Woensdag 13/11/2019

Lessen na de slag om Den Haag

Het stof dat de Nederlandse kiezer deed opwaaien, is nog niet gaan liggen. Maar toch kunnen er al voorzichtige conclusies worden getrokken. Wat hebben onze noorderburen in het stemhokje precies gezegd? En welke cruciale inzichten houden we daaraan over?

1 Het populisme is goed voor de democratie

De jonge lezers zullen zich dat waarschijnlijk niet herinneren, maar er was een tijd dat je stem er eigenlijk niet toe deed. Alle partijen verdrongen elkaar in het centrum, links en rechts bestonden niet meer, en kiezen voor een socialist of een liberaal kwam bijna op hetzelfde neer. Het was lood om oud ijzer, Pepsi Cola versus Coca Cola. Het waren de paarse jaren, de democratie leek versleten, de fut was eruit, stemmen was nutteloos.

Die tijd lijkt voorgoed voorbij. Het politieke debat gáát weer ergens over. Er staat iets op het spel. En de kiezer is zich daar erg goed van bewust. Dat bewijst de hoge opkomst bij de Nederlandse verkiezingen: iedereen wist dat zijn stem het verschil kon maken.

Dat is pure winst voor de democratie, en die winst heeft Nederland in niet geringe mate te danken aan Geert Wilders en zijn PVV. De vrees dan wel hoop dat hij de grootste had kunnen worden, joeg zowel supporters als tegenstanders naar de stembus. Het verschil met die relatief apathische paarse jaren, toen er niets te kiezen viel, was enorm.

In die zin is het populisme goed voor de democratie. De democratie wordt niet bedreigd, maar gerevitaliseerd. Populisten doen niet aan antipolitiek, maar gewoon aan politiek. De democratie bestaat maar bij de gratie van conflict, verbale oorlog, geweldloze strijd. Wie dat woensdag het best begrepen had, was Jesse Klaver, de man die GroenLinks aan een enorme overwinning hielp. Toen hij 's avonds laat zijn achterban toesprak, feliciteerde hij heel nadrukkelijk Geert Wilders. "Zo hoort dat in een democratie", zei hij toen de zaal een beetje tegenpruttelde. "Eerst vecht je elkaar de tent uit, daarna feliciteer je elkaar."

2 Soms heeft men zonder macht de meeste invloed

Wilders heeft dus wel én niet gewonnen. Hij scoorde vijf zetels meer dan in 2012, maar werd bijlange niet de grootste. Een overwinningsnederlaag die doet denken aan wat Guy Verhofstadt overkwam in 1994, toen hij de verkiezingen won, maar de peilingen niet waarmaakte - en zich daarna een tijdje terugtrok in Italië met een stapel boeken, om vijf jaar later voor het eerst federaal premier te worden.

Wilders kan de macht niet grijpen, maar dat hoeft niet, want zijn invloed is groot. Hier is de vergelijking met Filip Dewinter beter op zijn plaats. Zoals Dewinter de voorbije dertig jaar bijna alle Vlaamse partijen naar rechts heeft geduwd, zo heeft Wilders op zijn beurt de traditionele partijen opgejaagd en besmet met zijn islamofobe en xenofobe discours. Het radicaal-rechtse populisme is woensdag niet verslagen, maar uitgezaaid.

Dat is het slechte nieuws: terwijl de democratie herleeft, staat de rechtsstaat onder druk. Bij ons doet N-VA vandaag voorstellen waar Vlaams Belang zelfs niet meer aan durft te dénken: de nationaliteit van kinderen met één Belgische ouder voorwaardelijk maken, bijvoorbeeld. In Nederland valt niet uit te sluiten dat het derde kabinet van de liberale Mark Rutte straks ook met plannen zal komen die de rechtsstaat onder druk zetten.

Dat wordt hoe dan ook een van dé debatten van de komende tijd: hoe kunnen individuen en minderheden beschermd worden tegen de tirannie van de meerderheid en willekeur van de overheid? Daar tekent zich een nieuwe ideologische breuklijn af. Verdedigers van de rechtsstaat mogen steun putten uit het feit dat 80 procent van de Nederlanders Geert Wilders heel expliciet niet aan de macht wil.

3 De culturele breuklijn is echt wel essentieel

Er zijn bibliotheken volgeschreven over het radicaal-rechtse populisme. De verklaringen vechten om voorrang. Een van die verklaringen mag stilaan toch bij het groot huisvuil: het populisme is niet louter een reactie op toenemende ongelijkheid. Dat is de uitleg van onder meer de Belgische politicologe Chantal Mouffe: de spreekwoordelijke boze blanke kiezer voelt zich sociaal-economisch in de steek gelaten en laat zich wijsmaken dat alles de schuld is van landgenoten met een migratieachtergrond. Wie het populisme wil bestrijden, moet de links/rechts-tegenstelling in ere herstellen. Denkt Mouffe.

Dat lijkt toch niet te kloppen. De strijd tussen links en rechts is uiteraard niet gestreden, die breuklijn blijft bestaan, maar in Nederland - en elders in Europa - wordt het debat vandaag vooral beheerst door de strijd tussen wat populisme-experts nationalisten en kosmopolieten noemen. De nationalisten willen iets restaureren dat niet meer bestaat en wellicht nooit heeft bestaan: een soort nationale identiteit zoals die werd beleefd vóór de migratiegolven van de jaren 60 en 70. De kosmopolieten streven iets na dat wellicht ook nooit realiteit zal worden: harmonieuze samenhorigheid dwars door alle etnische en religieuze verschillen heen.

Tussen die twee utopieën loopt vandaag de culturele breuklijn. De traditionele partijen zwalpen en zigzaggen nog een beetje, maar de alternatieven aan beide kanten zijn helder en succesvol: de overwinning van GroenLinks is nog groter dan die van Wilders. En met de drie zetels van DENK heeft nu ook de spreekwoordelijke boze gekleurde kiezer, die zich door niemand vertegenwoordigd voelde, een stem in het parlement. Dat is goed.

4 Het representatieve systeem is springlevend

Er wordt al jaren gejammerd over de staat van onze representatieve democratie. Is die niet versleten? Werkt die nog wel? Gaapt er geen kloof tussen burger en politiek die we moeten dichten? Door 1000 burgers samen aan tafel te zetten en hen dagenlang te laten discussiëren? Door referenda te organiseren? Door burgers niet via het stemhokje maar via loting naar het parlement te sturen? De ideeën zijn talrijk.

Maar misschien hebben we die ideeën nergens voor nodig. Misschien is die goede oude representatieve democratie zo slecht nog niet. Denk even mee: waar was iedereen bang voor, vorige woensdag in Nederland? Dat Wilders het zou halen, zoals Trump het heeft gehaald in de VS, en zoals de brexiteers het hebben gehaald in het VK. En dat is duidelijk niet gebeurd. Ja, Wilders is gestegen. Ja, Wilders heeft invloed. Maar hij neemt het land niet over, zoals Trump en de brexiteers dat wel hebben gedaan. Trump dankzij dat rare Amerikaanse kiessysteem, de brexiteers dankzij dat referendum, want via parlementaire weg hadden ze het niet gehaald. Conclusie: de representatieve democratie is tot nader order goed bestand tegen de machtsgreep door radicaal-rechtse populisten.

En die versplintering dan? Ook die vraag klinkt de voorbije dagen weer luid. Is het geen probleem dat het politieke landschap zoveel verschillende partijen telt? Antwoord: nee, dat is helemaal geen probleem. Om het naoorlogse Europa op te bouwen, volstonden de drie klassieke partijen met hun simpele ideologieën. Nu is de wereld veel complexer, en zijn de verlangens die om politieke vertegenwoordiging roepen, ook veel talrijker. Het Nederlandse parlement is meer dan ooit een afspiegeling van wat er bij de bevolking leeft. Noem het liever geen versplintering, noem het genuanceerde veelstemmigheid. Nederland moet geen kiesdrempel invoeren, wij moeten de kiesdrempel afschaffen.

5 De sociaaldemocraten zijn in principe overbodig

Ook over de wispelturige kiezer wordt veel misbaar gemaakt. Valt een land nog wel te besturen, als de kiezer voortdurend van de ene partij naar de andere zwiept? Is die electorale volatiliteit, zoals dat heet, geen bedreiging voor de democratie? Opnieuw is het antwoord klaar en duidelijk: nee, natuurlijk niet. Vroeger stemden mensen hun hele leven voor dezelfde partij, soms zelfs van generatie op generatie - men zat van wieg tot graf gevangen in dezelfde zuil. Men koos niet echt.

Ondertussen is de kiezer volledig geëmancipeerd. Vandaag krijgt u zijn stem, maar als u hem - om welke reden ook - teleurstelt, stemt hij volgende keer voor iemand anders. Dat is gezond, het houdt politici scherp en alert. De totale implosie van de PvdA dwingt de Nederlandse sociaaldemocraten om de komende jaren eens grondig na te denken. Over hun sociaal-economische koers, want ze hebben samen met de liberaal Mark Rutte een hard besparingsbeleid gevoerd. Maar ook over hun koers qua diversiteit, want ze verloren niet alleen kiezers aan DENK, de partij die begon als een afscheuring van de PvdA, maar ook aan GroenLinks, dat ongegeneerd de diversiteit omarmt, in plaats van ermee te worstelen zoals de PvdA dat al jaren doet, net zoals de sp.a bij ons.

Konden de klassieke partijen zich tot voor kort nog warmen aan de illusie dat er zoiets als een sociologische bodemkoers bestaat, dan zijn ze daar nu van bevrijd. Er bestaat geen bodemkoers. Iedere partij is in principe overbodig. Een partij die het verschil niet maakt, gaat voor de bijl. De kiezer wikt en beschikt. Als partij X een gat in de markt laat vallen, duikt partij Y erin. Dat een partij zoals DENK ook bij ons zou kunnen opduiken, mag niemand verbazen. Het toont aan dat de democratie leeft.

6 De media hoeven toch geen mea culpa te slaan

Journalisten zijn de laatste maanden een beetje de kluts kwijt. Ze verwijten zichzelf dat ze de brexit niet zagen aankomen, en dat ze nooit hebben geloofd dat Trump president van de VS kon worden. Blijkbaar waren ze, daarboven in hun ivoren toren, de voeling met de samenleving helemaal kwijtgeraakt. Moesten ze voortaan niet wat vaker onder de mensen komen, en wat meer empathie vertonen met die boze populistische kiezer? Ja, dus. Vonden ze. Dachten ze.

Bij nader toezien zullen we van die populistische kiezer toch maar niet het centrum van ons universum maken. Hét volk bestaat niet, wel een heel diverse bevolking die over de belangrijke kwesties van mening verschilt - van economie over islam tot Europese Unie. En denken in functie van een ingebeelde meerderheid - een grondstroom of onderbuik - hoeft ook niet. Net zoals bij ons heeft in Nederland geen enkele partij de meerderheid. Geen enkele politicus of kiezer kan dan ook de maat van alle dingen zijn.

Daarom hoeven de media geen mea culpa te slaan. Als ze iets gemist hebben de voorbije jaren, is het niet de onderbuik van de boze blanke man, maar wel de enorme diversiteit die de samenleving te bieden heeft.

7 Peilingen voorspellen niets, maar ze horen erbij

Ze zijn zogezegd nog dwazer dan de journalisten: opiniepeilers. Ze zitten er toch altijd naast. Ze waren ervan overtuigd dat Clinton ging winnen en dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie niet zou verlaten. En ook de Nederlandse verkiezingsuitslag hebben ze niet perfect voorspeld - al gaf de peiling-van-alle-peilingen een goede indicatie: Wilders was al een paar weken stevig aan het zakken in vergelijking met de 40 procent die hem ooit werd voorspeld, in diezelfde peilingen.

Laat dit onze troost zijn: peilingen voorspellen niets, ze zijn maar een momentopname. Erg veel kiezers blijven lang onbeslist, en bovendien kan er altijd iets gebeuren dat alles op zijn kop zet. In 1999 verdreven liberalen en groenen de christendemocraten van de macht omdat een snode vetsmelter vergif in het kippenvoer had gekapt. In Nederland was het de Turkse president Erdogan die als het ware de rol van dioxinekip vervulde - een gigantische gamechanger op het allerlaatste moment.

Ook dat is iets wat we eigenlijk al jaren weten: elke verkiezing is nóg spannender dan de vorige. En dat zal wellicht nog even zo blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234