Dinsdag 02/03/2021

Leonard Cohen, geen zittend gat

Sinds zijn comebackoptreden van 2008 in het Brugse Minnewaterpark onderhoudt Leonard Cohen een innige band met ons kikkerlandje, maar voor de Canadese bard is de hele wereld zijn oester. Zijn leven leest dan ook als één lange roadtrip.

Op zich is het niet zo verwonderlijk dat Cohen veel gereisd heeft in zijn leven. De man uit Montreal kan zich maar moeilijk settelen en als joodse Canadees is hij zich erg bewust van dat historisch beladen gevoel. In 1979 al verscheen op het album Recent Songs een opname van 'Un Canadien errant', een traditioneel Québécois-ballingslied.

Voor zijn eigenzinnige versie deed Cohen een beroep op een mariachiband. Daarover zei hij: "Ik vond dat interessant en grappig tegelijk, omwille van de gedachte die daarmee opgeroepen wordt: je hebt een jood die een Frans-Canadees nummer brengt met een Mexicaanse band, dus zo wordt het echt wel een statement over ballingschap."

Toch heeft Cohen altijd volgehouden dat hij voor alles een inwoner van Montreal is. In de jaren zestig smokkelde hij in zowat elk interview de bewering dat hij om de zoveel tijd naar zijn thuisstad moest terugkeren "om zijn neurotische affiliaties nieuw leven in te blazen". Tot op vandaag kun je in zijn gedichten en romans veel meer referenties terugvinden naar Montreal en Canada dan in zijn muzikale werk, waarmee hij een breder publiek kon bereiken.

Hoewel Cohen tegenwoordig meer in Los Angeles dan in Montreal vertoeft, kan zijn levensverhaal met gemak omschreven worden als één lange roadtrip met als voornaamste haltes New York in 1956 (om zich onder te dompelen in de artistieke scène van de Beat-poets), Londen in 1959 (om er een blauwe regenjas te kopen en plichtsgetrouw elke dag drie bladzijden te schrijven), het Griekse eiland Hydra in 1960 (om er te leven en te werken in een kunstenaarskolonie), Nashville in 1968 (om er zijn muzikale carrière een boost te geven) en India in 1999 (om zich te verdiepen in het boeddhisme en zich van zijn depressie te bevrijden).

Dr. Love in Frankrijk

Daar komt nog bij dat zijn rijk gevulde liefdesleven zich nooit beperkt heeft tot Montreal. Zijn bekendste muze is ongetwijfeld Suzanne, de moeder van zijn twee kinderen (overigens niet de Suzanne van het gelijknamige nummer). Zij bracht het grootste deel van haar leven in Frankrijk door. Ook de fotografe Dominique Issermann, die een tijdje zijn levensgezel was en nog steeds een deel van zijn artwork voor haar rekening neemt, is van Franse komaf.

Maar de verknochtheid van Cohen aan Frankrijk heeft niet alleen te maken met zijn liefdesperikelen. Op een bepaald moment was hij er zo populair dat zelfs Georges Pompidou hem zijn favoriete zanger noemde en het Franse weekblad Le Nouvel Observateur hem in 1969 tot 'folksinger de l'année' kroonde.

Hoewel zijn muzikale carrière vorm kreeg in Amerikaanse folkmiddens (niemand minder dan Judy Collins nam hem onder de arm) zou hij zich daar vlug van verwijderen en zijn eigen pad kiezen. Dat parcours laat zich moeilijk omschrijven omdat er zoveel verschillende tradities in samenvloeien.

Cohen erkent zelf dat hij zich in zijn artistieke praktijk meer thuis voelt in een Europese dan in een Amerikaanse traditie. Hij beschouwt zichzelf meer als een 'chansonnier' in de lijn van Jacques Brel of Edith Piaf (van wie hij ooit een reeks nummers zou vertalen en opnemen) dan als een Amerikaanse 'popular balladeer'. De keuze voor zo'n artistieke invulling verschafte hem ook de mogelijkheid om de serieuze onderwerpen waar hij het als dichter al over had over te brengen naar een breder publiek en er nog van te leven ook.

Daarnaast is de stem in die chansonnier-traditie vaak ondergeschikt aan de boodschap. Ook dat kwam Cohen goed uit toen hij in 1967 op 33-jarige leeftijd besliste om in de muziekbusiness te stappen: meer dan eens werd er kritiek geleverd op de stemkwaliteiten van 'the man with the golden voice', maar dankzij zijn literaire achtergrond kon hij toch een uniek geluid laten horen.

In andere Europese landen valt Cohens succes te linken aan specifieke factoren. Zo laat hij in Spanje nooit na om zijn schatplichtigheid te erkennen ten opzichte van de dichter Federico García Lorca, die hij op 15-jarige leeftijd ontdekte. Cohens moeilijke beeldtaal vertoont nogal wat parallellen met die van Lorca. In 1988 bracht hij hem hulde met 'Take This Waltz' en in 2006 nog vertaalde hij een gedicht dat afgedrukt werd in Book of Longing. Het hoeft dus niet te verwonderen dat hij in 2011 de prestigieuze Spaanse Asturias-prijs voor de letteren toegekend kreeg.

Eredoctoraten durft hij wel eens afwijzen, maar in Spanje was hij er bij. In Noorwegen heeft Cohen zijn populariteit dan weer te danken aan Marianne, op wie hij smoorverliefd werd in Hydra begin jaren zestig. 'So Long, Marianne' vertelt hun verhaal.

In andere landen is zijn werk uitvoerig vertaald, waardoor het beter verankerd raakte. In Italië maakte Fabrizio De André enkele adaptaties van zijn nummers en zelfs in Polen werd heel wat vertaald. Dichter bij huis bracht Herman van Veen zijn versie van 'Suzanne', maar voor de rest werd er geen enkele poëziebundel in het Nederlands uitgebracht.

Voor de Franse markt daarentegen verscheen ieder literair werk in vertaling en voelden verschillende muzikanten zich geroepen om de muziek in het Frans te brengen. Ook Cohen zelf zong ooit in concert 'Je veux vivre tout seul' in plaats van zijn bekende 'Bird on the Wire'.

Dieptepunt Amerika

In zijn geboorteland is Cohen nooit uit beeld geweest, maar in Amerika liggen de zaken enigszins anders. In 1984 bereikte zijn populariteit er een dieptepunt. Het platenlabel Columbia besliste om Various Positions enkel uit te brengen in Europa. Op het album waren nota bene 'Hallelujah', 'Dance Me to the End of Love' en 'If It Be your Will' opgenomen, nummers die later wereldwijd gecoverd zouden worden. Pas toen hij de Amerikaanse catalogus doornam, moest Cohen vaststellen dat zijn album er niet in vermeld stond. De repliek van directeur Walter Yetnikoff is bekend geworden: 'Leonard, we know you are great but we don't know if you're any good'.

Toch loopt er wel degelijk een Amerikaanse lijn door zijn werk. Op The Future, misschien wel zijn meest maatschappijkritische album, betitelt hij zijn buurland als "the cradle of the best and of the worst". De Amerikaanse maatschappij fascineert hem, en ook in zijn muziek klinkt die fascinatie door, bij voorbeeld in zijn voorliefde voor de Amerikaanse countrymuziek: denk maar aan Hank Williams, die met naam en toenaam wordt geëerd in 'Tower of Song'. De charme van het genre ligt voor Cohen in de eenvoud en directe manier waarmee het levenswijsheden weet te vertolken.

Hoe vreemd dat op het eerste gezicht mag lijken, dat is precies wat Cohen in zijn eigen werk nastreeft: een zo direct en eenvoudig mogelijke weergave van zware gedachten en existentiële twijfels. Het belang van die directe band met zijn publiek is niet altijd zichtbaar, maar nooit afwezig.

Al van bij het begin van zijn carrière wilde Cohen zijn lezers en luisteraars diep in hun ziel raken. In de loop der jaren slaagde hij de ene keer beter dan de andere keer in dat opzet. Zo gaf hij in het begin van de jaren zeventig naast de reguliere concerten ook een reeks alternatieve optredens in psychiatrische instellingen. Hij trad er gratis op omdat hij naar eigen zeggen in die patiënten een ontvankelijk publiek vond voor zijn muziek. "Er is sprake van herkenning tussen de mensen met hun ervaringen en de ervaringen die zijn vastgelegd in mijn nummers", aldus Cohen.

In 1972 speelde Cohen voor het eerst een concert op Belgische bodem. In die veertig jaar zijn de thema's dezelfde gebleven, maar de stijl is compleet veranderd. Terwijl hij in de jaren zeventig af en toe ging improviseren en grapte met het publiek (hij besteeg het podium ooit op een paard), is die spontaniteit enigszins verdwenen. Tegenwoordig is het verloop van ieder concert is even strak als het pak waarin hij zich heeft gehesen. Het enigma rond de man wordt er alleen maar groter door.

Toch had de oorspronkelijke reden van de comeback in 2008 weinig van doen met mysterieuze motieven: zoals bekend was zijn manager Kelley Lynch er met al het geld vandoor. Daardoor moest Cohen wel de boer op om zijn rekeningen te kunnen vereffenen.

Het publiek (her)ontdekte de ene klassieker na de andere. In 2012 werd de nieuwe concertreeks aangekondigd in het kader van het album Old Ideas, waaruit een aantal nummers gespeeld werden. Dit keer is er geen specifieke aanleiding voor de twee optredens in Antwerpen en Brussel. De kritieken zijn dan ook voorspelbaar: het repertoire zal nagenoeg identiek zijn, maar Cohen kennende zal hij niet aan kwaliteit ingeboet hebben.

Het tweede Europese luik van de Old Ideas World Tour houdt op 23/6 halt in het Antwerpse Sportpaleis. Op 30/6 staat Cohen in Vorst Nationaal (uitverkocht).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234