Dinsdag 19/11/2019

'Leven is toch meer dan ademen alleen?'

Les premiers, les derniersis de enige Belgische film die geselecteerd is voor het Festival van Berlijn. Acteur Bouli Lanners ziet de films die hij ook regisseert steevast genomineerd voor topfestivals. Zijn nieuwste is een even poëtische als absurde western.

Meer dan 70 films heeft hij intussen gedaan. Vooral Franse. Hij is een ster in het land van Hollande. Maar als hij in het Luik waar hij nu nog resideert vijftien kilometer richting Vlaanderen rijdt, is er geen kat die hem kent. Zonde. Maar daar is hij niet rouwig om, zegt hij. Hoewel. De films die hij zelf maakt, daar tracht hij de mensheid iets mee te zeggen.

Zijn vorige film Les géants maakte een heel opgemerkte passage op het Festival van Cannes, zijn nieuwste, Les premiers, les derniers,een hoopvolle film over een somber onderwerp, zal binnenkort niet minder opgemerkt worden op het Filmfestival van Berlijn. Het is een zeer eigenzinnige prent, poëtisch en absurd, en tegelijk "mijn meest persoonlijke", zoals hij zelf zegt.

Een vreemde film. Als hij dan toch zo persoonlijk is, moet Lanners wel een vreemde man zijn. En dat is hij ook, die WC, die Wallon Connu. Lanners is voor het brede Franstalige publiek vooral een komiek, de ene keer met een dreigende uitstraling, de andere keer hoogst aaibaar. Maar altijd authentiek. Een man vol contradicties, anarchist en tegelijk gelovig. Een populaire figuur die films maakt over mensen in de marge. Zoals hij er zelf lang één was.

Hij houdt niet van de films van de gebroeders Dardenne, zegt hij, omdat ze de miserie tonen die de zijne was. "Ik was een sociaal geval." Dat hij grappig was, was zijn geluk. Zijn schildersopleiding aan de academie voor schone kunsten in Luik, had hij nooit afgemaakt. Het was door hier en daar op een set als kabelsleper of assistent van de assistenten aan de slag te gaan op film-en tv-sets dat hij verzeild geraakte in Les snuls, een komische tv-serie waar ook Benoît Poelvoorde af en toe in werd opgevoerd. Hij was altijd wel in film geïnteresseerd geweest, en had zichzelf het vak van filmmaker aangeleerd.

"Ik ben films beginnen te maken toen ik met een vriend een filmfestivalletje organiseerde dat we het Festival van Kanne noemden. Dat is een gehucht op een twintigtal kilometer van Luik. We wilden er slechte kortfilms tonen. Gewoon voor de grap. En omdat we nog films te kort hadden, heb ik er dan maar zelf een paar in elkaar gestoken. Het was de tijd dat de VHS zijn intrede deed en mensen zetten hun super 8-filmpjes over op video en gooiden de originele film weg. Ik verzamelde die. Ik heb nu nog honderden van die filmpjes: trouwfeesten, vakanties,... Hilarisch en ontroerend. De melancholie ook.

"Maar goed, ik had dus enkele van die beelden aan elkaar geplakt en daar een stemmetje overheen gezet. Er was een jonge snaak die daar wel iets in zag, die de beelden liet opblazen naar 35 millimeter, het filmpje opstuurde naar een festival in Frankrijk en prompt won ik er een prijs en wilden tal van festivals het filmpje. Hij werd producent en ik regisseur."

Maar van films maken werd hij niet rijk. Integendeel. Zakelijk liep het voor geen meter. Lanners ging failliet en werd onder de schulden bedolven. Hij kende jaren van armoede. Om aan geld te geraken deed hij zaken die het licht niet mochten zien, geeft hij toe. Geen toeval dus dat ook zijn personages steevast op de dool zijn.

Zo ook de figuren uit Les premiers, les derniers, een verhaal dat iets van een sprookje heeft, nog veel meer van een western, maar dat tegelijk sterk verankerd is in de realiteit. Het gaat over twee premiejagers die voor een opdrachtgever een gsm moeten terugvinden, waarop nogal gevoelige inhoud blijkt te staan. En een koppeltje verloren zielen dat in de waan is dat het einde van de wereld nabij is.

Er zit dan wel humor in zijn film, zoals in vrijwel alles wat Lanners doet, de boodschap van het nakende einde heeft hij niet ver hoeven te zoeken: "Het zijn donkere tijden. Het is niet leuk om tegenwoordig vooruit te kijken. Er is de opwarming van de aarde. Er zijn aanslagen en oorlogen. We zijn bang voor de toekomst. De mens helpt alles om zeep. Kijk wat we met de natuur aanrichten! De aarde heeft miljoenen jaren nodig gehad om al haar pracht te verzamelen, maar de mens heeft in honderd jaar tijd meer kapot gekregen dan ooit hersteld kan worden."

Bouli Lanners heeft dan wel nooit zijn studies als schilder afgemaakt, hij is altijd blijven schilderen. Landschappen met dreigende wolken waar je in de verte vaak de restanten ziet van een teloorgegane industrie. De locaties die hij voor zijn nieuwste film vond, konden van zijn doeken gelekt zijn. Hij ontdekte ze per toeval.

"Ik zat op een nachttrein op de terugweg uit Toulouse toen ik midden in het niets een kilometerslange constructie zag. Ik wist niet wat het was en waar ik was. Ik heb gewoon de namen van een paar stationnetjes genoteerd waar we voorbijtuften en zo kwam ik te weten dat de streek La Beauce heette."

Hij trok ernaartoe en stootte er op een betonnen constructie die gebouwd was in de jaren 60 en 70 door ingenieur Jean Bertin, die er een vroege versie van de monorailtrein over liet rijden. "Dat ding is kilometers lang en ligt midden in uitgestrekte vlakten die je bij ons niet vindt. Ik ga graag wandelen in streken waar niets te zoeken valt."

Met zijn hond. Die in de film de hond is van zijn personage. Hij deelt deze keer werkelijk alles met de kijker.

"Ja, ik lijk dit keer wel heel erg op mijn personage. Ik heb de opnamen van mijn film drie maanden moeten uitstellen omdat ik aan mijn hart geopereerd moest worden, net zoals Gillou. En daardoor kreeg ik ook die heel donkere kijk op het leven. Ik was bang om te sterven. Maar de gedwongen stilstand schonk me nieuwe inzichten. En dat zit ook in de film.

"Mijn personage is omringd door lelijkheid, maar wanneer hij even tot rust komt, gaat hij de oude man van wie hij een kamer huurt opzoeken in zijn serre, waar hij orchideeën kweekt. 'Waarom doe je dat?', vraagt Gillou. 'Leven is toch meer dan ademen alleen?', antwoordt de man. En daar trekt Gillou zijn lessen uit. En dat zouden we ook moeten doen.

"Als je de ministers gelooft, is het budget in evenwicht houden, het enige wat telt. Terwijl het daar niet om draait. 'Vivre, ce n'est pas que respirer', ik had Michael Lonsdale die zin horen uitspreken toen hij naar Namen was afgezakt, naar het literatuurfestival dat Benoît Poelvoorde er organiseert. Lonsdale zei dat met zo'n kracht dat ik hem diezelfde woorden wilde horen uitspreken in mijn film."

Nog zo'n inspirerende figuur is Max Von Sydow, bekend van de films van Ingmar Bergman, maar evengoed van zijn samenwerkingen met Amerikaanse topregisseurs als Williams Friedkin, Woody Allen, Steven Spielberg en Martin Scorsese. "Von Sydow woont in het zuiden van Frankrijk, en doordat ik als acteur en ook als filmmaker intussen wel wat connecties heb, geraakte ik aan zijn nummer en kon ik zelf de vraag stellen. En hij zei meteen ja. Hij en Lonsdale draaien al jaren in de branche mee en hadden elkaar nog nooit ontmoet. Het was heel bijzonder. Hun aanwezigheid doet meteen iets met de film."

'Broer' Wim Willaert

Zijn collega-premiejager in de prent is Albert Dupontel, een Franse acteur met wie hij al in negen films te zien was. "Albert is een broer," zegt hij. Terwijl hij datzelfde zegt over Wim Willaert, zijn tegenspeler in Je suis mort, mais j'ai des amis, de film waarvoor Wim vorig weekend nog met een Magritte werd bekroond als beste acteur.

"Wim is ook een broer, maar van een andere moeder", lacht Lanners. "Echt een prachtkerel. Hij is van Nieuwpoort, het verste puntje aan de ene kant van België en ik van het drielandenpunt, het verste puntje aan de andere kant. Mijn vader was er douanebeambte. Er was weinig en tegelijk veel. Ik leerde er dat grenzen je niet moeten tegenhouden. Ik weet niet of het dat is wat ons zo'n connectie geeft. We zijn echt goede maten. Maar om tegenwoordig ergens in Vlaanderen te komen met Wim, het is niet simpel. Ik ben blij dat ik geen BV ben."

Misschien is hij binnenkort wel onze favoriete WC. Want als zijn draaischema het toelaat, dan zit hij binnenkort in een Vlaamse film. "Ja, met Wim en met mijn andere Vlaamse copain, Sam Louwyck. Cargo heet de film. Van die jongen die Bevergem gemaakt heeft, die prachtserie. Hopelijk kan ik het in mijn schema passen. We zien wel, na Berlijn."

filmmanie

Win tickets voor de avant-première vanLes premiers, les derniersop 19 februari in UGC Antwerpen. demorgen.be/filmmanie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234