Maandag 26/10/2020

Leven, werken en zorgen van wielerbondscoach José De Cauwer

'Meirhaeghe had al zoveel gekregen van zijn sport, door zo hard te werken en zichzelf steeds opnieuw te bevestigen. Ik snap niet waarom hij nog met epo bezig was'

'Een veroordeling en geen bondscoach meer, ik durf er niet aan te denken'

Ooit stond een jongeman, een wielrenner in de fleur van zijn leven, stil voor een rood licht. Het sprong op groen en hij bleef staan. Het werd weer rood. Groen, oranje, rood, wat had het voor belang? Het leven kon hem gestolen worden, want het leven had net zijn vrouw van hem gestolen. Bij de tweede keer groen reed hij toch door. Blijven stilstaan was geen optie voor een jonge vader. Hij moest iets. Na een anonieme, vlakke wielercarrière als meesterknecht begon José De Cauwer in 1983 aan een nieuw leven met veel ups en af en toe downs. Vandaag is hij een succesvol en alom gewaardeerd bondscoach, die volgende week de Belgische troepen in Verona leidt. Maar in de verte hangt weer een rood licht.

Hans Vandeweghe

Toegegeven, José De Cauwer (vandaag wordt hij 55) is de charme in zakformaat, wat het niet makkelijk maakt om hem hard aan te pakken. Het zal hem helpen als hij ooit om vergiffenis moet vragen voor de zondeval die hem nu al jaren achtervolgt, maar het is naast koersinzicht ook zijn voornaamste handelsmerk. Een toffe pee zijn en ook nog eens veel van de koers kennen en begrip hebben voor de verschillende karakters die in de rennerslijven schuilen, dat heeft hij allemaal geleerd op de fiets als superknecht en beschermheer van Hennie Kuiper, later als assistent-ploegleider van Fred De Bruyne bij Daf Trucks en nog later bij ADR.

Als renner won hij één wedstrijd van betekenis, een rit in de Vuelta. Als ploegleider veel grote klassiekers en in 1989 de Tour met Greg LeMond (negen seconden voorsprong op Laurent Fignon na de afsluitende tijdrit gereden met het triatlonstuur, weet u het nog?). Wereldkampioen werd hij nog nooit - toch niet bij de profs - en nu gaat hij met een veredelde kleuterklas naar het WK. "Als de ouderen geen zin hebben of niet meer kunnen, dan neem ik liever een jongere mee."

U hebt geen kopman, hoe gaat dat dan met de waterdragers?

"Bij de jeugd zijn er nooit kopmannen. Bidons worden aangepakt bij de verzorgers in de bevoorrading. En als ze naar de volgauto komen, zal ik vragen dat ze drie bidons meenemen en die dan uitdelen aan wie ze willen."

Hoe komt het dat wij vooral Vlaamse kasseiknotsers opleiden die goed 'rond den blok' kunnen rijden?

"Dat is de laatste jaren niet meer waar. We hebben wel een hele generatie gemist, omdat we geen buitenlands contact hadden en ons concentreerden op de Vlaamse koersen, maar dat is nu helemaal anders. We zoeken nu renners die de coup de pédale hebben om bergop te rijden en ook in de gewone koersen meekunnen. De betere teams gaan ook kleine rondes buiten België rijden. Dat staat haaks op onze wielercultuur met supportersclubs die een coureur uit het Waasland liever in Elversele zien winnen.

"Maar onze grote talenten stappen nog veel te snel over naar de beroepsrenners, Jürgen Van Goolen, Kevin De Weert, Jürgen Van den Broeck, allemaal zijn ze te snel bij een profploeg gaan rijden. Jürgen Van den Broeck, onze wereldkampioen tijdrijden, wilde absoluut bij Armstrong rijden. Ik denk dat hij hem twee keer heeft gezien en hij heeft veertien koersen mogen rijden."

Over uw eigen wielercarrière is heel weinig bekend.

"Houden zo."

Serieus, één rit gewonnen in de Vuelta. Hoe ging dat? Massale valpartij en u alleen over de streep?

"Neen, in de spurt in Estepona met een tiental man voorop. Ik was bij de eerste tien geëindigd in de proloog en door die overwinning werd ik leider. Ik was toen knecht van wereldkampioen Hennie Kuiper en ik reed met de gouden trui rond."

De Cauwer op de fiets, dat was meer hersenen dan benen, klopt dat?

"Misschien. Achteraf bekeken was ik te zwaar. Ik was niet dik, maar ik woog 71 kilogram voor 1m73. Ik was het type Kuiper. Ik heb jaren 150 koersen gereden. Ik kon wel wat. Bij Raleigh heb ik goeie ploegentijdritten gereden en om daar mee te draaien, moest je kunnen rijden. We hebben Merckx en zijn ploeg nog geklopt."

Hoe bent u de meesterknecht van Kuiper geworden?

"Ik had al gezien dat die meer in zijn mars had, maar het kwam er niet uit. Ik heb er echt veel tijd ingestoken. Ik moest hem overtuigen dat hij meer kon dan hij dacht. Alleen zaten we in de Frisol-ploeg een beetje op een zijspoor. Maar in 1975 werd hij wereldkampioen in Yvoir. Ik stond toen aan de kant en ik supporterde voor een Nederlander. Een jaar later reden we samen bij Raleigh bij Peter Post. We zaten daar bij gasten als Gerrie Knetemann en Gerben Karstens, twee grote muilen uit de Randstad. Aan de ontbijttafel moest je de riempjes al aantrekken. Dat was met bloemetjes gooien met de bloempotten eraan en Kuiper was een Tukker afkomstig uit Denekamp (Noord-Oost Twente, HV). Hij was zwaar onder de indruk van hun geweld en bovendien stotterde hij af en toe. Post zelf was ook geen fan van Kuiper."

Hoe was dat, tegen Merckx koersen?

"Ik was geen supporter van Merckx omdat mijn vader voor Rik Van Looy was. Merckx was Merckx en ik was slim genoeg om te weten dat ik niet tegen zijn kar moest rijden. Die befaamde uitspraak van Frans Verbeeck, daar stonden wij volledig achter: hij reed vijf kilometer te rap."

U hebt maar acht jaar gekoerst. Waarom bent u gestopt?

"Omdat mijn vrouw zwaar ziek was. Ik had een slecht jaar achter de rug. Alle vrije dagen had ik in de kliniek gezeten en het ging van kwaad naar erger. Ik had een contract bij Daf Trucks getekend en ze zochten een coploegleider. Kuiper stelde mij voor bij de sponsor. Ik kreeg het voorstel en ik heb toegezegd."

Hoe oud was u toen?

"Eenendertig, maar we sukkelden al vier jaar. Ze had hodgkin, in de tweede fase. Dat is nu volledig te genezen. Maar we zijn toen van het kastje naar de muur gestuurd. Ik word nog steeds kwaad als ik daar aan terugdenk. We hebben de foute dokters gehad. Pas later kwamen we in het UZ in Gent en daar hebben ze haar proberen redden, maar het was te laat. Mijn vrouw was ook zwanger, maar tijdens de behandeling hebben we abortus moeten plegen. Toen mijn vrouw uiteindelijk stierf, ben ik ook gestopt als ploegleider."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234