Woensdag 18/05/2022

Leven in stereo

In het Gentse Museum Dr. Guislain gaat vandaag de tentoonstelling Tweelingen van start. Wetenschappers, kunstenaars, fotografen en kroniekschrijvers richten hun caleidoscopische blik op dit fenomeen. De rol van de duivel bij meervoudige zwangerschappen is uitgespeeld, maar de wetenschap heeft nog lang niet alle genetische raadsels opgehelderd. Over de wondere wereld der tweelingen kan neuropsychiater Evert Thiery meer dan één boom opzetten. Vader van een drieling, hij heeft het echt niet ter wille van de wetenschap gedaan. Moet je de gelijkenissen benadrukken of de eigenheid stimuleren, dat is de vraag die hem door ouders vaak wordt gesteld. De kwestie doet onder tweelingen hevige emoties oplaaien. Els en Veerle gruwen van tweelingen die er als klonen bij lopen, Iris en Anja daarentegen koesteren zich in elkaars spiegelbeeld.

Erik Raspoet

Foto's Stephan Vanfleteren

Een scène ten huize Thiery in de Gentse volksbuurt Rabot. Het is 13 november 1924, Augusta De Paepe verkeert in barensnood. Leo-Michel Thiery roept in allerijl de huisarts, de bevalling zal thuis gebeuren. Het gezin heeft al een kind: de twaalfjarige Herman, van wie dan nog niemand kan vermoeden dat hij wereldberoemd zal worden onder de schrijversnaam Johan Daisne. In De trap van steen en wolken geeft Daisne overigens zijn relaas van die bewogen dag. "Het ganse gezin was overtuigd geweest dat het een meisje zou zijn (...) Het moest een dochter zijn. Tot op die winderige herfstdag een manlijke tweeling over boord kwam kijken; iedereen was zo onthutst dat Pipa's bezoek aan de Burgerlijke Stand een dag werd uitgesteld." Blijkbaar was Pipa, alias vader Thiery, nog altijd danig van zijn melk toen hij zijn spruiten 's anderendaags in het Gentse bevolkingsregister liet inschrijven. Volgens Daisne-biograaf Hedwig Speliers was zijn gebrabbel dermate onverstaanbaar dat de ambtenaar van burgerlijke stand het heft in eigen handen nam. Met het identiteitsbewijs van Leo-Michel Thiery in handen beslechtte hij eigenmachtig de moeizame naamkeuze. Pipa's naam werd in twee gehakt: de tweeling zou als Leo en Michel door het leven gaan. Historische Warheit of biografische Dichtung? Evert Thiery reageert alleszins verbaasd als ik hem met de anekdote confronteer. "Die heb ik nog nooit gehoord", zegt de enige zoon van Johan Daisne. "Maar het zou me niet verbazen."

Hij moet het maar eens navragen bij een van zijn ooms. Veel moeite hoeft dat niet te kosten, want Leo, Michel en Evert wonen op een kluitje, aan een bocht in de oude Leiearm. Thieryville, zoals de plek wel eens spottend wordt genoemd, is een polikliniek op zichzelf. Leo en Michel zijn respectievelijk specialist vaatziekten en gynaecoloog in ruste, zelf is Evert Thiery (55) professor in de neuropsychiatrie. Behalve een centrum van medische knowhow was Thieryville lange tijd een bevoorrechte plek om het fenomeen van meerlingen te bestuderen. Evert Thiery is immers zelf vader van een drieling. "Een overrompelende ervaring", noemt hij het zesentwintig jaar later. "Het was oom Michel die de bevalling deed. Eerst kwam Frédérique, dan haar eeneiige tweelingzus Laurence. We wisten dat het een drieling was, maar voor het twee-eiige kindje hadden we op een jongen gerekend. 'Niks van', zei oom Michel, 'hier is nog een meisje, hoe gaan jullie haar noemen?' We stonden met onze mond vol tanden. 'Dan noemen we haar kind nummer drie', zei oom Michel. Hij is peter van Nathalie geworden. Ze is nu zesentwintig, maar hij plaagt haar nog altijd. 'Daar heb je kind nummer drie', zegt hij dan."

Het zat natuurlijk in de familie. Zowel aan de kant van de Thiery's als aan die van zijn vrouw vertoonde de stamboom dubbele knopen. Toch bleef het een lotje uit de loterij: de statistische kans op een spontane drieling is in Vlaanderen één op de tienduizend. "Het adjectief spontaan is hier belangrijk", zegt Evert Thiery, die als echte wetenschapper belang hecht aan punten en komma's. "Met de geïnduceerde drielingen erbij is de kans twee tot drie keer groter. Vruchtbaarheidsbehandelingen hebben de voorbije tien, vijftien jaar een ware explosie van meerlingen veroorzaakt. Drielingen, maar ook ongelukkige fenomenen zoals de vijfling van Blankenberge. Gelukkig is de techniek geëvolueerd, tegenwoordig grijpt men in als er te veel embryo's tot ontwikkeling komen."

De vijfling van Blankenberge heeft de tentoonstelling in het Gentse Guislainmuseum niet gehaald, de vijfling die in 1719 in Scheveningen het licht zag wel. Het schilderij waarop die uiterst zeldzame gebeurtenis werd vereeuwigd, ademt een blijmoedige sfeer die vreemd contrasteert met de inhoud. Het is immers niet goed afgelopen met de vijf meisjes. Twee van hen werden doodgeboren, de anderen stierven al na een dag. De vijfling van Scheveningen is maar een van de vele sterke momenten uit de tentoonstelling Tweelingen, die vandaag voor het publiek opengaat. Het thema wordt zeer breed benaderd, met de microscoop van de wetenschapper, het penseel van de kunstenaar, de lens van de fotograaf en de pen van de kroniekschrijver.

Er valt heel wat op te steken. Dat het gordeldier het enige zoogdier is dat consequent eeneiige tweelingen baart, bijvoorbeeld. Dat sommige stammen in Oost-Kongo infanticide bedrijven wanneer de geboorte van een gemengde tweeling niet volgens de door het taboe voorgeschreven rangorde verloopt. Komt het meisje eerst, dan wordt de jongen onder het zingen van schunnige liederen 'aan de natuur teruggegeven'. Verhelderend is ook dat de beroemde detectives Jansen en Janssen helemaal geen tweelingen zijn, zoals nochtans door miljoenen stripliefhebbers blindelings wordt verondersteld. In feite is de benadering van het Museum Dr. Guislain dubbel. Behalve het fascinerende universum van tweelingen leverde ook de universele fascinatie voor tweelingen een leidmotief. 'Gods werken zijn wonderbaarlijk', hangt in het Latijn boven het deerniswekkende portret van een Siamese tweeling die in 1703 in Gent werd geboren. De belangstelling voor dit verschijnsel is van alle tijden. Wie op de zoekrobot Google het woord 'twins' invoert, komt vanzelf op een reeks websites over Siamese tweelingen terecht. Hoe dan ook, het Guislainmuseum heeft veel ruimte gemaakt voor allerhande anomalieën. Men kan zich vergapen aan foetussen op sterk water of huiveren bij de kermisaffiche van de pechvogels Jacques en Jean Libbera. Die parasitaire tweeling moet een shockerende en deerniswekkende verschijning geweest zijn. Jacques zag eruit als een gesoigneerde heer, alleen gulpte uit zijn borst het onvolgroeide onderlichaam van zijn broer Jean. Toch is de tentoonstelling bij lange geen rariteitenkabinet geworden. Met of zonder grillen van God en natuur blijft de fascinatie overeind. Ook de geboorte van een 'gewone' tweeling werd lange tijd als mysterieus ervaren.

"Hippocrates was de eerste die tweelingen echt heeft bestudeerd", zegt professor Thiery, die de tentoonstellingsmakers heeft geadviseerd. "Volgens hem drongen twee spermatozoïden door in de twee eileiders, waardoor een dubbele bevruchting ontstond. Verkeerd, maar het was tenminste een poging tot wetenschappelijke verklaring. In de loop der eeuwen heeft men er van alles bijgesleurd, tot en met de duivel toe. In het Engeland van de zeventiende eeuw konden mannen de scheiding vorderen als hun vrouw het leven schonk aan een tweeling. Twee kinderen betekende twee vaders, het kon niet anders of er was overspel mee gemoeid. Eigenlijk maakt de geschiedenis van de tweelingen een slingerbeweging. Soms werden ze letterlijk van de rotsen gegooid. In grote delen van Oost- en zuidelijk Afrika bijvoorbeeld werden tweelingen na de geboorte onmiddellijk gedood, want men geloofde dat ze hongersnood veroorzaakten. Maar het kon ook omgekeerd: in andere tijden of culturen werden tweelingen als geluksbrengers beschouwd."

Het echte wetenschappelijke onderzoek is begonnen in 1875, met het standaardwerk The history of twins as a criterium of the relative power of nature and nurture van Francis Galton. De titel verraadt hoe ver deze vorser zijn tijd vooruit was. De balans tussen nature en nurture, tussen genetische imperatieven en omgevingsfacoren, de kwestie staat vandaag in het zenit van het wetenschappelijke debat. "Het belang van tweelingenonderzoek in deze materie ligt voor de hand", zegt professor Thiery. "Door groepen eeneiige met twee-eiige tweelingen te vergelijken kan men uitmaken of voor bepaalde kenmerken erfelijke dan wel omgevingsfactoren het zwaarst doorwegen. Dat gaat erg breed, van ziekten zoals diabetes, hypertensie en kanker over psychische storingen zoals depressie, autisme en adhd tot eigenschappen zoals intellectuele ontplooiing of sportvaardigheden."

Mogen we even fier zijn? Vlaanderen staat in dit onderzoek aan de wereldtop, een positie die in hoge mate te danken is aan de Gentse gynaecoloog en hoogleraar Robert Derom. Hij was het die in 1964 het Oost-Vlaamse Meerlingenregister oprichtte, een databank die in de hele wereld haar gelijke niet kent. Dankzij de onverdroten inzet van vroedvrouwen, gynaecologen en huisartsen werden de voorbije dertig jaar nagenoeg alle in Oost-Vlaanderen geboren tweelingen en meerlingen geregistreerd. Cruciaal in dit initiatief is het bewaren van zoveel mogelijk placenta's. Onderzoek van de moederkoek levert immers onschatbare informatie op, onder meer over het moment waarop een embryo zich splitst om een eeneiige tweeling te vormen. "Vroeger was het simpel", zegt professor Thiery. "Er waren twee-eiige tweelingen, die genetisch niet meer gemeen hebben dan opeenvolgende kinderen uit eenzelfde gezin. En er waren de eeneiigen, die genetisch identiek zijn. Maar nu begint men die laatste groep verder op te delen naargelang van het moment van de embryosplitsing. Die moet zich binnen de twaalf dagen na de bevruchting voltrekken, anders heb je een onvolledige splitsing en krijg je een Siamese tweeling. Maar zelfs binnen dat tijdsbestek van twaalf dagen zijn er grote verschillen. Vroege splitsers zitten in gescheiden vruchtzakken, late splitsers delen dezelfde zak. Er zijn ook implicaties voor allerlei risico's zoals taalachterstand en intellectuele problemen. Hoe later de splitsing, hoe groter de statistische risico's. We weten veel, maar één kapitale vraag over eeneiige tweelingen blijft onbeantwoord. Het is nog altijd een raadsel welk gen verantwoordelijk is voor de splitsing van een bevruchte eicel. Er wordt koortsachtig naar gezocht, hoor. De ontdekker ervan mag gegarandeerd aanschuiven voor een Nobelprijs."

Uit het Oost-Vlaamse Meerlingenregister ontstond de organisatie Twins, die wetenschappelijk onderzoek verricht en informatie verstrekt aan ouders en tweelingen. Niet toevallig is Evert Thiery een van de drijvende krachten achter deze vereniging, waarvan zesduizend Oost-Vlaamse tweelingen lid zijn. "Ik werkte al heel vroeg mee aan het tweelingenonderzoek van professor Derom, lang voor er van kinderen sprake was in mijn gezin. Mijn collega's vonden het dan ook een geweldige grap toen onze drieling werd geboren. 'Tiens', schertsten ze, 'we wisten niet dat drielingen krijgen besmettelijk was'." Doorwaakte nachten, donkere kringen om de ogen, chronische oververmoeidheid, ten huize Thiery hoef je niet beginnen over het lief en leed van het meervoudige ouderschap. Het kraambezoek was laaiend enthousiast. 'Een drieling? Innige deelneming, op ons kunt u zeker rekenen.' "En daar bleef het bij", zegt Evert Thiery. "Als het eropaan komt, staan de ouders er alleen voor. Wij mochten dan nog van geluk spreken: de zwangerschap en de geboorte zijn vlot verlopen, en bovendien kwamen we niets tekort. Voor ouders met een problematische sociale achtergrond is het allemaal nog veel zwaarder. Weet je, ik wens niemand een tweeling toe. Het is best leuk als je er een hebt, tenminste zolang alles goed gaat. Maar draai het zoals je wilt, het is moeilijker een tweeling groot te brengen dan twee opeenvolgende kinderen. Het begint meteen na de verwekking. De zwangerschap is delicater, de bevalling riskanter, er is een grotere kans op een laag geboortegewicht, wat op zijn beurt weer kan leiden tot taalachterstand en andere malheuren. Ook later blijft het parcours bezaaid met wolfijzers en schietgebeden. Lichamelijke en psychische problemen, puberteit en partnervorming, er schuilen altijd meer addertjes onder het gras dan bij andere kinderen."

Om maar te zeggen dat Twins de handen vol heeft met aanstaande en jonge ouders. Hoe richten we de kraamkamer in? Hoe verdelen we de taken? Wat als ik op kantoor in slaap begin te vallen? Draaien de vragen aanvankelijk om praktische besognes, met het verstrijken van de jaren verschuiven de twijfels naar opvoedkundige kwesties. Onuitputtelijk is het thema van de differentiatie, dat vooral ouders van eeneiige tweelingen nog wat extra slapeloze nachten berokkent. Moeten we de gelijkenissen in de verf zetten dan wel de verschillen stimuleren? Vroeger was het duidelijk: Annemieke en Rozemieke waren de norm. Kapsel, jurken, schoeisel, eeneiige tweelingen stapten door hun jeugd als perfect inwisselbare klonen. Dom en naïef? Professor Thiery pleit verzachtende omstandigheden. "Vroeger was het ter wereld brengen en opvoeden van een tweeling nog veel lastiger, er waren er trouwens veel minder. Ouders koketteerden dan ook graag met de gelijkenissen, het was hun manier om hun triomf over de natuur te uiten. Maar de wereld is veranderd, we leven in een sterk geïndividualiseerde maatschappij. Tweelingen moeten hun eigenheid kunnen ontplooien, anders redden ze het niet in dit egotijdperk. De meeste ouders worstelen met de schoolsituatie. Laten ze de kinderen in dezelfde klas of stoppen ze hen in een parallelklas of zelfs in een andere school? Ik pleit voor pragmatisme. Laat de tweelingen maar samen zitten, zolang ze dat zelf fijn vinden. Vaak echter gaat de vraag tot scheiding van henzelf uit. Kinderen vinden het op de duur vervelend als ze non-stop met elkaar worden verward. Hoe dikwijls heeft mijn vrouw het op de lagere school niet moeten horen? 'De drieling is weer stout geweest.' Als ze dan vroeg wie van de drie, bleek dat er slechts één iets had mispeuterd. Aangezien de juf niet wist wie het was, kregen ze er alledrie van langs. Vanaf het vijfde studiejaar zijn ze naar aparte klassen getrokken, op hun eigen verzoek. De meeste tweelingen vinden het niet fijn dat ze voortdurend onderling worden vergeleken. Dat stimuleert ongezonde competitie, zeker wanneer de studievaardigheden ongelijk verdeeld zijn."

De drieling van Thieryville kun je alvast geen gebrek aan eigenheid aanwrijven. Frédérique werkt als thuisverpleegster, Laurence is binnenhuisarchitecte en Nathalie heeft haar diploma Russisch-Tsjechisch bij een transportbedrijf verzilverd. Ze houden er verschillende hobby's op na en frequenteren andere vrienden. "Verschillend, maar toch zo gelijkend", zegt hun trotse vader. "Wie hen samen ziet, twijfelt er geen seconde aan dat het drie zussen zijn. Ze hebben alledrie in hetzelfde jaar het ouderlijke nest verlaten, maar gelukkig wonen ze alledrie lekker dicht bij huis, zodat we elkaar nog vaak zien." In feite boft hij als onderzoeker met belangstelling voor het tweelingenonderzoek. Twee eeneiige en één twee-eiige tweelingen onder hetzelfde dak, het leek verdacht veel op een wetenschappelijke proefopstelling. Wat heeft hij in de huiselijke kring geleerd over de verschillen tussen beide categorieën? "Frédérique en Laurence lijken inderdaad nog een tikje meer op elkaar. Alles was net dat ietsje intenser, tot en met de ruzies toe. Niet dat Nathalie daarom eenzaam aan de kant bleef staan. Zij was vaak het derde kind dat als scheidsrechter optrad als er ruzie was tussen Frédérique en Laurence. Overigens, die sterke gelijkenis tussen eeneiigen is een tweesnijdend zwaard. Vaak treedt er in hun relatie een spontane taakverdeling op, die dan weer verschillen in de hand werkt. Eentje gaat de dominante toer op, de andere installeert zich in een afhankelijkheidspositie. Zo zie je maar, ondanks de uiterlijke gelijkenissen zijn de psychologische verschillen heel groot."

Wat moeten we denken van de verhalen over telepathie bij tweelingen? Het internet wemelt van de sterke anekdotes. Een man komt om bij een vliegtuigramp in Ohio, en precies op het moment van de crash voelt zijn tweelingbroer in New York een hevige pijnscheut in zijn borst. Tweelingen die elkaar jarenlang niet gezien hebben, lopen elkaar onverwachts tegen het lijf en stellen tot hun verbazing vast dat ze hetzelfde shirt dragen en met dezelfde auto rijden. Professor Thiery zet een sceptisch gezicht. "Dat zal allemaal wel eens gebeurd zijn", zegt hij. "Maar met evenveel gemak lever ik je twee eenlingen die zo'n merkwaardig voorval hebben meegemaakt. Bij eenlingen gaat dat ongemerkt voorbij, bij tweelingen gaat dat gepaard met een aha-erlebnis, dat is het verschil. Alleszins is statisch nooit aangetoond dat dergelijke ervaringen vaker bij tweelingen voorkomen dan bij eenlingen." Wetenschappelijke uitspraken vallen er dus niet over te doen, maar de strijd tussen believers en non-believers woedt onverkort voort. "Ach", zegt professor Thiery, "ook dat is de geschiedenis van tweelingen. Iedereen probeert hen voortdurend voor zijn kar te spannen om allerlei theorieën hard te maken."

Achter welk kamp zou Johan Daisne zich hebben geschaard? Telepathie, het past alleszins wonderwel in zijn magisch-realistische universum. Hij heeft de drie ukjes van zoon Evert nog gekend en heeft voor elk van hen zelfs een gelegenheidsgedicht geschreven. Want wolfijzers en schietgebeden ten spijt, er was veel kindervreugd ten huize Thiery. "We mogen inderdaad niet te negatief klinken", zegt professor Thiery. "Een drieling is fantastisch, vooral voor de kinderen zelf. Geboren worden met twee zussen die je een heel leven nabij zullen staan, kan men zich een mooier geschenk dromen?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234