Zaterdag 31/10/2020

Radicalisering

Let op als je kind in Turkije op vakantie wil

Fouad Belkacem in een filmpje uit 2011. Als leider van Sharia4Belgium preekte hij een radicale islam.Beeld rv

Hoe kunnen de ouders van islamitische jongeren hun radicalisering op tijd zien aankomen?

Een uur heeft ze zwijgend zitten luisteren naar wat de andere vrouwen te zeggen hebben over radicalisering. Dan neemt de Syrische vrouw het woord. Ze is vanuit Den Helder naar Gouda verhuisd, waar ze nu drie maanden woont.

"Ben je sjiiet? Dat is het eerste wat de islamitische gemeenschap in Gouda van me wilde weten." Nog geen week later werd haar gevraagd of ze soms christen is. Ze had kennelijk iets gegeten dat haram (niet volgens de regels van de islam) is. Fel: "Als je als soenniet niet met christenen wil omgaan en niet met andere islamitische stromingen wil leven, moet je niet in Nederland blijven. Ga dan weg."

De Syrische raakt een gevoelige snaar. Er wordt wel gezegd dat moslimjongeren radicaliseren, omdat ze door de Nederlandse samenleving worden buitengesloten. Volgens officiële cijfers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zijn er 190 Nederlandse jongeren naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij de terreurbewegingen Jabath al-Nusra of Islamitische Staat. Dat zijn "gekende casussen". Waarschijnlijk zijn het er 250 of meer. Behalve tegen de Syrische president Assad, strijden die Nederlandse jongeren tegen sjiieten, christenen, afvalligen en moslims die hun ideologie niet delen.

Even valt een stilte. Dan zegt een Marokkaans-Nederlandse moeder onthutst: "Je hebt gelijk. We sluiten zelf ook mensen uit. We zijn aan het haat zaaien. Dat geven we door aan onze kinderen."

Bijeenkomst

De vrouwen zijn op een dinsdagmiddag in mei bijeen gekomen om hun groeiende zorg te delen over de radicalisering van hun jongeren. Vlak voor die bijeenkomst waren weer twee jonge Gouwenaars naar het kalifaat vertrokken. Een van hen zou 's nachts zijn geronseld op de Raam nabij moskee Nour. "Ik ben weg. Dag", meldde hij in een afscheidsbriefje. De eerste Goudse groep, vooral meisjes, reisde in het voorjaar van 2013 af.

De sessie in het Nelson Mandela Centrum is georganiseerd door het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN). Dat is in januari de Hulplijn Radicalisering (voor ouders) gestart en heeft daaraan weerbaarheidsbijeenkomsten gekoppeld, die in diverse steden in Nederland worden gehouden.

"Ze zijn bedoeld om informatie te verstrekken en uit te wisselen. Maar ook om de gemeenschap uit de slachtofferrol te halen", zegt SMN-woordvoerder Farid Azarkan. SMN ontkent niet dat sprake is van (subtiele) uitsluiting en dat moslimjongeren soms niet alle kansen krijgen.

Azarkan: "Maar kansen zijn er wel. Je moet een tandje bij zetten om te slagen." De radicaliseringsproblematiek is complex en heeft grote urgentie voor de Marokkaanse gemeenschap. De meeste Europese Syriëgangers zijn van Marokkaanse komaf. Azarkan: "Het helpt niet met de vinger naar anderen te blijven wijzen. Het is ook ons probleem."

Gevoeligheid

De SMN-bijeenkomsten zijn besloten, vanwege de gevoeligheid van het thema. De Nederlandse krant de Volkskrant mocht twee van die oudersessies bijwonen (in Gouda en half april in Utrecht voor mannen), op voorwaarde dat niet gefotografeerd wordt en de deelnemers niet met naam worden genoemd.

Op beide bijeenkomsten speelt het slachtoffersentiment op. Vooral in Utrecht. Een lokale imam vindt de opmerking dat "we bijeen zijn om onze kinderen te redden" nogal agressief. Verkeerd vindt hij ook dat gesproken wordt over "islamitische radicalisering". "Dat is te confronterend. Alsof er geen andere vormen van extremisme zijn."

Een onafhankelijke radicaliseringsexpert wuift links- en rechts-extremisme niet weg. Maar de focus moet liggen bij islamitische radicalisering, omdat de gemeenschap daarmee worstelt. "Het is een complex en dynamisch proces", legt hij uit en somt op welke factoren allemaal een rol kunnen spelen: persoonlijke, sociaal-economische, religieuze. De context kan lokaal, nationaal en internationaal zijn. De ideologie wordt verspreid via internet, sociale media, maar ook door ronselaars die actief zijn in Nederlandse straten, rondom moskeeën en scholen.

Sjeik Google

"We worden geconfronteerd met jongeren die hun ideeën van internet halen. Die niet naar hun ouders luisteren, maar naar sjeik Google. Die de imam van de moskee wegzetten als zielig en onwetend."

Dat de taak van ouders niet makkelijk is, staat buiten kijf. Maar te vaak verschuilen die zich achter complottheorieën, die wijdverbreid zijn in de gemeenschap. "In plaats van de problemen af te schuiven op anderen: de PVV, de Amerikanen, de media, moeten we zelf verantwoordelijkheid nemen", betoogt de expert.

De mannen zijn niet meteen overtuigd. "Onze eigen manier van opvoeden is niet toegestaan", sombert een opa. Zijn kleindochter was gevallen, zat onder de blauwe plekken. De ouders werden meteen beschuldigd van kindermishandeling. Hij krijgt veel bijval. Ouders zijn altijd bang dat hun kinderen uit huis worden geplaatst. Dus kloppen ze niet aan bij de instanties als ze vrezen dat hun kinderen naar Syrië willen vertrekken.

De vrouwen in Gouda, allen met hoofddoek, noemen stigmatisering de oorzaak van radicalisering. "Onze kinderen kunnen het nooit goed doen." Een moeder meent te weten dat Roemeense, Poolse en autochtone criminele meiden een hoofddoek omdoen als ze gaan stelen. "Om ons in een kwaad daglicht te plaatsen."

Tranen

Rabiaa Bouhalhoul, sinds april werkzaam voor het expertisecentrum radicalisering van het Ministerie van Sociale Zaken, slaagt erin het slachtofferdenken snel naar de achtergrond te drijven met haar zelf geschreven gedicht Mijn zoon, de vreemde!. Daarmee raakt ze de vrouwen in het hart. Tranen vloeien.

Bouhalhoul dicht over de geboorte van een zoon. "Ik de trotse moeder genoot als een koningin op haar troon." Helaas kon ze de zoon niet goed genoeg bewapenen tegen het gevaar om hem heen.

"Ik heb jouw vragen over jouw zoektocht naar de ware "ik" niet begrepen / En daarom ook niet kunnen beantwoorden / Want mij is nooit geleerd om tegen de storm in te gaan / Mij is geleerd om toe te dekken, te ontwijken, te buigen en te zwijgen"

Moeder Bouhalhoul krijgt soms ook lastige vragen van haar zoon. "Waarom draag je geen hoofddoek?", bijvoorbeeld. Ze zegt dat dergelijke vragen een signaal kunnen zijn dat kinderen beginnen te vervreemden van hun thuis. Belangrijk is met het kind in dialoog te blijven. Proberen het gedachtengoed eruit te trekken. Vervreemding van het gezin kan uitmonden in vervreemding van de stad, het land, het Westen. Bouhalhoul: "Elke moeder heeft er last van als haar kinderen ongrijpbaar worden."

"Ze kruipen overal"

De machteloosheid van ouders spat er in Gouda en Utrecht vanaf. Een vader: "Die radicalen zijn net miertjes, ze kruipen overal. Ze gaan in pak met aktetas naar het werk en even later zijn ze op weg naar Syrië. Ze zijn niet meer te herkennen."

De Syrische vrouw was onlangs in Turkije. Ze heeft met eigen ogen gezien dat Europese jongeren die met de bus reizen, schaars gekleed gaan. Alsof ze toeristen zijn. Bij de grens met Syrië kleden ze zich om en gaan zwaar gesluierd of in djellaba de grens over.

Tip: Let op als je kinderen met vakantie naar Turkije willen. Voor je het weet glippen ze weg en "schieten ze zich even later het Paradijs in".

Op de bijeenkomsten zijn ook radicaliseringsambtenaren van de gemeente aanwezig. Die stellen dat ouders en de overheid elkaar hard nodig hebben. Zonder hulp van de andere partij, blijft het "dweilen met de kraan open", zegt Michel Kok van de gemeente Utrecht. Het is voor iedereen een zoektocht, omdat er geen profiel te maken is van Syriëgangers en zij steeds slimmer worden in het verhullen van hun ware intentie.

De kloof van wederzijds wantrouwen moet worden gedicht. Bouhalhoul: "Met één hand kan je niet klappen."

Niet de kop in het zand steken

Wat kunnen ouders zelf doen? Suggesties vliegen over tafel. Om te beginnen niet de kop in het zand steken. Uitzoeken of jongeren de Syriërs op een andere manier kunnen helpen, in vluchtelingenkampen bijvoorbeeld. Meegaan naar dubieuze lezingen en met je kind over de inhoud praten.

De overheid helpen bij het ontmaskeren van ronselaars. Jongeren die terugkeren, moeten scherp aan de tand worden gevoeld over wie hen heeft geworven, vindt een Goudse moeder. Die praten niet, zegt de radicaliseringsambtenaar. Bovendien valt ronselen lastig te bewijzen.

De moeder: "Dan moeten ze gedwongen worden. Als ze niets zeggen, opsluiten in de gevangenis. Net zo lang tot ze wel gaan praten." Geopperd wordt de ondervraging in handen te geven van een groep boze moslimmoeders. "Die krijgen het er wel uit. Zeker weten."

Hulplijn Radicalisering voor ouders is succes

Begin januari startte het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) met de Hulplijn Radicalisering voor ouders. Volgens SMN-woordvoerder Farid Azarkan voorziet die in een grote behoefte. Zowel ouders als gemeenten kloppen aan bij SMN. Inmiddels zijn veertig vertrouwenspersonen getraind.

SMN heeft in vijf maanden een kleine tweehonderd telefoontjes ontvangen. Daar zijn 56 casussen uitgerold. Het gaat om ouders van jongeren die zijn uitgereisd, in diverse stadia van het radicaliseringsproces zitten, tot aan een autochtone moeder die zich geen raad weet met de bekering van haar 15-jarige zoon. Die moeder weet niets van de islam en is bang dat haar zoon in een isolement raakt en een makkelijke prooi wordt voor ronselaars.

Inmiddels zijn zestien weerbaarheidssessies georganiseerd. De drukst bezochte bijeenkomst was in april in Amsterdam. Daar kwamen 110 ouders op af. Na de zomer wordt het programma verder uitgerold. Volgens SMN worden ouders steeds opener. Het taboe op radicalisering begint te slijten. Azarkan: 'Steeds meer ouders melden zich aan. Er wordt makkelijker over gesproken.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234