Dinsdag 29/11/2022

'Let maar niet op hem', zei de bakker

Hij stonk. Zijn gezicht zat onder de puisten en hij staarde futloos naar de grond. Overal op zijn huid zaten wondjes van het krabben. De broek rond zijn middel was samengebonden met een koord. Hij realiseerde zich niet eens dat zijn geslacht door de gulp bengelde. Mooi was de aanblik van Yvon Hellin niet, toen hij vorig jaar door de buitenwereld werd ontdekt in een kamertje boven een bakkerszaak in de buurt van de Brusselse Louisalaan. 'Ik heb vijftien jaar lang geleefd als een slaaf', zegt de 59-jarige bakkersknecht. 'Opgesloten, uitgebuit en geslagen door de baas.' De slaaf keerde zich tegen zijn meester en dagvaardde bakker Eric Vergucht deze week voor de arbeidsrechtbank.

Annemie Bulté

Pattiserie Vergucht in de Baljuwstraat in Elsene genoot een uitstekende reputatie. De bakkerij-annex-theesalon verzorgde banketten en leverde verrassingsbroden en taarten in heel Brussel. Als je dat wilde, kreeg je bakker Vergucht bij je thuis op bezoek om het aperitief te serveren, verkleed als een vrolijke hellebaardier. Zijn menu's (vanaf 495 frank) waren de goedkoopste van de hoofdstad. Niets deed vermoeden dat er zich iets ongewoons zou afspelen achter de met taartjes en koffiekoeken gevulde etalage. Toen de bakker in 1998 besliste om de zaak te verkopen, vond hij dan ook al snel een overnemer. De nieuwe eigenares, Nathalie Cabi, tekende in het voorjaar 1999 en vernam dat ze niet alleen een patisserie had gekocht, maar ook een bakkersknecht, die bij het huis hoorde.

"Een week later stelde de bakker hem aan me voor", vertelt Nathalie Cabi. "Ik schrok me rot. Dat was geen bakkersknecht, maar een lijk dat tussen de broden wandelde. Hij zei niks, had een uitgebluste blik, ademde alcohol en zat vol vlooien. Toen de bakker hem vertelde dat ik zijn nieuwe bazin zou worden, begon hij hard te huilen. 'Ik wil niet bij die madame blijven. Ik wil dat je me meeneemt naar Tenerife, zoals je had beloofd!' Let maar niet op hem, suste de bakker. Hij zal wel blijven. Het is een dronkenlap, niet goed snik, maar een goeie werkkracht."

'Het lijk' bleef, maar bleef de eerste weken even nors en zwijgzaam, en verstopte zich. Cabi zocht haar weg in de bakkerij en ontdekte dat er heel wat dingen in het gebouw niet in orde waren. "Er waren 67 domiciliëringen op het adres gevestigd, terwijl er niet meer dan twaalf man in het huis woonden. De bakker bleek met geen enkele vergunning in orde te zijn. De brandveiligheid was een lachertje. En dan was er nog die vreemde snoeshaan, Yvon. Het eerste wat ik deed was hem onder de douche zetten. Te oordelen aan de stank die hij verspreidde, was dat al in geen jaren meer gebeurd. Hij heeft toen de hele fles douchezeep opgemaakt."

Wat later werd Yvon zwaar ziek. "Hij raakte in coma en moest naar het ziekenhuis met een geperforeerde maag. Daar is hij voor het eerst gaan praten, eerst tegen de dokters, later ook tegen mij. Hij begon zich voor het eerst te realiseren, dat het leven dat hij leidde niet zo normaal was."

Het duurde nog weken voor Yvon het kamertje toonde waar hij sliep. Een trapladder vanuit het atelier waar de bakoven stond en het deeg werd gekneed, leidde naar een kleine lage ruimte waar vier grote diepvriezers stonden. In de hoek stond een bed met smerige lakens, waar vlooien uitsprongen, en twee nachtemmers. Er was geen toilet, geen wasbak, geen verwarming. "Ik sliep tussen ratten en ongedierte", vertelt Yvon Hellin. "Het stonk er naar bedorven vlees, dat de bakker opsloeg voor zijn buffetten. De diepvriezers maakten een hels lawaai. 's Nachts bakte ik brood, koffiekoeken en taarten in het atelier. Overdag sliep ik, tenminste als er geen grote bestellingen waren. Buiten de bakkerij zag ik niemand. Ik kwam nooit buiten. 'Je moet achter blijven', zei de baas. De winkel was verboden terrein. 'Tot aan de vuilbak in de keuken, niet verder', zei de zoon van de bakker. Als ik het toch probeerde, sloeg hij mij terug."

Veel vragen stelde Yvon zich niet bij het leven dat hij leidde. Hij at de restjes van wat de klanten in de lunchroom op hun bord lieten, en dronk voor de rest sloten bier. "Dat was het enige waarmee mijn baas gul was. Elke avond voor hij ging slapen zette hij een of twee bakken in het atelier. Als ik tegen de ochtend de laatste broden in de oven schoof was ik compleet van de wereld en ging boven mijn roes uitslapen. De alcohol hield me overeind. En dan was er nog die belofte van Tenerife. De baas zei dat hij ervoor zou zorgen dat ik daar in een appartementje mijn oude dag kon slijten. Als ik hard genoeg werkte."

Officieel leefde Yvon van zijn premie van het OCMW. "Maar die hield Vergucht voor zich. Een keer in de maand nam hij me mee in de auto om mijn geld op te halen bij de post. Dat moest ik onmiddellijk afgeven en daarna weer aan het werk."

Niemand van de klanten in de patisserie merkte wat. Buren die hem zagen, hielden Yvon voor een marginale dronkelap, een ranzig, wereldvreemd type die een kamer huurde boven de bakkerij. Het OCMW van Elsene beschouwde hem simpelweg als een hopeloos geval: aan de alcohol verslaafd, onstabiel, niet in staat om een job te houden, hoewel ze vermoedden dat hij wel in het zwart bijkluste. Bewijzen waren daar echter niet van. "Je zou het misschien niet zeggen, maar ik was goed in het bakkerswerk", zegt Yvon. "Mijn specialiteit waren verrassingsbroden: een grote krokodil, of een vliegtuig gevuld met kleine sandwiches."

Dat hij ooit nog met bloem en eieren zou leren goochelen, had Yvon Hellin nooit verwacht toen hij als Waalse arbeider in 1982 in Brussel kwam wonen. Hij had veertig jaar gewerkt als glasblazer in de fabrieken van de Borinage. "Ik kom uit een mijnwerkersgezin in Bouverie, een dorp bij Mons. We waren thuis met dertien kinderen. Iedereen mocht tot twaalf jaar naar school en moest dan gaan verdienen. Zo ging dat in die tijd."

En dus ging Yvon in de leer als glasblazer. Het failliet van de Waalse glasindustrie zorgde op het einde van de jaren zeventig voor de ene fabriekssluiting na de andere. "Toen ben ik naar Brussel gekomen, om werk te zoeken", vertelt hij. "Ik vond een kamer in de Baljuwstraat in Elsene, boven een dierenwinkel, maar geen werk. Ik kende niemand in Brussel. Elke ochtend ging ik een koffie drinken bij patisserie Vergucht, een eindje verderop. Op een dag vroeg de vrouw van de bakker me of ik geïnteresseerd was in een kamer boven de bakkerij. Ze was goedkoper, dus verhuisde ik. Dat werk is stilletjesaan gegroeid. In het begin vroegen ze al eens om te helpen met de vaat, en brachten ze een paar pintjes. Na een paar keer was dat al een hele bak bier. Ze vroegen me ook steeds vaker om een handje toe te steken. Op den duur stond ik elke nacht in het atelier tussen de broden. De laatste stap was de verhuizing naar het kamertje boven het atelier. En toen mocht ik niet meer naar buiten."

Enkele maanden geleden is de bakkerij gesloten door de gemeente. Het gebouw was, wat brandveiligheid en hygiëne betrof, een rampgebied. De aanpassingen die de nieuwe eigenares Nathalie Cabi plande, zijn niet doorgegaan. Er worden voorlopig geen vergunningen afgeleverd. "Ik ben alles kwijt", zucht Cabi. "Die hele bakkerij was een grote luchtbel." Zowel Cabi als Yvon Hellin dagvaardden bakker Vergucht voor de arbeidsrechtbank in Brussel. Yvon Hellin eist 25 miljoen frank schadevergoeding, het loon dat hem al die jaren niet werd uitbetaald. De arbeidsrechtbank stelde de zaak maandag uit.

Bakker Vergucht ontkent het hele slavenverhaal via zijn advocaat Peter Hartog. "Wij wachten nog altijd op het eerste stukje bewijs dat Hellin ooit voor de bakker heeft gewerkt", zegt Hartog. "Die man huurde een kamer in hetzelfde gebouw en leefde van het OCMW. Volgens wat ik in de kranten lees was het een marginale alcoholieker die jaren niet gewerkt heeft. Er is geen enkel stukje papier dat wijst in de richting van een arbeidsovereenkomst, laat staan een ander begin van een bewijs. Er is dus helemaal geen dossier, alleen een man die een onwaarschijnlijk verhaal ophangt. Gelooft u dit nu zelf? Een slaaf in de twintigste eeuw? Arbeidsinspectie, hygiëne-inspectie... nooit van gehoord?"

En toch is het echt gebeurd, zegt Yvon Hellin. Naast de burgerlijke procedure diende hij via zijn advocaat Philippe Simonart ook een klacht in bij het Brussels parket wegens 'gijzeling' en 'slagen en verwondingen'. Het onderzoek is nog aan de gang.

De bakkerij in de Baljuwstraat is al maanden leeggehaald, maar de lucht is er nog steeds niet te harden. Terwijl Yvon ons rondleidt in de duistere vertrekken toont hij de hoeken waar hij brood kneedde, aardappelen schilde, groenten waste en het slaafje-van-alles was. In zijn oude slaapkamertje boven het atelier stoten we op een kartonnen doos chocolade waarvan de houdbaarheidsdatum nog nauwelijks leesbaar is: 1995. "Dat draaide hij in de gateaux", wijst Yvon. Hij logeert in de kamer waar de bakker en zijn vrouw sliepen, maar wil zo snel mogelijk terugkeren naar zijn roots in de Borinage.

"Ik heb een broer en een zus teruggevonden. Ik had hen al vijftien jaar niet meer gezien. Een andere broer is inmiddels gestorven. Kanker." Yvon zelf leert nu stap voor stap weer te leven. "Het is moeilijk, maar ik drink niet meer", vertelt hij. "Mijn nieuwe bazin heeft me onder haar vleugels genomen. Vorig jaar heeft ze me meegenomen naar de Zuidkermis. Wat een belevenis! Al dat licht, die muziek en die mensen! Dit jaar heb ik voor het eerst in jaren een verjaardagscadeautje gekregen. Een stoel. Vroeger zat ik altijd op een vuilbak."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234