Maandag 28/11/2022

'Leren leven met een beetje minder geheugen'

De ziekte van Alzheimer is al bekend sinds 1907, maar pas de laatste jaren klonken de berichten over een op til zijnde therapie steeds luider en enthousiaster. Dat was zeker zo toen een experimenteel vaccin tegen de ziekte veelbelovende resultaten opleverde, maar onlangs moest de producent tests bij patiënten noodgedwongen staken. Een aantal van hen kreeg last van een ontsteking aan het centrale zenuwstelsel. Een van de toonaangevende wetenschappers in het alzheimeronderzoek, professor Bart De Strooper van de KU Leuven, sleepte zopas een belangrijke internationale prijs in de wacht. Hij schetst wat de toekomst wel en niet brengt.

Brussel

Eigen berichtgeving

Nathalie Carpentier

Het aantal patiënten in België met de ziekte van Alzheimer of andere vormen van dementie wordt op 100.000 à 150.000 geschat. Met de vergrijzing van de bevolking zal dat alleen maar stijgen. Maar er is hoop. Veel onderzoek richt zijn pijlen op de grote verdachte bij de ziekte: de eiwitklompjes die zich in de hersenen van Alzheimerpatiënten vormen. Het zogenaamde bèta-amyloïde eiwit zet zich af op de hersenen en vormt er plaques, die de werking van de zenuwbanen in de hersenen verstoren. "Het is de rook of het vuur, maar daar zit de sleutel tot de ziekte", zegt professor Bart De Strooper (42) van het Centrum Menselijke Erfelijkheid KU Leuven. Nieuwe therapieën hopen de productie van die eiwitklompjes te voorkomen of het eiwit af te breken. Met zijn eigen onderzoek rijfde De Strooper zopas de prestigieuze Potamkinprijs binnen van 50.000 dollar (56.820 euro), uitgereikt door de American Academy of Neurology. Nadat Luba Potamkin gestorven was aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer, richtten haar man en zonen de Potamkinprijs op. Met de jaren groeide de prijs uit tot een internationaal symbool van toponderzoek op het gebied van Alzheimer en verwante neurologische ziektes. Om maar een voorbeeld te geven: een van De Stroopers voorgangers is Nobelprijswinnaar Stanley Prusiner.

U hebt net een belangrijke prijs gekregen. Is er wel reden tot juichen?

De Strooper (lacht): "Voor mij natuurlijk wel, dit is de bekroning van jaren werk. Er is een enorme vooruitgang geboekt. Terwijl we tien jaar geleden vooral de problemen die we zagen beschreven, hebben we nu inzicht in de mechanismen erachter. Nu kunnen we ook stoffen zoeken die daarop ingrijpen en dat vertalen in een aantal kandidaat-geneesmiddelen. In die zin heerst er een enorm optimisme. Misschien iets te groot."

Het betekent toch een enorme tegenslag dat de klinische tests met een beloftevol vaccin tegen Alzheimer stopgezet werden omdat er neveneffecten opdoken.

"De proeven met het vaccin bij muizen zagen er uitstekend uit. Maar een muis is geen mens. Nadat de toxiciteit van het product was bestudeerd, werden patiënten geselecteerd om te kijken of het vaccin ook bij mensen werkte. Maar enkelen kregen 'ontstekingsverschijnselen' in de hersenen. Meer laat de producent Elan Pharmaceuticals niet los. We kunnen de ernst ervan niet inschatten omdat we niet weten om welke letsels het precies gaat. Wat dat betekent? Als je iets nieuws uittest, kun je onverwachte neveneffecten krijgen. Bij een proeftherapie nemen ze geen risico's. Ik verwacht dat ze die vaccinatietherapie nu verder zullen bijschaven. Als zoiets niet van de eerste keer lukt, hoef je nog niet meteen de moed op te geven. Hopen dat je in twee jaar tijd geneesmiddelen vindt voor een ziekte waar al bijna honderd jaar onderzoek op wordt verricht, is totaal onrealistisch."

Betekent dit een stap achteruit in de strijd tegen Alzheimer?

"Het was een ontgoocheling, maar een stap achteruit vind ik te sterk uitgedrukt. De laatste twee jaar was iedereen erg optimistisch. Alles leek ineen te passen. We hadden eindelijk het gevoel dat er behandelingen aankwamen tegen een ziekte die al jarenlang onbehandelbaar leek. Dat was een ware revolutie. Als er bij die eerste grootschalige tests iets misgaat, zet dat natuurlijk een domper op de vreugde. Maar eigenlijk is dat niets nieuws onder de zon. Zo gaat dat bij onderzoek."

In een reactie zei de voorzitter van de Britse Alzheimer Research Trust dat hij geen enkele andere beloftevolle therapie kende die probeerde om de ziekte om te keren. Terecht?

"Nee, er zitten nog zeker vier andere beloftevolle therapieën in de pijplijn. Twee ervan gebruiken totaal nieuwe geneesmiddelen die de afzetting van het bewuste amyloïde in de hersenen willen tegengaan. Daarnaast loopt een aantal studies met bekende geneesmiddelen op basis van epidemiologische gegevens. Zo bleken reumapatiënten die ontstekingsremmers namen beschermd te zijn tegen Alzheimer. Die producten zouden ook werken tegen ontstekingen in de hersenen die veroorzaakt worden door de aanwezige eiwitklompjes. Maar een kleine subgroep ervan zou ook specifiek de vorming van de eiwitneerslag tegengaan. Nu wordt in klinische tests de echte werking ervan uitgeplozen. Bij zulke geneesmiddelen hoef je minder te vrezen voor onverwachte neveneffecten, omdat men ze al jaren gebruikt bij andere ziektes. Dat geldt ook voor geneesmiddelen die de cholesterolspiegels in het bloed naar beneden halen, statines. Uit epidemiologische studies bleek dat patiënten die bepaalde statines nemen beschermd zouden zijn tegen Alzheimer. Dierproeven bewijzen dat die anticholesterolmedicatie ook weer de productie van dat amyloïde eiwit tegenwerkt. Nu checkt men of ze bij patiënten ook werken tegen de evolutie of het ontstaan van Alzheimer. Binnen twee jaar verwacht ik daar duidelijkheid over."

Dat is nog toekomstmuziek. Wie nu aan Alzheimer lijdt, kan enkel hopen op uitstel van de symptomen.

"De huidige geneesmiddelen zijn gebaseerd op kennis van twintig jaar geleden. Alzheimerpatiënten hebben te weinig acetylcholine, een chemische boodschapper die signalen doorgeeft in de hersenen. De geneesmiddelen die nu op de markt zijn, verhinderen de afbraak van dat signaalmolecule. Daardoor verbetert de hersenfunctie wel tijdelijk, maar de oorzaak van de aftakeling wordt niet aangepakt. Je kunt de patiënten wel even stimuleren, maar je wint slechts zes maanden of hooguit een jaar. Die nieuwe therapieën richten zich op de oorzaak."

Die experimentele geneesmiddelen worden best in een vroeg stadium toegediend. Maar de diagnose van Alzheimer echt vroeg stellen gaat niet.

"Een ervaren clinicus kan met vrij grote zekerheid de diagnose van Alzheimer stellen als de geheugenstoornissen optreden. Het zou fantastisch zijn als je dan een geneesmiddel kunt geven dat de verdere aftakeling stilzet of serieus vertraagt. Als je daardoor in plaats van maximum een jaar vijf of acht jaar tijd wint, zou dat een reuzegrote winst zijn, ook voor de gezondheidszorg. De verwachtingen zijn hooggespannen, maar het is mogelijk dat sommige middelen niet zo drastisch werken als we hopen, dat ze de ziekte niet stopzetten of omkeren. Maar als die ontstekingsremmers het verloop van de ziekte kunnen vertragen, betekent dat al heel wat. De levensverwachting van een mens is niet oneindig. De meeste gevallen van Alzheimer starten na 75 jaar. Als je ervoor kunt zorgen dat de patiënt nog vijf tot zeven jaar verder kan leven met milde symptomen van vergeetachtigheid en uiteindelijk sterft aan een andere ziekte, dan hebben we het probleem Alzheimer voor een heel groot stuk opgelost. Voor aids-patiënten ligt dat probleem helemaal anders, dat zijn vaak jonge mensen. Tijdswinst verplaatst het probleem daar van vijfendertig naar veertig jaar. Dat is een heel ander perspectief."

De ziekte overmeestert patiënten met verschillende snelheden.

"Bij sommige erfelijke vormen kan het catastrofaal snel gaan, maar meestal duurt het vijf tot acht jaar voordat iemand volledig dement is. Bij bejaarde mensen zie je soms enorme veranderingen als ze plots in een nieuwe situatie worden gedropt. Als ze al aan het aftakelen waren en ineens in het ziekenhuis terechtkomen voor een ander probleem, kunnen ze totaal de pedalen verliezen. Dat betekent niet dat ze dan acuut zoveel verslechteren, maar wel dat al hun compensatiegedrag ineens waardeloos wordt."

Is het utopisch te denken dat er efficiënte geneesmiddelen tegen Alzheimer zullen zijn als ik 65 ben, dus over veertig jaar?

"Nee, ik verwacht zelfs dat de generatie veertigers van nu straks al met een goed medicijn behandeld zal kunnen worden. Binnen vijf jaar? Ik hoop het. Binnen vijftien jaar? Ik ben er bijna zeker van dat we dan een medicijn hebben dat de ziekte stopzet en misschien omkeert. Een deel van de letsels zal blijven, een deel zal weggewerkt worden. Maar je zult geen progressieve aftakeling meer zien. De patiënt zal leren leven met dat klein beetje minder geheugen. Hij zal andere trucjes gebruiken, meer dingen noteren en zo omsingelen wat hij niet meer kan."

Boezemt de ziekte u zelf nog altijd angst in?

"Ja, mentaal aftakelen is toch een van de ergste ziektes die er bestaan, en bovendien wacht je familie een zware taak. Na een tijd herkennen de patiënten hun eigen kinderen niet meer. Het tast je ook aan in wat voor u als mens belangrijk is: je vermogen tot interactie met andere mensen. Het tast je geheugen, je geschiedenis, je leven aan."

'Als je ervoor kunt zorgen dat een 75-jarige nog zeven jaar kan leven met milde symptomen van vergeetachtigheid en uiteindelijk sterft aan een andere ziekte, heb je Alzheimer voor een groot stuk opgelost'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234