Donderdag 20/01/2022

Leven na incest: een slachtoffer en een dader getuigen

Lange ontsnapping uit de kelder van de ziel

Dit is een verhaal zoals u er misschien nog nooit een gelezen hebt. Dit is het verhaal van Anouk*, veertien jaar en tot zeven jaar geleden slachtoffer van incest. Dit is ook het verhaal van Eva*, haar moeder. En van Peter*, stiefvader en veroordeeld voor de zedenfeiten. Bemiddeling bracht hen weer in contact met elkaar.

door bart eeckhout/ foto Stephan Vanfleteren

Een lange tafel in een burgerhuis in het Brugse centrum. Op een hoek, tegenover ons, zitten Anouk en Eva. Een vrolijke tiener met het hoofd vol housedeuntjes en haar mondige moeder, klaar voor een middagje kerstshoppen in de stad. Schijn bedriegt: op precies dezelfde plaats aan dezelfde tafel zaten Anouk en Eva al eens in april, toen tegenover Peter. Net als nu, tussen ons in, zat toen Annemie, bemiddelaarster van de vzw Suggnomé, de officieel erkende dienst voor bemiddeling tussen slachtoffers en daders. Peter is namelijk de voormalige levensgezel van Eva. In 2006 werd hij veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn stiefdochter - feiten die aan het licht kwamen toen Anouk net geen zeven was. Vandaag is Peter onder voorwaarden weer vrij. Dat de exacte plaats in de ruimte belangrijk is, blijkt 's anderendaags. We zitten nu tegenover Peter. Hij kiest spontaan de andere kant van de tafel, waar hij in april ook al was gaan zitten. Ook voor hem is het precieze verloop van de bemiddeling een houvast gebleken in de erkenning en verwerking van zijn daden. Alle drie, Anouk, Eva en Peter, vertellen ze hier hun uitzonderlijke verhaal. Een monoloog in drievoud over de alledaagsheid van het kwade en de lange, nog onvoltooide weg naar verlossing.

Anouk (14) slachtoffer

'Ik was er niet bij op de rechtbank toen hij veroordeeld werd. De laatste keer dat ik Peter zag, was toen hij door mama uit het huis gegooid werd. Ik ben blij dat de rechter hem gestraft heeft, maar in mijn verwerking kon ik daar niet veel mee. Je blijft telkens weer in dezelfde kringetjes draaien. De vragen blijven knagen: 'Waarom ik?'

"Hem nog eens zien, dat wou ik vooral. Kijken hoe hij eraan toe is. Vragen of hij spijt heeft van wat hij me aangedaan heeft. Dat zijn vragen waar elk slachtoffer mee worstelt. Vandaag is het al zeven jaar geleden. Ik ben erbovenop geraakt, maar ik blijf achter met een heel pak raadsels. Waarom, waarom toch? Het is een spiraal van gedachten in je hoofd die je wilt doorbreken. De ontmoeting heeft niet al mijn vragen kunnen beantwoorden, maar er is toch een pak van mijn hart verlicht. Dit verhaal in mijn leven is nu afgerond. Vroeger kon ik niet anders dan bezig zijn met wat er toen gebeurd is, vandaag moet ik moeite doen om er nog eens aan terug te denken. Ik herinner me zelfs niet meer of ik hem na ons gesprek de hand gedrukt heb.

Zoals Sabine Dardenne

"Het begon bij het boek van Sabine Dardenne, Ik was twaalf en ik fietste naar school. Ik herkende me in haar verhaal. (twijfelt even, zoekt de juiste woorden) Die gevoelens, dat proberen recht te krabbelen en te overleven na seksueel misbruik, daar kon ik mezelf in terugvinden. In dat boek schrijft Sabine dat ze Dutroux nog een keer wou terugzien om met hem te kunnen praten over wat hij gedaan had. Dat was een schok, want ook dat gevoel herkende ik. Ik kon dat niet plaatsen omdat ik niet wist dat het ook echt mogelijk was om weer in contact te komen met de man die mij dit heeft aangedaan. Mama heeft toen uitgevist dat dat wel kon.

"Eerst was ik bang voor die bemiddeling, van de gedachte om hem weer te moeten ontmoeten. Het was een geruststelling dat het niet per se tot een confrontatie hoefde te komen. Daardoor werd de bedreiging plots heel wat minder. Eigenlijk wou ik hem al zien toen hij nog in de gevangenis zat. Hij heeft dat geweigerd. Dat leek me een veilige omgeving, en ik wou ook zien hoe hij met zijn straf omging. Goh, daar speelden ook kleine, slechte gevoelens in mee. Misschien wou ik hem wel gewoon gaan uitlachen omdat hij vast zat en ik lekker niet.

"Ik ontken die agressie niet. Dat heeft in mij gezeten. Ik heb met vogelpikpijltjes naar een foto van hem gegooid; op kussens geklopt; rotte eieren tegen een muur kapotgesmeten, en dan deed ik alsof het tegen zijn hoofd was. Eén op zijn neus en één op zijn voorhoofd! Daar moet je door. Dat lucht eens op, maar verder ben je daar niet zoveel mee. Het is een teken van zwakte. De volgende stap was best wel lastig. Ik moest mezelf beloven om geen foto's meer kapot te scheuren. Zo ging het zolang we in ons vorige huis woonden, waar een groot deel van de feiten plaatsgevonden hebben. Verscheuren is een vorm van wegduwen, ontkennen.

"Die verhuizing was een belangrijke verandering. Mama had al gezegd dat we ergens anders zouden gaan wonen, maar ik hield de boot af. Ondanks alles woonde ik graag in ons vroegere huis. Achteraf bekeken heb ik onderschat wat voor een invloed dat op mij had om dagelijks geconfronteerd te worden met de plekken waar ik misbruikt ben. Ik kon daar niet mee om, gedroeg me... allee ja, slecht, hé (glimlacht). Er is iets van me afgevallen door die verhuizing. De goesting om wraak te nemen, om hem eens een goed pak rammel te geven, dat is allemaal weg. Ik voel me kalmer, volwassen bijna.

De shock van de confrontatie

"Het lijkt een grote stommiteit om zelf de persoon op te willen zoeken die je dit heeft aangedaan, maar het heeft me enorm vooruitgeholpen. Veel te weinig mensen weten dat dit mogelijk is. Wij wisten ook niet dat deze procedure bestond. Daarom wil ik mijn verhaal vertellen. Ik kan me goed voorstellen dat niet iedereen hiermee gebaat is. Je moet toch een beetje sterk in je schoenen staan om het aan te durven.

"Gemiddeld gesproken zouden er op mijn school nog meisjes moeten rondlopen die zijn misbruikt, maar je weet natuurlijk niet wie. Op internet ben ik wel eens gaan surfen naar verhalen van andere incestslachtoffers. Je gaat toch altijd op zoek naar lotgenoten. Het deed deugd om te beseffen dat je niet alleen bent.

"Ik ben niet het type dat huilend wegkruipt in de zetel als het op het nieuws weer eens over moord of geweld gaat, maar op de een of andere manier raakt me dat wel. Waarschijnlijk ben ik daar gevoeliger voor dan andere mensen. Ik kan moeilijk om met zinloos geweld. Soms komt het nieuws ook te dicht op mijn vel. De verdwijning van Maddie McCann, dat is iets... ja, dat raakt iets. Of wanneer ik, zoals onlangs op het nieuws, hoor dat de kerk niet wil betalen voor slachtoffers van misbruik door geestelijken. Dan word ik razend kwaad. Het is niet dat ik ervan wegloop, integendeel zelfs. Dit is een deel van mijn leven, en ik bouw daar geen muurtje rond. Vroeg of laat stort dat toch in, en dan ben je nog veel slechter af.

"Natuurlijk was ik bang voor dat moment van een rechtstreekse confrontatie. Dat moest geleidelijk aan gebeuren. Daarom hebben we eerst een ontmoeting georganiseerd waarop ik hem alleen maar snel kon zien, in het voorbijgaan. Ik wou hem eerst een keer observeren, mijn eigen reactie ook testen, en hij ging daarmee akkoord. Hij moest wachten in de wachtzaal, waar ik dan voorbij zou komen op weg naar het bemiddelingskantoor. Die eerste blik, die herkenning door de openstaande deur, dat was een shock. Ik stond te trillen op mijn benen, ik duwde in de rug van mama om toch maar sneller voorbij die wachtzaal te kunnen geraken.

"Ik had me voorgenomen om hem zoveel mogelijk te blijven aankijken. Ik dacht dat ik dat niet zou durven, maar ik wou niet nog eens verliezen van hem. Ik keek hem in de ogen en toen keek hij weg. Dat voelde aan als een overwinning. Hij had altijd macht over mij gehad, en nu was ik sterker dan hem. Ik voelde zijn schaamte, ja, dat was de max. Mijn zenuwen verdwenen toen ik hier met hem rond een tafel zat. Eigenlijk ben ik wel trots op mezelf dat ik dat gedurfd heb.

"Hij is het gesprek begonnen. Met een reeks sorry's. Ik wist dat dat ging komen. Ik wilde dat wel horen, maar voor mij volstond dat niet. Ik heb ook niet gezegd dat ik zijn sorry aanvaardde. Dat zou wat gemakkelijk zijn. Ik geloofde hem wel, zijn spijt leek mij oprecht, maar daarom wou ik hem niet goedpraten. Vergeven was een brug te ver. Spijt komt steeds te laat. Dat heb ik hem zo gezegd. Mama mocht niets zeggen, ze zat maar wat te krabbelen op een blaadje. Ik wou weten of zijn kinderen wisten dat hij in de gevangenis zat en waarom. Wat hij in de toekomst ging doen, die dingen.

"Ik begrijp niet wat hem bezielde om mij dit aan te doen. Je kunt dat niet begrijpen. Dat is een vraag die ik met me mee zal moeten blijven slepen. Hij ook, denk ik. En als je dan een antwoord krijgt, is dat het juiste? Hij zei me dat hij in die periode onder veel stress stond. Dat kan wel zijn, maar is dat nu een verklaring om een kind te misbruiken?

"Als je zoiets meemaakt, kun je twee kanten op. Ofwel blijf je bij de pakken zitten en blijf je eeuwig een gekwetst slachtoffer. Ofwel probeer je ermee om te gaan, probeer je sterker te worden door je tegenslag. Ik zie er nu het voordeel van, maar het is een lange steile weg bergop. Ik volg al zeven jaar therapie. Nog altijd ga ik elke maand langs bij mijn psychologe, maar dat gaat dan meer over een aanknoping vinden bij het gewone leven, met het misbruik op zich heeft dat nog weinig te maken. Dat is verwerkt, durf ik nu te zeggen. Ik ben daar wreed trots op. Ik ben een sterk meisje geworden, ook fysiek.

Verlost van de angst

"Nu ben ik minder bang om hem tegen te komen. Dat kon altijd gebeuren en ik zou niet geweten hebben hoe ik daarmee om moest gaan. Weglopen? Blijven staan? Nu zou ik hem waarschijnlijk gewoon passeren en goeiedag zeggen. Van die angst ben ik verlost, dat is mijn grootste overwinning. Wat toen gebeurd is, bepaalt mijn leven niet meer. Ik kan ermee om, het heeft een plaatsje in mijn leven gekregen. Dat gaat allemaal heel traag, maar nu ben ik toch al zover dat ik dat kan zeggen.

"Het gaat goed met mij, ça va. Ik ben veertien, ik weet dat ik het ga maken in het leven. Ik voel me goed in mijn vel. Mijn grootste verlangen? Gelukkig worden. Samen met iemand zijn die goed is voor mij en respect heeft voor mij. Iemand die lief is voor mij en die me aanvaardt zoals ik ben. Samen kindjes krijgen. Die droom is niet weg. Later wil ik graag mensen helpen die in probleemsituaties zitten. Zoals ikzelf ook geholpen ben. Andere mensen uit de miserie halen, dat zou mij gelukkig maken. Ik zal niet de hele wereld kunnen helpen, daar heb ik me bij neer te leggen. Een paar mensen vooruithelpen, dat zou al heel mooi zijn.

"Van mijn klasgenootjes weet bijna niemand wat er gebeurd is. Ik wil dat ook liever niet vertellen. Niet omdat ik beschaamd ben, maar de sfeer op school zit niet goed. Ze zouden het tegen mij kunnen gebruiken. Hoe gaat dat, wat wordt er al niet geroepen in een ruzie? Dit is een geheim waar je niet te veel mensen mee kunt vertrouwen. Het is een vorm van bescherming. Ik zou niet graag hebben dat ze daar achter mijn rug over bezig zijn.

"Andere mensen vertrouwen is moeilijk geworden. Ik háát mensen die mijn vertrouwen schenden. Ik heb dat allemaal al eens meegemaakt. Aan de andere kant maak ik nog altijd gemakkelijk contact met anderen. Dat versta ik niet goed aan mezelf (glimlacht, denkt na). Misschien is dat wel mijn grootste gebrek. Alsof ik voor mezelf voortdurend moet bewijzen dat de mensen nog zo slecht niet zijn. Ik probeer daar wel aan te werken. Wat meer afstand bewaren, niet te snel aanhankelijk worden. Dat klinkt raar zeker, dat ik dat een nadeel vind aan mezelf?"

Eva

moeder

'Niet hij, alsjeblief niet hij. Dat was het eerste waar ik aan dacht toen Anouk me vertelde wat er aan het gebeuren was. Ik was totaal verdoofd door haar woorden. Als in een soort trance hoor ik mezelf nog zeggen: 'Als dat zo is, gaat mama bij hem weg.' Ik vroeg haar of ze nog kinderen kende die dat meemaakten. Dat was de computer in mijn kop die meteen begon te draaien, een vertwijfelde poging om de schade te beperken. Het is je ratio die je doet hopen dat het toch niet waar kan zijn, dat ze het ergens op een ander heeft opgepikt en naverteld.

"Het klinkt verschrikkelijk egoïstisch, maar het zou voor mij veel minder erg geweest zijn mocht een buurman of een vreemdeling mijn dochter misbruikt hebben. Dan zou ik tenminste nog een partner gehad hebben, waarop ik kon steunen en die me zou begrijpen. Nu was ik meteen alles kwijt - dochter én mijn allerliefste man.

"Ik wou honderd jaar worden met die vent. Wij hebben elkaar heel graag gezien. Voor een moeder is dit het verschrikkelijkste wat er is, alleen een kind verliezen moet nog erger zijn. Je dochter wordt misbruikt, en wel door de man die je zelf liefhebt en in huis hebt gebracht. Je leest het elke dag in de krant, maar je beseft niet dat het in je eigen huis gebeurt. Plots gaat het niet meer over Dutroux, of over een of andere vieze oude man.

Van prinses tot alleenstaande moeder

"Peter heeft me altijd als een prinses behandeld. Ik kon niet geloven dat hij tot zoiets in staat was. Achteraf is dan gebleken dat hij de perfecte dubbelrol speelde. Hij had een relatie en een seksleven met mij, zwoer dat ik de vrouw van zijn leven was, maar intussen sloop hij wel naar het bed van mijn dochter. Ze hebben me moeten uitleggen dat dat typisch was voor gevallen van misbruik: er wordt een perfect imago opgepoetst, waarachter een heleboel onfraaie kanten schuilgaan.

"Tijdens de bemiddeling kwam dat allemaal terug. Plots waren daar weer de herinneringen aan de schone tijden die we samen beleefd hebben. Dat was allemaal verdrongen geraakt nadat het misbruik uitgekomen was. Mijn partner, ex-partner nu dus, was één groot zwart beest geworden. Ik wou niet herinnerd worden aan die schone dingen. Hij speelde de perfecte partner, maar wat was gemeend van al die zoete woorden? Nu nog durf ik te geloven dat hij mij oprecht graag zag. Maar daarachter zat een rare twist verborgen in zijn persoonlijkheid, iets wat je niet durft te vermoeden.

"Anouk was zes, bijna zeven toen ze het me vertelde. Ze sprak ook over feiten in ons vorige huis. Het misbruik sleepte dus al minstens twee jaar aan. Ik zal de woorden nooit vergeten: 'In het vorige huis kwam hij elke avond langs.' Dat is... (zoekt naar woorden) hard. Dan stel je ook je eigen rol in vraag. In die periode combineerde ik twee jobs, met veel avondwerk. Je doet dat omdat je dat graag doet en omdat je het goed wilt hebben voor je kinderen, en dan blijkt dat je net daardoor de kans laat om zulke vreselijke dingen te laten gebeuren.

"Er is veel gebeurd. Ons knusse huis was plots een plaats van delict geworden. Ik heb vijf jaar met Peter samengewoond. Ik heb hem uit het huis gezet zodra ik wist wat er aan de hand was. Hij had een ouderrol te vervullen, als stiefvader in het gezin. Hij heeft misbruik gemaakt van dat gezag. In plaats van Anouk te helpen in haar ontwikkeling heeft hij haar op de meest mensonterende manier misbruikt.

"Ik ben veel kwijtgeraakt. Als een kaartenhuisje stuikte mijn leven ineen. Alle kaarten waar zijn naam op geschreven stond, moesten verwijderd worden. Het is lelijk om te zeggen, zeker tegen de nabestaanden van verkeersslachtoffers, maar soms betrap ik me erop dat ik denk: 'Was mijn man maar tegen een boom gereden.' Dan was ik hem ook kwijt geweest, had ik immens veel verdriet gehad, maar dan was het daarbij gebleven. Dan was mijn dochter ongeschonden gebleven.

"Zelf ben ik door een diep dal moeten gaan. Van een actieve vrouw met twee jobs, werd ik plots een alleenstaande moeder die niet meer wist van welk hout pijlen maken. Ik kreeg last van een zware depressie, later van het chronischevermoeidheidssyndroom. Ik sliep 48 uur aan een stuk door omdat ontwaken me te zwaar viel. Noem het een soort mentale coma, als bescherming tegen de gruwel van de realiteit. Anouk had haar mama net toen honderd keer meer nodig en zelf was ik geen honderdste meer waard van de vrouw die ik was. Het schuldgevoel daarover komt er allemaal nog eens bovenop. Ik kon zelfs niet meer voor mijn eigen kinderen zorgen, waardoor ze een tijdje uit huis geplaatst zijn. En er was de materiële schade. We hebben ons huis moeten verkopen omdat de hypotheek te zwaar woog. Nu acht jaar na de feiten moeten we nog altijd de eerste euro schadevergoeding zien.

"Mijn dochter en ik zijn hier samen sterker uit gekomen. Onze band kan niet meer kapot. Ik heb onmiddellijk haar kant gekozen. Dat klinkt logisch, maar dat is niet de gemakkelijkste weg. Hoe vaak hoor je niet van moeders die stilzwijgend accepteren wat er onder hun dak gebeurt. Dat zou ik mezelf nooit hebben kunnen vergeven. Als ze me nodig heeft, laat ik alles vallen om naar haar te luisteren.

Een bekentenis, eindelijk

"Ik wou niet dat ze nog eens extra gekwetst zou geraken door een nieuwe confrontatie. Ik wist dat ze bang was voor zijn blik. Ze beschreef die als een donkere, duistere manier van kijken. Met die blik moest ze opnieuw geconfronteerd worden. Dan wou ik toch eerst zeker weten of ze het wel meende. Nadat ze gevraagd had om contact op te nemen, zag ik op haar kamer een foto van hem bij haar computer staan. Ze wou wennen aan zijn gezicht, aan die blik. Toen wist ik dat ze er stilaan klaar voor was, dat dit geen bevlieging was. Hem te kunnen aankijken, al was het maar op een foto, was een begin van verwerking.

"De eerste keer dat hij echt bekend heeft, was tijdens de bemiddeling in een gesprek met Annemie. Toen ze ons dat vertelde, geloofden wij onze oren niet. Die bekentenis deed deugd. Plots zag hij wel in dat hij fout was geweest. Zonder bemiddeling hadden we die bekentenis nooit gehoord. De meeste slachtoffers nemen genoegen met het besef dat hun belager zijn verdiende straf heeft gekregen. Maar vanbinnen blijft het knagen. Alsof ze niet zelf de kans gekregen hebben om de dader ter verantwoording te roepen. Een veroordeling draagt maar deels bij in het verwerkingsproces. Weet je wat belangrijk was voor haar? Dat de rechter haar geloofde. De rechter heeft toen bepaald dat de feiten echt gebeurd waren. Ze werd gehoord als klein meisje, tegenover een man die alles toen nog ontkende. Hij is daar toen door de mand gevallen.

"Uiteindelijk hebben we er acht maanden over gedaan om tot een gezamenlijk gesprek te komen. Ik voelde dat het goed zat bij de eerste ontmoeting, toen hij zat te wachten in het zaaltje apart. Onze blikken hebben elkaar gekruist en in zijn ogen las ik een teken van geruststelling. Ik kende die blik. Toen heb ik Anouk eens goed vastgepakt en haar gezegd dat het in orde zou komen.

"We hebben dat gesprek heel sereen gehouden. Ten slotte kennen we elkaar redelijk goed, hoe gruwelijk dat ook klinkt. We wilden ons niet verlagen tot het niveau van verwijten en beschuldigingen. Natuurlijk komen er dan wraakgevoelens boven, ook bij Anouk. Maar ze is daar beheerst mee omgegaan. Ze heeft subtiel laten aanvoelen dat de kansen gekeerd waren. Ik ben zo trots op haar, dat ze dit aangedurfd heeft. Zoals ze daar zat, rustig, rechtop, zelfverzekerd. Hij kon haar niet meer klein krijgen.

"Anouk is volwassen voor haar leeftijd, noodgedwongen. Ze is niet in haar put blijven zitten. Maar ze heeft er wel een klare kijk op de mensen aan overgehouden. Als er iets niet in de haak zit bij een vriendinnetje, heeft ze dat meteen door. Het lijkt wel alsof ze een derde oog heeft voor misbruik. Ze herkent de lichaamstaal, de afweermechanismen.

"Ik sta vol bewondering voor mijn dochter. Ze werkt naar een leven waarin ze weer gelukkig kan worden. Dat is zeer straf. Onlangs vertelde een vrouw me nog hoe ze zelf als jong meisje misbruikt was en hoe ze nooit over die remming heen is gekomen. Naar de psycholoog wou ze niet, want iemand die dat niet zelf heeft meegemaakt, kon haar niet vooruithelpen, dacht ze. Zo jammer. Dertig jaar later staat ze veel minder ver dan mijn dochter na zeven jaar. Ik weet niet wat Anouk heeft moeten doorstaan. Ik heb haar pijn niet gevoeld, haar vernederingen evenmin. En toch zijn we er samen overheen geraakt. Zij heeft haar leven weer in handen genomen, heeft de reddingsboeien gegrepen. Dat dit kan, dat wil ik nu overal uitschreeuwen."

Peter

dader

'Ik wil hieruit geraken. Het is verschrikkelijk wat ik gedaan heb. Ik wil mezelf niet goedpraten, maar ik wil mezelf wel helpen. Om te begrijpen. Ik weet dat het me zal lukken. Ik vraag alleen wat tijd. Soms kan ik me vreselijk ellendig voelen. Maar dit is mijn leven en ik moet ermee voort.

"Anouk is er overheen. Dankzij de steun van haar moeder en de psychische begeleiding. Het klinkt misschien wrang, maar dat stemt me gelukkig. Nu is het aan mij om mijn deel van de weg af te leggen. Ik zal verantwoording afleggen aan de maatschappij.

"De periode van de feiten ligt intussen al bijna tien jaar achter ons. Daarna is er een periode gekomen van ontkenning, dan van gedeeltelijke erkenning. Ik heb iets uitgehaald dat nooit meer goed te maken valt, maar zolang er geen proces was, moest ik wel verder met mijn leven. Ik beschouw dat als een periode van dubbelleven. Je zit vastgekluisterd aan die daden, maar je probeert ook iets nieuws op te bouwen. Ik heb zelf twee kinderen en na Eva kwam ik in een nieuwe relatie met een vrouw, ook met twee kinderen. Er is in die periode nooit meer iets voorgevallen. Waarmee ik niet goedpraat wat er daarvoor wél is gebeurd. Dan kwam het proces en werd ik in eerste aanleg veroordeeld tot tweeënhalf jaar cel. Later is daar in beroep een half jaar van afgegaan, en is ook de schadevergoeding verminderd.

Niet genezen in DE cel

"Niemand komt genezen uit de gevangenis. Einde straf is voor mij niet het einde. Ik loop er niet mee te koop dat ik vervroegd vrijgekomen ben wegens goed gedrag. De meeste gedetineerden wachten op het einde van hun straf and that's it. Omdat ze de confrontatie met zichzelf niet durven aan te gaan. Ze durven zichzelf niet in vraag te stellen. Waarom heb je dit gedaan? Dat is de kwestie. Ik ben er nog lang niet uit, maar ik wil het wel weten. Als ik daar nu naar kijk, zie ik nog een leegte. Die moet opgevuld worden, ooit.

"In de gevangenis heb ik vaak in de spiegel gekeken. Soms wou ik dat de spiegel achterstevoren stond, zodat ik alleen de achterkant van mijn gezicht hoefde te zien. Dat schuldbesef zit diep, maar ik trek me op aan de wil om erbovenop te geraken. Nog altijd heb ik er moeite mee om de feiten een plek te geven in mijn leven. Het klopt niet. Als mens ben ik altijd erg sociaal geweest, en tegelijk een beetje gesloten. Iedereen is welkom, als je maar niet te dicht komt, versta je. Misschien zat er iets in mijn relatie dat me te na op de huid kwam, ik weet het niet. Ik schuif geen schuld af, ik weet wat ik gedaan heb en dat ik het gedaan heb. Ik wil alleen aan de weet komen hoe het in godsnaam zo ver is kunnen komen.

"De weg naar de aanvaarding van je eigen gedrag gaat verschrikkelijk diep. Teruggaan naar de feiten is nog altijd niet gemakkelijk voor mij. (valt stil) Ik kan er geen verklaring voor geven. Er was stress, misschien frustratie, nood aan bevestiging, maar dan dát... (stilte) neen, geen excuses. Echt niet. Eerst moet ik tot op de kern gaan, dan zal ik misschien weten waarom. Weten is een vorm van bescherming, inkapseling, opdat het niet meer opnieuw zou voorvallen.

"Toen de vraag kwam om weer in contact te treden met het slachtoffer, schrok ik niet. Eerst was er een vraag om contact te hebben in de gevangenis met Anouk en Eva. Dat zag ik niet zitten. In een situatie als de mijne voel je veel schroom, schaamte. In zo'n gespreksruimte in een gevangenis tussen de vaasjes met plastic bloemen, zou dat niet goed verlopen zijn. Die ruimte is te kil om zo'n belangrijk gesprek te voeren. Neen. Ik zou mijn gevoelens niet durven te uiten, ik zou dichtgeklapt zijn.

"Het eerste gesprek met de bemiddeling verliep stroef. Ik was terughoudend, moest nog een stuk ontkenning overwinnen. Dit soort daden... (stopt) Je plaatst dat buiten jezelf. Er is ergens in mijn hersens een vierkant centimetertje dat niet goed gefunctioneerd heeft. Ik ben een crimineel. Geweest. Dat kunnen zeggen, dat kunnen toegeven voor jezelf, jongens toch, dat is niet simpel hé. Ik wist dat er iets niet juist zat, en dat ik geholpen moest worden, maar dat gaat zomaar niet vanaf de eerste dag.

Sorry is het moeilijkste woord

"Sorry zeggen is niet gemakkelijk. Het klinkt gemakkelijk, als je het niet meent of als je niet beseft wat je zegt. Maar voor mij was dat tegelijk ook toegeven dat ik iets onbegrijpelijks had gedaan. Ik wilde alleen maar sorry zeggen als ik er voor mezelf zeker van was dat ik het oprecht ook zo bedoelde. En dus heeft het even geduurd.

"Ik was nog maar een paar dagen vrij toen het gesprek plaatsvond. Voor mij was dat een heel vruchtbaar moment. Er is iets afgerond, ook voor mij. Nu ben ik klaar om mijn verhaal te vertellen. Mijn schuldgevoelens zullen nooit weggaan, maar misschien kan mijn boodschap een waarschuwing zijn voor anderen, of een aansporing om hulp te zoeken. Dit zijn smerige dingen, maar ik ben niet de enige smeerlap. Ik weet dat ik uit een zeer donkere kelder kom, the only way is up.

"De confrontatie kunnen aangaan met Anouk en Eva was voor mij heel belangrijk, ook voor mijn eigen herstel. Toen ik Anouk voor het laatst zag, was ze nog een klein meisje. Nu stond er plots een puber voor mij. Dat is even schrikken, maar niet omdat ik bang was voor de verwijten. Ik had me opgeladen voor die confrontatie, zoals een advocaat voor zijn pleidooi. Je weet dat je tegenwind zult vangen, maar je weet ook dat dat terecht is en je daar dus door moet.

"Ik ben niet gelovig en niet ongelovig. Iets tussenin. Ik geloof ondanks alles in een ethisch besef. Er zijn dingen die je doet en dingen die je niet doet. Wat ik deed, doe je niet. Dus moet ik verantwoording afleggen. Dat is mijn enige ambitie nog: weer als waardig mens kunnen functioneren.

"In de gevangenis ben je veroordeeld om te piekeren. Je bent er waardeloos voor de maatschappij. Geen kwaad woord over de cipiers van Brugge. Toen vorig jaar Marc, een van onze penitentiaire beambten, zelfmoord heeft gepleegd, was dat een zware klap. Dat was een pracht van een mens. We hebben toen een geldinzameling gehouden voor een bloemstuk en hebben een brief laten voorlezen op zijn begrafenis. Met een schoendoos met een gat in ben ik rondgegaan in de blok, en iedereen mocht er instoppen wat hij kon.

"In de cel zit je tussen vier muren en je weet verdomme goed waarom. Ik heb er een jobke kunnen uitoefenen, ging er met het eten rond. Zo kwam ik met alle gevangenen in contact. De miserie die je daar ziet, valt niet te beschrijven. Jonge beloftevolle mensen liggen daar kapot te gaan aan de drugs. Hun boterhammetjes van het ontbijt liggen 's middags nog onaangeroerd. Ik heb veel met mijn medegevangenen gesproken, hen aangespoord om hun lot weer in eigen handen te nemen. Ook voor hen vertel ik nu mijn verhaal. Ze moeten hun leven weer bij het nekvel nemen.

Tweede kans als cadeau

"Toen ik na een jaar voor het eerst nog eens buiten mocht, was dat een schok. Je hoopt dat je buiten die muren weer wat sociaal contact kunt opbouwen, maar op straat is het ieder voor zich. Niemand die een woord zegt op de bus, het egoïsme van mensen die ruzie maken in de rij omdat de een voor de ander kruipt. Ach, er lopen zoveel mensen rond op straat die gevangen zitten zonder het zelf te beseffen.

"Ik probeer mijn tweede kans te grijpen. Dat is een cadeau dat ik niet ga weggooien. Ik heb opnieuw werk, niet langer als zelfstandige, maar wel in een omgeving die ik nog ken van vroeger. Dat helpt me, ook om mijn financiële schulden af te lossen. Ik word straks vijftig, mijn leven is nog niet voorbij. Zoals ze zeggen: op je vijftigste installeer je je laatste nieuwe voordeur. Mijn nieuwe voordeur staat er en ze staat open.

"Je wordt voorzichtiger in je privécontacten. Veel heeft te maken met de angst om nog eens het vertrouwen van mensen die dicht bij je staan te schenden. Dat is een heuvel waar ik nog over moet. Het is relaties opbouwen met de rem op. De vrolijke flapuit van vroeger is weg. Op dit moment heb ik gewoon geen behoefte aan een nieuwe relatie. Ik kan er nu niet zijn voor een ander, omdat ik er nog niet ben voor mezelf.

"Mijn eigen kinderen zijn me komen bezoeken in de gevangenis. Natuurlijk wilden zij weten waarom ik daar zat. Met mijn ex hebben we afgesproken dat ze niet alles hoefden te weten. Op voorwaarde dat ik er weer bovenop zou geraken, mét begeleiding. (lange stilte) Voilà. Dat ben ik aan hen en aan mezelf verplicht. Ik heb iets gebroken in mezelf, en nu moet ik het weer rechtzetten. Zodat het niet scheefgroeit en opnieuw breekt."

Herstelbemiddeling is een aanvulling op de klassieke rechtspraak van schuld en boete. Bedoeling is om slachtoffer en dader een actieve rol te geven in de afhandeling van het conflict. De bemiddeling verloopt neutraal met evenveel inspraak voor slachtoffer als voor dader. Alleen als er een erkenning van schuld is en als beide partijen vrijwillig instemmen, kun je de procedure starten. De bemiddeling grijpt in principe niet in op de rechtsgang en kan zowel voor als na het vonnis beginnen. In Vlaanderen is enkel de vzw Suggnomé (naar het Griekse woord voor 'sorry') erkend als bemiddelingsdienst, met afdelingen in alle gerechtelijke arrondissementen.

Anouk gaat na de kerstvakantie weer naar school, in de hoop later af te studeren als sociaal assistente. Eva zorgt weer voor haar twee kinderen. Peter vond opnieuw werk en vierde kerstavond met collega's. Voorlopig zijn er geen plannen om opnieuw met elkaar in contact te komen.

* De namen van de betrokkenen zijn op hun verzoek verzonnen. Met zeer veel dank aan bemiddelaar Annemie Gaethofs en stafmedewerker Pieter Verbeeck van vzw Suggnomé. Meer weten: www.suggnome.be.

Anouk: 'Mijn grootste verlangen? Gelukkig worden. Samen met iemand kindjes krijgen. Die droom is niet weg'

Eva: 'Als een kaartenhuisje stuikte mijn leven ineen. Alle kaarten waar zijn naam op geschreven stond, moesten weg'

Peter: 'In de gevangenis heb ik vaak in de spiegel gekeken. Dat was telkens zwaar, het schuldbesef zit diep'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234