Donderdag 09/12/2021

InterviewIsmaïl Abdoul

Levensverhaal van bokser Ismaïl is verfilmd in ‘Cool Abdoul’: ‘Vier kogels zijn in rechte lijn door mijn lichaam gegaan’

Ismaïl Abdoul. Beeld Daniil Lavrovski
Ismaïl Abdoul.Beeld Daniil Lavrovski

Hij was koning van het Gentse nachtleven en keizer in de boksring. Maar het sprookje van Ismaïl Abdoul kende geen vrolijk einde. De film Cool Abdoul vertelt zijn verhaal. ‘Criminaliteit loont niet. Ik ben het levende bewijs.’

“Mijn leven in een film gieten? Onbegonnen werk”, reageert Ismaïl Abdoul (45) wanneer regisseur Jonas Baeckeland hem zijn plannen uit de doeken doet voor een langspeelfilm gebaseerd op leven en werk van de voormalige bokser en portier. “Ik heb zoveel meegemaakt, zoveel stommiteiten uitgehaald. Mijn leven was een en al chaos. Dat krijg je in twee uur niet verteld.”

Hij krijgt gelijk. De eerste versie van het script telt 250 pagina’s, goed voor een film van om en bij negen uur. Om maar te zeggen dat het leven van Abdoul de voorbije 44 jaar behoorlijk bewogen was. Maar dat was vroeger. Nu is alles anders, vertelt hij aan iedereen die het horen wil.

Dat de dingen veranderd zijn, blijkt ook uit het interieur van de kleine fitnessruimte waarin Aboul tegenwoordig persoonlijke training geeft. De imposante boksriemen die verwijzen naar zijn Belgische en Europese titels liggen er nog wel maar hebben hun plaats in de spotlight af moeten staan aan knutselwerkjes met slogans als ‘papa is de max’ of ‘mijn papa is een kanjer, net als ik’. Allemaal creaties van Malik en Naïm, de twee zoontjes van Abdoul. Zij hebben ervoor gezorgd dat de wilde haren definitief verdwenen zijn. Ook letterlijk. Dat ene karakteristieke toefje haar dat in de hoogdagen van ‘Cool Abdoul’ op zijn voorhoofd stond schoor hij meteen na de geboorte van Malik af.

Jongeren inspireren

Over die ommekeer wil Abdoul vertellen. Een relaas met Gentse tongval, om de paar zinnen onderbroken door het stopwoordje ‘weetwel’. Meteen ook de reden waarom hij zich enthousiast achter de verfilming van zijn leven schaarde.

“Die film geeft me de kans om mijn verhaal te doen. Ik kom uit de Brugse Poort, ik weet hoe het is om daar op te groeien. Ik weet hoe geld je kan verblinden. Maar geld, gouden ringen en dikke halskettingen is niet waar het om draait. Criminaliteit loont niet, ik ben het levende bewijs. Ik heb twee jaar in de gevangenis gezeten en heb nog maar net al mijn schulden afbetaald. Tegelijk wil ik die jongeren laten zien dat je wel degelijk kunt veranderen, ook al zat je ooit op het slechte pad. Zolang je er maar hard genoeg voor werkt.”

Abdoul met zijn kampioenschapsriemen.
Abdoul met zijn kampioenschapsriemen. "Boksen is een keiharde sport waar je heel veel moet in investeren. Maar in België krijg je daar amper iets voor terug."Beeld Daniil Lavrovski

Of dat een boodschap is die bij de zestienjarige Abdoul binnengekomen zou zijn, willen we weten. “Dat hangt af van wie die boodschap komt brengen. Naar een flik of iemand die met een kravat om zijn nek zegt wat je wel en niet mag doen had ik nooit geluisterd. (lacht) Maar mochten Tupac Shakur, Muhammad Ali of een van mijn andere helden plots voor mijn neus staan, dan was het helemaal anders geweest. Veel jongeren kijken naar me op. Ze weten vanwaar ik kom en wat ik heb meegemaakt. Dat zijn de gasten die ik kan raken met mijn verhaal.”

Het was Ali die er onrechtstreeks voor zorgde dat de kleine Ismaïl in de boksring ging staan. “Toen ik dertien was woog ik 85 kilo, ongeveer hetzelfde als wat ik nu weeg. Ik was het dikkertje dat werd gepest. Tot een vriend me meenam naar de boksclub. Ik stapte daar binnen en Ronny Van Eesvelde, de trainer, riep meteen: ‘Ah, de nieuwe Muhammad Ali is daar’. (lacht) Dat zei hij eigenlijk omdat ik de eerste gekleurde jongen was die daar over de vloer kwam, maar dat had ik toen niet door. Ik vatte het op als een compliment. Ik had nog niks gedaan, nog niks bewezen en toch werd ik al meteen met de allergrootste vergeleken.”

Kampioen in wording

Na die eerste kennismaking begint Ismaïl als een bezetene te trainen. Het babyvet smolt weg en maakte plaats voor spieren en een extra dosis zelfvertrouwen. “Al heb ik in het begin ook heel veel slaag gekregen. Ik heb meer dan eens met tranen in mijn ogen in de ring gestaan, van pijn en van frustratie. Ik kon niks en had amper conditie. Zelfs twee minuten touwtjespringen was in het begin een onmogelijke opgave.”

Ismaïl leert snel en blijkt over talent te beschikken. De jongens die hem in die eerste maanden pijn deden in de ring moeten al snel hun meerdere in hem herkennen. Wanneer Ismaïl – dan amper zeventien – op training profbokser Danny De Beul met een welgemikte leverstoot op de knieën krijgt is het voor iedereen duidelijk: Ismaïl is een kampioen in wording. Op 11 november 1996 bokst hij zijn eerste profkamp, twee jaar later maakt hij de hooggespannen verwachtingen waar en kroont hij zich tot Belgisch kampioen bij de lichtzwaargewichten.

De sportieve roem vertaalt zich tot frustratie van Abdoul niet in financieel gewin. “België stelt op boksvlak niks voor. We hebben nochtans talent genoeg: Junior Bauwens, Ryad Merhy, Yves Ngabu, noem maar op. Maar geen van die gasten slaagt erin van zijn sport te leven.”

Dat ook zijn eigen leven er anders had uitgezien mocht hij in de Verenigde Staten geboren zijn, waar boksen wel lucratief is, daar denk Abdoul liever niet te veel over na. “Je hoeft trouwens niet eens zo ver te gaan kijken. Ik heb ook tegen Poolse boksers gevochten die als profsporters konden leven van wat ze in de ring verdienden.”

Het verklaart deels waarom Abdoul zijn twee zoons liever niet in zijn voetsporen ziet treden. “Boksen is een keiharde sport waar je heel veel moet in investeren. Maar in een land als België krijg je daar amper iets voor terug. Laat ze maar voetballen. En het hoeven echt geen Ronaldo’s of Messi’s te worden. Ik ken voetballers die in tweede provinciale meer verdienen dan wat ik destijds al bokser kreeg.”

Drugs afpakken

Wanneer hij Belgisch kampioen wordt is Abdoul al aan de slag als portier. Een makkelijke manier om geld te verdienen, die bovendien te combineren valt met zijn sport: werken in het weekend, trainen tijdens de week. Maar de frustratie blijft. “Ik was Belgisch kampioen en verdiende geen frank met mijn sport. Ik stond als portier aan de deur en zag binnen kleine drugsdealers de ene fles champagne na de andere ontkurken, terwijl ik amper een cinematicket voor mijn lief kon betalen.”

Abdoul besluit daar eigenhandig iets aan te doen. “Ik begon die dealers tegen te houden. Ik maakte hen wijs dat ik een koper had, ze gaven me hun spul maar het geld dat ik ze beloofde kregen ze nooit te zien. Soms was het nog makkelijker en pakte ik gewoon hun drugs af, hun geld of allebei. Heel dom van mij, heel naïef ook. Maar ik voelde me de king van Gent. Er kon me niks gebeuren. Ze hebben me in de film nog gespaard. De realiteit is tien keer erger dan wat je op het scherm ziet. Ik heb nog veel meer dommigheden uitgestoken. Achteraf bekeken waren dat gigantische risico’s. Als je ziet wat er nu in Antwerpse drugsmilieu gebeurt is het een wonder dat er me nooit iets ernstigs is overkomen.”

Abdoul:
Abdoul: "Beeld Daniil Lavrovski

Behalve dan die ene keer. Op 19 oktober 1999 wordt Abdoul neergeschoten voor de deur van discotheek Extreme, waar hij als portier aan de slag is. Vier kogels treffen hem, als bij wonder zonder schade aan te richten. “Ik ben van heel dichtbij neergeschoten, dat is mijn geluk geweest. De kogels zijn in rechte lijn doorheen mijn lichaam gegaan. Een van de kogels heeft zich dwars door mijn balzak geboord. Maar mijn teelballen en alle bloedvaten en zenuwen die daar passeren bleven intact. Ik kon impotent geweest zijn, of verlamd, en voor hetzelfde geld was ik daar voor die deur aan mijn eind gekomen.”

Maar die schietpartij had eigenlijk niets met drugs te maken, zegt Abdoul. Of toch niet rechtstreeks. “De schutter was een gast die ik een paar uur eerder de toegang had geweigerd. Hij deed wat stoer, ik ook en het eindigde ermee dat ik hem met een oorveeg op de grond deed belanden. Hij was in zijn eer gekrenkt en riep dat ik hem nog wel terug zou zien. Blijkbaar is die gast thuis een paar lijnen coke gaan snuiven, heeft hij zich nog wat moed ingedronken en is hij daarna het volledige magazijn van zijn pistool op mij leeg komen schieten.”

Abdoul, overtuigd moslim, is er na die aanslag zeker van: het is Allah die hem voor erger onheil heeft behoed. Maar in plaats van de tweede kans die hij kreeg te gebruiken om zijn leven een nieuwe wending te geven gaat het van kwaad naar erger. “Drie weken na die schietpartij stond ik alweer aan de deur. Stijf van de morfine. Mensen verklaarden me gek, maar ik was er nog meer dan vroeger van overtuigd dat me niks kon gebeuren.”

Vreemdelingen niet toegelaten

Abdoul werpt zich meer en meer op als de koning van het Gentse nachtleven. Wie portiers voor zijn deur wil plaatsen kan niet meer om ‘Cool Abdoul’ heen. “We wilden dat onze mensen voor de deur stonden. Geen Nederlanders of gasten van Antwerpen.”

Wanneer een discotheekuitbater of cafébaas toch voor die externen kiest gaan Abdoul en zijn vrienden met veel plezier wat amok maken. “Zo ben ik ook bij de Extreme terechtgekomen. Het ene weekend was ik daar nog aan het vechten, de week erna kreeg ik telefoon van de eigenaar of ik niet voor zijn deur wou gaan staan.” Die eigenaar stelde maar één voorwaarde: er mochten geen vreemdelingen binnen. En daar moest Abdoul voor zorgen. “Nu zou ik daar nooit meer mee akkoord, maar toen moest ik kiezen: mijn vrienden en mijn principes of het geld. Ik heb voor het geld gekozen.”

Niet alleen in het nachtleven maar ook bij politiediensten allerhande gaat de naam Ismaïl Abdoul steeds luider klinken. Hij moet voor het eerst de cel in voor een overval op het Gentse Casino. Achteraf wordt hij daarvoor vrijgesproken, maar in zijn hoofd is de klik dan al gemaakt. “De buitenwereld was er op dat moment toch al van overtuigd dat ik een crimineel was, dan kon ik maar beter aan de verwachtingen voldoen.”

Wat volgt is een waslijst aan criminele feiten, gaande van oplichting over slagen en verwondingen tot bendevorming. Dat leidt uiteindelijk tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Een straf die ironisch genoeg ingaat op een moment dat Abdoul al gebroken heeft met zijn criminele verleden. “Ik ben in 2007 de cel ingegaan, maar ik had op dat moment mijn leven weer op de sporen. De laatste keer dat ik een stommiteit heb begaan was in 2004.”

Pensioenfraude

Een zoektocht door het krantenarchief leert dat dat niet helemaal klopt. In 2017 – Abdoul is dan al een aantal jaar op vrije voeten – staat hij opnieuw voor de rechter. Een fraudezaak deze keer. Blijkt dat Abdoul de dood van zijn vader, die in zijn geboorteland Mauretanië is overleden, niet heeft aangegeven. Daardoor wordt zijn Belgisch pensioen elke maand gewoon gestort. Dat komt pas aan het licht wanneer de gemeente Abdouls vader vraagt om zijn identiteitskaart te komen vernieuwen.

In een poging de schijn hoog te houden troont Abdoul een lookalike mee naar het gemeentehuis. Een poging die gedoemd is om te mislukken. “En eigenlijk wou ik ook dat ze mislukte”, vertelt Abdoul nu. “Die hele zaak was een enorme last op mijn schouders. Ik was ondertussen sportief ambassadeur van de stad Gent geworden, had een lifetime achievement award gekregen, maar toen ik daarvoor op het podium moest kon ik enkel denken: wat als aan het licht komt waar ik mee bezig ben?”

Waarom dan toch frauderen? Om dezelfde reden waarom het ook het in verleden mis ging, zegt Abdoul. “Ik wil mensen niet in de steek laten. En dan doe ik soms dingen waarvan ik weet dat ze fout zijn. Na de dood van mijn vader ben ik naar Mauretanië gevlogen om hem te begraven. Ik heb daar de omstandigheden gezien waarin hij en mijn halfbroers en halfzussen leven. Een van mijn zussen is zwaar gehandicapt, enkel dankzij het pensioen van mijn vader kon ze de gepaste zorg krijgen. De 1.100 euro die mijn vader kreeg is hier misschien niet veel geld, maar in Mauretanië kun je daar veel mee doen. Mijn vader steunde daar een heleboel andere mensen en dus ben ik dat pensioen blijven doorstorten, zoals ik dat al jaren deed. Wat moest ik doen? Hen in de miserie laten zitten omdat ik hier in Europa in schuldbemiddeling zat?”

De zaak wordt uiteindelijk afgehandeld met een werkstraf en de terugbetaling van alle onterecht verkregen uitkeringen. Abdoul moet niet terug naar de gevangenis. “Een enorme opluchting”, vertelt hij. “In de cel zitten doet niemand goed. Ik had destijds maar één doel: mijn straf uitzitten met zo weinig mogelijk gedoe.”

null Beeld Daniil Lavrovski
Beeld Daniil Lavrovski

Abdoul gaat in de gevangenis van Merksplas aan de slag als fatik. “Elke ochtend en middag moest ik de kak-emmers in de cellen ophalen. In Merksplas is er op bepaalde afdelingen geen stromend water. Het voordeel van die job was dat het me een bepaalde vrijheid gaf. Maar nog belangrijker was de telefoon die ik had kunnen binnensmokkelen. Daarmee kon ik elke dag met mijn vrouw bellen. Dat is mijn redding geweest.”

Na iets minder dan twee jaar komt Abdoul vrij. Wegens goed gedrag. “Ik heb nooit een tuchtsanctie gekregen. Zoals ik al zei: ik wou geen gedoe. Vier keer is er in Merksplas een opstand geweest. Telkens ging ik, als een van de enigen, terug naar mijn cel. Ik was daar niet om vrienden te maken. Ik wou gewoon zo snel mogelijk vrij komen.”

Binnen de gevangenismuren is Abdoul aan zijn conditie blijven werken en amper een paar weken na zijn vrijlating staat hij opnieuw in de ring. Met enkelband, als eerste bokser wereldwijd. Van titels droomt hij dan al niet meer. Boksen is een broodwinning geworden. Abdoul sleurt niet alleen een strafblad maar ook een schuldenberg van 290.000 euro met zich mee. Die wil hij zo snel mogelijk aflossen. “Ik verdiende 2.500 euro in de bouw. Maar daar bleef maar 500 euro van over. Al de rest ging naar mijn schuldbemiddelaar. Ik heb vaak in de supermarkt staan rekenen, om dan uiteindelijk met drie flessen melk in plaats van een pak van zes naar huis te gaan. Boksen was een middel om meer en sneller af te kunnen betalen.”

Abdoul slaagt erin om in iets minder dan tien jaar zijn schulden af te lossen. Maar de keuze voor het geld heeft wel zijn carrière verbrod, zegt hij. “Ik was op mijn best bij de halfzwaargewichten, de categorie tot maximaal 79 kilogram. Maar na de gevangenis bokste ik tegen iedereen. Ook tegen jongens die veel groter en zwaarder waren. Elke aanbieding die ik kreeg nam ik aan. Soms drie kampen per maand. Ik ging niemand uit de weg, zelfs de grote namen niet. Ik heb tegen twaalf ex-wereldkampioenen gevochten. Mannen als David Haye, Marco Huck of Murat Gassiev. Je weet dat de kansen om tegen dat soort gasten te winnen miniem zijn, maar als je verliest hou je er tenminste nog wat geld aan over.”

Kamp 99

Een keuze die niet alleen sportieve maar ook fysieke consequenties heeft. “Ik was een bokser met een goede verdediging. Maar ook al blok je slagen af, je voelt ze wel. Dat kan niet gezond zijn. Elke klap op je hoofd is er een te veel. Een hoofd is gewoon niet gemaakt om op te slaan. Soms kon ik dagen na een kamp mijn hoofd nog steeds amper bewegen. Je verlaat dan misschien wel rechtstaand de ring, je wilt de meeste boksers de dagen na zo’n kamp echt niet zien. Voorlopig vallen de gevolgen mee. Ik kan alleen hopen dat het zo blijft.”

Toch volgt er nog één titel. In zijn allerlaatste kamp. In de 99ste profkamp uit zijn carrière wordt Abdoul, nog maar eens, Belgisch kampioen. Stoppen op een hoogtepunt heet dat dan.

Ook op zijn 45ste oogt de ex-bokser scherp en afgetraind. Het lijkt alsof hij zo opnieuw de ring in kan. Maar van een comeback kan geen sprake zijn. “Negenennegentig is een symbolisch getal. Ook Allah heeft 99 namen en hij heeft me altijd beschermd in de ring.”

Enkele bekers van 'Cool Abdoul'. Beeld Daniil Lavrovski
Enkele bekers van 'Cool Abdoul'.Beeld Daniil Lavrovski

Boksen voor de prijzen is er niet meer bij. Toch trekt Abdoul nog af en toe zijn handschoenen aan. Hij geeft tegenwoordig bokstraining bij vzw Touché aan jongeren die in sport een uitlaatklep vinden. Net zoals dat zoveel jaren geleden bij hem het geval was. “Ik had problemen thuis, ik had problemen op school, maar eens ik in de ring stond viel dat allemaal weg. Ik hoop dat gevoel door te kunnen geven.”

Terug naar de film die deze week in première gaat. Een evenement waarvoor Abdoul nog een keer cool wil zijn. “De ringen, de kettingen, de rolex: ik heb ze nog allemaal liggen maar ik draag ze nooit meer. Misschien haal ik ze nu nog een keer uit de kast, om op de rode loper te laten zien dat ik er ondanks alles nog steeds sta.”

Wie niet op die rode loper zullen verschijnen zijn Malik en Naïm, de zoontjes van Abdoul. “Ze mogen de film wel zien, maar de première is niet het goede moment. We hebben afgesproken om op een rustiger moment naar de bioscoop te gaan, zodat er achteraf tijd is voor de vragen die ongetwijfeld zullen komen. Ze kennen mijn verleden, ze weten dat hun papa veel domme dingen heeft gedaan. Maar net daarom wil ik het nu wel goed doen en probeer ik iets aan de samenleving terug te geven. Ik wil hen recht in de ogen kunnen kijken. Op mijn sterfbed wil ik dat de mensen kunnen zeggen: ‘Hij heeft veel stomme dingen gedaan, maar hij is goed geëindigd.’ Dan zal ik gelukkig kunnen sterven. Weetwel.”

Cool Abdoul speelt vanaf 15 oktober in de zalen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234