Donderdag 22/08/2019

‘Léonard had meer wijsheid aan de dag moeten leggen’

owel de Katholieke Universiteit van Leuven als de Université Catholique de Louvain hebben moeten knokken voor hun identiteit. Niet toevallig vieren de Vlamingen dit jaar Piet De Somer, de eerste Vlaamse rector na de splitsing, die zijn instelling niet alleen vernederlandste, maar die ook zijn afstand bewaarde van de kerk en zich kort voor zijn dood in 1985, in het bijzijn van Johannes-Paulus II, beriep op “het recht tot dwalen”. Dat was zijn geestelijk testament.

Aan de UCL voltrok zich een gelijkaardige ontwikkeling, zij het in een ander tempo. De eerste rector na de splitsing, Edouard Massaux, heeft ‘Leuven Vlaams, Walen buiten’ nooit verteerd en zou zich tijdens zijn leven nooit meer verzoenen met Leuven. Ook niet met ‘zijn’ UCL trouwens, die hij verweet mettertijd te weinig katholiek te zijn, te laïcistisch. Massaux liet zelfs bij testament bepalen dat hij geen officiële UCL-delegatie op zijn begrafenis wilde. En zo is ook gebeurd.

Het verhaal van de eerste rectoren is illustratief voor de zoektocht naar een eigen identiteit, voor zichzelf, ten opzichte van het instituut kerk, en ook ten opzichte van de familie aan de andere kant van de taalgrens. Maar wat maken de dertig kilometer tussen Louvain-la-Neuve en Leuven uit, in een wereld waar de nieuwe concurrenten zich niet in Waals- of Vlaams-Brabant bevinden, maar in Peking of Brasilia? In die zin zou het verhaal van de beide Leuvens een metafoor voor België kunnen zijn: is er toekomst na een verregaande boedelscheiding?

Bruno Delvaux: “Ik heb mijn kandidaturen nog in Leuven gedaan: op kot in de Naamsestraat, de Tiensestraat, de Frederik Lintstraat. Voor mijn ingenieursjaren moest ik uitwijken naar Louvain-la-Neuve. Ik behoor dus tot de pioniers. Natuurlijk was de eerste generatie getraumatiseerd. Veertig jaar later zijn die wonden toch genezen. Als ik de dynamiek zie die de Université Catholique de Louvain in deze regio tot stand heeft gebracht, hoeveel extra economische ontwikkeling deze universiteit heeft gegenereerd sinds ze op eigen benen moest staan, is er natuurlijk weinig reden tot bitterheid. Ik merk bij de jonge generatie UCL-onderzoekers zelfs een opvallende gretigheid om vooral met Leuven samen te werken. (Tot Waer) Het gaat dan om vorsers die een stuk jonger zijn dan wij.”

Waer: “Als scholier heb ik nog wel betoogd voor Leuven Vlaams, maar ik kwam pas in 1969 aan de universiteit, en toen was de politieke beslissing om te splitsen al gevallen. Natuurlijk was dat voor die eerste generatie die uit Leuven weg moest een drama. Beeld je maar in dat je je huis moet verkopen om een paar tientallen kilometer verder de draad van je leven en je loopbaan opnieuw op te nemen.”

“En toch is er een familiegevoel. Ik heb de cijfers opgevraagd over de universitaire samenwerking, en die verrasten me. De universiteit waarmee Leuven het nauwst samenwerkt, is opnieuw de UCL. By far way out. We hebben beduidend meer samenwerking met Louvain-la-Neuve dan met de andere grote Vlaamse universiteiten in Gent, Antwerpen of Brussel - Hasselt is een ander geval, daar is de samenwerking met Leuven structureel. Met de UCL verloopt die spontaan en vrijwillig.

Delvaux: “Ik weet niet hoe het er in Vlaanderen aan toe gaat, maar meer dan 20 procent van onze studenten volgt via Erasmus een deel van zijn opleiding in het buitenland. Maar waarom zouden wij samen voor buitenlandse Erasmusstudenten geen absolute topbestemming zijn? Het is toch een hoogst attractief aanbod: tegelijk kunnen studeren aan de KU Leuven en de UCL, met eigen ogen verschillen en gelijkenissen proeven tussen Wallonië en Vlaanderen? Het succes van het Erasmusprogramma is trouwens overweldigend. Onze Waalse viceminister-president Jean-Claude Marcourt (PS) zegt zelfs dat hij zou willen dat Erasmus een verplicht onderdeel van het curriculum wordt.”

Waer: “De Vlaming is helaas wat honkvaster. Het is trouwens een Europees fenomeen. Vroeger wilden jongeren naar de universiteit om er van de vrijheid te proeven en de band met thuis losser te maken. Nu hebben ze thuis die vrijheid al, en kiezen ze voor een instelling dichtbij om hun sociale netwerken te blijven kunnen onderhouden. Al zijn er ook studenten biomedische wetenschappen die naar de Tshingua-university in Peking reizen, een universiteit waarmee Leuven een samenwerkingsverband heeft, om daar hun master te halen. In die zin zie ik met een blij gemoed hoe de universiteiten weer naar de middeleeuwen evolueren.”

U zegt?

Waer: (glimlacht) Welja. Toen sprak men in alle universiteiten in Europa dezelfde taal: Latijn. Nu is dat het Engels. Er was toen al een fenomenale mobiliteit van professoren. Mannen als Erasmus, Vesalius en Mercator doceerden overal. Maar ook studenten bleven niet onder de kerktoren. Er zijn vrijgeleiden bewaard van Frederik Barbarossa: voor studenten mochten er geen grenzen bestaan. Dat komt allemaal terug. Net zoals de breed-culturele basisopleiding. Ook in Vlaanderen staat eindelijk het licht op groen voor tweejarige, hooggespecialiseerde masters. Dat laat ons toe onze bachelors opnieuw ‘breed’ te maken, met ruimte voor ‘les arts’.

Kunnen universiteiten het zich veroorloven om wat minder competitief te zijn? In de internationale rankings is Leuven doorgaans de hoogst genoteerde Vlaamse universiteit, Louvain-la-Neuve de beste Franstalige.

Delvaux: “Je moet daar nuchter mee omgaan, en niet doen zoals veel buitenlandse universiteiten, die hun energie besteden aan in de engineering van hun ranking. Ze kennen de criteria waarop gemeten wordt, en gaan op die criteria werken. Niet om een betere universiteit te krijgen, maar om hoger te scoren. Aan de UCL doen wij dat niet. We werken natuurlijk hard aan een betere kwaliteit. Niet zomaar op die specifieke criteria, maar in alle domeinen die wij belangrijk vinden: onderzoek, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening, economische ontwikkeling. Vervolgens zal onze ranking wel reflecteren of we inderdaad konden excelleren. En als je dan onze wetenschappelijke resultaten vergelijkt met de financiële middelen waarover wij beschikken, dan verrichten de Belgische universiteiten elke dag weer kleine mirakels.”

Waer: “Die rankings hebben zeker hun nut: je hebt nu eenmaal ijkpunten nodig om te weten waar je staat. Maar wat meet men eigenlijk? In de Shanghai-ranking tellen Nobelprijzen mee tot 30 procent van het totaal aantal punten, ongeacht of die Nobelprijs al honderd jaar terug werd uitgereikt of pas vorig jaar. En dan krijg je de engineering waarnaar Bruno Delvaux verwijst: Amerikaanse universiteiten die voor grof geld een gepensioneerde Nobelprijswinnaar aantrekken.

“Eigenlijk is er maar één goed meetbaar criterium: research-output. Wat dragen wij in Leuven bij aan de wetenschappelijke vooruitgang? En dan zien we telkens weer dat we ons ergens rond plaats twintig in Europa bevinden, en rond plaats zeventig op wereldniveau. Als je onze research-output vergelijkt met die van de internationale top-twintig - de Amerikaanse Ivy League, plus Oxford, Cambridge en de University College of London, dan zie je dat die van ons 45 procent bedraagt van die van hen. Met een budget dat maar één tiende van het hunne is. Is het dus mogelijk om in Vlaanderen een internationale topinstelling te maken? Technisch wel, als je alle financiële middelen aan één instelling toewijst, plus alle internationale publicaties. En dan moet je nog eens je studenten zeer streng mogen selecteren. Die topuniversiteiten weigeren 90 procent van de studenten die zich aandienen. Vervolgens moet je concurrentiële inschrijvingsgelden vragen: rond de 40.000 euro. En zo trek je ook giften en schenkingen aan, het ‘endowment’. In Harvard is dat een reusachtige 25 miljard dollar.In theorie is het dus mogelijk, het kader scheppen voor een Vlaamse topuniversiteit. Maar heb je dan iets gedaan wat maatschappelijk waardevol is? Ik weet het niet.”

Volgens de internationale rankings zijn UCL en KU Leuven niet alleen de twee beste Belgische universiteiten, maar de twee beste katholieke universiteiten ter wereld.

Waer: “Wij zijn de twee beste katholieke universiteiten, maar wij zijn niet de twee meest katholieke universiteiten. Daarom zijn we wellicht ook de beste universiteiten. Het heeft zelfs iets vervelend voor Rome: onze ‘K’ drukt uit dat ‘katholiek’ niet het monopolie is van de tendens die het nu voor het zeggen heeft in het Vaticaan.”

Delvaux: “Wij zijn geen pontificale, pauselijke universiteiten, maar instellingen die zelfstandig staan ten opzichte van het kerkelijke apparaat. Het zou trouwens goed zijn indien de kerkelijke hiërarchie het nut van onafhankelijke katholieke universiteiten zou inzien: het zou niet slecht zijn voor de inhoud van hun boodschap, indien ze wat meer rekening zouden houden met wetenschappelijke bevindingen.”

De relaties met het Vaticaan zijn natuurlijk zijn slecht.

Waer: “Als u met het Vaticaan de belijders van de ‘strikte roomse lijn’ bedoelt, dan klopt dat. Maar dat was vroeger eigenlijk niet anders. Vijftig jaar geleden waren er al stevige discussies en soms grote onmin tussen Leuven en Rome. Maar toen bleven die meningsverschillen meestal binnenskamers, en in deze tijden niet meer.”

Delvaux: “Er is een verschil tussen wat wij in Louvain-la-Neuve onder ‘C’ verstaan en wat de katholieke hiërarchie zegt en wil. Wij vullen onze katholieke identiteit in op een humanistische wijze. Het is toch niet omdat Rome haar boodschap strakker en strenger vertaalt dat wij in Louvain-la-Neuve moeten veranderen van identiteit? Twee jaar geleden hebben wij een grote fusie gerealiseerd tussen de vier bestaande Franstalige katholieke universiteiten. We hebben met zijn allen gekozen om die koepel de naam ‘Université Catholique de Louvain’ te noemen. Straks komt er een nieuwe inrichtende overheid, en daarin zullen er geen vertegenwoordigers meer zetelen van de bisschoppen. Dat wil niet zeggen dat we onze katholieke traditie afzweren, het is gewoon een uiting van onze onafhankelijke positie.”

Waer: “In Leuven is dat anders. Als aartsbisschop is Léonard voorzitter van onze algemene vergadering. De bisschoppen zitten in onze inrichtende overheid. Maar ze bezetten er slechts vijf zetels op veertig. In de raad van bestuur hebben ze geen vaste plaats. Al is er één lid van het bisschoppencollege die we als waarnemer uitnodigen. Momenteel is dat de Antwerpse bisschop Johan Bonny. Hij komt vaak, maar niet altijd. Maar als we straks de zogenaamde integratie van de hogescholen in de universiteit krijgen, zullen we van de losse structuur van de associatie gaan naar een nieuwe eengemaakte instelling, met één algemene vergadering.”

Met plaats voor de bisschoppen?

Waer: “Dat valt te bezien. Stel dat de universitaire gemeenschap zegt: ‘We vinden het toch een probleem dat Rome voortdurend a zegt en wij als instelling voortdurend b doen’, dan is dat zowel voor Leuven als de buitenwereld verwarrend. Ik neem zelfs aan dat een aartsbisschop a zegt; want hij valt ook onder zijn hiërarchie. Maar hij zit dan als voorzitter van de inrichtende overheid wel op een moeilijke plaats als hoogste vertegenwoordiger van een universiteit die b zegt. Maar dat zullen we op een rustig moment eens met elkaar moeten uitpraten.

“We hadden voorheen een kerkelijke overheid die de zaken veel bezadigder benaderde, terwijl we nu soms de indruk hebben dat de aartsbisschop doelbewust de discussie wil blijven aanzwengelen.”

Maar de uitspraken van Léonard hebben vaak toch niet het niveau dat verwacht mag worden van een grootkanselier? Komaan, nog eentje dat de media nog niet haalde. In zijn vaak heruitgegeven boek Jésus et ton corps. La morale sexuelle expliquée aux jeunes - de laatste editie dateert van vorig jaar - doet hij in-vitrofertilisatie af als een ‘veterinaire’ techniek. Dat impliceert de dokter als veearts, de vrouw als... welja.

(algemene afkeuring) Delvaux: “Gelukkig is dat een uitspraak die alleen monseigneur Léonard bindt, en geen enkele katholieke instelling.”

Waer: “Het is met deze taal dat velen het zo moeilijk hebben. Ik ontzeg de aartsbisschop het recht niet zijn bekommernis te uiten rond biomedische technieken. We moeten onze kop ook niet in het zand steken: het is niet allemaal ethisch neutraal. De ethische lijn rond de status van het embryo bij embryonaal stamcelondezoek of bij in-vitrofertilisatie wordt overschreden. We moeten ons daarvan bewust blijven. En we moeten vooral niet die grenzen willen herleggen: proclameren dat een embryo niets voorstelt, dat het een ‘ding’ is dat geen waarde heeft. Daarom is het ook een goede zaak dat er door de voortgang van het wetenschappelijk onderzoek minder embryo’s nodig zijn. En in principe vind ik het niet eens slecht dat er personen zijn die de ethische lijn strikt bewaken. Dat verplicht ons wetenschappers om te blijven nadenken over waarmee we bezig zijn.

“Maar om dan zo een ongenuanceerd oordeel te vellen is wel zeer ongelukkig. Een voorzitter van de inrichtende overheid van een universiteit vertegenwoordigt toch zijn instelling? Léonard had best wat meer wijsheid aan de dag mogen leggen.”

Delvaux: “De meeste bio-ethische beslissingen, hoe delicaat ook, worden toch genomen met het oog op de menselijke vooruitgang? Vanuit het katholieke geloof kan men inderdaad zijn twijfels hebben over bepaalde technieken, maar de werkelijkheid is vaak toch ingewikkelder en minder eenvoudig dan de letter van de leer? Ik ken praktizerende katholieken, zeer gelovige mensen, die zich tot een fertiliteitscentrum hebben gewend om een kind te kunnen krijgen. Men kan zulke mensen toch niet het geluk ontzeggen om kinderen te hebben? Zo’n voorbeeld maakt toch duidelijk dat er ruimte voor dialoog zou moeten zijn?”

Léonard is natuurlijk wel een product van de UCL.

Delvaux (terwijl Waer grinnikt):“Enfin: dit is toch het beste bewijs dat de UCL een open universiteit is! Extreem open, zou ik nu dus kunnen zeggen. Wij gaan filosofische tendensen toch niet bij voorbaat uitsluiten omdat ze minder ver of juist verder gaan dan de mainstream? Als wij studenten inschrijven of professoren contacteren, vragen we geen doopbewijs meer.

“Er was veel ongerustheid in de schoot van de UCL toen Léonard aartsbisschop werd. Maar zijn aanstelling heeft binnen de bestuursorganen niet geleid tot een spoeddebat. Weet u, de prerogatieven van een aartsbisschop zijn uiterst beperkt. Al bestaan er veel misverstanden over. Een Franstalig dagblad schreef over het ‘probleem van de autonomie’ van de universiteit. Maar er is helemaal geen probleem: wij werken honderd procent onafhankelijk. De televisie noemde Léonard de “chef” van Louvain-la-Neuve. Dat is niet juist: hier is de rector de baas (lacht).

U heeft toch om zijn ontslag gevraagd?

Delvaux: “Neen. Dat was een foute interpretatie van een aantal journalisten. Binnen het academische korps van de UCL circuleert een petitie die het ontslag vraagt van Léonard als grootkanselier van de universiteit. Het bestaan ervan wijst inderdaad op een malaise. De rectorale raad heeft die bekommernis - unaniem! - onderschreven: een groot deel van onze universitaire gemeenschap voelt zich niet goed bij de toestand die gecreëerd werd door de uitspraken van de aartsbisschop. Toch steunen wij die petitie niet. Ten eerste vragen de ondertekenaars het ontslag van monseigneur Léonard als grootkanselier. Dat gaat hen niet aan. De aartsbisschop moet zelf uitmaken of hij nog kan functioneren. Het zal hem ook wel duidelijk zijn dat zijn uitspraken aan de UCL voor opschudding gezorgd hebben, en hij zal ook wel weten dat het mijn taak als rector is om voor een sereen klimaat te zorgen. De tweede eis van de petitie is een vraag voor institutionele autonomie, los van de kerkelijke hiërarchie. Maar zoals ik zonet zei: binnen twee maanden is het zover. Dan stemmen de raad van bestuur en de academische raad over de fusie in de nieuwe structuur. En zoals gezegd is er daarin geen plaats meer voorzien voor de kerkelijke overheid. Dus ook die tweede vraag is eigenlijk zonder voorwerp.”

KU Leuven en UCL worden standaard in het ‘katholieke’ kamp geplaatst, terwijl de werkelijkheid een stuk bonter geschakeerd is. Mark Waer werkte ooit als adviseur op het kabinet Volksgezondheid van de groene minister Magda Aelvoet. Johan Kips, de afgevaardigd bestuurder van de Leuvense universitaire ziekenhuizen, komt van het PS-kabinet van Rudy Demotte. En Louvain-la-Neuve kende in 2000 met Jean-Luc Roland de eerste Ecolo-burgemeester van Wallonië. Dat zegt toch iets over de gewijzigde opvattingen binnen de universitaire gemeenschappen.

Waer: “Het is niet omdat je adviseur bent op een kabinet dat je je ook aansluit bij de partij van de bevoegde minister. Aelvoet kon toen moeilijk anders dan recruteren aan de universiteiten: zij was ineens minister van Volksgezondheid en had dringend behoefte aan expertise. Agalev zat in dezelfde situatie die de N-VA nu meemaakt.”

Delvaux: “De kleur van de burgemeester van Louvain-la-Neuve heeft weinig te maken met de politieke voorkeuren van het personeel van de UCL. Toen in de jaren zeventig deze stad gebouwd werd, was de symbiose tussen Louvain-la-Neuve en de UCL quasi totaal: de stad werd gebouwd door en voor de universiteit. Tegelijk was het hier één grote bouwwerf, bepaald niet aantrekkelijk om te wonen. Dat is veranderd. Louvain-la-Neuve is een attractieve stad en trekt dus bijzonder veel inwoners aan die niets meer met de universiteit te maken hebben. Zij werken in Waver of Brussel en betalen helaas prijzen die het wonen stilaan onbetaalbaar maakt, ook voor onze studenten. Ik schat het aandeel van ‘UCL’ers’ in de bevolking van Louvain-la-Neuve beneden de vijftig procent.”

Waarvoor staan ‘C’ en ‘K’ nog? Nuttige erflaters die verwijzen naar een verleden, of toch nog symbolen met een toekomst?

Waer: “We moeten alleszins die ‘K’ veel duidelijker definiëren dan vandaag. Omdat wij zoveel belang hechten aan onze internationale positie, moeten wij onze buitenlandse partners duidelijk kunnen meedelen wat ‘katholiek’ voor ons betekent. Dat is iets anders dan wat men daaronder verstaat in de VS of Latijns-Amerika. Wij mogen niet meer geïdentificeerd kunnen worden met de strikte, dogmatische lijn. In België weet men dat, in West-Europa kent men ons ook, maar in Amerika en het Verre Oosten ligt dat moeilijker. Ook daar moet men weten dat wij staan voor bepaalde katholieke waarden, waarbij we ons kunnen afvragen wat het verschil nog is met humanistische waarden. Ik hoorde onlangs op Klara een debat tussen Jean-Paul Rondas en Ludo Abicht over het verschil tussen humanisme en katholicisme. Volgens Abicht had het vooral met een mentaliteit te maken. ‘Ik kom zelf niet uit de katholieke traditie’, zei Abicht, ‘maar toen er vorig jaar acties van sans-papiers waren, waren het wel de kerken die hun deuren openden. Mijn vrijzinnige vrienden zeiden:ze doen dat om zieltjes te winnen.’”

U lijkt niet meteen bereid de K te schrappen.

Waer “Je kan er ook iets aan toevoegen, benadrukken dat je kritisch bent. De K van kritische universiteit, van Kwadraat.”

Delvaux: “Nogmaals: de UCL vertrekt van humanistische waarden met katholieke wortels. De christelijke boodschap - in essentie gericht tégen sociale uitsluiting - moeten we harmoniëren met ons vermogen om uitstekend wetenschappelijk onderzoek te doen. Dat geeft ons een zeer originele positie in het veld van Europees hoger onderwijs: de synergie tussen excellentie en solidariteit.

“De waarden van humanisme en het evangelie liggen dicht bij elkaar. Het gaat om een set van waarden die de ruggengraat van onze samenleving vormen. En daarin ligt voor Europa nog een kans. Als ik naar het Verre Oosten ga, naar China vooral, zie ik vooral hoe bikkelhard de samenleving daar is. In Europa zijn we oneindig gevoeliger voor de onrechtvaardigheid van sociale verschillen. Chinese stedelingen zijn onbarmhartig jegens het armere platteland. Dus denk ik dat ons model toekomst heeft: we moeten het uitdragen als de beste weg naar vooruitgang. In Europa gaan we met zijn allen vooruit, in het Aziatische model groeit de kloof tussen arm en rijk.”

Waer: “Vanzelfsprekend mag de mentaliteit Leuven anders zijn dan die in Gent of Brussel. Als ik met mijn VUB-collega’s praat, merk ik dat we over meer dan 90 procent hetzelfde denken en willen. Maar als je doorpraat, kom je meestal op hetzelfde punt uit: er is een verschil tussen ‘transcendenten’ en ‘immanenten’. De immanenten vindt je meer in Brussel, de transcendenten bij ons. En dat heeft dan weer te maken met het karakter van de individuen die de instellingen bevolken. Leuven telt meer personen die zich iets gemakkelijker schikken naar een waarheid die boven hen ligt, en de doorzetters en zoekers die het zelf willen uitvinden, dat is meer de Brusselse aard.

“En hoe doe je dat vandaag: die christelijke waarden, wat ze ook zijn, in de praktijk omzetten? Jonge katholieke intellectuelen van de vorige generaties waren een beetje gedresseerd door hun continue katholieke opvoeding: ze werden gevormd door het katholieke onderwijs, de katholieke jeugdbeweging, dat gaf hen een zekere ‘plooi’. Maar dat is eruit gegaan. Een paar jaar terug vroeg ik mijn kinderen wat ze tijdens de zomervakantie wilden doen. Mijn suggestie: ‘Misschien ook wat vrijwilligerswerk met gehandicapten?’ Het loutere stellen van die vraag was voor hen echt een cultuurschok: ‘Maar allez, waar praat gij nu over?’ Niet dat ze niet wilden, maar die overweging was nooit bij hen opgekomen. Zo’n sociaal vrijwilligerswerk is voor jongeren niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger. De vraag is hoe en of we het kunnen bewaren, misschien nog stimuleren. Kan het, iets wat ‘eruit’ lijkt er terug in doenkomen?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden