Dinsdag 25/02/2020

Let wel op de rommel

Over geuren schreef de Franse auteur Philippe Claudel vorig jaar een prachtig boek. Het heette ook gewoon Geuren. En wie Het parfum ooit las, vergeet Jean-Baptiste Grenouille nooit: een jongen zonder lichaamsgeur maar met een bijzondere reukzin.

De vraag of foto's kunnen rieken, is hier beantwoord: ja. Die geur komt niet van het oude Douwe Egberts-koffiemolentje tegen de kast. Als u dat al zag. Deze - vermoedelijke - keuken is zo'n verzamelplaats van wanorde dat een detail weleens verloren kan gaan. Dat ze nog gebruikt wordt, doet het bakje fruit rechts in beeld veronderstellen. Al rot er iets weg - een mandarijntje is de gok. Verder lijkt alles weg te rotten: plastic bekertjes, plastic bakjes, plastic flesjes. Oh, plastic zakken ook. Plastic bakken. Ongetwijfeld plastic planten in het kamertje ernaast. Alles van plastic, de inboedel van echte mensen. Deze foto stinkt.

Let niet op de rommel is de titel van een boek dat de Nederlanders Henk Plenter en Annemiek van Kessel schreven, maar eigenlijk is dat juist het omgekeerde van wat ze moesten doen. Let wél op de rommel. Plenter was veertig jaar lang, tot hij in 2011 met pensioen ging, inspecteur Hygiënisch Woningtoezicht van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst in Amsterdam. Eenvoudiger: Plenter moest vier decennia lang toezicht houden op de hygiëne in woningen. Hij en zijn diensten werden gealarmeerd als er signalen van vuiligheid waren. Je zou kunnen zeggen: als een huis vol huisvuil zat en dat niet langer onopgemerkt bleef. Omdat het uitpuilde. Omdat het droop van vettigheid. Omdat het stonk. Plenter liet het huis dan ontruimen en dat werd zo'n begrip dat 'plenteren' (naar Henk Plenter dus) een term werd in het Algemeen Nederlands Woordenboek: 'Een huis ontruimen waarin de bewoner of bewoners zoveel spullen hebben verzameld en opgeslagen dat het wonen erin of in de omgeving ervan een gevaar oplevert voor de volksgezondheid'.

Wat hij toen zag in, alles samen, 1.600 huizen werd stof voor dit boek. Vuile foto's genoeg. Er zijn mensen die hun lege tabaksverpakkingen niet weggooien maar ze zo laten opstapelen dat ze er na verloop van jaren bijna zelf in stikken. Er zijn mensen die oude kranten niet weggooien en na verloop van jaren gangen moeten aanleggen om tussen die oude gazetten de weg naar het bed terug te vinden. Ook drankblikjes blijken na verloop van jaren een berg te kunnen vormen. Kleren, vuile lakens, stinkende kookpotten: plenteren maar.

Plenter, een verzorgde man die door zijn job de bijnaam 'Vieze Henkie' kreeg, heeft alles gezien en nog veel meer geroken. Zijn neus noemt hij nog altijd zijn beste werkinstrument. In de Volkskrant vertelde hij hoe hij de geuren van muizenkeutels, mensenpoep en lijken met gemak kon onderscheiden.

Ooit, in ons dorp, woonde een oud boerenkoppel. Zij kreeg al snel Sneeuwwitje als bijnaam, zo donkervuil zag ze er altijd uit. En in de winkel liet iedereen 'Vlooi Maes' voorgaan: hij stonk zo hard dat iedereen hem zo snel mogelijk weer wilde zien buitengaan. Angst om zijn vlooien te krijgen ook. Maar zou iemand eraan gedacht hebben die mensen te helpen? Laat staan hun huis te plenteren? Niemand die er binnenging. Sneeuwwitje en haar man stierven er ongetwijfeld in hun eigen vuil.

Had iemand maar, zoals Henk Plenter, een beetje op de rommel gelet.

Henk Plenter en Annemiek van Kessel, Let niet op de rommel. Verhalen van eenzaamheid en vervuiling in de grote stad, Luitingh-Sijthoff, 272 p., 16,95 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234