Vrijdag 15/11/2019

Leven, letters en tabak, en van alles graag veel

Afgelopen weekend overleed een zwaargewicht van de Europese literatuur. De Italiaan Umberto Eco was een veelzijdige intellectueel, maar ook een - getuige zijn buikomtrek - hartstochtelijke bon vivant.

Onmatigheid, het is een karaktertrek die de vrijdagavond aan de gevolgen van kanker overleden Umberto Eco sierde. Onmatig betoonde de Italiaanse hoogleraar en auteur zich in zijn nieuwsgierigheid, onmatig in zijn werkdrift, onmatig in zijn belezenheid, onmatig in zijn boekenverzamelwoede, onmatig ook in zijn bourgondische levenshouding: zijn bibliografie is een indrukwekkende lijst van studies, columns, lezingen en essays over de meest uiteenlopende onderwerpen, gecompleteerd door zeven romans; zijn buikomtrek en tabaksverslaving verrieden de inborst van een bon vivant. Rooklust en werkdrift zaten elkaar overigens funest in de weg, schreef Eco in het stuk 'Hoe deel je je tijd in' uit de bundel Omgekeerde wereld, waarin hij op jolige toon inventariseerde hoeveel uren per jaar al zijn verschillende activiteiten hem kostten. "En roken? Met zestig sigaretten per dag, een halve minuut om het pakje te zoeken, mijn sigaret aan te steken en te doven, is dat 182 uur. Die zijn er niet. Ik zal moeten stoppen met roken."

Umberto Eco werd op 5 januari 1932 geboren in Alessandria, Piemonte. Hij studeerde middeleeuwse filosofie aan de universiteit van Turijn en werd in 1954 dokter in de filosofie met een scriptie over Thomas van Aquino. Datzelfde jaar nam Eco's zeer breed georiënteerde carrière een vlucht: via de staatstelevisie RAI en Bompiani, de uitgeverij waar hij van 1959 tot 1975 mede leiding aan gaf, begon hij in 1961 zijn universitaire loopbaan. In 1962 verscheen zijn belangrijke werk Opera Aperta, dat de theoretische basis zou vormen voor de Gruppo 63, een avantgardistische beweging die zich baseerde op het structuralisme.

In 1975 werd Eco aan de universiteit van Bologna benoemd tot hoogleraar in de semiotiek, een vak dat tekens en tekensystemen, zoals talen, bestudeert. In zijn door Eco geautoriseerde biografie Het labyrint van de wereld, die in 1999 in Nederlandse vertaling verscheen, haalt Daniel Salvatore Schiffer de Franse mediëvist Jacques Le Goff aan, die daarover zei: "De kenner van de middeleeuwen Eco is heel vanzelfsprekend semioticus geworden, want welke andere cultuur was meer een systeem van tekens dan het gedachtegoed en de cultuur van de Middeleeuwen?"

Sean Connery

In 1980 verscheen van Eco's hand een van de opvallendste romans uit de moderne literatuurgeschiedenis: De naam van de roos. Opvallend omdat de debuterende romancier Eco inmiddels bijna vijftig was, opvallend omdat de auteur zijn academische kennis van de middeleeuwen en de semiotiek gebruikte voor een populair genre als de thriller, in dit geval spelend in de middeleeuwen, en vooral opvallend door het onvoorstelbare succes: wereldwijd werden er vele miljoenen exemplaren van de roman verkocht, en de verfilming van Jean-Jacques Annaud uit 1986, met Sean Connery in de rol van speurder William van Baskerville, werd een kaskraker.

A star was born. Eco, tot dan toe een bij het grote publiek onbekende wetenschapper die een of ander moeilijk onderwerp doceerde, werd wereldberoemd: hij, die bij het massamedium televisie werkte en zich in kritische geschriften met de massamedia bezighield, werd er nu zelf het onderwerp van. Zelfs de gortdroge semiotiek kreeg sexappeal door De naam van de roos: het speurderswerk van broeder William van Baskerville is semiotiek in actie.

Na het ongekende succes van De naam van de roos was ook de romanschrijver Eco niet meer te stuiten. In 1988 verscheen opnieuw een forse roman van zijn hand, getiteld De slinger van Foucault, die in het heden speelt maar draait om laat-middeleeuwse mystieke bewegingen als de tempeliers en de 'rozenkruisers'. Met deze roman, die opnieuw internationaal enorme verkoopaantallen haalde, mag Eco de aartsvader worden genoemd van het genre dat een populair vervolg kende in Dan Browns De Da Vinci Code en de vele navolgers daarvan. Nog vier magistrale romans schreef Eco daarna, bijna allemaal vertaald door Yond Boeke en Patty Krone: Het eiland van de vorige dag (1994), Baudolino (2000), De mysterieuze vlam van koningin Loana (2004), en in 2010 De begraafplaats van Praag. En zo werd Umberto Eco vooral beroemd als romanschrijver, hoewel hij zichzelf beschouwde als "een wetenschapper die alleen maar met zijn linkerhand romans schrijft", zoals hij in een interview zei.

Eco's laatste roman Het nulnummer, die vorig jaar verscheen, viel wat tegen. De kloeke romans die hij tot dan toe had gepubliceerd, omschreef hij als "symfonieën van Mahler", Het nulnummer had volgens hem het ritme van een nummer van Charlie Parker. "Misschien voelde ik ook", zei Eco daarover, "dat ik geen zes of acht jaar meer heb en dus een beetje tempo moest maken."

Berlusconi

In het kielzog van zijn romansuccessen werd in de loop der jaren een keur aan essaybundels van Eco in het Nederlands gepubliceerd. Daarin ontbrak, net als in zijn romans, de humor niet. Een van de meest hilarische stukken is te vinden in de bundel Ondersteboven - Kleine kroniek 1 (1963, de Nederlandse vertaling verscheen in 1992), getiteld 'Nonita', een gerontofiele pastiche op Nabokovs Lolita waarin de verteller zich heimelijk verlustigt aan een gerimpeld, afgeleefd besje: "De schitterende aanblik van dat gezwollen, door aderen getekende been dat gestreeld werd door de onhandige beweging van de oude handen die bezig waren het kruis van het kledingstuk naar beneden te rollen (...)"

Uit onvrede met de overname van uitgeefgroep Rizzoli door Berlusconi's Mondadori, vertrok Eco eind vorig jaar bij zijn vaste uitgeverij Bompiani, onderdeel van Rizzoli, en richtte samen met onder anderen Bompiani-uitgeefster Elisabetta Sgarbi Het Schip van Theseus op. "Het probleem", zei Eco, "is niet zozeer Berlusconi, maar dat de macht wordt geconcentreerd. Mondazzoli (de combinatie Mondadori-Rizzoli) krijgt 40 procent van de boekenmarkt in handen. Dat betekent dat geen enkele schrijver meer vrij zal zijn."

Uiteraard jeukten Eco's vingers ook als het ging om de politiek in zijn land. Zo publiceerde hij in 2006 A Passo di Gambero, een bundel met onder andere bijdragen uit het dagblad La Repubblica en het weekblad L'Espresso waarin voormalig premier Berlusconi het hier en daar moet ontgelden. In een interview met The New York Times naar aanleiding van de Engelse vertaling, Turning Back the Clock, kreeg Eco de vraag gesteld of hij zelf nooit overwoog om de politiek in te gaan. "Nee," zei hij daarop, "want ik vind dat een schoenmaker bij zijn leest moet blijven."

Het was het antwoord van de wetenschapper die romanschrijver werd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234