Zaterdag 14/12/2019

Lewis Trondheim, boy wonder van de nieuwe strip

In Angoulême, standplaats van het belangrijkste Europese stripfestival, is dit jaar Lewis Trondheim de centrale gast. Daarmee honoreert het festival een van de markantste en meest getalenteerde stripauteurs.

door Geert De Weyer

Angoulême l Wie anders dan Lewis Trondheim kan zijn publiek een album lang onderhouden met een simpele kopvoeter die over een ravijn tracht te springen? Profiel van een mediaschuwe en wat excentrieke, maar uitermate succesvolle marathontekenaar.

Op de Haarlemse Stripdagen vorig jaar kreeg ondergetekende van de Nederlandse uitgever Silvio van der Loo een exemplaar in handen van Trondheims dan net verschenen woordloze strip Buitenaards. Van der Loo knikte richting een onopvallend figuur dat achter een tafeltje had plaatsgenomen in de uiterste hoek van een donker café. "Laat hem je boek signeren en probeer hem wat uit te vragen", voegde hij eraan toe. "Dichter zul je nooit bij een interview geraken, vrees ik." Trondheim nam het boek vriendelijk in ontvangst, sprak zacht over ditjes en datjes en signeerde het kleinood. Toen ik me na drie minuten liet ontvallen dat ik journalist was, verstarde hij. Lichte paniek in de ogen. "Ik weet niet wat ik in interviews moet vertellen", klonk het ongemakkelijk. "Zo interessant ben ik niet."

Het is typerend voor Lewis Trondheim (pseudoniem van Laurent Chabosy, 42) en het zet zijn mythe kracht bij. De bescheiden man geeft uitermate zelden interviews. Wanneer hij een prijs in ontvangst moet nemen spurt hij vaak het podium op en af. Een "dank u" kan er nog net af. Het voedt de cultstatus die de tekenaar van vreemde schepselen sinds zijn beginjaren te beurt valt.

Trondheim is een marathontekenaar. Tekenen is zijn passie. In de afgelopen tien jaar tekende hij meer dan veertig albums en het aantal scenario's dat hij ondertussen voor anderen heeft gemaakt is haast niet bij te houden. Samen met Franse collega-auteurs als Marjane Satrapi, Christophe Blain, David B., Joann Sfar en Jean-Christophe Menu vormt hij de keizerlijke garde van de nieuwe lichting Franse striptekenaars, die de traditionele strips inmiddels verruild hebben voor experimenteel en/of autobiografisch werk. Met onder meer Menu richtte hij in 1990 L'Association op, een kleine uitgeverij die alternatieve strips wilde uitgeven en in een mum van tijd monsterhits te pakken kreeg als onder meer Persepolis (Marjane Satrapi).

Trondheim gaf er in 1992 een van zijn eerste opvallendste werken uit: Lapinot (niet vertaald), een personage met het uiterlijk van een konijn, dat in eerste instantie een persiflage was op Jean-Christophe Menu's Lapot. Trondheim trok daarvoor al zijn onvoorspelbare registers open, mixte zijn strip met sf en fantasy en overgoot het met een uitzonderlijk filosofisch sausje. 's Mans narratieve kunnen ontwikkelde zich verder in de daaropvolgende jaren. Hij ging voor L'Association en andere alternatievere uitgevers experimenteren met zwart-wit en/of het gebrek aan tekst, terwijl hij een min of meer klassieke stijl bleef handhaven voor zijn Kobijn-reeks.

Voor de scenario's zweerde hij bij ogenschijnlijk simplistische ideeën. In Mister O (hier bekend uit Mao Magazine) liet hij 48 pagina's lang een kopvoetertje een poging ondernemen over een ravijn te springen. In La Mouche bekeek hij de wereld door de ogen van een vlieg en in Kaput & Zösky liet hij protozoachtigen fungeren als gevreesde, maar o zo domme buitenaardse wezens die per se nieuwe planeten willen veroveren. Die laatste twee titels werden nadien geanimeerd.

In 1998 volgde, samen Joann Sfar, wat zijn grootste succes tot nog toe zou worden: Donjon, een absurde fantasyreeks reeks waarin een gigantisch koninkrijk vol sprekende monsters en wezens centraal stond en de hoofdrol naar een eend ging, Marvin. De reeks werd onmetelijk populair, dijde uit in enkele spin-offs, die vaak, en nog altijd, door de vrienden van Trondheim en Sfar (Blain, Larcenet, Menu, Andreas, Mazan...) werden getekend.

De populariteit van de auteur sloeg vrij laat over naar bij ons. Terwijl Trondheim al meer dan tien jaar publiceerde, ondernam bij ons pas zo'n vier jaar geleden zowat iedere Nederlandstalige uitgever pogingen de auteur in zijn fonds onder te brengen. Uiteindelijk raakte Trondheims werk verdeeld over verschillende uitgeverijen, als Bries, Dupuis, Silvester, Uitgeverij L...

De Fransman tekende ook een opvallende autobiografie, Net echt (Stichting Zet.El), waarin hij opnieuw dieren maakt van zijn personages - hijzelf is een soort kalende havik. Hij geeft daarin de perikelen met zijn Japanse uitgevers weer in de periode 1993-'94, alsook zijn reis naar de VS, het zoeken naar een geschikt plattelandshuis en zijn wedervaren met de collega's op zijn Parijse atelier. Maar centraal staat 's mans zoektocht naar zichzelf. Die veruitwendigt hij door in dialoog te treden met een gigantische draak met tandjes, die hem doet twijfelen aan zichzelf en dan met tips smijt. Andere keren splitst Trondheim zichzelf op, als zou hij lijden aan een meervoudige persoonlijkheid. De ene Trondheim is lief en aardig, de andere gefrustreerd, nog een andere agressief. En ergens tussenin bevindt zich de echte Lewis Trondheim...

Maar wie Trondheim echt is, weet niemand. Of toch? In februari 2006 meende Le Monde Trondheim ontmaskerd te hebben. De anonieme weblog Frantico, waarop een goedig mannetje met ringbaardje, dikke bril en kalend voorhoofd zijn belevenissen in het stripwereldje (bijvoorbeeld hoe geprobeerd wordt hem tevergeefs te interviewen, of hoe dom zijn assistenten wel waren) in cartoonvorm publiceerde, zou toebehoren aan Trondheim. Uitgever Albin Michel besloot Frantico zelfs uit te geven, met een nominatie als beste debuutalbum op Angoulême 2006 als gevolg. Trondheim was nadien woest over de suggestie van Le Monde. Betrapt? Op zijn eigen website (lewistrondheim.com) ontkent hij. En ook al duikt er in de geruchtenmolen nog een andere tekenaar als de ware Frantico op, Sébastien Lesage, veel insiders zijn ervan overtuigd dat Trondheim die mogelijkheid gewoon in scène heeft gezet. Spijtig genoeg won Frantico vorig jaar de debuutprijs in Angoulême niet. Die werd immers uitgereikt door Trondheim.

Trondheim kreeg toen wel de Grote Prijs van de stad Angoulême, waardoor hij het jaar daarop automatisch juryvoorzitter werd. Dat betekende ook dat hij een expositie moest organiseren voor deze 34ste editie van het internationale festival. Al is het weer niet helemaal duidelijk wat hij zal doen. De persmap van het festival zegt dat Trondheim besloten heeft de stad te "beheksen" met een reeks ironische en stimulerende beelden, die hij De zeven wonderen van de strip heeft genoemd. Bij die zeven wonderen staan onder meer "originele platen van de smurfen", "een ontdekking van de wereld van Corto Maltese" en "de duurste strippagina ter wereld". Volgens onze bronnen krijg je daar een lege, ingeslagen vitrinekast te zien.

Het 34ste stripfestival van Angoulême, van 25 tot en met 28 januari, in Angoulême. Alle info op www.bdangouleme.com

In de afgelopen tien jaar tekende Trondheim meer dan veertig albums en het aantal scenario's dat hij voor anderen heeft gemaakt is haast niet bij te houden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234