Woensdag 02/12/2020

Leve het trage lezen

Groot alarm! Voortdurend korte teksten scannen op het internet tast langzaam onze hersenschors aan. Ons concentratievermogen draait door dat eeuwige rondsurfen helemaal in de soep en een stevig boek lezen wordt een beproeving, zo betoogt Nicholas Carr. Hoog tijd om op de rem te gaan staan en te kiezen voor slowreading.

Het internet tast onze hersenen aan: maak weer tijd voor slowreading

Door Dirk Leyman

Het is een prangende vraag die elke journalist weleens kwelt: zal die lieve lezer mijn artikel wel van a tot z tot zich nemen? Ben ik in staat om zijn aandacht gaande te houden? Ik maak me alvast geen illusies. De kans dat u dit artikel volledig uitleest, is immers minimaal, hoezeer ik me ook uitsloof. En bovendien: het is allerminst mijn schuld. De oorzaak van uw haperende leeswijze?

Het is allemaal vierklauwens te wijten aan het internet, die rusteloze, eeuwig om aandacht snakkende afleidingsmachine, met haar eindeloze hyperlinks en verstrooiingsknoppen. Die zorgt er op stiekeme wijze voor dat je brein langzaam ten prooi valt aan versnippering én je berooft van het vermogen om diepgaand te lezen en scherp geconcentreerd te blijven. Want geeft u het maar grif toe. Tijdens het lezen van deze krant hebt u al even uw Facebookstatus geüpdatet of een commentaartje links of rechts toegevoegd. Met een half oog hebt u uw e-mails gecheckt én vlug vlug de nieuwssites afgeschuimd of een YouTubefilmpje gescand. Of wie weet zelfs een tweet verstuurd.

Voelt u zich niet betrapt. Want ik deed krek hetzelfde (weliswaar tijdens het schrijven van dit stuk). Voelt u zich ook niet schuldig. Want uw zappende leesgedrag (of noem het multitasking) wordt onderstut door onderzoeksgoeroe’s en researchers. Een studie van het Poynter Institute’s EyeTrack en het bureau Jakob Nielsen wees uit dat een langer krantenartikel tegenwoordig meestal nog slechts voor de helft wordt uitgelezen. En als het ergens online staat, wordt zelfs hooguit een vijfde ervan gelezen (dus ik mag nog van geluk spreken). Duits onderzoek toont dan weer aan dat de gemiddelde internetgebruiker hooguit 27 seconden spendeert op een webpagina.

Dat het lezen van een stevig boek volgens aartspessimisten zodoende nog veel meer onder druk staat, is evident. Voor de aanstormende jonge intelligentsia vergt een klassieker uit de wereldliteratuur kolossale, nog amper op te brengen inspanningen, zo jeremieerden talloze Britse en Amerikaanse academici onlangs in koor in The Guardian. Greg Garrard, die lesgeeft aan de universiteit van Bath, zegt dat hij de leeslijsten van zijn studenten noodgedwongen drastisch heeft moeten reduceren omdat ze het anders nooit zouden bolwerken. Tracy Seeley, professor Engels aan de universiteit van San Francisco, zag met lede ogen hoe de meeste van haar studenten zich slechts 30 seconden tot één minuut per keer kunnen concentreren op een tekst. Thomas Newkirk, professor aan de universiteit van New Hampshire, vertelde dan weer aan USA Today dat studenten zich erover beklaagden dat ze ‘hyperlinks’ misten in een gewone papieren tekst. En de universiteitsdocenten zelf? Ach, die scrollen liever door databases met wetenschappelijke artikels dan ze zelf van haver tot gort te lezen.

Dit wijdverbreide leespessimisme is koren op de molen van de Amerikaanse internetwatcher Nicholas Carr. Hij beweert zonder blikken of blozen dat onze overvloedige onlinegewoonten onze hersenen schade toebrengen en zodanig vervormen, dat ze het lezen van lange teksten regelrecht onmogelijk dreigen te maken. In zijn nieuwe boek The Shallows: What the Internet is Doing to Our Brains haalt hij onderzoek van vooraanstaande neurologen van stal om aan te tonen dat de “kakofonie van stimuli” op het internet nefast is: “Een boek proberen te lezen terwijl je een kruiswoordpuzzel maakt: dat is de intellectuele omgeving van het internet.” Carr, die in 2008 al ophef maakte met zijn artikel ‘Is Google Making Us Stupid?’, verdiepte zich in het onderwerp toen hij met de schrik om het hart ontdekte dat het lezen van dikke pillen hem moeilijker afging. “Ik denk niet meer zoals ik vroeger dacht. Ik merk het vooral als ik lees. I missed my old brain.” Telkens weer leek zijn brein erop gebrand korte, flitsende informatie op te nemen, alsof het om de haverklap snakte naar fastfood. “Eens was ik een diepzeeduiker in de zee van woorden. Nu stuiter ik langs de waterkant als een man op een jetski.” Hij was opgezadeld met een onbehaaglijke rusteloosheid, ook als hij offline was. “Mentally, we are in a perpetual locomotion.” Traag en zorgvuldig lezen leek een onbereikbare wensdroom geworden. Carr moest op zoek naar genezing.

Of zou hij dan toch zijn soelaas zoeken in de vloedgolf van digested reads, verkorte versies van wereldklassiekers, of zelfs in twitterature, waarin de canon met de snoeischaar gereduceerd wordt tot een tweet van 140 tekens?

Dat het thema van onze digitale onrust de tijdgeest beroert, staat buiten kijf. Zopas publiceerde de Nederlandse classicus Arjan van Veelen Over rusteloosheid, een snugger geschrift waarin hij onze jachtige zwerf- en zaplust speels maar genadeloos op de rooster legt. “Internet is eindeloos en eeuwig uitdijend. (...) Dit medium verandert voortdurend van gezicht, ververst zichzelf onafgebroken en de inkt droogt er nooit van op. Er is geen kop. Geen staart. Geen verhaal.” Van Veelen snakt op het internet naar houvast, naar “dijkjes” en “ommuurde communities”, naar een draad van Ariadne in het labyrint (die hij aantreft in Facebook). Speels toont hij aan hoezeer ook op Facebook of op het internet mechanismen spelen die al in de Oudheid bestonden: onze zucht naar erkenning (‘vind ik leuk’), macht en aanzien. Maar aan alarmisme à la Carr zal hij zich niet bezondigen. Voor wat het internet aan humbug meebrengt, krijg je ook ontzettend veel in de plaats, zo lijkt de rode draad in Van Veelens mousserend geschreven essaybundel. Tegelijk houdt hij ook een warm pleidooi voor het herlezen van de Griekse klassieken: “Begin bijvoorbeeld met Homerus, dan Herodotus, Plutarchus, Sappho (heb je zo uit) en Ovidius. En ga dààrna twijfelen. Vaar blind op de beste recensent: de tand des tijds. Het leven is te kort voor pulp.”

Het idee van Van Veelen lijkt wonderwel aan te sluiten bij de slowreadingbeweging, die zich onlangs weer in de aandacht wurmde van Newsweek en The Guardian. Nogal wat Britse en Amerikaanse academici willen dezer dagen een dam opwerpen tegen het hapsnap-lezen en terug naar de roots gaan: het savoureren van een boek zonder afleiding. Diepgaand, traag en zorgvuldig lezen, waarmee ook de auteur recht wordt gedaan.

Net zoals de slowfoodbeweging het artisanale karakter van voedsel weer in ere wilde herstellen, mikt de slowreadingadept op the original thing. Een van de bekendste ideologen is Nick Miedema, die er zelfs een heel boek aan wijdde: Slow Reading. “Als je een diepe persoonlijke leeservaring wil, en als je je een boek eigen wilt maken en de ideeën van de auteur met de jouwe wil vermengen, moet je het traag lezen”, aldus Miedema. De slowreaders maken een vuist tegen de obsessieve snelheidsdrang die ons beheerst en het leesgedrag aantast: in Amerika zijn er zelfs scholen waar met de stopwatch getest wordt hoe snel leerlingen kunnen lezen, alsof ze er voorbereid worden op internetscannen. Bovendien schept traag lezen ook verbondenheid, zegt Miedema: “Slow-reading herstelt de verbinding tussen ideeën en mensen. En dat gebeurt ook wanneer we boeken lenen van vrienden, wanneer we boeken voorlezen aan onze kinderen tot ze in slaap vallen.” Ook Tracy Seeley hamert erop dat slowreading “niet het terrein van de intellectuelen” mag blijven, maar “voor iedereen een uitdaging is”. Ze weert zich fel tegen de opvatting dat je kunt volstaan met samenvattingen of ingekorte versies van klassiekers. Zoals in de denkbeelden van de Franse professor Pierre Bayard. Die scoorde twee jaar geleden een wereldwijde bestseller met zijn Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen. Hij vond dat je niet moest schromen om een mening te ventileren over de stapels boeken die je maar met een half oog hebt gelezen of hooguit doorbladerd. Thomas Newkirk ziet dan weer een ouderwetse remedie: hardop lezen op school en teksten van buiten leren kan lezers weer verleiden tot het “echte proeven” van woorden en zinnen.

Toch staan de neuzen van de slowreadingdiscipelen niet altijd in dezelfde richting. Strak in de leer zijnde ideologen zijn het geenszins. De beweging van bezorgde academici heeft iets aandoenlijk naïefs en op het internet - ja, waar anders? - zijn er intussen talloze sites die het trage lezen promoten. Maar is het allemaal geen oude wijn in nieuwe zakken? Zelfs de filosoof met de hamer, Friedrich Nietzsche, omschreef zichzelf in 1887 al als “de leraar van het trage lezen”. En stonden de jaren zestig in de literatuurwetenschap niet in het teken van closereading? Is het overigens niet zo dat elk medium zijn eigen leestempo oplegt? Publicist Henry Hitchings vindt de tweespalt traag en snel lezen ronduit artificieel: “Wanneer ik James Joyce lees, voel ik dat ik traag moet lezen. Wanneer ik de handleiding van mijn wasmachine lees, moet het snel.”

En toch. Vrijwel elke hersenwetenschapper twijfelt er niet aan dat hevig internetgebruik de concentratie ontregelt. Zo zei neurofarmacoloog Lex Cools van de Radboud Universiteit Nijmegen in Vrij Nederland dat overdadig surfen ervoor zorgt dat “bepaalde delen van de hersenen in de slaapstand komen, zoals die waardoor je lange stukken tekst kunt lezen. En dat kan consequenties hebben.” Maar paniek is niet aan de orde: “Voor zover we nu weten kan je dat ook terugdraaien. Maar daar moet wel iets actiefs voor gebeuren.”

Gelukkig zijn de remedies tegen de heersende leescrisis uiteindelijk relatief eenvoudig te realiseren. En ze zijn verrassend goedkoop. Nee, u hoeft het internet niet als de baarlijke duivel uw huis uit te jagen. Maar u kunt wel af en toe offline gaan en u afzonderen met een (goed) boek. Blijft u ook maar even met uw fikken van uw iPhone af en schakel die tv maar uit. En lees. Zoals in die bezwerende openingszinnen van Italo Calvino’s Als op een winternacht een reiziger (1979): “Ontspan je. Concentreer je. Zet iedere andere gedachte uit je hoofd. Laat de wereld om je heen vervagen tot het onbestemde. Je kunt de deur maar beter dicht doen: daarachter staat altijd de televisie aan.” En ja, ook onheilsprofeet Nicholas Carr kwam er zo achter hoe hij zijn oude lezende zelf moest heropwekken. Hij ging simpelweg even offline: “Er kwam weer leven in oude, onbruikbaar geachte hersencircuits. En sommige door het internet geactiveerde kwamen tot rust. In het algemeen begon ik me kalmer te voelen en kreeg ik weer beheersing over mijn gedachten. Ik was geen laboratoriumrat meer en werd weer menselijk. Mijn hoofd kon weer ademen.” Aandachtig lezen en (her)lezen als de ultieme zen in een door jachtigheid geteisterde wereld: het lijkt haast een daad van verzet.

En u, lezer, u hebt me verbaasd. Want u bent er nog steeds bij. Ik heb u schromelijk onderschat. Was al dat doemdenken dan toch een maat voor niets?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234