Vrijdag 25/06/2021

Leven op de rand van de vulkaan

De radicale Serviërs in de Joegoslavische deelrepubliek Montenegro zijn bereid om te vechten tegen de onafhankelijkheid. Het Milosevic-gezinde Zevende Bataljon kan de chaos scheppen, die ingrijpen van het Joegoslavisch leger uitlokt. Derde en laatste deel van een reis door Montenegro.

Podgorica

Van onze correspondent

Michel Maas

Alleen wie de weg kent, weet waar 'Servisch Sarajevo' ligt. 'Servisch Sarajevo' is onzichtbaar. Het is een straat die eruit ziet als alle andere straten in Kolasin, maar toch is ze anders. Geen politieman durft hier te komen, echt niet, bluft Nicola.

Het is zaterdagmiddag en Nicola en zijn vrienden zijn op weg om heel erg dronken te worden in Nicola's eigen café waar op de grill uitsluitend Servisch vlees wordt gebraden. Kolasin ligt in de bergen van Noord-Montenegro. Dit is het terrein van Momir Bulatovic, de Montenegrijnse steunpilaar van Slobodan Milosevic en tegenwoordig minister-president van de federale regering van Joegoslavië. Ook in Kolasin regeert Bulatovic' partij, de SNP. De DPS van de hervormingsgezinde president Milo Djukanovic is hier in de minderheid.

"Wij zijn Serviërs", lallen Nicola en zijn vrienden, en ze steken drie vingers in de hoogte: het victorieteken van de Serviërs. "Ik ben in Montenegro opgegroeid", zegt Nicola, terwijl hij het pistool dat voor hem op tafel ligt, in zijn broeksband stopt. "Maar ik heb een sterk Servisch gevoel. Servië heeft Montenegro altijd overeind gehouden..."

Afgelopen zomer kwam het in Kolasin tot gevechten tussen aanhangers van Bulatovic en Djukanovic. Er werd een avondklok ingesteld en na verloop van tijd konden de gemoederen tot bedaren worden gebracht. Sindsdien is het rustig in Kolasin. Nicola haalt tijdens het geprek zijn identiteitsbewijs tevoorschijn, en de anderen doen het hem na. Op de pasfotootjes zijn ze netjes gekapt en geschoren en dragen ze een gesteven blauw uniform. Nicola en zijn vrienden zijn lid van het Zevende Bataljon van de militaire politie.

Het Zevende Bataljon is een speciale eenheid van het Joegoslavische leger in Montenegro. Een paramilitaire eenheid die bestaat uit naar schatting duizend fanatieke aanhangers van Bulatovic en van de Joegoslavische president Slobodan Milosevic. Het bataljon staat klaar om te vechten, zegt Nicola.

Hervormingsgezinde Montenegrijnen nemen Nicola's dreigement zeer serieus. Zij voelen de aanwezigheid van het Zevende Bataljon in Montenegro als een extra dreiging vanwege Belgrado tegen het kleine landje dat zich los wil maken van het Servië van Slobodan Milosevic. Niemand gelooft dat Milosevic een rechtstreekse militaire aanval tegen Montenegro zal wagen. Maar dat er kans is dat Joegoslavië ingrijpt, daarvan is iedereen overtuigd.

Op straat is nergens dreiging voelbaar. De straat is het domein van de gewone politie van Montenegro. De partijen die in een mogelijk Servisch-Montenegrijns conflict tegen elkaar zouden gaan vechten verschansen zich in hun kazernes: de 14.000 soldaten en officieren van het Joegoslavische leger, het duizend man tellende Zevende Bataljon én de 'speciale politie' van Montenegro. De 'speciale politie' is in feite een paramilitair leger dat door Montenegro is gevormd als tegenwicht voor het door Milosevic gecontroleerde officiële Joegoslavische leger.

Montenegro schuift stap voor stap op naar het Westen. Stukje bij beetje verovert president Milo Djukanovic voor zijn 640.000 inwoners tellende landje het loskomen van het veel grotere Servië, waarmee het officieel nog altijd de Joegoslavische Federatie vormt. Montenegro erkent de huidige federale regering niet (die wordt geleid door Djukanovic' pro-Servische tegenspeler Bulatovic), Montenegro heeft zich gedistantieerd van de oorlog in Kosovo, Montenegro knoopt steeds nauwere banden aan met het Westen en als laatste stap heeft Montenegro de Duitse mark ingevoerd als officieel betaalmiddel naast de Joegoslavische dinar.

Elk van deze stappen wordt begeleid door angstige voorgevoelens. Zal Servië dit pikken? Hoe zal Servië reageren? Servië bereidt zich voor op ingrijpen tegen de dissidente partner, weet de opperbevelhebber van de Navo, generaal Wesley Clark. Hij heeft Belgrado er openlijk voor gewaarschuwd dat de Navo al die voorbereidingen nauwlettend volgt en een ingrijpen niet zal dulden. Djukanovic waarschuwt ervoor dat Servië erop op uit is Montenegro te destabiliseren. De lokale media speculeren elke dag over het sukob (het conflict), dat met de komst van de lente, hét oorlogsseizoen op de Balkan, kan uitbreken.

Niemand weet hoelang het in Podgorica rustig zal blijven. Montenegro leeft aan de rand van de vulkaan, zegt de International Crisis Group, een westerse organisatie die de ontwikkelingen hier nauwlettend volgt. Iedereen kijkt met argusogen naar elke zet van Milosevic, Bulatovic of het leger.

De vorming van het Zevende Bataljon belooft niet veel goeds. Duizend man is niet veel als het op een open oorlog aankomt, maar duizend fanatieke paramilitairen zoals Nicola en zijn vrienden in Kolasin kunnen met gemak chaos veroorzaken. En chaos zou het Joegoslavische leger de legitimatie geven om in te grijpen, om de rust te herstellen. Ook het vervangen, in februari, van een groot deel van de Joegoslavische officieren door geharde militairen die in Kosovo hebben gediend, is een slecht voorteken.

Maar vooralsnog gebeurt er weinig. Wat er zich wel voordoet zijn incidenten. Op 9 december 1999 was de spanning het hoogst: toen stonden Joegoslavische militairen en Montenegrijnse politiemannen rechtstreeks tegenover elkaar op de luchthaven van Podgorica, toen Joegoslavië de controle over het vliegveld opeiste. Het liep met een sisser af.

De regering-Djukanovic probeert haar eigen koers te varen en tegelijk Servië niet zodanig te provoceren dat het tot actie over gaat. Daarom is ook de langverwachte beslissing inzake de onafhankelijkheid van Montenegro nog niet genomen. Eind dit jaar zal die beslissing er echter moeten komen, heeft president Djukanovic aangekondigd. Als Montenegro zich daadwerkelijk van Joegoslavië af zou scheiden, zal dat het definitieve moment van de waarheid worden. Als Servië de dissidente partner wil aanpakken, zal het dat dan doen. Tot die tijd ligt Montenegro aan de rand van een vulkaan, die kan uitbarsten of niet. Zoals journalist Bojica Boskovic het formuleert: "Ik geloof niet dat Servië iets tegen Montenegro zal ondernemen. Maar als het dat toch doet, zal me dat niks verbazen."

Dit is de laatste aflevering van een driedelige reeks over Montenegro. De vorige afleveringen zijn verschenen op 12 en 14 april.

Officieren van het Joegoslavische leger worden vervangen door geharde strijders uit de Kosovaarse oorlog

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234