Zaterdag 26/09/2020

ReconstructieZomer van de waanzin

Leo Vindevogel, oorlogsburgemeester in Ronse, werd terechtgesteld, maar vond dat hij niets misdaan had

Leo VindevogelBeeld rv

Vol vertrouwen over de verdere goede afloop had Leo Vindevogel zich na de bevrijding spontaan gemeld bij de rijkswacht. Hij kon in de spiegel kijken, vond hij zelf. Hij was nu eenmaal ‘Duitsgezind’, daar kon hij toch niks aan doen? Een zomer later zat hij in de dodencel.

“Vindevogel!”, roept voorzitter Fernand Haus aan het eind van diens proces voor het krijgshof in Gent. “Hebt gij hier nog iets aan toe te voegen?”

Jazeker, zegt de beklaagde: “Ik meen dat de auditeur-generaal verraad ziet waar er alleen opinie is. Sinds mijn studententijd ben ik Duitsgezind. Toen de oorlog (in 1914, ddc) uitbrak en de Duitsers aanrukten tegen België, ben ik me onmiddellijk gaan aanmelden. Als vrijwilliger heb ik vier jaar tegen hen gestreden. Ik ben teruggekeerd met acht frontstrepen en het oorlogskruis. Toen de oorlog gedaan was, werd ik opnieuw Duitsgezind.”

De man in de beklaagdenbank heet Leo Vindevogel. Het is 30 april 1945, de dag waarop Adolf Hitler in een bunker in Berlijn z’n mond opent voor de cyanidepil. De oorlog is afgelopen, de bioscoopjournaals tonen bergen lijken in het concentratiekamp van Büchenwald.

Slapende rechter

Het getuigt niet echt van grote politieke feeling om jezelf uitgerekend dan in een rechtszaal als “Duitsgezind” te benoemen. En voor Leo Vindevogel zitten de omstandigheden niet mee. Hij is door de bezetter in 1941 aangesteld als oorlogsburgemeester. Veel anderen zijn in de dagen en weken voor de bevrijding in 1944 naar Duitsland gevlucht, of hebben zich bij het keren van de kansen op Duits oorlogssucces laten vervangen. Zoals de Antwerpse burgemeester Leo Delwaide, die z’n politiekorps inzette bij jodenrazzia’s.

Niets van die strekking kan Leo Vindevogel ten laste worden gelegd. Als Ronse op zondag 3 september 1944 als een van de eerste Belgische steden wordt bevrijd, ondergaat hij in alle rust de gebeurtenissen. “Hij vond dat hij tijdens de bezetting zijn plicht had gedaan en dat hem niets kon worden aangewreven”, zo getuigt zijn voornaamste Franstalige politieke opponent Maurice Herman in het boek En nu gaan ze boeten! van Geert Clerbout. “Meer zelfs, hij ging zichzelf op de avond van de bevrijding aangeven op het rijkswachtcommissariaat in de volle overtuiging dat ze hem niets ten laste konden leggen.”

Leo Vindevogel wordt aangehouden, hoort zich na een kort proces op 9 maart 1945 veroordeeld worden tot levenslange opsluiting wegens “hulp en verklikking aan de vijand, propaganda tegen de weerstand”, waarna hij beroep aantekent. Nu hij voor het krijgshof in Gent in de beklaagdenbank zit, doet rechter Fernand Haus geen enkele moeite om zijn absolute weerzin voor het sujet in de beklaagdenbank te verbergen. Tijdens de zitting valt hij op een gegeven moment in slaap. Of doet hij alsof.

‘Begiftigd met Hitler’

Een van de voorvaderen van Leo Vindevogel moet een vondeling zijn geweest. Er zijn mensen die Mus heten, of Merel. Er bestaat niet zoiets als een vindevogel. Het is een van de namen die men vroeger gaf aan vondelingen.

Leo Vindevogel wordt in 1888 geboren in een gezin van schrijnwerkers in Petegem-aan-de-Schelde. Hij werkt zich op tot onderwijzer, kan op z’n negentiende aan de slag in de lagere school in de Zonnestraat in Ronse. In die school heeft ook de dan net opgerichte Christen Volksbond haar lokalen. Het is een soort vakbond en politieke beweging die zich heeft afgescheurd van de Franstalige katholieke partij in Ronse en Oudenaarde.

Tijdens de eerste wereldoorlog doet Vindevogel in brieven z’n beklag over de vernederingen van jonge Vlamingen door Franstalige oversten. Na de oorlog ijvert hij voor meer Nederlandstalig onderwijs. Hij ziet dat als de enige weg naar sociale ontvoogding voor de arbeiders in het door Franstalige industriëlen gedomineerde Ronse. In 1925 raakt Vindevogel voor de katholieke partij verkozen in de Kamer. Hij blijft jarenlang zetelen als flamingantische eenling, want compromissen maken is iets wat de onderwijzer uit Ronse gewoon niet kan.

Maurice Herman: “Hij was vierkantig, hij kwetste mensen. Siberisch koud was hij ook. Onvriendelijk. Ik heb hem nooit, nooit of nooit zien glimlachen en nooit de mensen op een vriendelijke manier zien groeten wanneer hij door de stad naar het stadhuis ging, bijvoorbeeld. Voor mij was hij een soort asociaal.”

Leo Vindevogel heeft niemand naar de kampen gestuurd. Wat hij wel deed, was mensen per brief uitnodigen op het stadhuis, waar dan agenten van de Duitse Feldgendarmerie in het kantoor naast het zijne tevoorschijn kwamen en burgers oppakten voor verplichte arbeid in Duitsland. Vindevogel heeft ook behoorlijk wat haatproza bij elkaar gepend in zijn krantje ’t Volk van Ronse, zoals op 17 augustus 1940: “Enkele jaren Duitse rassenagitatie en vooral de bliksemoverwinning der Duitse legers hebben de jodenheerschappij over Europa doen instorten. Europa is voor ’t jodendom verloren. Nu blijft er nog Amerika.”  Op 7 september van datzelfde jaar: “Alle landen hebben het geluk niet met een Adolf Hitler begiftigd te worden.”

Uitroeptekens

Fernand Haus, de slapende rechter, kreeg enkele dagen voor de start van het proces-Vindevogel eindelijk nieuws over zijn 24-jarige zoon Jean. Die was tijdens de oorlog actief bij het Geheim Leger, maar was opgepakt en overgebracht naar het kamp Schützenhof bij Bremen. Daar was hij op 9 februari 1945 overleden.

Een familiale gedenksteen op de Sterrewijk in Aalter maakt verder melding van twee familieleden die in 1944 omkwamen in het kamp Ravensbrück, waarover na de oorlog de meest waanzinnige getuigenissen kwamen. Gevangenen moesten zware stenen walsen rondduwen tot ze doodvielen, er waren vrouwelijke SS’ers met zwepen, kinderen werden levend in brandende ovens gegooid.

Nu zat daar Leo Vindevogel, met z’n redenaarstalent, steeds maar herhalend dat hij nu eenmaal “Duitsgezind” was. Op 12 oktober 1943 was er een bomaanslag gepleegd op zijn huis. Op 24 december van dat jaar werd hij ’s ochtends op weg naar het stadhuis op straat neergeschoten. Ondanks veel bloedverlies overleefde hij ook deze aanslag. En toch zat de man hier nu koppig te beweren dat hij er juist alles aan had gedaan om te verhinderen dat mannelijke inwoners van Ronse naar Duitsland zouden worden gestuurd.

Leo Vindevogel, op zijn proces: “Van al die feiten die men mij ten laste legt, erken ik er geen enkel, mijnheer de voorzitter! Geen enkel! Dat alles is laster en leugen en opstokerij. Nooit, mijnheer de voorzitter, nooit heb ik een mens verklikt!”

#MeToo

April 1945 was de maand waarin de eerste politieke gevangenen uit Ronse terugkeerden uit de Duitse kampen.

Maurice Herman: “Zij hebben helaas moeten meedelen dat van de honderd personen die uit Ronse en Elzele naar Duitsland overgebracht waren, er misschien nog maximaal een twintigtal zou terugkomen. Dat heeft natuurlijk een geweldige schok veroorzaakt. Het bracht onder de bevolking van Ronse een woede die, willen of niet, weerslag gevonden heeft in Gent.”

Leo Vindevogel kreeg van dit alles zo goed als niks mee. In de gevangenis had hij nauwelijks toegang tot kranten. Wat hem vooral bezighield was de herinnering aan een bericht in het verzetskrantje Ronse Vrij, ergens in het jaar 1944. Daarin was gesuggereerd dat hij op het stadhuis stiekem iets was begonnen met een dame die daar werkte. Een geval van #MeToo, 76 jaar geleden, in Ronse.

Beeld rv

Leo Vindevogel: “Mijnheer de voorzitter, alles wat ik geschreven heb, heb ik alleen geschreven omdat ik dacht dat de oorlog voor ons had opgehouden. Ik kan me hierin vergist hebben, maar ik was er stellig van overtuigd. Ik heb onpartijdig bestuurd. In het begin had ik geen moeilijkheden. Alles was rustig te Ronse. Toen de militaire kansen voor Duitsland keerden en de miserie groter werd, hebben mijn oude vijanden dit willen gebruiken om mij eronder te krijgen. Toen dat niet ging hebben ze het laagste gebruikt. Het sluikblad Ronse Vrij was de eerste aanval van die aard. Toen zij hier in details gingen beschrijven dat ik op het stadhuis een vrouw gebruikte, kon ik dat toch niet aanvaarden als politieker?”

‘Zet u neer’

Leo Vindevogel maakt aan het eind van z’n rechtszaak optimaal gebruik van zijn gelegenheid tot laatste woord.

Hij zegt: “Ik ben toch ook een mens! En gij zijt toch ook een mens, mijnheer de voorzitter?! Dat men op zoiets reageert, moet ge toch verstaan? Stap voor stap zijn ze verdergegaan. Toen werd een bomaanslag gepleegd om gans mijn gezin uit te moorden. Wanneer ook dat mislukte, hebben zij geprobeerd mij neer te schieten. Dodelijk getroffen door vier kogels werd ik naar het hospitaal gebracht. Dat alles hebben zij ongestraft menen te kunnen doen onder de dekmantel van patriottisme. Maar dat alles is gebeurd, niet uit patriottisme, maar uit vooroorlogse politieke vete. Alleen om mij uit de weg te ruimen.”

Rechter Haus: “Als ge zo goed bestuurd hebt, hoe legt ge dan uit dat er te Ronse twee aanslagen op u zijn gepleegd?”

Vindevogel: “Mijnheer de voorzitter, als u de vooroorlogse politiek van Ronse zou kennen, zou u daar niet over verwonderd zijn.”

Rechter Haus: “Dat is geen antwoord, Vindevogel. Zet u neer. Het hof zal zich terugtrekken om te beraadslagen.”

De beraadslaging duurt twintig minuten.

Rechter Haus: “Vindevogel wordt plichtig bevonden van verklikking met kwaad opzet, van defaitisme, van politieke raad op lange termijn. Dientengevolge wordt tegen Vindevogel Leo de doodstraf uitgesproken. De terechtstelling zal gebeuren te Gent!”

In de weken die volgen worden genadeverzoeken gericht aan minister van justitie Charles du Bus de Warnaffe en prins-regent Karel. Die schrijft op de brief gewoon: ‘Rejeté.’  Verworpen. Een van de laatsten die nog iets probeert, is de zelf net uit het kamp van Buchenwald bevrijde 64-jarige socialistische voorman Eugène Soudan uit Ronse. Een andere directie politieke opponent.

Ook hij bereikt niks.

De executie

Leo Vindevogel werd voor het krijgshof verdedigd door de jonge advocaat Antoine Dhooge. Hij werd later de mentor van de legendarische Gentse strafpleiter Piet Van Eeckhaut. In een gesprek met Margot Vanderstraeten vertelde die in 2010: “Ik bewonderde Dhooge. Om het feit dat hij ervoor koos een man te verdedigen die door God en iedereen was verlaten. Dhooge heeft de vreselijke, intense tocht naar de paal op het plein ettelijke malen voor me uit de doeken gedaan.”

Voor de executie wordt Leo Vindevogel op dinsdag 25 september 1945 op de binnenkoer van de Gentse gevangenis De Nieuwe Wandeling geblinddoekt en vastgebonden aan de executiepaal. Er is beslist dat collaborateurs achterstevoren moeten worden vastgebonden, met hun neus tegen het hout. Kwestie van te verduidelijken dat de publieke verachting veel groter is dan bij andere terdoodveroordeelden. Twaalf rijkswachters richten hun geweer. Er moet een genadeschot worden afgevuurd. Leo Vindevogel staat op Wikipedia vermeld als de enige Belgische volksvertegenwoordiger die na de bevrijding is geëxecuteerd. Het laatste wat hij heeft gehoord, was iemand die riep: “Crapuul!”

Het graf van Leo Vindevogel op Campo Santo, Sint Amandsberg.Beeld Wouter Maeckelberghe

Eugène Soudan zou in het parlement nog jaren blijven ijveren voor een proces in herziening. Ook kampoverlever en de latere voorzitter van de Vrije Universiteit Brussel, Walter Debrock, ervaart de executie van Leo Vindevogel als een schandvlek. “Als u alle stukken van het dossier inkijkt, zal u met mij walgen van het ontzettend lage peil waarop ons gerecht gevallen is”, zegt hij in 1988 in een interview. “Het gepeupel woonde de zitting bij en eiste bloed, en de pers en het gerecht gaven toe. Als Vindevogel enkele jaren was verdwenen en teruggekomen, had hij nooit meer dan vijf jaar gekregen.”

Het proces-Vindevogel is een van de vele tientallen oorlogsprocessen die werden gevolgd door misdaadverslaggever Louis De Lentdecker. In zijn in 1985 verschenen boek Tussen twee vuren waagt hij zich aan een voorspelling: “Hoe meer processen ik meemaakte, hoe beter ik begreep dat alles vooral een kwestie was van wraak, afrekening, jaloersheid, broodnijd. Hoe meer ik begreep dat het geheel van de repressie de ondergang van België betekende.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234