Donderdag 17/10/2019

LEOPOLD IIeindelijk in Kinshasa

Een week lang voerde een theatergezelschap van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg Het leven en de werken van Leopold II van Hugo Claus op in Kinshasa. Tijdens hun voorstellingen werden de acteurs zelf toeschouwer van een samenleving die nog altijd worstelt met de geesten van het koloniale verleden. door Maarten Rabaey

Aan de voet van Mont Ngaliema is hij al in al zijn plechtstatigheid te zien. Gezeten op zijn ros kijkt Leopold II uit over de Congostroom. Rechts Kinshasa. Links Brazzaville. Het bronzen standbeeld van de tweede koning der Belgen rust op het domein van het nationaal museum. Achter traliehekken. Uit noodzaak. Zijn schouder is al geblutst. Neergehaald door een woedende menigte, nadat een Congolese minister van Cultuur hem twee jaar geleden weer op zijn sokkel liet plaatsen op de Boulevard du 30 Juin. Geen etmaal bleef hij recht.

De theatertekst die Hugo Claus in 1969 schreef over Leopold II zal deze week voor het eerst worden opgevoerd in Kinshasa. Vijf avonden brengt het gezelschap van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) de bewerking van regisseur Raven Ruëll op de planken in verschillende wijken van het vroegere Léopoldville.

De echte Leopold II zette in dit land nooit een voet aan de grond. De acteur die hem hier komt verpersoonlijken tegenover de Congolezen tuurt naast diens standbeeld naar de rivier. Voor Bruno Vanden Broecke worden het spannende dagen. Het gezelschap vraagt zich af hoe de toeschouwers zullen reageren als hij citaten als "Godverdomme! Negers!" in hun gezicht zal slingeren.

De stroomversnellingen aan de horizon stopten destijds ook Stanley in zijn zoektocht naar de monding van de Congostroom. Zijn verroeste boot en bronzen beeld liggen hier ook achteloos gedumpt. Toen Mobutu deze naar hem genoemde berg zaïrizeerde, en op de top zijn residentie bouwde, werd ook de vereeuwigde ontdekkingsreiziger met geweld van zijn voetstuk gehaald. Straks zullen de acteurs deze verguisde koloniale bouwheren met hun tekst weer tot leven wekken.

Leopold II tot Stanley: "Ontdek en exploreer tot je bekaf bent. En waar je iets ontdekt, dit is waar ook in Congo, daar vestig je een post, voor de vrede..., voor de westerse beschaving..., voor de vrije handel. Snel. Zeer snel. 'Boela Matari', de 'verbrijzelaar van rotsen', zal die rotsen kopen, huren of krijgen."

"Dankzij Leopold II en Stanley hebben we een groot land in Afrika maar zijn onze grenzen artificieel. Dat zorgt nog altijd voor problemen. Ook in de rest van het continent. Kijk maar naar het geweld van de afgelopen jaren op onze grens met Rwanda en Burundi, of het huidige conflict op onze grens met Angola. Zij die onze grenzen hebben getrokken moeten nu ook maar met de oplossingen komen." Jean-Pierre Foto (22), een student internationale betrekkingen, kijkt uitdagend als hij als een van de eersten plaatsneemt op de bankjes van de aula in de Universiteit van Kinshasa. De toon van de premièreavond is gezet.

Enkele minuten later buldert de stem van Leopold II door de zaal.

"Ik ben geen mens, generaal. (...) Maar een geschiedenis, een embleem, een metafoor, heraldiek, theater, kortom, kloothark, een koning. Misschien is er in de schaduw, onder de varens, in de modder van mijn wezen ergens een luchtbel te vinden die je menselijk kunt noemen."

Dan schrijdt vanuit het publiek de rijzige Braziliaanse acteur Gustavo Miranda naar het toneel. Hij vertolkt Bongo-Bongo, de symbolische Congolees. Zijn rol: zwijgen, behalve als iemand hem wat vraagt. De studenten identificeren zich met hem. Ze volgen elk van zijn bewegingen. Hoe hij zijn handen voor het gezicht moet houden als de grootmachten Duitsland, Frankrijk en Engeland op de Conferentie van Berlijn in 1885 beslissen om Leopold II toe te staan van Congo een bastion te maken van de...

Leopold II: ...menslievendheid?

Grootmachten: ...de wat?

Leopold II: ...wettelijkheid?

Grootmachten: ...de wat?

Leopold II: ...vrijheid van gedachte?

Grootmachten: ...de wat?

Leopold II: ...van de vrije handel?

Grootmachten:... Aah!!

Hoe Bongo-Bongo als 'cadeauneger' wordt aangevoerd bij de koning en de generaal.

Leopold II: "Hij ziet er niet erg slim uit... Dat heeft 18 miljard zenuwcellen in zijn hersens en daar zit niet één gedachte in!..."

Hoe hij daarna aan een intiem onderzoek wordt onderworpen.

Leopold II: "Met zijn libido heeft hij geen last, dat zie je zo, het zijn hete apen, die barbaren, en (...) door de Heer onwelvoeglijk goed geschapen."

Door de bijbehorende kwinkslagen ligt de zaal in een deuk, maar toch sissen enkelingen hier en daar afkeurend: "ça suffit".

Er ontstaat geroezemoes als de grootmachten Leopold II opnieuw tot de orde roepen.

Amerika: "Weten jullie waarom die Belg op Katanga heeft gemikt en volgens onze centrale intelligentie het gebied al juridisch heeft gepikt?"

Grootmachten: "Uranium."

Frankrijk: "Men heeft manden vol gerookte rechterhanden gevonden."

Amerika: "Men schat het aantal doden tijdens je bewind op drie, vier, tien... miljoen. "

En dan spreekt Bongo-Bongo: "Wij eisen voor Congo de onafhankelijkheid!" Hij herhaalt 'onafhankelijkheid' in het Lingala: "Lipandá!'

Op alle banken barst nu luid applaus los. Er wordt gestampt met de voeten.

Leopold II pruttelt tegen. "Onafhankelijkheid? Nu dit larvair, primair volk op een schip zonder roer in de hoogzee achterlaten?"

De studenten overroepen hem. "Lipandá!", klinkt opnieuw in de zaal. Plots scandeert iemand de naam van Congo's eerste premier, in 1961 vermoord met Belgische medeplichtigheid. "Lumumba!"

Tot het doek valt, komt de zaal niet meer tot rust. Het theater is interactie tussen verleden en heden geworden.

De acteurs, Gustavo Miranda voorop, worden na het optreden omstuwd door studenten. Ze vragen waar ze de tekst kunnen vinden, waarom dit theater hier nu pas wordt vertoond. Rechtenstudent Mardochée (24): "Op school kregen we een positiever beeld van Leopold II dan in dit stuk. Jullie koning was toch een beetje een egoïst, begrijp ik nu. Ik ben geschokt dat hij zwarten in kisten bestelde. Ik zie een verband met de actualiteit. De Congolezen kunnen nog altijd niet over hun eigen lot beslissen. Wij herhalen als papegaaien. Als we onafhankelijkheid eisen, vraag ik me af of iedereen wel begrijpt wat dat betekent."

Geschiedenisprofessor Paul Serufuri (Unikin) is positiever. "Mijn idee over Leopold II is niet veranderd. Het was een heer met grote ideeën, een grote diplomaat, om van zover te kunnen regeren zonder ooit ons land te hebben gezien. Het is alleen jammer dat hij bevooroordeeld was, nooit een poging heeft gedaan om ons te begrijpen en niet ingreep toen hij wist wat er op de rubberplantages gebeurde. Dat mogen we nooit vergeten."

Dat de oudere generatie Congolezen steevast een lofzang aanheft over Leopold II is niet verrassend, zegt de directeur van het cultureel centrum Le Zoo, de flamboyante zestiger Alexandre Mwambay. Hij wijt het positieve imago van het Belgische vorstenhuis aan een cruciaal verschil in de historische overlevering. "In tegenstelling tot jullie geschreven geschiedschrijving wordt zijn imago hier nog bepaald door wat de vaders aan de zonen vertellen en onze chef coutumiers aan de dorpelingen. Zij horen nog hetzelfde verhaal als onze overgrootouders: dat Leopold II een blank geworden zwarte man was, die als een van onze voorvaderen terugkeerde om het land te leiden. Het enige imago dat ik van hem heb, is dat van zijn standbeeld, afdrukken op een muntstuk of foto's in onze colleges. Hij leek mij een rustige, imposante man, die zich interesseerde in het humanitaire leed van de Congolezen. De koning die ons vernederde, is een imago dat ons later via de geschreven Belgische en buitenlandse geschiedenis heeft bereikt. Toch bleven we zelfs dan in hem geloven. Het waren zijn gezanten zoals de gewestbeheerders, de agronomen en de missionarissen die ons sloegen met de chicot en exploiteerden, toch niet de koning, die hier nooit is geweest? Het waren zij die een apartheid hebben gecreëerd, ons vernederden en imbecielen noemden, toch niet de koning?"

Mwambay herinnert zich nog de namen van die gezanten, die hij als kind uit een missieschool in de buurt van Luluaburg in Kasaï nog heeft gekend. "Velen waren Vlamingen, familienamen die begonnen met Van...", zegt hij. "Vandewalle, Vanacker, Vanden Broecke..." Als hij hoort dat de acteur die de rol van Leopold II vertolkt Vanden Broecke als familienaam heeft, graaft hij meteen in zijn geheugen. "Van alle colons was dat een van de hardere... Dat kan geen toeval zijn! (lacht)"

Even wordt hij melancholisch. "Ze lieten ons elke ochtend over jullie koning zingen op school in het lied 'Vers l'avenir'. Daarop begint hij te zingen, eerst bevend, daarna fors. "Le siècle marche et pose ses jalons. (...) L'avenir qui t'appelle a planté ton drapeau: marche joyeux, peuple énergique. (...) Dieu protège la libre Belgique. Et son Roi!" Zie je, zegt hij, we hadden bijna een blinde, goddelijke verering van jullie vorst... Let wel, ik ben een groot voorstander van onze onafhankelijkheid. Al sinds 1960. Toen dachten we dat we 'Vive le libre Congo' mochten zingen, maar dat mocht plots niet van de Belgen. Dat was revolterend."

Ook acteur François Beuckelaers (Leopold I / Livingstone) herinnert zich het lied nog uit zijn schooltijd. Dat het publiek hier nog altijd 'onafhankelijkheid!' en 'Lumumba!' scandeert, roept de herinnering op aan zijn eigen Congoverleden. Voor het eerst is hij weer in Kinshasa sinds december 1960, toen hij in de chaotische maanden na de onafhankelijkheid voor tien dagen werd gedropt als verbindingsofficier. "Ik moest een koffertje overhandigen aan de generale staf. Het was met handboeien aan mijn pols vastgemaakt. In Congo heerste een oorlogssituatie, waarin de muitende Force Publique (het vroegere koloniale Congolese leger), het Belgische leger, de Katangese secessionisten en VN-blauwhelmen actief waren. De blanken probeerden massaal te vluchten. Op de luchthaven waren mensen bereid fortuinen neer te tellen voor een plaatsje op een van de vliegtuigen."

De nacht valt over Bandal. Toch bruisen de straten van deze centraal gelegen cité van het leven. De buurt is goed op weg het nieuwe Matonge te worden van Kinshasa. De begeesterende sfeer is in grote mate te danken aan theatergroep Les Béjarts, de 'beaux elegants jeunes artistes' waarmee de KVS nu al enkele jaren samenwerkt. Een twintigtal jonge artiesten uit de buurt vormt de kern van deze groep, die op haar bescheiden speelplek alle talenten een podium biedt om theater te spelen, te dansen of te zingen.

Het maakt ze zelfbewust van hun creativiteit en dus ook van hun identiteit. "Het is een manier voor jongeren om te ontsnappen aan het harde leven van de straat", zegt acteur Jovial Mbenga (29). "Dit is lange tijd een quartier chaud geweest. Hier rekruteerde een gangsterbende, de Zulus, veel jongeren. Wie geen geld gaf, werd in elkaar geslagen. Wij helpen jongeren uit de greep van de misdaad te blijven. Dat lukt. Velen keerden de bende de rug toe. Sommigen helpen nu met onze veiligheid, anderen werden artiest. We brengen dan ook dikwijls thema's op de planken die nauw verband houden met geweld, maar we spreken ook over aids. Voor ons bestaan er geen taboes. Alles is apolitiek. Ons motto luidt 'Castigat ridendo mores', 'bekritiseer lachend de zeden'."

Als de voorstelling begint, blijft op de achtergrond Congolese muziek door de luidsprekers van de cafeetjes schallen. De acteurs laten zich niet van hun stuk brengen. Beïnvloed door hun ontmoetingen met Congolezen overdag smokkelen ze Lingalawoorden in hun tekst. Er ontstaat een bijzondere band tussen de groep en het publiek, dat zich ontpopt als koor, door regelmatig woorden te herhalen.

In de verte zijn de gezangen te horen van sektarische kerkdiensten, geleid door zelfverklaarde hogepriesters, die de armen lokken een beter leven beloven als ze hun geest reinigen en zijn portefeuille spekken. Hun invloed is in buurten als deze dominant. De scènes met kardinaal Charles Martial Lavigerie, primaat van Afrika, zijn hier realistisch. Jovial volgt met open mond.

- Leopold II: "De Heer is wel zeer vooruitziend. Wat wil hij van mij?"

- Kardinaal: "Honderd sterke Belgen en een miljoen frank."

- Leopold II: "Om wat te doen?"

- Kardinaal: "Eerst de slavernij weren. En ten tweede de inboorlingen hun ziel redden, want - onder ons, koning - het zijn zulke heidenen dat hun levenswijze een doorn is in de oogbal van God, wiens gebod toch luidt: kersten u of gij zult branden!"

"Deze theatervoorstelling raakt me echt. Ik heb geschiedenis gezien", zegt de zichtbaar ontroerde Jovial nadien. "Leopold II was een ziek karakter, die meer belang hechtte aan zichzelf dan aan zijn land. Ook de rol van de kerk, die ons al die tijd in slaap heeft gewiegd, wordt belicht. Ik vraag me af of ik mijn geloof niet in vraag moet stellen."

Leopold II: "Aan de evenaar zeggen wij: de krokodil wordt het dikst in het donker."

De laatste minuten van het blauwe uur tikken weg als donderdagavond het licht uitvalt in het Théâtre des Intrigants in Ndjili. Het publiek: enkele honderden inwoners van een van de dichtstbevolkte en armste cités van de Congolese hoofdstad.

"Weten zij wie Leopold II was? Ik denk het niet. In een wijk als deze bekijkt men de geschiedenis vanop afstand. De mensen hebben andere dingen aan hun hoofd", zegt Edgar Kulumbi, theaterdirecteur, regisseur en docent aan het Institut National des Arts (INA). "Hier heerst alleen de indruk dat de blanken ons nooit genoeg geholpen hebben." Kulumbi hoopt dat de mensen door de voorstelling lessen zullen trekken uit hun verleden. "Er vonden mensenrechtenschendingen plaats onder de kolonisatie maar ik vind sommige fouten van onze vaders erger dan die van de Belgen. Alles wat ons rest van infrastructuur dateert uit de koloniale tijd."

Dan slaat buiten de motor van de generator aan, 250 kilo zwaar en in een roestige bestelwagen naar elke voorstelling gebracht door de lokale KVS-crew. Boven het podium hangt de kroonluchter, door scenograaf Michiel Van Cauwelaert ineen geknutseld uit velgen, reepjes plastic en gloeilampen. Ze werden in heel Kinshasa gesprokkeld.

De lichten flakkeren op net voor de openingszin. "Zij zaten in de mist..." Alsof Generaal Lambriamont vertelt wat er pas is gebeurd. Zelfs enkele chégués (straatkinderen) die achteraan in de zaal binnensluipen, hangen aan zijn lippen.

In deze cité maken vooral de scènes indruk die refereren aan het dagelijkse leven. Een vrouw kan een onderdrukte 'oh non!' niet onderdrukken als Caroline (Sarah Vangeel) naar prijsstijgingen en armoede verwijst.

"De koffie weer een halve frank duurder, waar gaan we naartoe? Ben met een taxi gekomen, 110 frank. (...) Zeep is ook duurder geworden. En 52 frank voor een flesje Vent Vert. (...) Vuiligheid doet hen aan armoe denken, en armoe maakt hen geil. Ik ga een beetje huilen. Nee, het maakt me te moe."

"De realiteit van Ndjili", zegt Kulumbi. "Theater boeit hier als samenlevingsproblemen worden belicht. Onlangs trokken we een volle zaal met het verhaal Misère, over kapotte wegen, open riolen, transportproblemen en overstromingen. In Locateurs gênants verhaalden we over de eigenaars die hier de huurders exploiteren. Je betaalt hier normaal drie maanden borg, maar de meesten eisen tien maanden. Voor twee kamers betalen gezinnen met zeven kinderen 50 dollar. Er zijn ook uurroosters voor het enige toilet per perceel. En elektriciteit...? Welke elektriciteit?"

Op de eerste rij zit wat later Cheri Cherin (52) te schuddebuiken van het lachen. Cherin is een van Congo's beroemdste kunstschilders. In zijn kleurrijke doeken steekt hij de draak met de actualiteit. Dit stuk bekijkt hij als een tableau vivant. De scène waarin de VS Leopold II hebben verleid treft hem het meest, zegt hij.

Amerika: "Wij zouden samen iets moois kunnen maken!"

Leopold II: "Maar hoe, mijn schat, zie je dit reëel?"

Amerika: "Door samen te investeren, en niet meer, zoals tot nog toe, alle winst meteen naar onze landen te kanaliseren, maar het ter plekke laten renderen, en als wij dan elk ander jaloers beest dat naar onze Congo loert van ons erf weren, dan wordt er goed verdiend, en kunnen wij discreet en gelukkig leven onder de koperen ploert."

Leopold II: "Maar hoe dit aan de Verenigde Naties presenteren?"

Amerika: "De rechten van de mensen zijn rekbaar. In zelfbeschikking ingepakt broeden vele deugden, kwestie van interpretatie. Wel, klopt je oude hartje niet voor mij? Ben je niet blij met wat ik je voorspel?"

Cherin: "Ik ben blij dat ik heb gezien hoe Leopold II en de VS onder elkaar hebben bedisseld om zich aan de Congolese rijkdommen te goed te doen. Ik apprecieer dat de Belgen zelf komen getuigen over hun koloniale verleden, over de plunderingen. Tegelijk besef ik dat het theater een utopie is. Voor ons zijn de gebeurtenissen in deze opvoering nog altijd realiteit."

Cherin denkt eraan een schilderij te maken na het zien van dit theaterstuk. "Ik wil Congo schilderen als een auto met pech", antwoordt hij beslist. "We zitten nog altijd in de wagen die de Belgen ons hebben nagelaten. Alleen de chauffeur is veranderd. De Congolese bestuurder kreeg het stuur in handen, zonder dat de Belgen hem ooit hebben leren rijden of zijn wagen leerden onderhouden. We hebben de laatste decennia dan ook veel ongevallen gehad. Nu staan we met pech aan de kant van de weg. We vinden overal in ons land nieuwe onderdelen. Helaas zijn we verplicht om te wachten op de mecaniciens uit het buitenland om de herstellingen te doen."

Een gezelschap van jonge Congolese acteurs heeft de hele week in een workshop samengewerkt met Leopold II-regisseur Raven Ruëll. Ze adapteerden de klassieke theatertekst Wojcek van Georg Büchner naar hun leefomgeving in Kinshasa. In de voorstelling lachen en zingen ze veel, maar sombere beelden overheersen. Als een rode draad door het stuk lopen machtsmisbruik en geweld. In huis, waar een man zijn vrouw ombrengt in een ruzie. In het straatbeeld, waar een politieagent machtsmisbruik pleegt. In de politiek, waar politici elkaar bevechten.

Christian Mualu (28) declameert er zijn versie van de gevechten tussen Joseph Kabila's presidentiële garde en Jean-Pierre Bemba's privémilitie, die op 22 en 23 maart het leven kostte aan zeshonderd burgers. Het is een scherpe aanklacht aan het adres van de Congolese elite en de westerlingen die zich in Gombe, het oorspronkelijke koloniale centrum van Léopoldville, hebben afgesloten van het leven in de cités. "Ik was tevreden", zegt hij. "Niet dat er doden vielen, maar dat de rijken voor de eerste keer voelden wat het betekent beschoten te worden, wat dood betekent. Ik zag ze vluchten naar hun ambassades, dezelfde die ons telkens hun visa weigeren. De ngo's evacueerden hun personeel. Het blanke personeel. Ondertussen stierven wij. Op straat lagen de dode Congolese moeders en kinderen, gedood op weg naar school." Mualu eindigt met een noodkreet: "Hoe overleven in deze société de merde?"

Enkele actrices vertolken daarop het lot van meisjes die tippelen om te kunnen eten. Het is een knipoog naar de vrouwenverslaafde in Leopold II, die in het theaterstuk een voorkeur heeft voor jonge meisjes.

Caroline, 16, tegen Leopold II: "Mijnheer koning, ik ben gestuurd door een Madame die zeer goed voor mij zorgt en mij beloofd heeft dat er mij geen kwaad zou overkomen. De prijs is overeengekomen met U, zegt zij. 25 frank voor één keer, 40 frank voor twee keer, of 100 frank voor de hele nacht."

Drie actrices in de workshop parafraseren tijdens hun sketch: "Welke prijs wenst U overeen te komen? 1.500, 2.500 of 3.500 Congolese frank?".

De krant Le Potentiel schreef deze week dat de Congolese overheid komaf wil maken met straatprostitutie en -kinderen in Gombe. "Opdat de leefwereld van de buitenlanders niet zou worden verstoord."

De KVS-acteurs zijn begeesterd door hun Congolese collega's. "Hoewel we hier zijn om te spelen, voel ik dat we voortdurend meer te bekijken hebben dan te tonen", zegt Gustavo Miranda.

"Ik heb gevoeld dat hun vrolijkheid een manier is om met de ellende en tristesse om te gaan", zegt Katrien De Ruysscher. "Ik heb gevoeld dat het over leven en dood gaat. Nooit voelde ik zo erg de concreetheid in theater. Nooit voelde ik zo'n vreemde manier van dankbaarheid."

"Mijn gedachten over Kinshasa laten zich nog niet gemakkelijk in woorden vertalen. Alsof je de eerste kus al zou moeten beschrijven terwijl je nog aan zijn lippen hangt", zegt Simone Milsdochter. "Kinshasa bezit de lichtheid van een ballon en de zwaarte van een grafzerk. En de mensen kunnen ondanks alles lachen en zingen."

De Congolezen reageren hier feller op Bongo-Bongo dan op de andere avonden. 'Lumumba!' wordt zelfs zoveel keer gescandeerd dat de westerlingen steeds dieper in hun stoelen wegzakken. Even hangt een beklemmende sfeer in de zaal maar Leopolds slotbetoog tijdens de eigenzinnig vertolkte Brabançonne breekt het ijs.

Leopold II: "Kinderen word wakker. Dit vraagt uw ontaarde vader. Waar zijn jullie, waar? Komt. Kruip uit uw hoge gras. Snoei de takken waarin gij zit geboeid en komt. Genoeg verdeeld, opgeteld, vermenigvuldigd. (...) Pak mij kinderen, kraakt mij, scheurt mij aan rafels, neemt wraak! Ontbeen mij, vil mij, rooster mij, vreet mij. Nog, nog méér. Lisusu. Encore. Lisusu."

Congo kan de theateropvoering aangrijpen om daar werk van te maken, meent theaterdirecteur Mwambay. "Jullie hebben in de loop der jaren Leopolds zwakke kanten ontdekt, die niemand hier kent. Daarom heeft het theaterstuk vandaag een grote waarde. Het zou eigenlijk in de dorpen van onze provincies opgevoerd moeten worden. Het is een kunstwerk dat onze geschiedenis corrigeert. Het zal onze gesproken cultuur veranderen. Wie het theaterstuk gezien heeft zal nu voortvertellen dat Leopold II een dubbel gezicht had. Eigenlijk moet zijn dode lichaam nu naar hier gerepatrieerd worden. Laat zijn geest terugkeren zodat wij erover kunnen oordelen."

KVS presenteert de Franstalige versie met Nederlandse ondertitels op locatie in de Matongéwijk op 14,15 en 16/10. www.kvs.be of 02/210.11.12. De Nederlandstalige versie speelt nog op 10,11,12,13/10 in Genk. 089/65.38.70

KVS brengt theatertekst Hugo Claus in Congo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234