Donderdag 01/10/2020

'Leven zonder extase bestaat niet'

De behoefte om met mijn inzichten iemand te bekeren of te overtuigen heb ik geen geval, alsjeblieft niet. Ik ben geen goeroe. Een schrijver kan nooit een leider zijn

Surf naar: www.simonvinkenoog.nl

Het vuur van Vinkenoog zal ook zaterdag op de 25ste 'Nacht der Poëten' in Aarschot branden. Op het programma staan, behalve Simon Vinkenoog, Cees Nooteboom, Jules Deelder, Remco Campert, Eva Gerlach, Gerrit Komrij, Geert Van Istendael, Marcel van Maele, Eva Cox, Els Moors, Roger Raveel.

Inleiding door Kurt Van Eeghem, muziek door Kasper Van Kooten.

Zaterdag 20 oktober om 20.15 uur in het CC Het Gasthuis in Aarschot. Tickets 18 euro.

De interviews van Margot Vanderstraeten met de oudste generatie Nederlandstalige auteurs wordt gebundeld. 'Oude schrijvers gaan niet dood', met foto's van Stephan Vanfleteren, ligt in maart in de boekhandel en wordt uitgegeven door Atlas Uitgeverij.

Margot Vanderstraeten in gesprek met Simon Vinkenoog over leven en werk

In de reeks 'Oude schrijvers gaan niet dood' laat Margot Vanderstraeten de coryfeeën van de Nederlandstalige literatuur aan het woord over de kern van hun bestaan. Nadat ze op bezoek is geweest bij Jos Vandeloo, Ward Ruyslinck, Paul de Wispelaere, Hella Haasse, Ivo Michiels, Hugo Raes, Harry Mulisch en Jef Geeraerts is ze nu te gast bij Simon Vinkenoog.

Door Margot Vanderstraeten

Het is vijf over een, maandagmiddag. Simon Vinkenoog en zijn echtgenote ronden hun dagelijkse spelletje scrabble af. Ze spelen voor het hoogste aantal gezamenlijke punten. "We hebben al scores van rond de 1.000 gehaald, dat is veel hoor. Scrabble is leuk. Het komt erop aan om binnen de regels van het spel zo ver mogelijk te gaan. Dat is een heerlijke uitdaging! Zelfs van de verregaande mogelijkheden van drieletterwoorden kun je versteld staan."

De tweede editie van Van Dale Scrabble Woordenlijst ligt tijdens het spel altijd binnen bereik, in de buurt van de asbak, de shag en de nederwiet; de halfzachte, zwarte kaft van het boek is soepel als leer door het veelvuldige gebruik. Achteraan de Scrabble Woordenlijst heeft Vinkenoog enkele woorden neergeschreven die in Van Dale niet voorkomen. Vinkenoog houdt van aantekeningen maken. Hij doet het de hele dag. En soms tot een stuk in de nacht. Zijn woonkamer, die dienstdoet als schrijf- en lees- en scrabble- en leefkamer, is op overzichtelijke wijze bezaaid met boeken en schriften en cd's. In haast alle werken heeft hij aantekeningen gemaakt en aan talrijke bladzijden is bovenaan een reuzenpaperclip bevestigd waaronder, als zelfgemaakte post-its, een kleurrijk strookje verscholen zit. "Nou, daar staat dan een interessant citaat, of een net iets andere denkpiste, een wetenswaardigheid, een verrassend beeld, noem maar op." Zo is het ook tijdens het gesprek. Om de haverklap pakt hij met, vaak Engelstalige, citaten uit. Debiteert hij vurig uitspraken en hele passages. Staat hij op om er een welbepaald boek of naslagwerk bij te halen. Loopt hij naar het raam om bij te komen van zijn eigen vuur. "Heb je dit van Hofland gelezen? Ken je mijn boek, Niet niets, de kunst van het sterven? Je zou toch zeker The Sublime and The Beautiful van de Nederlandse filosoof Fons Elders, hier kijk, moeten lezen. En je hebt toch al kennis gemaakt met het tijdschrift Torpedo, uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar. Hoe, je kent De trancekaravaan, van Peter ten Hoopen niet? Juist ja. Mijn honger om meer te weten en om wat ik weet aan anderen mee te delen, is de drijfveer van mijn bestaan!"

U was een prille twintiger toen u met uw dichtbundel Wondkoorts debuteerde. Vorig jaar, bijna zestig jaar later dus, kwam uw jongste gedichtenverzameling Zonneklaar uit. Hoeveel onbevangenheid heeft u in die tijdspanne verloren?

"Niets! Geen gram! And I hope I die before I grow old. Mijn website www.simonvinkenoog.nl is mijn testament. Het is mijn laatste wil om de wereld dagelijks mede te delen hoe het met mij en mijn inzichten staat. The pleasure of teaching is in the learning! Vroeger schreef ik tweemaandelijkse kronieken in Bres (Nederlands tijdschrift voor religie, wetenschap en gnosis; vernieuwde voortzetting van Bres - kroniek van onze beschaving, opgericht in 1965; www.bresmagazine.nl, mvds). Nu schrijf ik elke dag in mijn digitale dagboek, het bevat de bespiegelingen van mijn bestaan! Begin 2004, toen Gerrit Komrij er als Dichter des Vaderlands de brui aan gaaf, kon er via allerlei poëtische websites op een aantal nieuwe kandidaten gestemd worden. Ik kwam als eerste uit de bus. Natuurlijk wilde ik die titel en die taak wel aanvaarden. Maar de organisator, Bart F.M. Droog van Epibreren en Rottend Staal was van mening dat ik als Dichter des Vaderlands steevast online moest zijn; ik stemde daarmee in, en kijk eens aan: ik zit al in de vierde jaargang van mijn Kersvers-pagina's.

"De website maakt het mogelijk om rechtstreeks in contact te komen met de mensen die meer van me wilden weten. Het internet is het medium van de tijd. Ik heb altijd de behoefte gevoeld me te laten zien en van me te laten horen: 'see me, hear me' is een van de links op mijn website.

"Iemand zei me laatst: 'Jij hebt het gemaakt, mijnheer Vinkenoog. U bent toch binnen?', toen ik om een honorarium voor een opreden vroeg. Daar kan ik heel boos om worden, om zo'n uitspraak vol onbegrip. Ik heb 'het' niet gemaakt. En wat mag dat 'het' dan wel niet zijn. Hij zal succes bedoelen. Maar wat is succes? Hij zal aan geld denken. Nou, dat is dan een illusie. Voor mij bestaat er slechts een vorm van succes: mezelf zijn en mezelf blijven in de dingen die ik doe en laat. Liefst bewust tot en met de laatste seconde. Onafhankelijkheid, vrijheid, is daarvoor een noodzaak. Putten uit eigen ervaringen evenzeer. Ik denk dat in alles wat ik gedaan heb, mijn eigen, unieke stem te horen is. In het blaadje Blurb, waarvan in 1950 en 1951 acht nummers verschenen, ben ik begonnen met me te uiten. Van het een kwam het ander. In de bloemlezing Atonaal, waarin ik, puur gevoelsmatig en wars van literaire criteria, een elftal jonge, onbekende - nu zou men zeggen 'ondergrondse' dichters - heb samengebracht die later bleken uit te groeien tot de Vijftigers; wat de bloemlezing gelijk een klassiek karakter gaf. In mijn gedichten. Mijn proza. Mijn performances. Mijn journalistiek. Mijn documentaires. Mijn kronieken. Mijn website. Mijn opnames en optredens met Spinvis (Vinkenoog leest gedichten voor onder muzikale begeleiding van Spinvis en band, te horen op de cd JA!, mvds). Het Bo's Art Trio met wie ik eveneens een cd heb gemaakt. Ik ben altijd hongerig naar kennis en ervaring.

"Alles wat ik doe wordt uit die intrinsieke honger geboren: ik wil meer weten en ik wil mijn kennis overbrengen. Dat had ik al heel jong hoor. Op mijn zeventiende werkte ik al bij de uitgeverij Querido, op Singel 262 in Amsterdam. Ik was er 'jongste bediende', wat inhield dat ik postzegels mocht plakken, brieven moest sorteren, dat soort zaken. Toen al had ik, dankzij een ongelukkig huwelijk - op mijn achttiende werd ik vader! - de gewoonte om een uur te vroeg op het werk aan te komen zodat ik op de zolder en in het keldermagazijn in de letters kon pluizen en van de schrijfmachine gebruik kon maken.

"Natuurlijk heb ik een evolutie ondergaan. Tot halverwege de jaren zestig vormde het thema 'haat' een constante in mijn werk. Dat is niet zo merkwaardig als je de context beschouwt. Ik had als tiener de oorlog meegemaakt. Ik zag de bevrijding die geen bevrijding was. De oude machten die weer nieuwe machten werden. Die vreselijk gevestigde orde die elke vernieuwing tegenhield. Ik haatte die non-cultuur. Ik haatte Amsterdam. Ik verlangde naar een tegencultuur. Met de jaren is die haat - en de angst - omgebogen tot liefde. Vandaag voel ik me boven alle haat verheven. Omdat ik me openstel voor alle mogelijke invloeden, van oost tot west en van noord tot zuid. Mijn dorst naar kennis en mijn enthousiasme zijn dus zeker nog steeds even groot als zestig, zeventig jaar geleden, misschien zelfs nog groter. Maar de behoefte om met mijn inzichten iemand te bekeren of te overtuigen heb ik geen geval, alsjeblieft niet. Ik ben geen goeroe. Een schrijver kan nooit een leider zijn. Voetbal en niet literatuur of dichtkunst is een wereldreligie. Dat is zo, en dat zal zo blijven. Als mensen tevreden zijn met Ajax, wel, laat ze dan. Dat is geen onverschilligheid. Dat is een levenswijsheid: je kunt onmogelijk iedereen aan het denken zetten. Het gaat om individuele overdracht. Wat men ermee doet, dient men zelf te weten."

U bent vooral bekend als dichter-performer. Is dat voor u de ideale combinatie? De dichter die zijn woorden op bezwerende, onnavolgbare wijze op het publiek loslaat?

"Een gedicht is een worsteling, en niemand kan die worsteling beter te berde brengen dan diegene die het gevecht met het papier eerst zelf geleverd heeft. Ik vind dus dat een gedicht het meest zichzelf is, als het wordt gelezen, gezonden of voorgedragen door diegene die het zelf geschreven, gecomponeerd of bedacht heeft. De orale traditie van de dichter is vandaag bijna verdwenen. In het Westen is die traditie overgenomen door slammers, hiphoppers en rappers. Oké! Vroeger had de dichter, de lijfelijke stem van de dichter, een belangrijke functie. Zijn stem verleende een meerwaarde aan gebeurtenissen. Die traditie heb ik nooit verloochend. Met mijn website sta ik tussen de mensen, en als ik gedichten debiteer, sta ik ook tussen de mensen. Wij zijn allen wereldburgers, een planetair bewustzijn is toch wel het minste wat je van een bewust mens mag verlangen.

"Ik hecht veel belang aan die transparantie. Een dichter is geen heilige. Hij moet midden in het leven staan. Maar ik vertel niets nieuws; ik heb altijd op het podium gestaan. In 1966, meer dan veertig jaar geleden dus, heb ik Poëzie in Carré georganiseerd, het eerste ware poëziefestival (met 26 dichters) van Nederland. Die happening ontstond niet uit het niets. Het jaar voordien las ik gedichten tijdens het Wholly Communion in de Royal Albert Hall in Londen. Ik trad er onder meer op met mensen die ik al eerder kende: Christopher Logue, Alexander Trocchi, Allen Ginsberg en Gregory Corso. Met Lawrence Ferlinghetti (de beatgeneration) en een aantal andere dichters raakte ik die avond bevriend. Die avond was een van de vele onvergetelijke avonden in mijn leven. Er waren meer dan 8.000 bezoekers. Ik zag woorden als confetti over het publiek dwarrelen. Want poëzietheater is veel meer dan het voorlezen van gedichten die in wezen geschreven zijn om in stilte te percipiëren. De gedichten die ik voordraag zijn geschreven met het oog op voordracht. Ze vereisen andere stijlmiddelen dan poëzie voor de stilte en de tête-à-tête. Ze zijn een kunst op zich."

De laatste jaren is er niet echt gebrek aan poëzie op het podium. Vaak gaat het dan inderdaad om dichters die voorlezen uit werk dat in de eerste plaats voor de stilte geschreven is. Dat werkt lang niet altijd. Toch lijkt niemand dat heel erg te vinden: de dichters worden vooral om hun woorden op papier gewaardeerd. Hoe zit dat bij u? Hebt u niet het gevoel dat de performende dichter een permanent onderschat specimen is?

"Ik heb geen tijd om stil te staan bij de vraag of ik me onderschat voel of niet. Ik houd me met andere aangelegenheden bezig. Maar ja, het is ongetwijfeld waar: dat bepaalde literaire kringen van mening zijn dat het podium zich te zeer tussen de mensen bevindt en te ver van de ivoren toren verwijderd is. Dat vinden sommigen geen prettige gedachte.

"Ergernis zorgt voor negatieve energie. Ik probeer negatieve energie uit mijn leven te bannen. Zo heb ik het woord 'bang' al lang uit mijn leven - maar niet uit het Scrabble - geschrapt. Angst is nergens goed voor; het zet een rem op de vaart van het leven, maakt een mens 'sadder' en zeker niet steeds 'wiser'. 'Groots en meeslepend wil ik leven! hoort ge dat, vader, moeder, knekelhuis', schreef Hendrik Marsman. ('De grijsaard en de jongeling', mvds). Er zit nogal wat Marsman in mij. Ik verdraag geen provincialisme. En het gaat er hier in Nederland erg provincialistisch toe, geloof me. Dat merkte ik zestig jaar geleden al. Na de oorlog ben ik, dankzij het geld van een erfenisje van mijn toenmalige vrouw, naar Parijs getrokken. Daar kwam ik met een internationale kunstenaarsscene in contact. Parijs bruiste. Ik heb er de surrealisten ontdekt, de dadaïsten, de jazz, de bebop, echte dropouts, alle mogelijke invloeden en dat acht jaar aan een stuk.

"Parijs heeft me van heel wat provincialistische voordelen genezen. Ik kan dus heus niet wakker liggen van de vraag of ik een plaats binnen het literaire bastion heb veroverd. Ik sta buiten het systeem. En ik pas niet in een hokje. Het enige label dat op mij van toepassing is, is dat ik een veelvraat ben. Veelzijdigheid is mijn kenmerk. Mulisch wordt een oeuvreschrijver genoemd. Noemt zichzelf ook zo. Wel, mijn hele leven is een oeuvre; ik ben een grote groeiende mozaïek, een kleurrijk geheel. In dat kader passen ook mijn ervaringen met marihuana en LSD. Mijn eerste LSD-trip was in 1959. Ik weet niet waarom de LSD op mij zo'n intense uitwerking had, misschien omdat ik al zeven jaar marihuana rookte. Ik heb herhaaldelijk gebruikt, mede omdat ik toen als proefpersoon meewerkte aan een psychologisch onderzoek. Ik was een van de 49 personen die tussen de apparatuur van paviljoen 3, de psychiatrische afdeling van het Wilhelminagasthuis, onder toezicht van drie artsen een LSD-sessie beleefden. Ik ben compleet inside-out gegaan, en maakte een rebirthing mee nog voordat het begrip en die term bestonden. Het maakt me niet uit of de buitenwereld me gelooft of niet. Wie is de buitenwereld? Wie LSD heeft gebruikt, zal me geloven. Mijn LSD-ervaringen zijn ontzettend verrijkend voor me geweest en behoren tot de ingrijpendste van mijn leven. LSD is een sacraal middel, een sacrament. Je kunt LSD absoluut niet vergelijken met bijvoorbeeld cocaïne. LSD, dat is navigeren in the void. Op een gegeven moment is de geest tijd- en ruimteloos. Dat, die kennismaking met die nieuwe dimensies, is onbeschrijflijk. Na het gebruik van LSD kun je niet langer onbevangen staan tegenover de mystieke verschijnselen die zich in het 'leven' voordoen. Al moet je goed gestemd zijn als je het middel neemt, dat wel. LSD intensifieert alles, dus ook je negatieve gevoelens."

Over negatieve gevoelens en honger gesproken. U hebt de hongersnood meegemaakt die Amsterdam aan het einde van de Wereldoorlog trof, en tienduizenden doden heeft geëist. U hebt ook uw jeugdvriend zien verdwijnen.

"Ik was zestien. Er kon in het laatste oorlogsjaar in het Westen van Nederland, boven de rivieren die nog niet door de geallieerden waren bevrijd, steeds minder voedsel aangevoerd worden, en wat er in de stad en op het platteland aan eten aanwezig was, werd door de Duitsers geplunderd. De treinen staakten op last van de regering die in Londen in ballingschap zat. Honger heeft scherpe tanden. Ondervoeding leidt tot wanhoop. Ik heb dat alles gezien, en ik zal die ervaring nooit vergeten. Hoe we, mijn moeder en ik, met een armoedig pannetje in de gaarkeuken moesten aanschuiven en hoe we daar een schep opgediend kregen van een brij die nergens naar smaakte en onze honger nauwelijks kalmeerde. Honger, dat was 's nachts opstaan van de pijn in je buik en in je hele hebben en houden, en op zoek gaan naar dat ene halve sneetje brood dat voor de volgende dag bestemd was. Honger, dat was vaststellen dat je moeder het ook niet meer kon harden, en net als jij ook al aan dat ene halve sneetje zat. (staat op, loopt naar raam) Ik kom uit een arm gezin. Mijn moeder was zogoed als analfabetisch. De term gezin is niet eens op zijn plaats. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes jaar was. Eerst werd ik door mijn vader aan mijn moeder onttrokken. Hij plaatste me tussen allerlei neefjes en nichtjes die ik niet of amper kende. Ik werd naar een bijbelschool gestuurd; moest ik bidden terwijl ik niet eens wist wat het was. Mijn moeder heeft me toen met behulp van de Voogdijraad, en onder de bescherming van een politieagent, uit de klas gehaald en weer naar huis genomen. Na de echtscheiding moest mijn vader 12,5 gulden alimentatie per maand betalen.

"Het mulo heb ik gevolgd, meer uitgebreid lager onderwijs, die schoolvorm bestaat vandaag niet meer. Mijn moeder had geen geld om de middelbare school te betalen. Ik heb als kind en ook als tiener nooit een fiets gehad. Kun je nagaan.

"Op mijn achttiende, toen ik in het huwelijk moest treden met een kind op komst, was mijn vader op de plechtigheid aanwezig. Moest hij aanwezig zijn: beide ouders dienden in die tijd nog hun toestemming te geven. Ik ontmoette een vreemde man. En wat hij zei vond ik gruwelijk: 'Ik heb de Bijbel zoals jij de bioscoop hebt.' Heel akelig. Al had hij toch een artistieke kant. Hij was regisseur bij een amateurtheater. En hij speelde piccolo in de Amsterdamse Postharmonie. Maar dat zijn natuurlijk trauma's. Absoluut. Net zoals de hongerwinter. Toch zijn zulke ervaringen goed voor het immuunsysteem. Ik kan door ondervoeding, geestelijk en lichamelijk, heenkomen. De vraag is of anderen dat ook kunnen. En of anderen kunnen begrijpen wat het is om de buikriem te moeten aanspannen.

"Maar er is veel erger dan honger. In 1943, we waren jongetjes van vijftien, werd mijn beste vriendje, Helmut Blumenthal, die tegenover ons in de Govert Flinckstraat woonde, samen met zijn familie door de Duitsers weggehaald. Vanachter de gordijnen moesten mijn moeder en ik machteloos toezien hoe ze op de hoek van de straat met een vrachtwagen werden weggevoerd. Ze zijn nooit teruggekomen. (stilte)

"Weet je dat ik nog altijd de moed niet heb kunnen opbrengen om via het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie te achterhalen wat er met Helmut en zijn Duits-Joodse familie gebeurd is? (gebroken stem) Ik kan het niet. Het gaat niet."

Hoe doet u dat? Leven met zulk verdriet, en toch de onvermoeibare gangmaker zijn? Of is het juist door dat verdriet dat u de energie vindt om er zo onvermoeibaar tegenaan te gaan?

"Ik schrijf en ik leef en ik communiceer omdat ik de ont-tovering niet verdragen kan. Leven zonder magie, ontroering, extase, verwondering bestaat niet. Weten is niet meten. Weten is leven zoals je denkt dat je moet leven. Lang geleden heb ik me voorgenomen niet te willen zijn zoals Nietzsche, die in de straten van Turijn ziet hoe een koetsier zijn paard mishandelt, het paard huilend om de hals valt, en vervolgens opgenomen wordt in een psychiatrische kliniek.

"Ik kan heel erg en heel intens boos worden. Nog steeds. Maar de hel en de hemel zitten in elke mens; het hele idee van de hel en de hemel is zelfs door de mens geschapen! Hij kan dus kiezen tussen de twee. Ik zeg niet: 'l'enfer, c'est les autres'. Ik ga uit van mijn eigen kracht. En mijn eigen kracht schuilt in mijn eindeloze nieuwsgierigheid. Nooit is het genoeg. Ik heb nog zoveel te doen. En van navelstaren word je blind. Stagnatie is de hel. Beweging het tegendeel. Ik beweeg alom. 'Je est un autre'. Arthur Rimbaud! In elke weerspiegeling zit een ander. Altijd die vernieuwing.

"Wat niet wil zeggen dat ik niet ingetogen zou zijn. Het is niet omdat ik goed van de tongriem gesneden ben, dat ik niet aan introspectie doe. Mijn leven is een en al introspectie. Ik verricht veel denkwerk over wat ik doe en wie ik ben. Alleen door eigen ervaring weet ik wat en wie ik ben. Ik ga op zoek naar mijn eigen waarheid. Die waarheid vergt soms ontzettende inspanningen van mijn aanpassingsvermogen. Dat mijn buurjongen en andere mensen hun leven hebben opgeofferd, geen andere keuze hadden dan het op te offeren.

"De waanzin ligt op de loer, dat besef ik. Dat ik niet, zoals Nietzsche, naar de waanzin overhel, is vooral omdat de basis juist zit. Ik heb Edith. Edith, mijn vrouw, is het licht in mijn bestaan, al twintig jaar. Post tenebras lux; het licht na de duisternis. Met haar weet ik me omringd met vrede. Don't fence me in. Dat gevoel heb ik bij mijn andere vrouwen gehad (Vinkenoog trouwde zes keer, mvds): ze verstikten me, ik verstikte mezelf, hen allicht ook. Met Edith beleef ik een wonderlijke ervaring vol lucht en licht en wind. Ik houd van de wind. En van de lucht! En van het licht!"

Sommige mensen zijn koste wat het kost optimistisch uit angst voor hun schaduwkant.

"Alle angst is weg, dat schrijf ik oprecht in 1964 aan het eind van mijn boek Liefde, lees het er maar op na. 'Jij hebt het jongetje in jou goed wakker gehouden', zei Andreas Burnier, mevrouw Dessauer, eens op straat tegen me, en dat vind ik mooi gezegd. Zolang de onbevangenheid in goede gezondheid verkeert, kan er niet veel gebeuren. Die onbevangenheid helpt een mens ook door gruwelijke tijden heen. Die hongerwinter luisterde ik naar de Nederlandse radio. We hadden geen toestel, wel een ontvanger met een knop die op drie standen kon. Op die radio, Hilversum, weerklonk Hot Club de France, fantastische zigeunerjazz, de muziekstijl van de legendarische gitarist Django Reinhardt. Die muziek deed mijn bloed golven. Wat een drive. Te midden van de oorlog: wat een licht!"

LSD, dat is navigeren in the void. De geest is tijd- en ruimteloos. Die kennismaking met die nieuwe dimensies, is onbeschrijflijk. Na het gebruik van LSD kun je niet langer onbevangen staan tegenover de mystieke verschijnselen die zich in het 'leven' voordoen

De waanzin ligt op de loer, dat besef ik. Dat ik niet, zoals Nietzsche, naar de waanzin overhel, is vooral omdat de basis juist zit

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234