Zaterdag 19/10/2019

Maatschappij

Leven van de voedselbank: ‘Ik krijg 940 euro per maand’

Beeld Francis Vanhee

Het afgelopen half jaar klopte opnieuw een recordaantal Belgen aan bij een voedselbank. Het gaat om bijna 170.000 mensen, een stijging van ruim 6 procent tegenover het vorige half jaar. ‘Vroeger kwam ik uit het meest welvarende gezin van het dorp. En nu dit.’

Romina (25), krijgt een voedselpakket en een dierenvoedselbank helpt haar aan betaalbare voeding voor haar katten.

Romina. Beeld Francis Vanhee

Romina studeerde voor leerkracht lager onderwijs toen het thuis niet meer ging en ze besloot haar eigen weg te kiezen. “Intussen zocht ik professionele hulp want ik gleed steeds dieper weg in een depressie, ik had er geen controle meer over. Twee jaar geleden werd ik voor de eerste keer opgenomen in een psychiatrische afdeling. Inmiddels gaat het wat beter, met ups en downs. Ik word opgevolgd door een psychiater en een psycholoog en om de zoveel tijd komt er iemand kijken hoe het met me gaat, alleen thuis.”

Door haar mentale problemen moest Romina haar studie opgeven en kwam ze ook in geldproblemen. “Tijdens mijn opname in de psychiatrie ontving ik een leefloon van 890 euro. Maar omdat ik twee jaar had gewerkt voor ik mijn studie begon, kwam ik in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering. Nu ontvang ik 1.050 euro per maand. Ik betaal 450 euro huur en heb een auto, wat betekent dat ik niets overhoud. Via het OCMW doe ik aan budgetbeheer, het centrum betaalt al mijn rekeningen. Het geld dat overblijft, wordt verdeeld over een wekelijks bedrag van 40 euro zakgeld. Het was eigenlijk 50 euro maar ik zet 10 euro op een spaarrekening zodat ik toch een beetje reserve heb. Ik heb twee katten en stel dat ze ziek worden, dan wil ik voor ze kunnen zorgen.”

Het OCMW gaf Romina ook een brief waarmee ze naar de lokale Sint-Vincentiusvereniging stapte. Daar worden maandelijks voedselpakketten uitgedeeld en wekelijks verse groenten.

“De voedselpakketten komen van de voedselbank, de groenten van verschillende winkels. In het begin had ik het moeilijk om aan te kloppen voor gratis voeding, je moet letterlijk en figuurlijk een drempel over. Maar de mensen zijn fantastisch, ze geven me alle aandacht en steun.”

Wat het zwaarste weegt? Dat ze niet zomaar iets kan gaan drinken met vrienden of een cadeautje kopen als er iemand jarig is, klinkt het.

Maar haar katten wegdoen, dat nooit. “Gelukkig kan ik sinds kort terecht bij een dierenvoedselbank, in Noord-Limburg. Ook daar heb je een bewijsbrief van het OCMW voor nodig. Per kat betaal ik 3,50 euro, daar kom ik ruim een maand mee toe. Als je ver weg woont, komen ze de voeding trouwens brengen. Verder knip ik mijn eigen haar en zoek ik tips op Pinterest over hoe je met een weekbudget rond kan komen. Ik red mezelf maar het zal een enorme opluchting zijn als ik straks van dat budgetbeheer af ben. Samen met de VDAB zoek ik naar een nieuwe job en nieuwe interesses. Het feit dat dit tijdelijk is, maakt het draaglijk. Ik heb nog een toekomst.”

Hilde Grondelaers (53), maakt gebruik van voedselbedeling en koopt goedkope tweedehandskleding.

Hilde Grondelaers. Beeld Francis Vanhee

“Mijn ouders waren zelfstandigen, op mijn zestiende stond ik mee in de zaak. Ik trouwde zonder een diploma maar dat was geen probleem zolang mijn echtgenoot genoeg verdiende voor ons gezin. Pas toen we 22 jaar geleden scheidden en ik er alleen voor stond met mijn zoontje van 2,5, heb ik alsnog mijn diploma middelbaar onderwijs gehaald. Intussen werkte ik in de weekends in de horeca om bij te verdienen.”

De financiële problemen begonnen in 2005 nadat Hilde te horen kreeg dat ze lupus had, een auto-immuunziekte die haar organen en gewrichten aantastte. Ze was op dat moment bezig aan haar laatste jaar studie medisch secretariaat.

“Naast de lupus kreeg ik ook een herseninfarct en een longtumor, allemaal in een paar weken tijd. Op dat moment stond mijn leven stil. In plaats van een nieuwe job kreeg ik een invaliditeitsuitkering. Omdat ik nooit voltijds had gewerkt en de uitkering 60 procent bedroeg van mijn laatste loon, was het geen vetpot.”

Maar de echte confrontatie met armoede kwam toen haar 18-jarige zoon begon te werken, zegt Hilde. Ze ontving geen kindergeld en alimentatie meer en werd officieel alleenstaande in plaats van alleenstaande ouder. “Het scheelde bijna 700 euro per maand. Op dit moment houd ik na alle kosten, inclusief huur, 275 euro per maand over. Mijn grootste struikelblok is dat ik mij alternatief laat behandelen voor mijn ziekte. Daar krijg ik niets van terug. Maar ik voel me er beter bij, het is mijn keuze om niet voor reguliere medicatie te kiezen. Ik klaag dan ook niet, ik ben constant op zoek naar creatieve oplossingen, ben altijd aan het puzzelen. Zo kopen we met een groep patiënten medicatie aan in het buitenland, wat de kosten aanzienlijk drukt.”

De schaamte om een gratis voedselpakket te vragen, was enorm, bekent ze. “Vroeger kwam ik uit het meest welvarende gezin van het dorp. En nu dit. Toen iemand mij in het begin herkende, kon ik door de grond zakken van schaamte. Ik blijf het er moeilijk mee hebben om afhankelijk te zijn maar inmiddels besef ik dat het geen schande is om hulp te vragen. Anders kom je nergens. Ook besef ik hoe gelukkig ik mezelf mag prijzen met mijn netwerk van familie en vrienden. Ik word heel vaak te eten gevraagd, een familielid doet mijn haar, een ander heeft een tweedehands auto voor me gekocht en mijn zoon geeft zijn oude gsm aan mij door als hij een nieuwe koopt. Het ís leefbaar. Omdat ik leer tevreden te zijn. Ik doe overigens vrijwilligerswerk in de jeugdzorg, daar haal ik enorme voldoening uit. Ik ben nog van nut in deze maatschappij. Want daar draait het eigenlijk om; het behoud van je eigenwaarde.”

Jolien (39), getrouwd, werkende moeder van twee kinderen. Krijgt steun van een organisatie voor mensen in armoede en van Huis van het Kind.

Jolien. Beeld Francis Vanhee

“Ik werk viervijfde als huishoudhulp, mijn man staat in een fabriek. Toch redden we het niet financieel. Het OCMW raadde ons aan naar Welzijnsschakels te stappen, een organisatie die mensen helpt in armoede.”

Het begon allemaal met een slechte start, zegt Jolien. Zowel zij als haar man kwam uit een problematische thuissituatie. “Toen ik 18 werd en begon te werken, vroegen mijn ouders of ik een lening voor hen kon afsluiten. De schuldenberg was enorm, de deurwaarder stond op het punt om alle meubels op te halen. Of ik een handtekening kon zetten om dat tegen te houden. Tja, wat kun je anders dan tekenen. 

“Mijn man had precies hetzelfde aan de hand. Ook zijn ouders vroegen op zijn 18de of hij een lening kon afsluiten om hen te helpen. Toen we een paar jaar later getrouwd waren en zelf een toekomst wilden opbouwen, kregen we plots te horen dat onze ouders niets hadden afbetaald. Omdat we allebei hadden getekend voor de lening, draaiden wij ervoor op. We begonnen dus met een schuldenberg ter waarde van twee kleine huizen.”

Daarop volgde een problematische zwangerschap, twaalf jaar geleden. “Ik kreeg een zwangerschapsvergiftiging en moest daarna tien dagen in quarantaine omdat ik de ziekenhuisbacterie had opgelopen. Ons kindje werd twee maanden te vroeg geboren. Het was prematuur maar ook te klein en te licht voor zeven maanden. De medische kosten liepen op want niet alles werd vergoed. Inmiddels is ons kind uitgegroeid tot een flinke dochter in het eerste jaar middelbare school, al is ze nog veel ziek en heeft ze zware dyslexie. Twee jaar geleden werd ik opnieuw onverwachts zwanger. Het kindje was welkom maar het betekende ook nieuwe zorgen.”

Ook die zwangerschap verliep niet goed, legt Jolien uit. Nierfalen, zware infecties, net geen miskraam. Het kindje werd geboren met twee mismaakte voetjes.

“Ze is nu twee jaar en kan met hulp van beugels gelukkig al enkele stapjes zetten. Ze krijgt speciale begeleiding en volgt kinesitherapie. Dat moet allemaal betaald worden, ook al krijgen we behoorlijk wat financiële bijstand. Wat dat betreft is België een goed land, ik moet er niet aan denken dat we ergens anders zouden wonen met al die extra kosten. Maar met onze twee salarissen, samen meer dan 2.000 euro, redden we het nauwelijks. De kosten en afbetalingen zijn enorm, we houden bijna niets over. Via Huis van het Kind kunnen we spullen zoals een fietszitje of een babybedje huren tegen een heel lage prijs. Als je het niet meer nodig hebt, geef je het terug. 

“Ik heb in het begin ook gebruiktgemaakt van de pamperbank waar je eens per maand 25 pampers kunt kopen voor 1 euro. Verder kopen we zowat alles tweedehands. De schoolkosten van mijn oudste dochter betalen we telkens in kleine stukjes af. We zijn er niet trots op dat we als twee werkende ouders naar een voedselbank moeten omdat we het niet redden. Het blijft wikken en wegen, tellen en rekenen. Maar zolang de kinderen niets tekortkomen, ben ik gerust. De rest komt wel. Ooit.”

Jolien is een schuilnaam.

Jimmy (39), alleenstaande vader, gaat via Rap op Stap naar een restaurant voor mensen in armoede.

Jimmy. Beeld Francis Vanhee

Zes jaar geleden kreeg hij hartproblemen en moest hij stoppen als heftruckchauffeur, vertelt Jimmy. Sindsdien zit hij in de ziektewet. Hij heeft een defibrillator en is voor 50 procent afgekeurd, wat betekent dat hij geen machines of voertuigen meer mag besturen. Jimmy heeft samen met zijn ex-vrouw co-ouderschap over hun 13-jarige dochter, ze is bij hem ten laste. Het kindergeld verdeelt hij met zijn ex, elk 100 euro per maand.

“Ik krijg 65 procent van mijn laatste brutoloon, dat is 1.500 euro. Terwijl ik niks doe. Slecht kun je dat niet noemen. Met alle kosten eraf hou ik 450 euro over. Daarmee heb ik recht op een gratis voedselpakket per maand. Dat scheelt ongeveer 60 euro. Twintig euro daarvan stop ik in de spaarpot van mijn dochter, de rest is voor haar kleding en andere benodigdheden. Mijn dochter begrijpt mijn situatie, ze ziet er niet vanaf, zegt ze, ze leert er juist van.”

Jimmy kwam in de schuldbemiddeling terecht toen hij ziek werd en ging scheiden. “Ik ben er bijna uit, nog 15 maanden. Zelf heb ik niet veel nodig, ik koop mijn kleren in het gebouw van de voedselbank waar je tussen 2 en 5 euro betaalt voor een broek of een paar schoenen. In de week dat mijn dochter bij haar moeder is, kook ik niet, om geld uit te sparen voor haar. Dat vind ik geen probleem, ik red me wel. Ik ga ook naar een restaurant voor alleenstaanden en mensen met weinig geld waar ik voor 3 euro kan eten. Rap op Stap heet het. Daar kun je ook aan een speciaal tarief mee op uitstap, voor een dag aan zee betaal ik 6 euro. Rap op Stap doet veel, zo regelen ze ook goedkope tickets voor onder andere Pukkelpop.”

Voor mensen met geldproblemen zijn er heel wat voordelen in België, zegt hij. Maar een btw-verlaging naar 6 procent op de energiekosten en een betere regeling van het openbaar vervoer zou hem nog een stuk verder helpen. “De energiekosten zijn de laatste jaren bijna verdubbeld.”

Intussen doet hij vrijwilligerswerk, zo helpt hij onder meer de kinderen oversteken naar school ’s morgens. “Ik ben qua kracht nog maar de helft van wie ik vroeger was. In het begin was ik depressief, het is niet gemakkelijk om geconfronteerd te worden met je eigen zwaktes. Als ik straks uit de schuldbemiddeling ben, wil ik opnieuw – parttime – werken. Ik zal meer verdienen dan nu, maar ik kom in een belastingschaal terecht waardoor ik uiteindelijk minder over zal houden. Dat is een fout in het Belgische belastingsysteem die veel mensen al jaren aanklagen. Het systeem moedigt mensen niet aan om te gaan werken, je houdt meer over als je thuis zit. Dat klopt totaal niet.”

Mrak Romana (29), heeft een schuldbemiddeling, maakt gebruik van de voedselbank.

Mrak. Beeld Francis Vanhee

Al heeft ze een Sloveense naam, ze is maar voor een kwart Sloveen, zegt ze. Geboren in Duitsland omdat haar Belgische vader daar als beroepsmilitair was gestationeerd. Ze groeide op in België en studeerde af als verpleegkundige. “Ik begon in een ziekenhuis, daarna werkte ik met mensen met een mentale of fysieke beperking, het laatste jaar zorgde ik voor bejaarden. Tot ik mijn depressies niet meer de baas kon. Depressies zitten in de familie maar ik heb ook een moeilijke jeugd gehad en daar worstelde ik de laatste jaren steeds heftiger mee. Ik was moe, had suïcidale gedachten. Op zeker moment was ik mijn zelfmoord al aan het plannen, de afscheidsbrief lag klaar.”

Ze zocht en vond hulp bij de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis waar ze een jaar lang dagtherapie volgde. “Daar heb ik veel aan gehad, ik ben een half jaar geleden gestopt maar heb een hoop dingen geleerd waar ik mee verder kan. Al zal ik altijd alert moeten blijven voor een depressie, toch ben ik eruit geraakt. Ik voel me weer goed.”

Mrak werkte niet voltijds, haar ziekte-uitkering werd daarop berekend. “De helft van mijn geld ging naar de huur, ik hield een paar honderd euro over. Toen het OCMW met de suggestie kwam om naar de voedselbank te gaan, was ik dan ook heel blij. Ik wist niet dat zoiets bestond en ben er meteen op afgestapt. Ik heb me er geen moment voor geschaamd, het is juist fantastisch dat dit kan. Ik had dat al met mijn depressie, daar hangt ook een taboe rond. Totaal misplaatst, je kunt er tenslotte niets aan doen. Er is niets mis mee om hulp te vragen.”

De gratis voeding helpt haar om de maand door te komen, zegt Mrak. “Ik ben alleen en hou iedere maand eten over. Mocht er ooit een ramp uitbreken, dan kun je mij terecht, zo groot is mijn voorraad (lacht). Intussen is het geen makkelijk bestaan met een minimum aan geld, dat is een feit. Ik moet op elke cent letten, kan niets uitgeven zonder te rekenen, te tellen, na te denken. Ik heb schulden en doe aan budgetbeheer bij het OCMW. Per week krijg ik 50 euro om van te leven. Maar ik ben jong, ik ben van plan om een administratieve opleiding te volgen en hoop straks een nieuwe job te vinden. Een jaar geleden had ik nooit gedacht dat ik er nu zo over zou denken.”

An (56), overleeft dankzij de voedselbedeling en de sociale winkel.

An. Beeld Francis Vanhee

“Ik kwam in de problemen toen ik scheidde na 23 jaar huwelijk, nu alweer jaren geleden. Mijn Nederlandse diploma kinderverzorging was in België niet erkend maar dat was nooit een probleem geweest omdat ik het niet nodig had, ik was actief als onthaalmoeder en kinderverzorgster voor 10 uur per week. Tijdens mijn huwelijk kende ik geen geldproblemen, we woonden in een groot huis, kwamen niets tekort. Ik was het dan ook niet meer gewend om voor mezelf te zorgen. Tot ik er alleen voor stond met twee kinderen en ik echt op zoek moest naar werk. Toen deed dat diploma er wel toe. Ik moest me omscholen en volgde dan maar een opleiding secretariaat. Nu heb ik in elk geval een erkend diploma, al is het niet in de sector die ik wil. Waarop ik opnieuw ben gaan studeren, een opleiding voor opvoeder. Dat verliep prima, alleen de stages lukten niet. Ik ben veel te onzeker om een groep mensen aan te kunnen, zo blijkt.”

Intussen leeft ze van een OCMW-uitkering, zegt An. Haar jongste dochter is het huis uit, ze is alleenstaand. “Ik krijg 940 euro per maand. Daar betaal ik 500 euro huur van, mijn auto en alle andere kosten. Ik kom elke maand te kort, de kosten zijn gewoonweg te hoog. Om te overleven, koop ik kleding in de sociale winkel van de Sint-Vincentiusvereniging. En ik maak gebruik van de voedselbank. Het is een kwestie van overleven. Gelukkig heb ik nog kansen. Met behulp van de werkwinkel kan ik waarschijnlijk aan de slag als een soort animator voor bejaarden. Dat houdt in dat ik ze stimuleer om hun eigen was te doen en andere dagelijkse bezigheden. Als ik die job krijg, ben ik los van het OCMW. Dan zou ik het moeten redden. Tegelijk krijg je veel voordelen als je bij het OCMW zit; vergoedingen voor het openbaar vervoer, dokterskosten en medicatie, de voedselbank valt weg. Of het uiteindelijk zoveel verschil maakt met wanneer ik straks mijn eigen geld verdien, moet ik afwachten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234