Vrijdag 30/10/2020

Les Bleus zijn steeds meer 'black et blanc'

Na Brazilië is Frankrijk het beste voetballand ooit. De tweede exporteur van topvoetballers heeft ook het tweede palmares in de voetbalhistorie. Het succes van het Franse voetbalmodel is geen toeval en heeft alle kenmerken van een sportsysteem. Over La France, dat van alles wat heeft - detectie, selectie, perfectie - en hoe onder meer de Gaulle lang geleden de aanzet gaf.

Parijs / Clairefontaine

Van onze verslaggever

Hans Vandeweghe

Nooit in de recente geschiedenis is een Europees land als regerend wereldkampioen twee jaar later ook Europees kampioen geworden. West-Duitsland presteerde het omgekeerde in 1972 en 1974, maar het Frankrijk van 1998 en 2000 spreekt hoe dan ook meer tot de verbeelding. Nooit is de regerende wereldkampioen zo unaniem favoriet voor een nieuwe wereldtitel als La France. Had het Duitse succes vooral te maken met fysieke kracht en dat van Brazilië met techniek en flair, dan heeft Frankrijk de voetbalhiërarchie op haar kop gezet met een allesomvattend uitgekiend systeem: techniek, fysiek en tactiek.

Frankrijk is sinds Louis XIV een sterk gecentraliseerd land. De overheid mag in elke sector ingrijpen en doet dat maar al te graag. Dat deed president Charles de Gaulle in de sport in 1960 toen hij na de slechte resultaten op de Olympische Spelen van Rome verordonneerde dat de sportbonden verantwoording moesten afleggen tegenover het ministerie in ruil voor al het geld dat ze kregen. Vanuit die traditie is ook het Franse sportsysteem gegroeid. Opleiding zou centraal staan. Waar de olympische sporten een beroep kunnen doen op de sportfabriek en -school INSEP in het Bois de Vincennes nabij Parijs, heeft het voetbal Clairefontaine, 60 kilometer ten zuidwesten en ook gelegen in een bos, het Fôret de Rambouillet.

De technische eindverantwoordelijkheid van elke sportbond moet - aldus destijds verplicht door de Gaulle - bij een directeur technique national (DTN) liggen, die moet rapporteren aan het bondsbestuur maar ook aan het ministerie van Sport. De DTN tijdens het glorieuze WK van 1998 was Gerard Houllier, vandaag de trainer van Liverpool maar in 1993 nog bij het grof vuil gezet omdat hij het WK miste. Tegenwoordig heet zijn opvolger Aimé Jaquet, de verguisde maar erg succesvolle coach van het WK 1998. De Franse vlag heeft in de topsport een andere lading gekregen. Wie het Centre Technique National du Football bezoekt in Clairefontaine verbaast zich over de bijna Noord-Europese strakheid in de organisatie.

In1973 werden de eerste bouwstenen aangereikt voor het succesrijke systeem van vandaag toen elke profclub een centre de formation moest oprichten. Vijftien jaar later volgde het CTNF. Alle nationale selecties worden in Clairefontaine voorbereid volgens één beproefd recept, één tactiek en één visie op voetbal: recht op het doel af, mooi als het kan, efficiënt als het moet.

Niet alleen de volwassen Bleus scoren goed op internationale toernooien. De selectie onder 17 werd vorig jaar in Trinidad en Tobago wereldkampioen. Het Franse systeem deed onder impuls van DTN Gerard Houllier een gouden zet toen het in 1990 na een analyse van de opleiding bij de clubs het initiatief nam om voortaan de grootste talenten bij de twaalfjarigen zelf op te leiden op het CTNF. Twee uur per dag kregen de betere voetballertjes voetbalonderricht dat alleen maar techniek omvatte. Op hun vijftiende mochten ze alweer weg naar de profclubs die de half afgewerkte producten konden klaarstomen voor het echte werk. Het geduchte Franse aanvalstrio Henry-Trezeguet-Anelka is gevormd in het internaat van Clairefontaine. Het systeem was zo succesvol dat kort daarop werd besloten zes gelijkaardige centra in te planten verspreid over Frankrijk.

De grote competities in Europa vonden het prachtig. Frankrijk stoomt aan recordtempo goede voetballers klaar voor de markt. De beteren stromen door naar de Europese top, waardoor er onderaan de ladder steeds weer plaats is voor nieuw jong talent. Die situatie is vergelijkbaar met Nederland en stilaan ook met België, maar de Franse topvoetballers breken in de buitenlandse competitie op een hoger niveau door en (volgens de Fransen) is hun jeugdopleiding ook beter. In België wordt het verlies aan de top te vaak gecompenseerd door een instroom van buitenlanders.

Toch wordt steeds meer gewaarschuwd voor een te vroeg vertrek. De voorbeelden van Anelka, Henry en Vieira zijn illustratief. Waar het bij Anelka nog enigszins aan zijn wispelturigheid was te wijten dat hij mislukte, zijn Vieira en Henry mislukt in Italië en pas uitgegroeid tot wereldvoetballers bij Arsenal. Niet toevallig onder de orders van een Franse coach. De superploeg die wereldkampioen werd op het WK -17 wordt nu klaargestoomd voor het WK -20. De dragende spelers zijn allemaal in Frankrijk gebleven, in de wetenschap dat hun opleiding nog niet af was en dat ze die het beste konden afmaken in eigen land.

Op 17 augustus 1999 speelde het Franse belofte-elftal in Glentoran een vriendschappelijke wedstrijd tegen Ierland. In de rust wordt gewisseld. Christian Bassila schreeuwt het ineens uit: "Hé coach, we zijn met tien blacks op het veld." "Je ne vois que des Bleus", zegt de coach ontwijkend, maar de primeur wordt genoteerd: van alle spelers in het veld is alleen Mickaël Landreau, de doelman, blank. Het Franse voetbal is geëvolueerd van "black-blanc-beurre" - waarbij beurre staat voor licht gekleurd en iedereen met Noord-Afrikaanse roots (zoals Zidane van Algerijnse afkomst) naar 'black et blanc'.

Hoewel drie miljoen Algerijnen in Frankrijk wonen, slagen ze er de laatste jaren niet meer in toonaangevende spelers te leveren. Bijna één op de drie spelers in de Franse eerste divisie is zwart. In 1968 speelden maar vijf zwarte voetballers in de D1. De helft van de spelers met directe of indirecte Afrikaanse roots is buitenlandse import, maar ook de wereld- en Europees kampioen speelde/speelt gemiddeld met vijf volbloed Franse zwarte internationals in de basis. De meeste zwarte spelers met een Frans paspoort zijn afkomstig uit Franse overzeese gebieden, meestal de Antillen. Af en toe heeft een speler directe Afrikaanse roots, zoals de in Kongo geboren Makelele of Desailly, die opgroeide in Ghana.

Opvallend is de fysiek van de dragende zwarte spelers. De middenvelders Desailly en Vieira zijn respectievelijk 1m85 en 1m93. De spitsen Henry en Trezeguet zijn 1m88 en 1m87. De Franse trainers geven het maar schoorvoetend toe, maar de lengte is een bepalende factor bij de selectie op jonge leeftijd. De techniektraining in een eerste fase van de opleiding is er ook op gericht een lange speler sneller te maken met de bal, want een kleine speler - hoe hard die ook traint - zal nooit groeien, luidt de eenvoudige theorie. Overigens is de sterke zwarte as - uiteraard vervolledigd met de Algerijnse Fransman Zinedine Zidane (ook 1m85) - na dit WK aan revisie toe. Zidane en Desailly halen het volgende WK niet.

Ervaring wordt een van de cruciale sleutels om dit WK te winnen. Frankrijk is de meest ervaren ploeg. Bulkend van talent, allemaal generaals eigenlijk die zich ten dienste stellen van één veldmaarschalk en niet te beroerd zijn om hun handen uit de mouwen te steken. Van alle landen die ooit wereldkampioen werden, is er nooit een in geslaagd na vier tussenjaren meer dan 11 spelers over te houden van het kampioenenteam. La France editie 2002 is daarop een uitzondering. De Fransen nemen niet minder dan vijftien spelers van hun kern van 1998 mee naar Japan en Zuid-Korea. Van de 22 spelers die Euro 2000 meemaakten staan er zelfs zeventien op de voorlopige lijst. Frankrijk komt dus met een bijzonder ervaren team in het veld en zou de eerste wereldkampioen sinds Brazilië (1958 en '62) kunnen worden die zijn titel verlengt. Eén van de grote eigenschappen van Frankrijk is het spelconcept. Dat is kinderlijk eenvoudig: 4-4-2, een systeem vanwaaruit de Fransen even makkelijk een betonnen muur optrekken voor de zestienmeter met twee razendsnelle spitsen als een puur aanvallende 4-2-4. Frankrijk speelt al acht jaar met hetzelfde concept en de architecten in het veld zijn al die tijd dezelfde spelers gebleven. Maar die medaille heeft ook een keerzijde: toen Duitsland met elf oud-wereldkampioenen in 1994 verscheen en er daar weinig van bakte, was de grote reden de hoge gemiddelde leeftijd van de Mannschaft. De typebasiself van Frankrijk telt zes spelers van meer dan dertig jaar.

Van een Braziliaans spel is voetbal geëvolueerd naar een Franse sport. De Fransen hebben voetbal in de armen gesloten en de successen van les Bleus zijn deel van een algemene sportieve revival. 'La France gagne', kopte L'Equipe boven een achtergrondverhaal na de successen van Sydney 2000. De Franse revival is het opvallendst in het voetbal maar geldt voor bijna alle grote sporten (behalve tennis). De grote oorzaak voor die goede resultaten is de toegenomen ernst van de topsporter in combinatie met een betere omkadering door fulltime trainers in topcentra en een profstatuut. De Franse fan vindt het heerlijk. Chauvinisme is een oude Franse vinding en fanatieker dan ooit schreeuwt hij het voor de wedstrijd uit: "On va gagner." En na de wedstrijd klinkt steeds vaker: "On a gagné."

'Hé coach, we staan met tien zwarten op het veld.' 'Je ne vois que des Bleus', antwoordt de coach ontwijkend

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234