Zondag 20/10/2019

'Leute in de koers. Dat gaat niet meer'

Volgwagen, blazer en pet zijn nog niet ingeleverd, maar Jef Braeckevelt (68) is geen 'general supervisor' meer bij wielerteam Katusha. Jef en de Russen hebben elkaar nooit begrepen, maar gingen toch in onderling overleg uit elkaar. De eeuwige ploegleider van het peloton zal volgend jaar ook geen ploeg leiden. Jammer, want: 'De koers, ik kan er geen slecht woord over zeggen.'

De boekenkast zegt wie je bent en bij Jef Braeckevelt zegt een houten commode - beslist geen Zweeds design - van alles door elkaar. Op de hoogste plank: De geschiedenis van de post, geflankeerd door 1988: wat een jaar, beste sportliefhebber en Rode Duivels op Wielen. Verder ook nog een paar biografieën. Roger De Clercq en Andre Tchmil, parcours van een gentleman.

Misschien maar beginnen bij die laatste. "André heeft me vandaag al twee keer gebeld", zegt Braeckevelt. "Een kameraad tot ik dood ben. Ik heb veel gedaan voor hem. En Tchmil heeft de laatste jaren veel gedaan voor mij."

Dat laatste is duidelijk: het was Tchmil die Braeckevelt in 2008 tot general supervisor benoemde bij Katusha. Een schone job, zegt hij zelf. En niet alleen omwille van de verloning. "Ik mocht mijn koersen zelf kiezen. Ik begreep die Russische renners moeilijk, maar ze hadden wel respect voor mij. De mannen weten ook: Braeckevelt heeft de carrière van Tchmil gemaakt. Dan luisteren ze."

Luisteren wel, maar presteren niet. Katusha had een dramatisch jaar. En dat kostte de kop van algemeen manager Tchmil. "Luistert", zegt Braeckevelt. "Hij is buitengezet bij Katusha omdat er geen resultaten waren. Je moet weten, bij Katusha is de Russische federatie baas. En die denken in medailles, omdat ze dat gewoon zijn uit het baanwielrennen. Ze werken daar met een Duitse coach (Heiko Salzwedel, red.), met tamelijk veel succes. Die Duitser heeft de federatie gezegd dat ze met zijn landgenoot Hans-Michael Holczer ook op de weg succes zouden hebben. Bovendien zijn de topvedetten van de ploeg - álle topvedetten op papier - gaan klagen bij de federatie. Goesev, Karpets, Kolobnev, die mannen. Over slecht materiaal en zo. Daarom is Tchmil moeten vertrekken."

Braeckevelt zit 48 jaar in het wielrennen, en dus voelde hij de bui al een tijd hangen. "Ik versta geen Russisch, maar na de Ronde van Vlaanderen had ik het al gezien. André had de grote bazen uitgenodigd. Wat gebeurt er? Vijftien man in de aanval en niemand van ons erbij. Ja, dat was daar al een geweldige discussie. Die gasten zaten meteen onder elkaar te vergaderen. Dat ging luid, hé. Daarna op weg naar de luchthaven: nog altijd discussie. Een week later in Roubaix was het nog erger: geen enen aan den arrivé. Toen had ik het al begrepen."

Exit Tchmil en exit Braeckevelt. "Ik mocht blijven als ploegdirecteur, maar ik ben 68, dat is voor mij niet meer", vertelt hij. "Al dat reizen en al die verplichtingen. We hebben een overeenkomst gevonden."

Braeckevelt, bijgenaamd de Obelix van het peloton, stopt dus. Voorgoed. Vanaf heden geen koers meer. In zijn biografie Zeg maar Jef staan daarover een aantal onheilspellende berichten. Er staat bijvoorbeeld: "Een wielrennerij zonder Jef is ondenkbaar". En dramatischer: "Zonder wielrennen gaat Jef dood."

Maar Jef moet er om lachen. "Ik weet natuurlijk niet hoe het zal zijn, maar ik ga zeker naar de koers blijven gaan. Ik ken overal de inrichters, he. Maar nu kan ik alleen gaan als ik goesting heb. Ik zal u zeggen: ik heb wel eens gevloekt de laatste tijd. 'Verdomme, ik moet naar de koers.' Terwijl ik liever naar het voetbal of de paardenkoers was geweest. Mijn vrouw doet dat graag, nu zal ik meer kunnen meegaan." Echtgenote Jenny brengt ondertussen de koekjes bij de koffie en denkt er het hare van. "Gij gaat naar de koers blijven gaan, dat ben ik heel erg zeker." Mja, hij kan het niet ontkennen.

Maar de koers is wel veranderd. "Pas op", zegt Jef. "Geen slecht woord over de koers. Dat kan ik niet. Ik heb te veel schone dagen gehad. Te veel goeie vrienden in het peloton. Tot ik dood ben, geen slecht woord over de koers." Dat gezegd zijnde, zijn er toch een paar klachten. "Vroeger had je leute", zegt Braeckevelt. "Maar dat gaat niet meer. Vorig jaar kom ik op de eerste ploegstage van Katusha. Twee seconden na het avondeten is de tafel leeg, hé. Dat is de nieuwe generatie: allemaal met de laptop in een hoek. Zo ver mogelijk uit elkaar. Wat moet ik dan doen? Naar mijn kamer en gaan slapen? Nog zoiets: de coureurs pakken hun telefoon niet meer op. Dat is nu het nieuwste. Ik bel en krijg geen antwoord. Vroeger gebeurde dat niet."

Ploegleider is niet meer het gerespecteerde beroep dat het ooit was. En dan hoeft het niet per se meer. Braeckevelt: "Er hebben nog een paar continentale ploegen gebeld, maar ik heb neen gezegd. Allé, ik zal die mensen wel helpen, natuurlijk. Met wedstrijden regelen in Frankrijk en zo."

La Redoute

Braeckevelt heeft overal goede contacten, maar vooral in Frankrijk. Een halve Fransman is wel eens gezegd. Zijn netwerk is wijd vertakt, tot de Tour de France toe. Voormalig Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc is een goeie vriend. "Het was onmogelijk om geen vrienden te worden met Jef", zegt Leblanc daarover. "Ondanks onze verschillende loopbaan in het wielrennen. Ik was achtereenvolgens renner, journalist en organisator. Terwijl Jef al die tijd maar één rol had: die van ploegleider."

"In Frankrijk heet ik Jos", zegt Braeckevelt. "Mijn naam is eigenlijk Joseph. Hier bij ons wordt dat Jef, maar als ik over de taalgrens ga, is het Jos. Ik heb het nooit anders geweten. Ik spreek goed Frans en dat is een groot voordeel geweest in mijn carrière. Mijn ouders stuurden me naar Moeskroen naar school. Vader zat in het vlas en voor middenstandskinderen was het de gewoonte dat die onderwijs volgden in het Frans. Nu is dat anders, het is nu Engels allemaal. Voor mij was Moeskroen een moeilijke periode: ik miste de Vlaamse kranten met de verhalen over de koers. Wat ik me nog goed herinner: de surveillant liep altijd over de koer met Het Nieuwsblad in zijn achterzak. Dan moest ik op mijn knieën smeken om daar twee minuten in te mogen lezen."

Via Leroux, Etalo en Maes-Pils zou Braeckevelt later bij het grote Franse La Redoute terechtkomen. "Daar heb ik de truken geleerd", zegt hij. "Van Raphaël Geminiani, een echte figuur." En truken, zo kent Jef er een paar. "Onze grootste stunt was bij Geens-Watney's, met manager Berten De Kimpe. Ge moet weten: toen bestonden er nog truken. De koers was nog niet zo gecontroleerd. Ik herinner het mij goed: op tweede sinksen, in de Omloop van Oost-Vlaanderen. Er was vier man weg, met vier minuten voor. En niemand van ons erbij. Wat gebeurt er: we passeren in Roborst en 'den travers' (spooroverweg, red.) is toe. Daar hebben we onze Engelsman Peter Head naar voor gestuurd. Die reed en reed en reed, maar de vier koplopers bleven juist even ver. In Gent, op de Charles De Kerckhovelaan, hebben we mecanieker Gérard Van der Steene dan naar een viswinkel gestuurd, achter visdraad. Zo hebben we Head van Eeklo tot Zelzate voortgetrokken. Tot hij uiteindelijk in Ertvelde bij de koplopers is gekomen. Ik zeg het: toen kon dat nog."

Serge Baguet

Even terug naar de boekenkast. Naar De geschiedenis van de post. Tot 1994 bleef de grote ploegleider Jef Braeckevelt werkzaam als postbode. "Gewoon om iets achter de hand te hebben", zegt hij. "Ploegleider is een stiel met risico. Ik werkte zes maanden bij de post en zes maanden in het peloton. Ik klopte dubbele diensten om de uren rond te krijgen."

Pas in 1994 durft hij de Post pas los te laten. Braeckevelt is op dat moment succesvol ploegleider bij overheidsploeg Lotto. Voldoende zekerheid om de stap te zetten. "Ik kwam bij Lotto in 1989", zegt hij. "Toen was dat nog een opleidingsploeg voor jonge renners. Maar in de daaropvolgende jaren zouden we voortdurend groeien. Een fantastische periode: Johan Museeuw, Sammie Moreels, Claude Criquielion, Johan Bruyneel, je moest die gasten uit elkaar houden of ze vochten om te kunnen winnen. Ik herinner mij de GP Wallonie: Lotto had de vijf eerste plaatsen. Echt een plezier."

En toen veranderde alles. Braeckevelt: "Peter De Clercq was in 1995 de eerste die naar mij kwam: 'Jef, het zijn de dokters die de uitslag bepalen.' Wij lachten daar toen mee. 'Peter, ge traint te weinig.' Wisten wij veel. Lotto had niet eens een ploegdokter op dat moment. Maar het zou ons snel duidelijk worden. In de Tourrit naar La Plagne verloren we vijf renners op één dag. Alex Zülle was die dag ongelooflijk snel vertrokken. Die periode heeft veel jongens gedemoraliseerd." Braeckevelt zal het niet uitspreken, maar het gaat dus over epo.

Vandaag is het beter, volgens Jef. "Zuiver", zegt hij. Ook al omdat Braeckevelt het als een morele plicht ziet om het wielernest niet te bevuilen. "Geen enkele dokter in een ProTourploeg neemt nog een risico. De Tour van 1998 is een kantelpunt geweest. Net zoals het biologisch paspoort nu. De mensen klagen tegenwoordig over te veel massasprints, maar dat is normaal: niemand kan nog echt sneller rijden dan een ander." En toch, op het eind van het gesprek zegt hij net zo goed: "Doping was er honderd jaar geleden en doping zal er ook zijn over honderd jaar. Als er geld mee gemoeid is, is er tricherie."

In een halve eeuw in het peloton heeft Braeckevelt veel zien veranderen. "Het is erg om te zeggen, tegen mijn eigen winkel, maar alleen de Tour telt vandaag nog, hé. Ik heb het nochtans ooit anders geweten. In 1978 stonden er tien ploegen van twaalf man aan de start. Zelfs 'L'équipe des chômeurs' reed mee. Niet eens tien jaar later, in 1987 bij de start aan de Muur van Berlijn, stonden er al zevenentwintig ploegen. In die tijd is het wielrennen enorm geïnternationaliseerd. De kracht van de Tour is nu immens. Wie weet nog dat Serge Baguet Belgisch kampioen is geworden? Maar iedereen herinnert zich wel zijn ritoverwinning in de Tour."

Blij dat hij er zelf over begint. Want het is op 26 juli 2001 in Montlucon dat Jef Braeckevelt een nationale bekendheid wordt. Hij weent die dag tranen met tuiten nadat zijn poulain Serge Baguet de Italiaan Lelli aftroeft in de sprint. "Ja, dat verhaal vertellen ze altijd over mij. Maar ja: ik had Serge opnieuw bij de ploeg gepakt, nadat hij drie jaar pinten had gedronken als dakwerker. Iedereen lachte met mij. Journalisten, renners ook. Johan Museeuw zei 'Jef, toch niet Baguet.' Maar ik wist dat Serge klasse had. En dat hij in die drie jaar had geleerd wat werken was. Ik heb toch gelijk gekregen. Dat heeft mij altijd het meest plezier opgeleverd: winnen met kleine renners. Baguetje, Fabien De Waele in Parijs-Nice, Andrei Tchmil in Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Dat is dubbel mooi. Een vedette wordt betaald om te winnen, hé. Zo'n kleine garnaal niet."

Een kleine garnaal kan Jef Braeckevelt nooit meer zijn. Niet nadat de derde rit van de Tour in 2007 vertrok in Waregem. Een eerbetoon van het peloton aan Jef. "Die dag heb ik respect gekregen van de wielerwereld", zegt hij. "Dat heeft me veel deugd gedaan. Echt een mooi moment."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234