Maandag 15/07/2019

Teruglezen

Leo Tindemans: "Er is geen geheim voor politiek succes: mensen appreciëren oprechtheid"

Beeld Jonas Lampens

In mei 2011 sprak Walter Pauli voor onze krant met de zopas overleden oud-premier Leo Tindemans, naar aanleiding van de politieke ontwikkelingen in dat jaar. U kan het volledige interview hier herlezen.

***

Leo Tindemans (1922-2014) was één van de belangrijkste sterkhouders bij de christendemocratische partij CVP, later CD&V. In de lange politieke carrière die hij er heeft opzitten, is de christendemocraat federaal en Europees parlementslid, partijvoorzitter en minister geweest. Op een gezegende leeftijd van 92 jaar kwam de oud-premier vandaag te overlijden.

Oud-premier Leo Tindemans is inmiddels 89. De hoge leeftijd heeft zijn fysiek brozer gemaakt, de rechte rug van vroeger is wat gebogen, de gang wat aarzelender, maar de geest blijft scherp, het gemoed bewogen. Al heeft Tindemans niet de aandrang van jongere partij- en tijdgenoten als Mark Eyskens en Wilfried Martens om voortdurend commentaar te geven bij de actualiteit, hij volgt de politieke ontwikkelingen wel. En die baren hem zorgen.

Ook al deelt hij de geheimen van zijn partijhoofdkwartier niet meer en is hij op geen enkele manier bij deze regeringsvorming betrokken, toch blijft Leo Tindemans een elderly statesman. Hij vult zijn dagen in zijn immense studeerkamer, met boekenkasten alom, honderden, duizenden banden: kunst, politiek, buitenlandse kwesties ook. En op de grond, op tafels en stoelen tientallen dozen en mappen: zijn archieven verhuizen naar het Kadoc in Leuven. En terwijl Leo Tindemans deze dagen zijn papierwerk ordent, passeert dat lange, volle leven de revue. Hij vecht voor een overtuiging.

Anders dan zijn reputatie doet uitschijnen was Tindemans geen geboren politicus. "Mijn ouders woonden in Burcht, een dorp langs de Schelde. Oversteken met het veer naar Antwerpen was niet evident, want er lagen mijnen in de Schelde. Mijn vader werkte in een havenbedrijf, door de oorlog viel dat allemaal stil. En ik kon ook niet studeren wat ik wilde. Zelfs in 1940 wenste ik me in te schrijven aan de Koloniale Hogeschool, maar een leraar uit de retorica riep me: 'Leo, ik zou het niet doen. Niemand weet hoe de oorlog zal aflopen. Niemand is er zeker van dat de Engelsen de volgende jaren niet zullen kiezen voor een compromisvrede met de Duitsers. De prijs daarvoor zou wel eens Belgisch Congo kunnen zijn. Als je geen speciale roeping hebt, waarom dan die koloniale studiën kiezen?' Dus studeerde ik handels- en consulaire wetenschappen aan de Sint-Ignatiushogeschool. Vooral dat 'consulaire' trok me aan: dat gaf die studie een internationaal perspectief. Diplomatieke geschiedenis werd een passie."

Beeld Filip claus

Leven en carrière

Zo begint het leven van Leo Tindemans: niet met het oog op een politieke carrière, maar op een degelijke baan. Hij studeert na de oorlog nog economie aan de Gentse universiteit, en later, als hij al jong parlementslid is, ook politieke en sociale wetenschappen in Leuven. De jonge universitair wordt in zijn dorp ook voorzitter van het Davidsfonds, "op verzoek van de onderpastoor". Dan volgt nog een verzoek. Een onderwijzer klopt aan: "Ze hebben me aangesproken om hier een nieuwe partij op te richten. Kunt gij niet een paar jonge mannen verzamelen om mij daarbij te helpen?" Zo rolt Leo Tindemans in de jonge CVP, de Christelijke Volks Partij. Vele jaren later zal hij volksvertegenwoordiger en Europees Parlementslid geweest zijn, talloze malen minister (van Constitutionele Zaken, Landbouw, Begroting en in de jaren tachtig van Buitenlandse Zaken), CVP-partijvoorzitter en eerste minister van twee opeenvolgende regeringen Tindemans I en II (1974-1978).

Leo Tindemans: "Toch was ik geen beroepspoliticus. Ik heb dan nog mijn legerdienst vervuld, heb ik even op de Gazet van Antwerpen gewerkt en ben ik uiteindelijk aangenomen als economist op het ministerie van Landbouw." Dan merkt de CVP-top Leo Tindemans op. Op een colloquium over de 'economische expansie' zegt de ambtenaar er een paar verstandige zaken. Tindemans: "Ik werd er opgemerkt door Robert Houben, de directeur van de CVP-studiedienst Cepess. Houben was een van de schoonste mannen die ik gekend heb. Maar wat een overtuiging ging er uit van die man! En hij rekruteerde jonge kerels als hij eenzelfde geestdrift voelde als zij opvattingen uiteenzetten. Als hij onder de indruk kwam van iemands overtuiging, sprak hij je aan. Ook Vlaams vleugelvoorzitter Jef De Schuyffeleer moedigde mij aan."

Is dat het grote verschil tussen de CVP van toen en de CD&V van nu: van een partij met een vaste overtuiging naar een partij op zoek naar een identiteit?

"Die 'vaste overtuiging' was ook vroeger geen evidentie. Al heel vroeg werden wij CVP'ers gestraft door onze successen. Na de oorlog was er veel enthousiasme: alles was nieuw, en we werkten aan 'de wederopbouw' van het land. Maar al snel daarna stonden we voor de onvermijdelijke wezensvragen: 'Wat zijn uw opvattingen? Hoe wilt u de maatschappij oriënteren?'. Maar het was niet evident bij onze doctrine stil te staan, omdat de Christelijke Volkspartij steeds verplicht was te besturen, en dus te dobberen."

Beeld Filip claus

Vandaag heet het in sommige voorstellen tot partijvernieuwing dat dit zelfs het wezenlijke is van de christendemocratie: CD&V is een partij van 'enerzijds anderzijds'.

(beslist) "Ik erger mij als ik die nieuwe partijgenoten als Rik Torfs hoor. Hij zegt dat het wezen van de Christelijke Volkspartij erin bestaat dat wij per definitie naar het compromis zoeken. Ik zeg: pas op voor de politicus die alleen maar over een compromis spreekt. Dat is het teken dat hij aan het proberen is zijn opvattingen buiten te dragen."

"Natuurlijk moet je op tijd en stond naar een compromis toewerken. Maar een politicus die 'het compromis' voorstelt als zijn basishouding? Doet die dat niet om te verbergen dat hij zelf weinig te zeggen heeft? Het zoeken naar een levenshouding lijkt Rik Torfs niet zo belangrijk te zijn.

"De CD&V is zich hopelijk goed bewust van het belang van deze vernieuwingsoperatie. Men krijgt daar niet zo veel kansen meer voor, en we hebben er al een paar verprutst. Het congres in Kortrijk, een paar jaren terug, was niet goed. Wat kon ons daar bezielen? De crisis bleef duren, en vervolgens moesten we naar een zaal in Bornem op een zondagmiddag. Iedereen kon daar zijn flauwekul vertellen, de jongeren op kop. Als het dit keer mislukt, zou het wel eens fataal kunnen zijn voor de toekomst van onze partij. Ik hoop vanzelfsprekend dat het goed uitpakt, dat we wel een heldere boodschap krijgen, en goede jonge mensen kunnen rekruteren, maar het ergste wat ons kan overkomen is een lichtzinnige hervorming."

Tot in de vroege jaren negentig wist Vlaanderen inderdaad heel goed waarvoor de CVP stond. Daarom dat veel mensen anti-CVP waren. Sommigen ook anti-Tindemans.

"Zelfs als we op bepaalde ogenblikken niet bezig waren met politiek bedrijven vanuit onze diepste overtuiging, onze tegenstanders zouden ons wel herinnerd hebben aan onze opvattingen. Zij hadden een beeld van de CVP dat niet helemaal correct was maar waar wel wat van aan was, en dat zij gebruikten om ons aan te vallen."

Vandaag weet iedereen dat de CD&V 'Vlaams' is. Maar wat hebben de christendemocraten te zeggen aan de onderwijzers? Aan de gezinnen? Aan de zelfstandigen, de onderwijzers, de kleine en grote ondernemers en hun werkvolk? Hoe maakt men zijn reputatie als 'volkspartij' nog waar?

(stilte) "Uw vraag doet me lijden. Die kwestie gaat recht naar mijn hart. Ik heb het er vaak over met mijn echtgenote: hoe blijven we erin slagen om goede nieuwe mensen te rekruteren?"

"Dat de christen-democraten Vlaams zijn, wisten alle wijze mensen al. Maar waar staan wij verder nog voor? Wat een partij als de mijne vooral niet moet doen, is de publieke opinie achternahollen omdat je denkt dat deze of gene maatregel 'goed ligt', ook al gaat het wat tegen je eigen opvattingen in. Ik denk nu terug aan de rakettenkwestie. Het waren de jaren tachtig, volle Koude Oorlog. Ik en vele CVP'ers vonden dat we in het kader van ons bondgenootschap die kruisraketten moesten plaatsen. Dat was niet naar de zin van iedereen in onze partij: 'Als we die raketten plaatsen, gaan we de verkiezingen verliezen.' Ondanks die weerstand haalde ik voor die plaatsing een grote meerderheid op ons congres. En nadien hebben we de verkiezingen gewonnen! We hadden moed getoond: dát apprecieert de kiezer."

En u haalde stemmen. U was razend populair, maar niet zo populistisch als de grote stemmenkanonnen na u: Bart De Wever koketteert met zijn liefde voor een zak friet, Steve Stevaert vertelde over zijn leven als gewezen cafébaas, Jean-Luc Dehaene kroop in cowboypak op een stier. U deed dat niet en haalde toch waanzinnig veel stemmen. Bijna een miljoen bij de Europese verkiezingen, honderdduizend bij Kamerverkiezingen in Antwerpen. Alleen in het arrondissement, want de provinciale kieskring bestond nog niet.

(lachje) "Ik weet niet hoe dat kwam. Ben ik misschien altijd mij zelf gebleven? Het leidde wel tot spanning in de partij: we braken door in de Antwerpse subregio, die volkomen socialistisch was. Op de duur werd men jaloers. Sommige echte Antwerpenaren hebben mij altijd graag laten voelen dat ik niet afkomstig was van ''t stad', dat mijn klanken niet Antwerps genoeg waren. Ach, men kent de waarde van de stemmentrekker pas als hij weg is. Op het moment van het succes zelf denken veel verkozenen dat de stemmen van de lijsttrekker bij een volgende verkiezing zonder hem wel netjes verdeeld zullen worden over alle kandidaten. Alsof iedereen in staat zou zijn voor zichzelf een pakketje stemmen te behalen."

"Weet u wat onze generatie kenmerkte? We werden niet vroeg verteerd door ambitie. Nu zeggen sommige jongeren die aansluiten vlakaf: 'Ik wil minister worden. Als dat binnen vier jaar niet kan, ben ik weer weg.' En op hun veertigste zijn ze uitgekeken op de politiek. Ik was bijna veertig toen ik in het parlement belandde. Voor ik in de politiek stapte, had ik mijn dienstplicht gedaan en als ambtenaar gewerkt. Ik wist uit ervaring hoe het leven is van mensen die werken. Een politicus die praat met huisvaders, moet toch geen theorie verkopen? In mijn toespraken heb ik altijd stadhuiswoorden vermeden. Het grootste compliment dat ik kon krijgen is dat na een speech gewone mensen naar mij toekwamen en zeiden: 'Ik heb u horen spreken en ik heb alles verstaan.'"

Beeld Jonas Lampens

"Ik heb nadien ook nooit geëist om in een regering te 'mogen' stappen. Ik heb wel hard en enthousiast gewerkt. Wij belegden met de Antwerpse CVP-jongeren elke zaterdag vergaderingen. We hadden daar ook nood aan: je komt in een partij op je vijfentwintigste, wat weet je van politiek, van doctrine? En dus nodigden wij vedetten als CVP-voorzitter Theo Lefèvre uit, zaterdagmiddag om drie uur. We voorzagen een mand met broodjes en 'gelegenheid tot debat'. De zaal was bomvol, overal op de vloer zat volk. Na een tijd kwamen ook de oudere generaties. En zo bloeide de CVP in Antwerpen. Vandaag hebben ze nog amper een secretariaat."

Beeld Filip claus

Tegelijk was u ook toppoliticus in een tijd waarnaar men vandaag niet altijd positief terugkijkt. Er bestaat een boek dat het over het 'malgoverno' of 'slecht bestuur' heeft van die tijd, en die crisis vergelijkt met die van nu. Toen en nu zoog de staatshervorming (te) veel aandacht naar zich toe, en werd te laat werk gemaakt van een economisch herstelbeleid.

"Er zijn zeker fouten gemaakt. Ik herinner me een vergadering met Willy Claes voor de socialisten en Wilfried Martens als onze partijvoorzitter erbij. PS-voorzitter André Cools kwam binnen, dronken, scheldend ook, boos op alleman, op mij vooral. 'Tindemans, tu es une crapule.' We hadden over bepaalde communautaire problemen die daar opgeworpen werden nog geen standpunt, laat staan dat het afgewogen was. Maar dat gaf niet, 'federalisme' was het toverwoord. Om het even wat het voorstel was, als het evolueerde naar 'meer federalisme', mocht je geen bezwaren meer uiten, dan moest het goedgekeurd worden."

"Of die vernieuwingen zouden marcheren, of de vernieuwing een betere toestand zou scheppen dan de bestaande, vroeg niemand zich af. Als we maar naar het publiek konden met de toverformule: 'We hebben nu ook dit of dat gefederaliseerd.'"

Dat was ook de achtergrond van het ontslag van Gaston Eyskens, de premier van de eerste grote staatshervorming van 1970. In zijn memoires legt hij uit dat hij het niet zindelijk vond dat er al aan een nieuwe staatshervorming werd gewerkt terwijl de vorige nog niet goed en wel in uitvoering was.

"Na een grote staatshervorming hadden we telkens het best gewacht met een nieuwe fase. Dan hadden we wel gezien welke delen van de staatshervorming marcheerden en waar we moesten bijsturen. Maar nee, het waren haastige tijden. We moesten voortdurend hervormen en snel ook. En zo riepen we natuurlijk alle mogelijke spoken op."

"Opeenvolgende generaties Belgische politici hebben in dat proces van staatshervorming twee structurele fouten gemaakt. Ten eerste: er was eigenlijk nooit een algemeen plan voor de hervorming van de Belgische staat. De enige keer dat dit gebeurde was kort na de oorlog. Een jonge CVP'er uit Luik, Pierre Harmel, stond toen recht met ideeën over een grote staatshervorming. Dat idee werd opgepikt door CVP-voorzitter Robert Houben, die hem in de jaren vijftig het 'Centrum ter Hervorming van de Staat' toevertrouwde. Maar na Pierre Harmel zag men blijkbaar niet meer de nood in van een grondige voorbereiding."

"Iedereen dacht dat nieuwe stappen in de staatshervorming niet zo ernstig voorbereid hoefden te worden. Het zou allemaal wel loslopen aan de onderhandelingstafel. Ik heb het van nabij meegemaakt: ik was vier jaar minister van Communautaire Betrekkingen, onder Leburton maakten ze mij ineens vicepremier, verantwoordelijk voor de coördinatie van de communautaire dossiers. Als ik nu terugblik op die periode, word ik kwaad op mezelf. Waarom heb ik niet meer kabaal gemaakt? Ik kreeg twee staatssecretarissen, de socialisten Jef Ramaekers en Elie Van Bogaert, een goede man. Elke keer als ik een dossier had, namen zij dat mee naar hun partij, en hun voorzitter moest dan uitmaken of ze ja of neen mochten zeggen. En de afweging was altijd partijpolitiek. Door dat systeem zat alles geblokkeerd."

"Ten tweede zijn we niet altijd zorgvuldig geweest. We zijn van het ene compromis naar het andere gegaan, en soms stonden die haaks op elkaar, en we zijn een paar gezonde principes uit het oog verloren. Ik weet nog hoe een standaardwerk over staatshervormingen van een Franse auteur die aan het kabinet van de socialist Mendès-France had gewerkt, mijn ogen opende. Die man schrijft: 'In een parlementaire democratie kun je de grenzen niet scherp genoeg trekken. De deelstaten moeten precies afgebakend worden, de grondwet kan niet scherp genoeg geformuleerd zijn. Want anders krijg je altijd onduidelijkheden, waardoor elke nieuwe regeringsvorming dezelfde soort conflicten erft van de vorige.' Dat is precies wat in België gebeurd is."

"Ik vind het gevaarlijk dat men voortdurend de federale premier en de Vlaamse minister-president op gelijke voet stelt. Zo werk je toch persoonlijke na-ijver en vijandschappen in de hand? Als de tv over een onderwerp aan de ene iets heeft gevraagd, moet de andere ook zijn zeg doen, liefst over hetzelfde onderwerp. En die zegt dan iets anders. En dan spreekt de partij met twee monden.

"Nog een voorbeeld: we hebben jarenlang ruzie gemaakt over stukjes grond van niemendal, Komen, de Voer, de faciliteitengemeenten. Zo hebben we de revolutie over onszelf afgeroepen. Hadden we dat grondiger gedaan, dan hadden we de latere generaties misschien wat minder last berokkend. Maar Brusselaars als Henri Simonet lagen ongeveer altijd dwars. Zij maakten heldere oplossingen zogoed als onmogelijk."

Beeld Filip claus

Vandaar misschien dat de onderhandelaars nu al maanden de tijd nemen om tot een akkoord te komen. Zij moeten knopen doorhakken van dossiers die al decennia aanslepen: de rand, Brussel...

(schudt het hoofd) "Weet u dat we al tijdens de hervormingen van vader Eyskens voor ongeveer alles oplossingen hadden, behalve voor de Brusselse randgemeenten? Daarover was er nog geen akkoord. Vader Eyskens wenkt me en zegt: 'Leo, - ik spitste mijn oren, als Eyskens je ineens met je voornaam aansprak, stond er wat te gebeuren - we raken er hier nooit door met die randgemeenten. Ik wil niet in wanorde ondergaan. Ik ga nu naar het parlement, ik stel ze voor hun verantwoordelijkheid en het is kiezen of delen.' Ik sputter tegen, leg uit hoe complex de problemen zijn. P.W. Seghers, de invloedrijke ACW'er achter de schermen, hoort ervan en is in paniek: 'Als Eyskens mislukt, zit de crisis in de regering.' Eyskens is niet te vermurwen en begint zijn speech: 'Je tiens à déclarer', 'Ik sta erop te verklaren'. Achteraf zou hij fijntjes komen zeggen: 'En niemand van die parlementsleden die heeft opgemerkt dat ik in eigen naam sprak, en niet namens de regering.'"

"Uiteindelijk is er over de rand en de faciliteitengemeenten toen toch geen goede oplossing uit de bus gekomen. Maar wat Eyskens deed, zou ik aanraden aan elke formateur die zou merken dat hij door deze of gene politicus of partij gedwarsboomd wordt. Een formateur moet niet bang zijn om naar het parlement te stappen. Zelfs als er nog geen akkoord is. Hij kan zijn verantwoordelijkheid nemen als kandidaat-regeringsleider, een fair voorstel op tafel leggen, en laat de parlementsleden dan maar ja of neen zeggen. Dan weet het hele land wie wat goedkeurt of afkeert, en waarvoor of waartegen men is."

U hebt het niet zo begrepen op die maandenlange besloten onderhandelingen die voorlopig tot geen enkel resultaat hebben geleid.

"Hoe kun je eigenlijk maandenlang met elkaar over hetzelfde praten? Maar het was ook niet goed dat zo lang werd gewacht met het aanstellen van een echte formateur. Pas met een formateur wordt het ernst."

Hebt u tips voor formateur Di Rupo?

"Ik kan alleen zeggen hoe ik het in mijn tijd deed. Toen ik in de jaren zeventig formateur was, ontbood ik meteen de partijvoorzitters. Ik vroeg hen: 'Wenst gij in de regering te komen?' Bij 'neen' was het onderhoud afgelopen. Zo ja, dan begonnen we te onderhandelen over de voorwaarden. En we bereikten een compromis: dat wees zichzelf wel uit."

"Maar wat het voorbije jaar gebeurde? (diepe zucht) Het doet mij denken aan mijn tijd op Buitenlandse Zaken, toen we een akkoord moesten vinden met de Zaïrese politici over de contentieux. Dat duurde en dat duurde, beloftes werden gemaakt en weer ingetrokken. Misschien dat het nu vooruitgaat, maar de voorbije maanden ging de Belgische regeringsvorming ook die kant op. Ik hoop dus maar dat men definitief een punt heeft gezet achter die Mobutu-aanpak van de afgelopen maanden."

Kriebelt de politiek soms nog bij Leo Tindemans?

(een beetje trots) "Een paar weken terug kwam Herman Van Rompuy naar Edegem, men vraagt mij om hem in te leiden. Het was een vrijdagavond en regende. In die zaal zat wel zeshonderd man. Zeshonderd, voor een dorp als Edegem! Zonder een speciale attractie, zonder kluchtzanger of danseres. Ik denk dus niet dat er een geheim is voor politiek succes. Mensen appreciëren oprechtheid, en wie vecht voor een serieuze zaak."

Beeld Filip claus
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden