Maandag 06/07/2020

Lessen van een man in grijsflanellen pak

Pierre Harmel (1911-2009) is de laatste overlevende van een grote generatie: zij die aantreden vlak na (sommigen al vlak voor) de Tweede Wereldoorlog. Grijze mannen die noodgedwongen leerden leven met de zwart-wittelevisie. Kerels die het klappen van de zweep kenden in tijden van verzuiling (in het binnenland) en Koude Oorlog (internationaal). Net zoals een August De Schryver, een Paul-Henri Spaak, een Achiel Van Acker, of vooral zijn vriend en partijgenoot Gaston Eyskens, de man die ‘geen commentaar’ tot kunst verhief, paste Pierre Harmel perfect bij zijn tijd. Op zijn 35ste lijkt hij al een man van middelbare leeftijd, op zijn zeventigste ziet hij er amper anders uit. Wat minder en wat witter haar, voor zover dat er nog was. Maar verder altijd en immer ‘a stiff upper lip’, kaarsrechte rug. De schoolmeester van de Wetstraat, die ook internationaal zijn stempel drukte. Een ongewone carrière van een man die zeer gewoon zijn best deed. Hoe word ik een top-politicus, drie lessen voor de nieuwe generatie.

Les één: niet al te jong erbij, erg oud en nog altijd van de partij

Naar normen van vandaag was Pierre Harmel een laatbloeier, naar de zeden van zijn tijd was hij er nog relatief vroeg bij. Hij werd parlementslid op zijn 34ste, minister op zijn 39ste, wat zeker in die dagen ‘piep’ was. Maar Harmel had toen al ervaring zat. Hij was een katholiek studentenleider in de jaren dertig, waar hij mee pal had moeten staan tegen de verlokkingen van het in zijn kringen populaire rexisme van Léon Degrelle. Aan de universiteit van Luik begon hij een academische carrière, die afgebroken werd omdat hij bij het begin van de Tweede Wereldoorlog al jong luitenant werd, en in die rang vocht hij in 1940 in de slag bij de Leie. In 1945 krijgt hij de pijnlijke taak het lijk van zijn enige broer Roger te identificeren, een monnik van de abdij Maredsous die door de Gestapo was opgepakt en één maand voor de bevrijding in een concentratiekamp was gestorven. Dat tekent ook het leven van een jongeman.Het was dus een gelouterd man die in 1946, bij de eerste naoorlogse verkiezingen, lijsttrekker is op de PSC-kamerlijst van Luik. Dat is geen cadeau in de Cité Ardente, waar socialisten en communisten naar de gunst dongen van mijnwerkers en métallo’s allerhande. Verrassing: van alle lijsttrekkers haalt de jonge Harmel, nota bene een uit Brussel overgekomen academicus, de meeste voorkeurstemmen, meer dan de socialist Joseph J. Merlot (PSB) en de communist Julien Lahaut (PC). Neofiet Harmel ontgoochelt zijn kiezers niet. In een tijd van massamanifestaties was het zijn temperament nochtans niet om in een megafoon te roepen. Maar in het parlement maakt hij naam door, als jonge volksvertegenwoordiger, een christendemocraat die bovendien geheel tegen zijn aard in terechtkwam in de oppositie, meteen de eer en het genoegen te hebben om de linkse (socialisten-communisten-liberalen) regering van Camille Huysmans te doen vallen. Hij interpelleert de communistische ministers Terfve en Borremans over financiële onregelmatigheden in hun departementen bij de wederopbouw. Dixit de memoires van Gaston Eyskens stak Harmel een “vernietigend exposé” af, dat de regering zich de vernedering van een antwoord bespaarde. De CVP terug in de regering, en zelfs da spaarde Pierre Harmel de eigen ministers niet om zijn kiezers ter wille te zijn (belastingvermindering voor grote gezinnen).Moraal van het verhaal: een politicus hoeft niet sexy te zijn om stemmen te winnen, niet gehoorzaam om respect af te dwingen, en niet oud te zijn om een regering te doen vallen. Hij moet wel indruk maken, bij de tegenstand in het halfrond maar ook bij de man in de straat. En dat zorgt vaak automatisch voor respect bij de hogere kringen. Pierre Harmel stond bekend om zijn uitstekende contacten met Laken, maar hij was het die in 1950 de taak had om, in de vroege ochtend (6 uur 35!) van 31 juli op 1 augustus 1950, voor de wachtende journalisten het communiqué voor te lezen waarin koning Leopold III zijn troonsafstand aankondigde, na een laatste nacht vol conflicten met de verzamelde politici van zijn land. De royalisten zijn in choque. Harmel weet dat het niet anders kan. Hoe ‘pijnlijk’ ook voor een koningsgezinde als hij, hij beseft dat de oplossing “onvermijdelijk” is. Desondanks wordt hij later de absolute vertrouwensman van Boudewijn.Zo’n standvastige houding wil wel eens leiden tot een lang politiek leven. Voor zover men zijn eigen ambities in toom houdt, en men niet voortdurend denkt dat een andere functie tot nog meer macht en succes leidt. Het is een les voor de hele Wetstraat: tussen 1944 en 1973 kende België amper víér ministers van Buitenlandse Zaken (op het kortstondige intermezzo van Victor Larock na, maar die was een vaste man op Buitenlandse Handel): Paul-Henri Spaak, Paul Van Zeeland, Pierre Wigny en Pierre Harmel. En als oude minister van Buitenlandse Zaken toonde die laatste met zijn Harmel-doctrine (zie elders op deze pagina) een merkwaardige frisheid van geest. Jong gedaan, oud geleerd. En immer erbij.

Les twee: men bereidt een staatshervorming best grondig voor

Wat heet ‘vooruitziend’? Pierre Harmel gaf er een van de meest merkwaardige voorbeelden van uit de naoorlogse geschiedenis. In januari 1946 - let op de datum - spreekt hij op het congres van het tijdschrift La Relève. Onderwerp van zijn spreekbeurt: ‘Vlaanderen-Wallonië en de politieke decentralisatie.’ Vertaald naar vandaag: over federalisme en regionalisme. Wat nu gemeengoed is, was toen taboe: zo kort na de oorlog, waar het Vlaams-nationalisme zichzelf had verbrand en het unitaire België sterker leek te staan dan ooit. Harmel, lid van de Franstalige elite, begreep echter dat het land alleen kon worden samengehouden indien er een verstandig antwoord kwam op middelpuntvliedende krachten. Let wel: Pierre Harmel formuleerde deze bedenkingen bijna vier jaar voor de volksraadpleging over de koningskwestie, toen Vlaanderen voor en Wallonië tegen Leopold stemde en de spanning tussen noord en zuid zichtbaar was. Toen al had Pierre Harmel een wet laten stemmen die vanaf 1948 de oprichting mogelijk maakte van wat het ‘Studiecentrum-Harmel’ werd genoemd. In een recente studie over naoorlogse politiek-ideologische projecten legt VUB-historica Els Witte uit dat Pierre Harmel op die manier voor bredere netwerken zorgde. Want ook al wordt er in het studiecentrum behoorlijk bitsig gediscussieerd, de verschillende visies op de staatshervorming krijgen wel een academische onderbouw, een politieke massage. Als in de jaren zestig de taalgrens wordt vastgelegd, en premier Gaston Eyskens in 1970 de eerste staatshervorming laat stemmen, waren dat stappen die veel moeilijker hadden kunnen genomen worden zonder het lang voorbereidende werk van Pierre Harmel.Dat lag hem als geen ander: politiek op het snijpunt tussen realisme en idealisme. Harmel is katholiek, maar als woordvoerder van de ‘Groep van Luik’ is hij in 1945 een van de pleitbezorgers om bij het opstellen van het zo belangrijke ‘Kerstprogramma’ van de nieuwe Christelijke Volkspartij CVP-PSC om te breken met het wezen van de vooroorlogse ‘Katholieke Partij’ en van de nieuwe formatie géén confessionele partij te maken. Lapidair gezegd: hij hielp de kerkelijke overheid buiten zwieren uit de politiek.Pierre Harmel behoorde tot de progressieve vleugel van zijn partij, en toch ligt op hem de doem dat hij de schooloorlog startte. Het was een bitter gevecht, waar vrijzinnige hardliners en katholieke integristen beiden meenden 100 procent gelijk te hebben. Uiteindelijk waren het compromisbereide politici van de drie klassieke families (christendemocraten, socialisten en liberalen) die op 6 november 1958 hun handtekening onder het ‘Schoolpact’ zetten. Harmel was erbij.Moraal van het verhaal: grote akkoorden worden niet op één-twee-drie afgehaspeld. Ze moeten inhoudelijk gedragen zijn, en persoonlijk afgetoetst en gedragen door onderhandelaars van noord en zuid.

Les drie: men hoeft niet zelf naar Europa om op Europa te wegen

In een tijd dat het land op zijn kop staat omdat een Belg een belangrijk Europees mandaat zou kunnen opnemen, is het voorbeeld van Pierre Harmel natuurlijk bijzonder relevant. Op Karel Van Miert na is er wellicht geen Belg meer geweest die nadrukkelijker op het Europese en het internationale debat heeft gewogen dan Pierre Harmel met zijn ‘Harmel-doctrine’ (zie kader). Amerikaans neo-cons kloppen zichzelf op de borst dat zij met hun wapenwedloop de Muur hebben gesloopt, maar de bijdrage van Harmel - zoveel zachter, pacifistischer en gecultiveerder - was minstens zo essentieel. Pierre Harmel maakte het zelf niet meer mee als actief minister, maar de door hem gepropageerde politiek kreeg zijn culminatiepunt tijdens de historische ‘Akkoorden van Helsinki’. Le tout Europe verdrong zich om die rechtstreeks door Harmel geïnspireerde tekst te ondertekenen. Centraal stond de handdruk tussen Helmut Schmidt (West-Duitsland) en Erich Honecker (Oost-Duitsland). Andere beroemde ondertekenaars waren Valerie Giscard d’Estaing (Frankrijk), Harold Wilson (Groot-Brittannië), Aldo Moro (Italië), Olof Palme (Zweden), Joop den Uyl (Nederland), Bruno Kreisky (Oostenrijk) en Makarios III (Cyprus). Voor België tekende Leo Tindemans. Het Oostblok werd onder meer vertegenwoordigd door mannen als Leonid Breznjev (Sovjet-Unie), Edward Gierek (Polen), Nicolae Ceausescu (Roemenië), Janos Kadar (Hongarije) of de aparte Josep Broz ‘Tito’ (Joegoslavië). Verder waren er Gerald Ford (Verenigde Staten), Pierre Trudeau (Canada) en Sulyman Demirel (Turkije), alsook de latere kardinaal-staatssecretaris Agostino Casaroli (Vaticaan). De enige bekende die weg bleef was, noblesse oblige, de immer isolationistische Enver Hoxa (Albanië). Pierre Harmel was geen lid van de Europese Commissie, laat staan Europees president. Om internationaal succes te boeken, volstond het een degelijk minister van Buitenlandse Zaken van België te zijn, met dien verstande dat hij uitstekende medewerkers had in de jonge Etienne Davignon of NAVO-ambassadeur André De Staercke, een van de slimste en sluwste diplomaten die België ooit in de internationale arena stuurde.Zo bleef Pierre Harmel wat hij was: een vertrouwensman van premiers en politici, maar ook van koningen en kardinalen. Een man met een saai imago, maar een opwindend parcours. Een toppoliticus bovendien die uitblonk in één zaak: resultaat behalen - behalve, vreemd toch, toen hij zelf even eerste minister was. Hij zorgde mee voor een goede afloop van de koningscrisis. Hij onderhandelde het schoolpact. Hij bedaarde de gemoederen, zo goed en zo kwaad als dat kon, bij de onafhankelijkheid van Congo en nadien bij de Eenheidswet. Als minister van Buitenlandse Zaken in volle Koude Oorlog kent hij nog altijd zijn gelijke niet.En dat deed hij door de tegenstander niet alleen in zijn waarde te laten, maar ook als waardig gesprekspartner te erkennen. Pierre Harmel was een koningsgezinde die dus de opvolging van Leopold III naar Boudewijn I bepleitte, tegen de starre royalisten in. Pierre Harmel was een katholiek die het rijksonderwijs voldoende levensruimte toewenste, vandaar het schoolpact. Pierre Harmel was een Franstalige die begreep dat zijn België alleen gered kon worden door (hard, zo was hij wel) te onderhandelen met de Vlamingen. Pierre Harmel was een overtuigd atlantist die Europa aanspoort om te praten met het communistische Oostblok. Pierre Harmel tijdens zijn leven al was a man for all seasons, en zijn carrière kan ook na zijn dood inspiratie bieden aan de politici van a new age of empires, zoals een van zijn vlijtige opvolgers dat schreef.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234