Donderdag 28/10/2021

Leven voor de dood

Misschien moet je zo'n artikel over funerair erfgoed maar opsparen tot Allerheiligen, zei iemand bij wijze van vriendelijke raad. Dan is er meer aandacht voor, dachten we beiden. Alleen dan, trouwens. Op de dood rust een taboe, hij wordt verbannen naar het mistige november - met een stralende lentedag valt hij ook zo moeilijk te rijmen. Hij wordt buiten beeld gehouden op rustplaatsen buiten de steden, weggemoffeld langs doodlopende wegen, achter hoge hagen. Dat verdringingsproces heeft de funeraire kunst de voorbije decennia geen goed gedaan. Maar langzamerhand zijn er tekenen van een ommekeer.

Anne Brumagne

Lente op het kerkhof van Laken, onder een toren in de steigers. Stromende regen. Op deze ochtend in het midden van de week zijn er weinig bezoekers. Weemoedige romantiek en banaliteit liggen op dit Belgische Père Lachaise vlak bij elkaar. Plastic bloemen in schreeuwerige kleuren op het ene graf, sierlijke klimop slingert zich rond een volgend. Treurende, smachtende beelden knielen of houden de handen ten hemel gestrekt.

De ondergrondse grafgalerij, met haar versierde marmeren grafplaten uniek voor onze contreien, is aan één kant afgesloten met een dranghek en rood plastic lint - er dreigt instortingsgevaar. Sommige zerken zijn weggezakt, verplaatst of vertonen scheuren. Een oude grafkapel heeft haar vroegere luister teruggekregen. Het mos werd van de stenen geboend, de venstertjes zijn hersteld. In koperen letters staat dat hier leden van de Italiaanse familie Selvaggio rusten. Binnen staan verse bloemen, buiten stoffen exemplaren. De haast identieke grafkapel die een meter verder staat, toebehorend aan de familie Geelhand-de Meurisse, heeft zijn patina behouden.

Het kerkhof van Laken was vorige zondag, de eerste lentedag, een van de mogelijke excursiedoelen voor de 200 deelnemers aan de ontmoetingsdagen over funerair erfgoed. Die waren georganiseerd door de Vlaamse Contactcommissie Monumentenzorg (VCM), die erfgoedverenigingen overkoepelt, en Epitaaf, dat zich bezighoudt met de studie van funeraire kunst. Epitaaf huist in het grafmonumentenatelier Salu, vlak bij het Lakense kerkhof, en bouwt er een museum voor funeraire archeologie uit. VCM en Epitaaf waren overigens niet de enige die studiedagen over begraafplaatsen op touw zetten. Kort tevoren vond in Kortrijk een symposium plaats over 'Groene begraafplaatsen', georganiseerd door onder meer de Vereniging voor Openbaar Groen.

Over het groen op een begraafplaats valt immers net zoveel te vertellen als over het beeldhouwwerk of de gietijzeren kruisen. Dat in de onverstoorde natuur, op de verschillende soorten steen van de grafzerken, sommige zeldzame planten wonderwel gedijen, bijvoorbeeld. Of dat de bomen en planten op begraafplaatsen vroeger werden aangeplant met het oog op hun symbolische betekenis. Soms ligt die voor de hand: de immer groene klimop staat voor eeuwig leven, de treurwilg voor verdriet. Maar wist u dat de linde het symbool is van de echtelijke liefde?

De studiedagen zijn niet het enige signaal dat begraafplaatsen en funeraire kunst en cultuur langzamerhand weer uit de vergeethoek mogen. Nederland, zoals op wel meer terreinen een voorloper, experimenteert met verschillende vormen van zachte recreatie op begraafplaatsen. Fietspaden komen uit op het kerkhof; begraafparken dienen als decor voor huwelijksreportages. Er worden concerten gegeven. Kindergrafjes krijgen speelse vormen - van een vlinder of een ander dier bijvoorbeeld - terwijl in de buurt een sobere speeltuin wordt aangelegd. "Voor broertjes of zusjes van dat overleden kind, die mee naar het kerkhof worden genomen," zegt Ingo Luypaert van VCM.

Maar ook bij ons, in steden als Brugge, Leuven of Kortrijk, wordt nagedacht over het concept van de nieuw aan te leggen dodenakkers. Hoe ver kun je gaan met die recreatie? De schroom blijft bestaan. De fototentoonstellingen die momenteel te bezichtigen zijn in het crematorium Prometheuscentrum op het Antwerpse Schoonselhof ging ik niet bezoeken. Bang om in een aula midden tussen de treurenden terecht te komen.

In de funeraire cultuur, aldus VCM-voorzitter en historicus Herman Balthazar, kun je niet spreken van een lineaire evolutie. Hooguit van cultuurgewoonten die opkomen, verdwijnen en weer terugkeren. Ooit heette de Antwerpse Groenplaats het Groenkerkhof. Maar begraafplaatsen werden twee eeuwen geleden door keizer-koster Jozef II uit de stadscentra verbannen, omdat de overbevolkte en onhygiënische kerkhoven uit de middeleeuwen dodelijke epidemies veroorzaakten. Niet zelden werden de begraafplaatsen extra muros later opnieuw door de stad ingelijfd. Père Lachaise in Parijs, oorspronkelijk buiten, ligt opnieuw in een drukke stadsbuurt die gemakkelijk met de metro kan worden bereikt. Sommige kerkhoven zijn nauwelijks nog bereikbaar omdat er een kluwen van autowegen omheen is gebouwd.

De Romeinen besloten tweeduizend jaar geleden ook al om hun doden buiten de stadsmuren te begraven. De beroemde Via Appia, omzoomd door graven, blijkt tot een vorm van lintbebouwing avant la lettre te hebben geleid. Een gedeelte van de beroemde heirbaan aflopen vereiste stevig schoeisel. Om toch nog op de een of andere manier in Rome aanwezig te zijn, lieten rijke Romeinen die bij de Via Appia begraven lagen zich met standbeelden of inscripties in de stad herdenken.

Sociale verhoudingen waren door de eeuwen heen bepalend voor het uitzicht van begraafplaatsen. Hoe groter, hoger en overdadiger de grafmonumenten, hoe belangrijker de geëerde. Op Campo Santo in Sint-Amandsberg bij Gent liggen protserige grafkapellen op een boogscheut van graven met simpele kruisen. Het andere uiterste zijn de soldatenkerkhoven, waar iedere gesneuvelde hetzelfde identieke kruisje heeft gekregen, rij na rij na rij, in een symmetrisch patroon.

Ideologische tegenstellingen verdwenen na de dood evenmin. Katholieken pleitten er in de negentiende eeuw voor om begraafplaatsen in de buurt van de kerken te houden en ruzieden daarover met de liberalen. De tsjeven van Campo Santo noemden de Westerbegraafplaats 'het Geuzenkerkhof'. Ook in Brussel woedde in de negentiende eeuw een kerkhovenoorlog. De katholieken werden begraven bij de kerk van Laken, liberalen rustten op de stedelijke begraafplaats in Evere.

Het was geen goed jaar, 1971. Toen werden de eeuwigdurende concessies afgeschaft. Dat betekende dat het niet meer mogelijk was om een eigen perceel grond te verwerven waar een grafmonument tot het einde der tijden kon blijven staan. Sommige monumentenzorgers zijn van oordeel dat toen het funeraire erfgoed vogelvrij werd verklaard. Nu zijn er nog slechts concessies voor vijftig jaar. Die kunnen worden hernieuwd als daar expliciet om wordt verzocht. Worden grafmonumenten niet onderhouden, zijn ze ingestort of vervallen, dan heeft de gemeente het recht om ze te verwijderen. Wordt het ingestorte graf een gevaar voor de openbare veiligheid, dan kan de burgemeester het bevel geven om het te ruimen. Maar wat wordt begrepen onder 'openbare veiligheid'? Er is al veel tegen de vlakte gegaan vanwege dat begrip.

De enige manier die nu overblijft om ervoor te zorgen dat grafmonumenten kunnen blijven bestaan, is ze te beschermen. Een aantal kerkhoven en grafmonumenten geniet inderdaad die status, zoals gedeelten van Campo Santo, de Duitse militaire begraafplaats in Vladslo, waar het wereldberoemde ouderpaar van Käthe Kollwitz treurt, de neogotische kerkhofgalerij in Mariakerke en het graf van Emile Verhaeren in Sint-Amands. Minister van Cultuur Martens verklapte tijdens de studiedag, die grotendeels plaatsvond in het Prometheuscentrum bij het Schoonselhof in Wilrijk, dat hij overweegt om onderhoudspremies toe te kennen aan niet beschermde, maar architecturaal waardevolle kleinoden zoals veldkapellen, grenspalen, standbeelden - en grafmonumenten.

De stad Brugge voorziet al in zo'n premie. Twee miljoen frank heeft Brugge jaarlijks veil voor de restauratie van privé-grafmonumenten. Brugge krijgt van monumentenzorgers nog om andere redenen een pluimpje. De stad restaureerde zelf tientallen grafmonumenten, wat privé-eigenaars inspireert om hetzelfde te doen. En er wordt in tegenstelling tot elders aandacht geschonken aan de vormgeving van de columbaria. Het banale columbarium (letterlijk 'duiventil') op het Schoonselhof in Wilrijk lijkt wel een miniatuurversie van de monotone woonblokken aan de rand van de stad, maar dan voor de doden. "Duiventil, inderdaad," werd er gereageerd. "Duivenmelkers zouden er best tevreden mee zijn."

Sinds kort wordt in Brugge ook geëxperimenteerd met de herbestemming van graven. Met andere woorden: je kunt begraven worden in het graf van iemand anders. Graven van de bekendste Bruggelingen worden niet vrijgegeven, om niet al te zeer in te spelen op de ijdelheid van de mensen. Ingo Luypaert van VCM: "Het is een manier op opbod tegen te gaan. Iedereen wil wel in het graf van Guido Gezelle liggen." Vele mensen schrikken toch terug voor een herbestemming. Soms om banale redenen. Ze vragen zich af of het graf wel te herkennen zal zijn als er twee namen op staan." Financieel is hergebruik een goede zaak. In Laken kost het evenveel om een concessie over te nemen mèt grafmonument als zònder. De familie Selvaggio, met de opgeknapte grafkapel, is een van degene die van de mogelijkheid gebruik hebben gemaakt.

Epitaaf is momenteel volop bezig met de ontwikkeling van een elektronische gids voor het kerkhof van Laken. Er werd een databank opgericht met allerlei gegevens over de graven, de doden, de beelden en hun scheppers, de concessies. De mogelijkheden zijn legio. Behalve om te inventariseren kan het systeem ook worden gebruikt om bezoekers wegwijs te maken op het kerkhof. Linda Van Santvoort van Epitaaf: "Op basis van de inventarisatiefiche kunnen verschillende thematische wandelingen worden uitgestippeld voor individuele bezoekers. Interessante graven zouden een streepjescode krijgen waardoor informatie kan worden opgeroepen op het handcomputertje." Het is een bescheidener formule dan grote borden met toeristische informatie neerzetten, of dan groepsbezoeken. "Ja, zulke groepsbezoeken zijn weleens vervelend," beaamt Van Santvoort, die geregeld gidst in Laken. "Je staat je uitleg te geven terwijl even verderop mensen treuren bij het graf van een familielid."

Verschillende steden in Vlaanderen koesteren plannen voor een nieuwe begraafplaats. De monumenten van morgen moeten nu worden gemaakt. In september wordt de nieuwe begraafplaats op Hoog Kortrijk in gebruik genomen, en dat wil men niet onopgemerkt laten voorbijgaan. De plannen werden getekend door de Italiaanse architect Bernardo Secchi, winnaar van de architectuurwedstrijd voor Hoog Kortrijk. De Kortrijkse stedenbouwkundige Karel Debaere werkte nauw met hem samen: "Het terrein is gelegen in een golvend landschap, buiten de stad. Dat was zo bepaald door het stadsbestuur. Met het ontwerp heeft men dat golvende nog willen accentueren. Het gebouw met de ceremoniële ruimte is in de helling ingewerkt. Het is nauwelijks waarneembaar, wat ook weer dat landschappelijke uitzicht versterkt."

Van het drie hectare grote terrein wordt slechts één hectare als eigenlijke begraafplaats gebruikt. De rest blijft vrij als landschap. Later zou er een beeldenpark met de dood als thema kunnen komen. "De begraafplaats ligt weliswaar aan de rand van de stad, dat lag zo vast, maar we hebben ze niet weggedrukt. Ze is zichtbaar, en bevindt zich onder meer in de buurt van een sportcomplex."

Het lange, relatief smalle stuk grond is opgedeeld in een reeks van twaalf elkaar in de helling opvolgende plateaus, met een onderling hoogteverschil van telkens ongeveer een meter. Elk plateau zal bestaan uit een grasveld met monumenten en grafzerken die alle ongeveer dezelfde afmetingen zullen hebben. Langs de plateaus loopt een kiezelpad naar beneden. Debaere: "Kiezels, omdat die meer dan asfalt voelbaar maken dat je stapt, afstand aflegt. De uitgestrektheid zorgt ook voor een tijdsdimensie. Je moet als bezoeker de indruk krijgen dat je even afstand kunt nemen van het dagelijkse gewoel."

Anno '02, het cultuurproject in zestien West-Vlaamse gemeenten waaronder Kortrijk, wil van de opening van het kerkhof iets speciaals maken. De Indiaanse kunstenaar Jimmy Durham, wiens werk van grote interesse voor het sacrale getuigt, werd verzocht voor een happening te zorgen. Hij werkt aan een evenement rondom de zintuigen. Anno '02 plant meerdere manifestaties rond de ingebruikneming van architecturale verwezenlijkingen. 'Inname van de stad' hebben ze het genoemd. Debaere: "Misschien ligt zo'n plek als de begraafplaats ver van ons bed. We proberen er voor te zorgen dat ze toch deel gaat uitmaken van het collectieve geheugen van de stad."

Naar aanleiding van de ontmoetingsdagen van VCM zijn in het Prometheuscentrum, Jules Moretuslei 2 in Wilrijk-Antwerpen enkele fototentoonstellingen over funerair erfgoed opgezet die ook nu nog te bezichtigen zijn, met werk van Filip Tas, Oswald Pauwels, Pol De Prins, Bert Bracke en Stefan Dewickere. Tot 22 april, elke weekdag tussen 9 en 16 uur.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234