Woensdag 22/01/2020

Les Nuits Botanique: overtuigend Belgisch debuut van Ed Harcourt

Ook vrijdag en zaterdag - nacht vier en vijf van Les Nuits Botanique - had je één zekerheid in en rond de Brusselse Kruidtuin: de concerten begonnen steevast met vertraging. Maar als het wachten echt de moeite waard was, dan is zo'n uitstel natuurlijk meteen vergeten. Het concert van Ed Harcourt (één (!) uur te laat begonnen) groeide uit tot een van de hoogtepunten van het festival. Ook Linton Kwesi Johnson en Sandy Dillon konden onze geduldig wachtende recensenten zeer bekoren.

Brussel / Van onze medewerkers

Bart Steenhaut / Christophe Verbiest

Is Ed Harcourt van zijn eerste leugen niet gebarsten of heeft hij echt, zoals hij beweert, een reserve van vijfhonderd songs? Feit is dat hij dit jaar al bijna twintig nummers heeft uitgebracht, verspreid over de ep Maplewoord, zijn eerste langspeler Here Be Monsters en een paar singles. Die liedjes zijn stuk voor stuk de moeite en hebben Harcourt in een ruk tot een Grote Nieuwe Naam gebombardeerd. Zo'n weelde is soms moeilijk te dragen, dus was het tegelijk verlangend en een beetje bezorgd uitkijken naar 's mans Belgische podiumdebuut.

Vanaf de opener 'Whistle of a Distant Train' voelde je gelijk dat het wel snor zat. De Brit croonde het nummer met een ietwat hese stem, terwijl hij zijn vingers over de pianotoetsen liet glijden. Zijn vierkoppige band (trompettist, bassist, drummer en een gitarist die soms accordeon speelde) zorgde voor een rustige begeleiding. Harcourt bewees meteen nadien met 'Something In My Eye' dat hij ook flink kan rocken, al had de song ook een folky accent. 'He's Building a Swamp' bezat een toon die herinnerde aan Kurt Weill en Jacques Brel, terwijl je weinig moeite moest doen om in 'She Fell into My Arms' Tom Waits en soms Jeff Buckley te ontwaren. Je hoorde dus verschillende invloeden, maar de 24-jarige zanger en pianist kopieerde zijn voorbeelden niet.

'God Protect Your Soul' groeide uit tot een van de uitschieters. Het nummer begon rustig maar verpopt zich na verloop van tijd tot een song die flink in de gitaren zat. In 'Beneath the Heart of Darkness' had Harcourt letterlijk soms wat te veel noten op zijn zang, al was dat euvel hem dankzij de pittige finale snel vergeven. De man zwoer de hele avond bij afwisseling, want meteen nadien volgde het rustige jazznummer 'Those Crimson Tears'. Tijdens 'I've Become Misguided' tokkelde de zanger dan weer op een banjo en de song leek zo uit de depression-era te zijn weggelopen, als er niet dat lekker grommend elektrisch gitaartje was geweest dat het liedje in het hier en nu verankerde.

Als muzikant moet je op Les Nuits Botanique tegen een flinke stoot kunnen. Vergeleken met andere concerten lijken er meer mensen in de zaal die zichzelf belangrijker vinden dan de artiesten. Het festival is een beetje één grote place-m'as-tu-vu en daarenboven is de kans reëel dat je er als artiest bestookt wordt door een bezopen medeburger. Het is Harcourt een paar keer overkomen. Hij reageerde daar gevat op, ging zelfs in de tegenaanval, maar moest toch even slikken toen hij de vraag kreeg naar "a message of freedom" (sic). De zanger had deze dronkaard natuurlijk straal kunnen negeren, maar de diplomatenzoon bleef beleefd, sloeg aan het improviseren en bedacht ter plekke een grappig rijmende tekst. Dat van die vijfhonderd songs konden we op dat moment al iets makkelijker geloven. Ed Harcourt heeft alles om een ster te worden: talent, charisma, dadendrang en daarenboven - niet onbelangrijk - wéét hij dat hij goed is. Zei ik "om een ster te worden"? Dat moet zijn: a star is born.

Zaterdag gaf Sandy Dillon acte de présence in het Museum, slechts vergezeld van dobrospeler Ray Majors. De zangeres begeleidde zichzelf uiteraard op haar Fender Rhodes-piano. Deze duobezetting beperkte de muzikale reikwijdte van het concert gelukkig niet. Zo volgde na een ingetogen en weemoedig 'East Overshoe' het wilde 'Power Lady'. Dat laatste liedje verduidelijkte dat Dillon haar liedjes niet speelde, maar leefde. Gezien de mimiek en, indien het pianospel dat toeliet, de handgebaren van de zangeres, was dit een concert om te horen én te zien. Maar het lachen verging je soms snel, want na de uitbundige expressie van 'Powder Lady' volgde het ijselijk mooie 'Float' en de dito wanhoopskreet 'The Boat'.

Het dobrospel van Majors injecteerde de songs geregeld met een scheut countryblues, zie bv. 'Candystore'. Op andere momenten (o.m. 'Pretty Trees') zorgde de flink bebakkebaarde gitarist veeleer voor een onderhuidse spanning met zijn wat spookachtig klinkende slide-spel. Dillon had twee van haar mooiste songs voor het eind bewaard: 'Heavy Boys', dat ze bijna krijsend beëindigde, en het als altijd adembeklemmende 'I'm Just Blue'. Tijdens dit bisnummer moest je concluderen dat vergeleken met een solo-optreden of een concert met band, deze duoformule je een andere kijk gaf op de songs.

Hoewel de zaallichten al aan waren, eiste het publiek na 'I'm Just Blue' nog een tweede bisronde. Dat was een probleem, want Dillon en Majors hadden alle songs die ze als duo konden brengen, al gespeeld. Daarom kozen ze voor een pianoloos, door een wilde dobro aangevuurd 'Second Dad'. Een fraai orgelpunt van een concert van een dame die keer op keer de aanwezigen in extase brengt, maar er niet in slaagt om haar publiek uit te breiden. Zonde.

Met reggaeartiesten is het zoals met de treinen van Etienne Schouppe: ze komen altijd te laat. Het hoort er - net als dreadlocks, hasj en kruidenthee - wellicht gewoon bij, al heb je zo nu en dan toch een uitzondering die de regel bevestigt. Zaterdagavond werd die rol vervuld door Linton Kwesi Johnson, een van de invloedrijkste ideologen uit de reggaebeweging, die klokvast op het podium verscheen. Vorige maand is Johnson vijftig geworden, maar dat had zijn militante houding geenszins aangetast. Meer nog: de poëet leek strijdvaardiger dan ooit. Dat was alleszins de conclusie die de Jamaicaanse Brit liet optekenen na een ijzersterk optreden op Les Nuits Botanique. Eigenlijk is Linton Kwesi Johnson de antithese van de stereotype reggaeartiest: hij zit netjes in het pak, noemt de rastabeweging - die een terugkeer naar Afrika bepleit - een uit de hand gelopen gezelligheidsclubje, en heeft dus bovendien een buitengewoon tijdsbesef. Op de koop toe formuleert Johnson zijn standpunten in heldere, voor iedereen verstaanbare teksten, die op hun beurt weer door korte, compacte composities omkaderd worden. Dit heeft ervoor gezorgd dat Johnson een publiek aanspreekt dat tot ver buiten de grenzen van de reggae is uitgedeind, en de grote tent was dan ook behoorlijk volgelopen om de grondlegger van de dubpoëzie aan het werk te zien. Voor het zover was mocht zijn begeleidingsgroep - The Dennis Bovell Dub Band - het publiek alvast in de stemming brengen. Dat deed ze met een handvol zonnige liedjes waarbij je meteen visioenen voor de ogen flitsen van wuivende palmbomen, frisse cocktails en in minuscule rokjes gedrapeerde brunettes. Bovell had dus gerust nog wat langer op dat élan mogen voortborduren, maar het spreekt dat de meesten voor zijn baas waren gekomen, en toen die het podium opstapte, werd de sfeer op het podium wat grimmiger. Linton Kwesi Johnson is er immers de man niet naar om over de bloemetjes en de bijtjes te zingen. Hij trok van leer tegen het fascisme ('Fight Them Back'), de politie ('Making History') en stak een lofzang af over vrijheidsstrijders die door autoriteiten allerhande om het hoekje waren geholpen. Johnson declameerde zijn teksten schijnbaar gevoelloos, als een nieuwslezer die niet meer opkijkt van wat onrecht meer of minder. Maar de Bavo Claes van de reggae koos zijn woorden zorgvuldig, en iedere zin sloeg spijkers met koppen, legde de vinger op de bloedende wonde van de samenleving. Het uitzichtloze bestaan van zwarte Britten, de explosieve situatie in Oost-Europa... geen onderwerp ontsnapte aan de aandacht van Johnson. En hoewel muziek en politiek geen geboren partners zijn, slaagde hij er toch in om die twee de krachten te doen bundelen, fungeerde de zanger bij wijze van spreken als een krant voor ongeletterden. In een tijd waarin nauwelijks nog gelezen wordt en het gros van onze kennis op fastfoodberichtgeving blijkt gebaseerd, neemt dit soort artiesten langzamerhand de functie van de leraar geschiedenis over. Op zich wellicht een bedenkelijke tendens, maar als student zou ik er een arm voor over hebben om colleges te krijgen van een funky prof als Linton Kwesi Johnson.

Ed Harcourt: je hoorde verschillende invloeden, maar de 24-jarige zanger en pianist kopieerde zijn voorbeelden niet

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234