Dinsdag 04/08/2020

'Les grands bourgeois'

Volgens een nog niet gepubliceerde VUB-studie is het Frans vanaf 1830 altijd de bestuurstaal gebleven in Brussel en in een brede zone daarrond, waaronder de randgemeenten. Keulen heeft het feodale tijdperk eindelijk afgesloten

Arnold d'Oreye de Lantremange en François van Hoobrouck d'Aspre, André Latin, en twee ministers-presidenten (Rudy Demotte en Karl-Heinz Lambertz). Dat zijn de personages die ik in deze bijdrage wil opvoeren, zij het voor deze keer in aparte paragrafen, de uitspraak van Karel De Gucht indachtig dat als we vooral moeten nadenken, we ook eens mogen lachen. Het ene sluit trouwens het andere niet uit.

Het duo met de dubbele namen, Arnold van Kraainem en François van Wezembeek-Oppem, heeft met André Latin het FDF gemeen. Natuurlijk geldt dat voor de twee burgemeesters, maar wie was André Latin?

André Latin was secretaris van de Luikse metallo's, en tegelijk zowat de eerste luitenant van André Renard, legendarische vakbondsman en oprichter van het MPW (Mouvement Populaire Wallon), in de nasleep van de Waalse revolte (1960-1961) tegen de zogenaamde 'Eenheidswet' van de Vlaamse premier Gaston Eyskens. André Renard stuurde André Latin toen naar Brussel, om er de oprichting voor te bereiden van de MPB (Mouvement Populaire Bruxellois). Het verhaal wil dat Latin na een paar maanden totaal ontgoocheld naar Luik terugkeerde, en tot zijn opdrachtgever deze historische woorden sprak: "Il n'y a que des bourgeois là bas."

En die zijn er nog, zeker in de randgemeenten. Zowel in Kraainem als in Wezembeek-Oppem werd het feodale tijdperk nooit afgesloten. Daar heersen (vanaf nu: heersten) nog altijd de graven en de baronnen van weleer. Dat geldt trouwens ook voor Drogenbos, waar het geslacht van baron Calmeyn al generaties lang het gemeentehuis bezet. Drogenbos is wel geen residentiële gemeente, en dat is ook de reden waarom de francofonie daar niet militeert: de Franstaligen daar zijn ingeweken Walen, die in de fabrieken van de Zennevallei werken en andere zorgen hebben dan die van Olivier Maingain. Ook in Linkebeek volgde een zoon zijn vader op (de Thiéry's), maar dat zijn geen graven of baronnen, maar ingeweken ambtenaren uit Wallonië. In Wemmel en Sint-Genesius-Rode werd de klassenstrijd eerder al afgesloten, zij het met wisselend resultaat.

Net als toen in Voeren is taalstrijd in vele randgemeenten nog altijd sociale strijd. In de zes Voerdorpen heerste ooit het geslacht van graaf De Sécillon, tot een Waalse boerenzoon de graaf defenestreerde. Maar een paar verkiezingen later had José Happart zelf prijs, en kon een aanvang genomen worden met de officiële vernederlandsing van Voeren. Dat proces lijkt daar sindsdien goed te verlopen.

Nu komt er, wat de randgemeenten betreft, een element bij. Uit een recente VUB-studie is gebleken dat de verfransing in België niet uit de Franse periode stamt, maar altijd al een louter Belgisch fenomeen is geweest. Tussen 1830 en 1840 werd de nieuwe staat, in al haar geledingen, grondig verfranst, tot op het niveau van de gemeenten. Nederland was toen immers de vijand. In 1839 werd vrede gesloten met Nederland. Het vijandbeeld viel weg. In Vlaanderen werd de volkstaal, sneller dan tot nu werd aangenomen, bijna overal opnieuw de bestuurstaal (maar dan alleen op het niveau van steden en gemeenten, soms dat van de provincies: het federale België bleef Frans). Men kan dus stellen dat al vanaf 1840 een aanvang genomen werd met de vernederlandsing van Vlaanderen. Maar uit een nieuwe, nog niet gepubliceerde studie zou nu blijken dat de hele tijd, vanaf 1830 dus, het Frans de bestuurstaal is gebleven, niet alleen in Brussel, maar in een brede zone daarrond, waaronder de randgemeenten.

Dat betekent dat nog maar pas begonnen werd met de uitoefening van een Vlaams gezag in die zone, dat op een paar korte perioden in Wemmel en Rode na het Frans altijd al de bestuurstaal was, en dat met de beslissing van Vlaams minister Keulen het feodale tijdperk in die zone rond Brussel eindelijk kan worden afgesloten. Dit is dus een nieuw begin.

In wat de 'Espace Wallonie-Bruxelles' in Brussel heet, stelt de Duitstalige Gemeenschap van België zichzelf middels een (drietalige) tentoonstelling aan de rest van het land voor. Daarna gaat de tentoonstelling reizen, ook in Vlaanderen. Het was in deze verwarrende tijden een waar genoegen bij de persvoorstelling twee verstandige ministers-presidenten, de Waal Rudy Demotte en Duitstalige Belg Karl-Heinz Lambertz, aan het woord te horen. Duitstalig België wil van het Waals Gewest meer bevoegdheden krijgen. Het gaat over het toezicht op de gemeenten, de ruimtelijke ordening en de huisvesting, maar ook over de provinciale bevoegdheid zelf. Daarover wordt al een paar jaar onderhandeld, in volle rust en kalmte, al dringen de Duitstaligen aan op meer spoed. Het 'Belgisch Model' werkt hier.

Het zou jammer zijn dat bij de gesprekken over de verdere staatshervorming geen rekening wordt gehouden met de bestaande gewesten en gemeenschappen. Daar zit zeer goed volk bij, en dat geldt ook voor de andere gewesten en gemeenschappen. Als formateur Leterme, of zijn opvolger, uit de 'clash der gemeenschappen' en de daarbij horende onderwerpen als de rand rond Brussel wil geraken, dan doet hij er goed aan de nadruk te verleggen naar de gewesten en Duitstalig België. Iemand als Karl-Heinz Lambertz zou in het verdere gesprek over de hervorming van België een belangrijke rol kunnen spelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234