aangemoedigd werd. De Kempen, hard werken, niet lanterfanten. 'Heb je niets beters te doen?' Ik ben begonnen met cowboy- en indianenverhalen, Karl May. Ik voelde mij gefopt toen bleek dat hij al die spannende verhalen niet zelf beleefd had maar uit encyclopedieën haalde (lacht). Toen ik vijftien jaar was, leerde ik dankzij een fantastische leraar Nederlands Louis Paul Boon en Hugo Claus kennen. Dat was boem patat."

Bousset: "Bij mij is het vooral nieuwsgierigheid naar hoe levens kunnen worden geleid. Je komt tot inzichten en ervaringen waar je niet naar op zoek was toen je het boek begon te lezen. Waarom staat Stilte in oktober van Jens Christian Grondahl op mijn lijstje? Dat gaat over een personage in het midden van zijn leven. (glimlacht) Ik wil levens van anderen volgen. De wandelende auteur draagt mijn voorkeur weg. De schrijver die zijn eigen beleving blootlegt door je mee te nemen langs een cultuur-historisch parcours. Die koppeling van innerlijkheid, emotie en cultuur vind ik bijzonder. Ik ben dol op dat soort boeken en auteurs, de Pamuks en Sebalds van deze tijd."

Luyten: "Boeken zijn een vorm van architectuur. Het zijn huizen die worden opgetrokken, gedachtewerelden. Ik struin daar graag door, me verwonderend over wie waarom wat geschreven heeft. Het is een levenshouding. Je kunt in het leven van punt A naar B gaan, maar je kunt ook ergens blijven bij stilstaan onderweg, bij een gebouw, een muziekstuk. Zo is het ook met lezen. Het is een soort nieuwsgierigheid en dat mag geen elitaire bezigheid worden. Lezen voorkomt veel soorten luiheid. Je wordt er niet alleen inhoudelijk door gevoed, ook vormelijk. Het scherpt je denken en je kijk aan, maar ook je omgang met anderen."

Bousset: "Precies omdat het zo noodzakelijk is, humus voor het leven, maak ik me zorgen over de plaats die literatuur vandaag nog maar bekleedt in het onderwijs. Dat vind ik dan toch nog wel een reden om pessimistisch te zijn. Er is weinig verplichte lectuur en de pogingen om jongeren echt aan te moedigen om een boek te lezen zijn schuchter."

Geysels: "Helemaal mee eens. Het accent ligt nu heel sterk op onderwijs als oriëntatie naar de arbeidsmarkt. Ik herinner me een vrije tribune van Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel, waarin hij zich terecht zorgen maakt over leraars die een slechte evaluatie hadden gekregen omdat ze te veel literatuur hadden gegeven. Uit onderzoek blijkt nochtans dat jongeren die lezen, ook in het beroeps- en technisch onderwijs, zich in alle mogelijke betekenissen beter kunnen oriënteren. Nogmaals, lezen is doodgewoon, maar ontzettend belangrijk."

Stel, een vreselijke straf, jullie moeten kiezen voor de rest van je leven: alleen nog fictie of non-fictie.

Luyten: "Ik kies voor non-fictie. Als je onder fictie tenminste verstaat: de roman na 1800. Ik mag dus nog Ovidius lezen, Seneca, Montaigne en de Bijbel. Daar kom ik wel mee toe."

Bousset: "Ik kies ook non-fictie, want dan kun je meteen de hele filosofie meenemen."

Geysels: "Ik ijver dan ook voor een grote non-fictieprijs."

Bousset: "Dan moet non-fictie wel goed gedefinieerd worden. Niet de BV-non-fictie toch?"

Geysels: "Nee, de literaire non-fictie."

De grens is de jongste tijd misschien ook wat vervaagd in die zin dat blijkbaar meer schrijvers de ambitie voelen om iets te zeggen over hun tijd.

Geysels: "Opvallend is dat die ambitie groter lijkt bij Vlaamse dan Nederlandse schrijvers. Dat is ook opgemerkt door een aantal critici. Recent stond er een stuk in NRC Handelsblad: 'Het gaat opnieuw over iets.' Dat is in de Vlaamse literatuur al langer bezig."

Ligt het aan de tijd zelf?

Geysels: "Er is meer opstand in de literatuur dan in de economie, zeker weten. De schrijvers hadden geen financiële crisis nodig om de vragen te stellen die nu in de harde sectoren ook worden gesteld. Ze zijn niet met weinigen, de schrijvers die de laatste tien à vijftien jaar belangrijke pogingen hebben gedaan om literatuur te schrijven die ertoe doet. Praat vijf minuten met Erwin Mortier of Dimitri Verhulst en je staat direct midden in deze tijd."

Bousset: "Het is een fenomeen dat breder is dan de literatuur. In de hele kunstwereld zie je dat er meer maatschappelijke thema's opduiken. Dat is zo op het podium. De muren tussen het theater en de stad zijn dun geworden. Theater gaat weer ergens over. Het is daarom niet per se beter. Ook in de beeldende kunsten zie je dat fenomeen. Dat bleek op de laatste editie van Documenta Kassel, soms op het irritante af."

Blijkbaar zoeken ook de lezers in hun oordeel naar houvast.

Geysels: "De productie is dan ook enorm. Ik vind kranten en andere media heel belangrijk om mij te oriënteren. Maar net als de literaire kritiek staat de boekenbijlage onder druk. Ik huiver van de drogreden genaamd 'verbreding'. Je hoorde het ook in de discussie over het VRT-boekenprogramma. Je kunt het publiek zo breed proberen te maken dat het niet meer interessant is voor de bestaande en potentiële boekenliefhebber. Er bestaat een soort taboe: blijkbaar vinden we dat een klein publiek per definitie een elitair publiek is. Veldrijden is ook voor een klein publiek, maar ik vind het wel goed dat het wordt uitgezonden. Democratisering betekent niet dat je de kwaliteit moet verwateren. Ik hoor het te vaak: 'Dit is te moeilijk voor de mensen.' Je moet de mensen niet onderschatten."

www.boekenbeurs.be

31 oktober - 11 november

Antwerp Expo

Anna Luyten:

Lezen voorkomt veel soorten luiheid. Je wordt er niet alleen inhoudelijk door gevoed, ook vormelijk. Het scherpt je denken en je kijk aan, maar ook je omgang met anderenSigrid Bousset:

Een fantastisch fenomeen is de leesclub. Die vind je in elk stadje, elke gemeente. En daar wordt vaak heel grondig over literatuur gepraatJos Geysels:

Ik vind kranten en andere media heel belangrijk om mij te oriënteren. Maar net als de literaire kritiek staat de boekenbijlage onder druk. Ik huiver van de drogreden genaamd 'verbreding'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234