Zondag 31/05/2020

Lenteschoonmaakin de Seefhoek

Plastic zakken van supermarkten zijn altijd verdacht. 'Vooral de blauw-witte exemplaren van de Aldi, dat zijn de BMW's van de sluikstorters'

Erik Raspoet

Foto's Tim Dirven

Frank en Frank zijn perfect op elkaar ingespeeld. Terwijl Frank Vandeneynde het plein in de gaten houdt, beschrijft Frank Tack cirkels rond het Stedelijk Instituut Stuivenberg. Er staat een gure wind, hij heeft de kraag van zijn donkere anorak opgezet. Een passant op weg naar het metrostation Handel, wie zou er acht op slaan? Ook de witte Ford Combi waarin we zitten te verkleumen, draagt geen enkel kenteken. Anonimiteit is de voornaamste bondgenoot van de cel Sluikstorten. Frank Vandeneynde legt nog maar eens uit waarom dit een ideale hinderlaag is. De lange schoolmuur met zijn insprongen, de plantsoenen, het speeltuintje, de glascontainers vlak bij de metro-ingang, het zijn evenveel wenkende kansen voor de sluikstorter. Gisteren hebben ze hier menige zondaar op heterdaad betrapt. Honderd euro belasting van de stad plus een boete van de politie, tegen de lamp lopen doet pijn. Frank zwijgt abrupt, alarmfase één treedt in werking. Een jonge vrouw met een plastic zak steekt diagonaal het plein over. We volgen haar traject met een arendsblik, maar ze verdwijnt met zak en al in de metro. Frank zucht diep. Halfacht en nog geen enkele betrapping, hij wordt ongeduldig. De strijd tegen sluikstorten is voor hem meer dan zomaar een broodwinning, het is een roeping. Vroeger reed hij met de vuilniskar door Antwerpen, fenomenen als zwerfvuil, hondenpoep en graffiti waren hem toen al een doorn in het oog. Frank was de eerste werknemer van het Stedelijk Ontwikkelingsbedrijf die na een intensieve opleiding de eed als gemachtigd ambtenaar mocht afleggen, nu is hij de coördinator van de vijf man sterke cel Sluikstorten. Sinds begin dit jaar kamt het kwintet systematisch Antwerpen Noord uit, de volksbuurt die grofweg tussen de Leien, de Noordersingel en Borgerhout te situeren valt. "Maar we mogen in heel Antwerpen optreden", zegt Frank. "Zelfs buiten mijn diensturen kan ik het niet laten. Als ik een sluikstorter betrap, spring ik uit mijn auto. Ze kijken nogal op als je de pas van beëdigd ambtenaar onder hun neus duwt."

Het moet voor deze zelfverklaarde workaholic dan ook een frustrerende ervaring zijn geweest. We hadden vanmorgen om halfzes afgesproken op het politiekantoor in de Handelstraat. De twee Franken hadden er zin in, de pers had er zin in, het beloofde een pracht van een werkdag te worden. Vlug de buddy's van de politie oppikken, en dan vlogen we erin. De cel Sluikstorten opereert in duo's, een beëdigd ambtenaar geflankeerd door een politieagent in burger. Helaas, de poort van het politiekantoor bleef potdicht, de telefoon van de cel Straatbeeld Oost-Indisch doof. Niet dat het kantoor verlaten was, het glazen nieuwbouwcomplex straalde als een kerstboom. Sterker nog, zo bleek toen we uiteindelijk toch binnen raakten, de cel Straatbeeld vormt een eilandje in een landschapsbureau waar vijf wakkere wijkagenten de wacht hielden. Maar wat zouden die de telefoon van een andere dienst opnemen? Bellen om kwart voor zes, zo wordt er blijkbaar geredeneerd, dat zullen wel grappenmakers zijn. De cel Straatbeeld zelf lag er verlaten bij. De gedetacheerde wijkagent had zich ziek gemeld, en van de Roger was na een uur rondbellen nog altijd geen spoor gevonden.

En dus zijn we er zonder politieversterking op uit getrokken. Deze week krijgt de buurt van de Onderwijsstraat en de Handelstraat een beurt. "Dom tijdverlies", sakkert Frank nog na. "We hebben de zes-twee gemist, de vroege shift. Dat is spitsuur, want heel wat pendelaars droppen hun huisvuil op weg naar kantoor. Mensen van buiten de stad, maar ook Antwerpenaars zelf." Pendelaars of Antwerpenaars, in beide gevallen laat het motief zich raden. Een zak voor restafval kost in Antwerpen 75 eurocent, in sommige randgemeenten zelfs het dubbele. Sluikstorten loont dus, zolang je niet wordt betrapt. Lucratief maar ook achterbaks. Zeldzaam is de sluikstorter die zijn eigen nest, laat staan zijn eigen straat, bevuilt. Bij het krieken van de dag wordt de omvang van het probleem duidelijk. Overal slingeren zakken met onbestemde inhoud rond. Papiermanden puilen uit van het huishoudelijk afval, in weerwil van de zelfklevers met strenge verbodsbepaling die Frank en zijn collega's onvermoeibaar verspreiden. De plantsoenen zitten vol met beschimmeld brood. Dat is niet het werk van een overijverige vogelliefhebber maar van een bakker die langs deze weg zijn onverkochte overschotten dumpt. Terwijl we wachten op actie, leert Frank ons de knepen van het vak. Plastic zakken van supermarkten zijn altijd verdacht. "Vooral de blauw-witte exemplaren van de Aldi", zegt hij, "dat zijn de BMW's van de sluikstorters." Ook bejaarden met trolleys zijn minder onschuldig dan we denken. Je ziet ze door de stad schuifelen met hun boodschappentas op wielen. Gerimpeld, broos, moeilijk te been, je zou ze zo een arm aanbieden om ze veilig over de straat te loodsen. Maar wie lang genoeg kijkt, ziet hoe ze schichtig rondloeren, in hun caddy duiken en dan hun pakketje droppen. Frank start de motor, we schuiven dichter bij de glascontainer waar een man de inhoud van twee big shoppers aan het ledigen is. Alweer loos alarm, we horen het geruststellende gerinkel van glas. In feite is het een spel van stropers en boswachters. Vermoedens volstaan niet, overtreders moeten op heterdaad worden betrapt. "Daar moet je vooral geduld voor hebben", zegt Frank. "Soms schaduwen we een verdachte van bij zijn voordeur. Het is onvoorstelbaar hoeveel moeite sommigen doen. Je denkt wel honderd keer, nu is het zover, nu laat hij het vallen. Maar neen, ze blijven verder lopen met hun zakje in de hand, desnoods tot aan het Zuid." Halfacht, de eerste scholieren zwermen over het plein. De wikkel van een snoepje wordt achteloos op de grond gegooid, Frank heeft het wel gezien. Het is maar dat hij onze stelling niet wil verraden, anders was hij uitgestapt om de sloddervos de les te spellen. Een boete krijgen ze alleen als ze een grote bek opzetten, normaal gesproken komen ze weg met een zedenpreek en het nadrukkelijke verzoek hun pekelzonde eigenhandig ongedaan te maken. "We doen het niet voor de boetes", zegt Frank. "Het is de mentaliteit die we willen veranderen."

Met een schok worden we tegen de achterbank gegooid. Wat is er aan de hand? Net nu onze aandacht aan het verslappen was, zitten we midden in een wilde achtervolging. Frank geeft plankgas, we scheuren over het trottoir, rakelings voorbij de metro-ingang. In de verte zien we hoe Frank Tack er een spurt uit perst. Zonder het trottoir te verlaten draait de Ford Combi de Spaarstraat in. Dit is je reinste Miami Vice, ik verwacht minstens een gewapende overval of een carjacking maar de realiteit is een stuk minder spectaculair. Frank en Frank hebben een man met een hond geklist. Berouwvol geeft de booswicht de feiten toe. Inderdaad, de retriever heeft zijn gevoeg gedaan. En nee, hij heeft de smurrie niet opgeruimd. Dom, want hij had de poepzakjes bij zich. De hond trekt ongeduldig aan zijn leiband, weet hij veel dat hij zijn baasje zopas 100 euro lichter heeft gemaakt. Overdreven? "Allerminst", zegt Frank Vandeneynde. "Jarenlang hebben we hondeneigenaars gesensibiliseerd. Nu weet iedereen waaraan zich te houden. Pitbulls of pekinezen, het maakt niet uit. Wie de drol van zijn hond niet opruimt, moet betalen." Even later rukken we alweer uit. Een bejaarde fietser heeft met gulle hand de duiven van de Seefhoek getrakteerd. Een heel brood versneden in vierkante blokjes, zijn huisvlijt wordt door de beëdigde ambtenaren niet gesmaakt. Weet hij dan niet dat het verboden is brood te strooien? Dat veroorzaakt alleen maar schimmels en het lokt bovendien ongedierte aan. Voor één keer zien ze het door de vingers, maar bij recidive wacht hem een boete. De bejaarde trekt zijn pet over zijn oren en fietst verongelijkt weg. Als dat ook al niet meer mag, je ziet het hem denken.

De Roger is intussen gearriveerd, gewapend met duizend excuses. De agent van de cel Straatbeeld snapt het zelf niet. Hoe heeft hij zich zo lelijk kunnen overslapen? Hij moet de wekker in zijn slaap hebben afgedrukt. En niemand die hem heeft gewekt! Frank en Frank horen de hypothese aan met bewonderenswaardige sereniteit. Het is niet het moment om sarcastisch te doen, want het wordt ineens knap druk. Eerst is er de Afghaanse asielzoeker die zijn zakje met huisvuil in een papiermand heeft gepropt. Ik heb met de arme man te doen. De hele omgeving ligt vol zwerfvuil, hij heeft zijn afval tenminste netjes in een vuilnismand gestopt. Zou hij de half in het Engels, half in het Nederlands verschafte uitleg begrijpen? In publieke vuilnismanden horen alleen restanten van ambulante consumptie zoals blikjes, papiertjes of klokhuizen. De lijdzame blik van de man valt niet te peilen. Misschien bekruipen hem de eerste twijfels over onze westerse welvaartsmaatschappij. Of misschien becijfert hij de impact van het vergrijp op zijn uitkering. De 125 euro zullen de komende maanden stukje bij beetje van zijn bestaansminimum worden afgehouden. De bewuste papiermand blijkt een heuse valstrik, minuten later staat Frank Tack met een Poolse vrouw in nepbont te discussiëren. Ontkennen, minimaliseren, er is geen ontkomen aan, het corpus delicti bevat nog de warmte van haar hand. De Poolse incasseert het proces-verbaal en draait zich boos om, haar hoge hakken klikklakken op het plaveisel. Frank Tack kijkt haar onbewogen na, hij heeft al een dikke laag eelt op zijn ziel gekweekt. Vorige week smeekte een Ecuadoriaanse hem op haar knieën om barmhartigheid. Haar papieren wilde ze niet laten zien, ze begreep geen woord Nederlands. "Tot we ermee dreigden haar naar het politiekantoor mee te nemen", zegt Frank grinnikend. "Toen lukte het ineens veel beter met het Nederlands. Ach, we komen wel vaker van die stoten tegen. Onlangs hadden we een neger te pakken. Die sloeg op de vlucht toen we zijn papieren vroegen. Foetsie, waarschijnlijk zo illegaal als de pest." Het is een beetje delicaat, beseft hij, maar feiten zijn feiten. Het gros van de sluikstorters zijn buitenlanders, heel vaak asielzoekers. Hij wil er wel begrip voor opbrengen. Ze kennen ons systeem van afvalverwerking niet, en ze kijken op het geld voor een officiële vuilniszak. "Maar dat is geen reden om hen te ontzien", vindt hij. "Iedereen gelijk voor de wet, anders krijgen we deze stad nooit schoon."

De vuilniskar komt eraan, een van de vijf die vandaag Antwerpen doorkruisen om het sluikafval te ruimen. Straks zullen ze bomvol naar de Hooge Maey rijden. Toch begint de campagne vruchten af te werpen. Werd er vroeger 200 ton sluikafval per maand opgehaald, tegenwoordig bedraagt het gemiddelde 120 ton. De spreiding is echter ongewijzigd gebleven: vier vijfde van de rotzooi komt uit de Dam, de Seefhoek en Stuivenberg, de buurten die samen Antwerpen Noord vormen. De vuilnismannen ruimen het Schoolplein op. Het is een kies werkje, want alle zakken worden gefouilleerd in de hoop een spoor van de afzender te vinden. Vier hebben ze er vandaag al geïdentificeerd, de betrokkenen krijgen binnenkort een gepeperde rekening in de bus. Slimme sluikstorters scheuren de adressen uit hun briefomslagen. Domme sluikstorters maken de adressen onleesbaar met een viltstift. "Die houden we simpelweg tegen het licht", verklapt Frank Tack een boswachterstruc. "Op een keer vonden we een zak met een boodschap: 'Aan de heren van de cel Sluikstorten, jullie kunnen mij toch niet vinden.' De volgende weken vonden we nog meer zakken met zo'n boodschap, altijd van dezelfde sluikstorter. Hij waande zich ongenaakbaar, maar uiteindelijk beging hij een domme fout. We hebben hem gepakt met een wikkel van een Makro-reclame waarop zijn adres stond." Frank geniet nog na van de triomf. Eigenlijk had hij politie-inspecteur willen worden, maar zijn diploma lager middelbaar sloot hem uit van deelname aan de examens. Als beëdigd ambtenaar komt hij alsnog in de buurt van zijn jeugdideaal. Trots vertelt hij over zijn exploot in de Offerandestraat. Samen met een vrouwelijke politieagent arresteerde hij een zware jongen die net een winkel had overvallen. Voetgangers weken als de zee voor Mozes, want de overvaller had een mes in zijn hand. Niet zo de toevallig passerende ambtenaar van de cel Sluikstorten, die de voortvluchtige met een simpel beentje lichten tegen de grond wierp. "740 euro buit", zegt Frank. "Die winkelier was blij met onze tussenkomst."

Je zou uit dit verhaal haast besluiten dat de beëdigde ambtenaren werkelijk een kogelvrij vest nodig hebben, zoals onlangs door de niet-erkende vakbond Personeelsbelangen werd geëist. Tot grote verbazing overigens van de beëdigde ambtenaren, die naar eigen zeggen uit de lucht vielen. "Een uit de hand gelopen grap waar die vakbond is opgesprongen", beweert Frank Tack. "Op het stadhuis konden ze er niet om lachen." Dat is eufemistisch uitgedrukt. Het indianenverhaal bevestigde nog maar eens het slechte imago van Antwerpen Noord. Vele sinjoren zijn ervan overtuigd. Na zonsondergang kun je beter niet over het Stuivenbergplein of het De Coninckplein lopen. Zelf hebben ze nooit iets meegemaakt, maar de huiververhalen kennen ze des te beter. Auto's worden opengebroken, boefjes loeren op handtassen, hold-ups zijn schering en inslag. Behalve onveilig heet de buurt ook vuil en vervallen te zijn. Niet helemaal ten onrechte, blijkt wanneer we met de cel Sluikstorten rondtoeren. Antwerpen Noord kan zijn proletarische origine niet verbergen. Buurten als de Seefhoek en Stuivenberg ontstonden tijdens de stadsuitbreiding van de negentiende eeuw. De haven beleefde een grote bloei, buiten de Leien werden in ijltempo arbeidershuisjes opgetrokken. Mettertijd zijn die aaneengeklit tot een hecht weefsel. Groen en openbare ruimte zijn nog altijd schaars, de bouwdichtheid is hier stukken hoger dan elders in de metropool. Vele huizen hebben de tand des tijds slecht doorstaan. Afgebladderde gevels en schurftige kroonlijsten zijn veeleer regel dan uitzondering. Volgens de inventaris van de stedelijke huisvestingsdienst telt de buurt 439 krotten en 71 verlaten bedrijfsgebouwen. Veel, maar toch al aanzienlijk minder dan twintig jaar geleden. Het is trouwens niet alleen de deplorabele staat van het patrimonium die het imago van probleembuurt bepaalt. Wie zijn ogen de kost geeft, ontdekt in Antwerpen Noord ook charmante plekjes. Zoals de Louizaplaats en de aanpalende Joannasteeg, beluiken die schitterend werden gerenoveerd en thans oases van rust vormen in dit hectische stadsdeel. Vooral de Handelstraat gonst dag in dag uit van de bedrijvigheid. 'De Meir van de Marokkanen', wordt deze winkelstraat genoemd. Slagers, bakkers, kledingszaken, juwelen, alle specialiteiten uit de Maghreb zijn voorhanden, vooral de viswinkels met hun mediterrane delicatessen zijn een lust voor het oog. Frank Vandeneynde ziet het echter met gemengde gevoelens aan. Drieënveertig jaar is hij, hij heeft zijn jeugd in de Gasstraat gesleten. "Toen was de Seefhoek nog een gezellige volksbuurt", zegt hij. "Belgen onder elkaar, iedereen kende iedereen. Alles is veranderd, de wasserette is nu een Turkse bakkerij, de krantenwinkel een pitabar, de hele buurt is hier in handen van de vreemdelingen." Frank overdrijft, in Antwerpen Noord wonen nog veel autochtonen. Toch slaat het beeld in ruime kringen aan. Onveiligheid, verloedering en migranten, spreekt vanzelf dat het Vlaams Blok van die ingrediënten graag een potje kookt. De Seefhoek wordt wel eens de wieg van het Blok genoemd, nergens scoort de racistische partij betere verkiezingsresultaten.

En dus was het Antwerpse stadsbestuur allerminst verguld met de klucht van de kogelvrije vesten. Uitgerekend na de start van een grootscheepse campagne om Antwerpen Noord terug te winnen. Actieplan 2060 wordt het genoemd, naar de postcode die de verschillende wijken van het stadsdeel aaneenrijgt. De campagne, in oktober gestart onder de slogan 'mijn buurt, propere buurt', geniet ten stadhuize hoge prioriteit. De regenboogcoalitie is erop gebrand haar dadenkracht te tonen. Al te vaak werd er in het verleden gespot met burgemeester en schepenen die kibbelend over het tapijt van 't Schoon Verdiep rolden. Zo niet als het over het plan 2060 gaat. Erwin Pairon, Agalev-schepen van milieu en burgerzaken, mag het vaderschap opeisen. Maar de campagne krijgt ook de warme steun van SP.A-burgemeester Leona Detiège. Antwerpen Noord wordt immers een testcase. Als we het Blok in de Seefhoek kunnen terugdringen, zo valt op het stadhuis te vernemen, dan kan het overal. Er staat dan ook meer op het spel dan een grootscheepse schoonmaakoperatie. Door het aanpakken van zwerfvuil, hondenpoep en graffiti hopen de vroede vaderen ook de verzuring van de sinjoren tegen te gaan. Voordeel van de strategie is alvast dat de resultaten onmiddellijk zichtbaar zijn. De straten van Antwerpen Noord liggen er aanzienlijk schoner bij dan pakweg een half jaar geleden. Dat is overigens niet alleen de verdienste van de cel Sluikstorten, die het repressieve deel van de campagne invult. Veel energie gaat naar informatie en bewustmaking. Zo werden afvalwijzers en sorteergidsen in het Frans, Engels, Spaans, Albanees, Servo-Kroatisch, Russisch, Turks en Arabisch vertaald, een inbreuk om bestwil op de taalwetgeving waar het Blok al fel tegen geprotesteerd heeft.

Minder zichtbaar dan het Actieplan 2060 is de campagne tegen de huisjesmelkers in Antwerpen Noord. Sluikstorten en huisjesmelkerij, het verband is niet zo gek. Krotpanden trekken sluikstorters aan, bewoners van krotpanden besteden zelden geld aan blauwe en witte vuilniszakken. De link wordt haast symbolisch als ik ter hoogte van het Switel Hotel de Van Immerseelstraat insla. Matrassen, toiletpotten, afgetrapte schoenen, op de kaalslag van het afgebroken hoekpand is een wild containerpark ontstaan. Uitgerekend in de straat van waaruit de dienst Huisvesting de strijd aanbindt tegen verkrotting en huisjesmelkerij. Directeur Fons Famaey doet de chronologie uit de doeken. De voorbije drie jaar heeft zijn dienst vijfhonderd panden onbewoonbaar laten verklaren. Dat is rapper opgeschreven dan gedaan, want de procedure is loodzwaar. Politie, Vlaams Gewest en diverse stadsdiensten moeten samen een lange weg afleggen voor de burgemeester de onbewoonbaarverklaring kan ondertekenen. Vele panden zijn eigendom van huisjesmelkers die er asielzoekers opbergen. Konijnenkotten verstoken van elementair comfort tegen 200 tot 300 euro in de maand, de winsten compenseren ruimschoots de nochtans forse krotbelasting die de stad en het Vlaams Gewest heffen. "Aan kandidaat-huurders geen gebrek", zegt Famaey. "Nagenoeg alle Belgische OCMW's hebben asielzoekers met een huurcontract in Antwerpen Noord op hun betaallijst. Zíj maken de huisjesmelkers rijk." In juni vorig jaar is Antwerpen met het zogenaamde handhavingsbeleid gestart. Onbewoonbaar verklaarde panden werden systematisch ontruimd. Terwijl de huurders een beter onderkomen kregen, werd hun OCMW geconvoceerd. Of ze in het vervolg het wooncomfort van hun cliënten daadwerkelijk willen controleren? Het bleef niet bij een vriendelijk verzoek. Meermaals werden asielzoekers naar West-Vlaanderen of Henegouwen afgevoerd en op de stoep van hun OCMW gedropt. "We hebben zelfs enkele OCMW-voorzitters in gebreke gesteld", zegt Famaey. "Ze denken nu wel twee keer na voor ze hun asielzoekers in Antwerpen dumpen." Klap op de vuurpijl was de arrestatie van vier prominente huisjesmelkers die hun onbewoonbaar verklaarde panden bleven verhuren. Het onderzoek is nog volop aan de gang. Behalve uitbuiting van asielzoekers is er ook sprake van illegale tewerkstelling, drugshandel, heling van gestolen goederen en frauduleuze boekhouding. Het proces belooft een klapper te worden. Onder de verdachten bevinden zich een Belgische advocaat en een joodse handelaar uit het milieu van het Falconplein.

De huisjesmelkers liggen van alle kanten onder vuur. Buurtcomités rapporteren systematisch wantoestanden, er werd zelfs een vzw Rot op Huisjesmelkers in het leven geroepen. Voorzitter is Frank Hosteaux, een havenarbeider die als een Don Quichot tegen de huisjesmelkers tekeergaat. Zijn aversie groeide na een schokkende ervaring in de Dambruggestraat. Op een zolderkamer woonde een Armeense vrouw met haar zes weken oude tweeling. Het was winter, de verwarming was stuk, waar een raam hoorde te zitten, bengelde een stuk plastic. Sanitair schitterde door afwezigheid, de geiser lekte gas. Maar dat zou pas later blijken, toen de moeder met haar baby's bij hem op de stoep in elkaar zakte. CO-vergiftiging, het heeft geen haar gescheeld of het hele gezin was gestikt. De Armeniërs wonen nu in een keurig appartement, op kosten van de vzw Rot op Huisjesmelkers. We stappen in de auto, Frank offreert ons een deprimerende variant op de stadsrondleiding. De Dambruggestraat met haar tientallen krotten. De Van Kerckhovenstraat, waar een asielzoeker tussen het puin van een ingestort plafond leefde. De Lange Leemstraat, waar hij in een krot elf illegalen aantrof. De eigenaar bleek een bejaarde pastoor die zijn huurders inschakelde om zijn verloederde patrimonium op te knappen. De Offerandestraat, ooit de eerste winkelwandelstraat van Antwerpen. Decennialang bleven de bovenverdiepingen leeg, de handelaars waren immers rijk genoeg om buiten de stad te gaan wonen. Nu de vette jaren voorbij zijn, worden de verkommerde etages aan asielzoekers verhuurd. "Er zijn hier meer dan vier grote huisjesmelkers", weet Frank. "Ik ken een begrafenisondernemer en een keurslager die hun geld in krotpanden investeren. Er zijn ook enkele Turken met dertig panden in de buurt. Die zijn heel agressief, ze zetten hun asielzoekers onder druk om niet met het gerecht mee te werken." Af en toe verrast hij ons. Dat witte huis met dat fraaie Mariabeeld? Dat is vanbinnen een puinhoop, de eigenaar heeft alleen de façade geschilderd om zo aan de krotbelasting te ontsnappen. "Zo kan ik er tientallen aanduiden", zegt Frank. "De stad treedt veel te laks op."

Fons Famaey wil het niet ontkennen: er is nog veel werk aan de winkel. "Maar het gaat de goede richting uit", zegt de hoge ambtenaar. "Tien jaar geleden werd Borgerhout ook als een rampzone afgeschilderd, nu is het een hippe buurt. Er komen jonge gezinnen wonen, eigenaars hebben subsidies gekregen om hun huizen op te knappen. Zover staan we hier nog niet, de problemen in Antwerpen Noord zijn veel groter. Maar er zit beweging in. Aan het De Coninckplein komt een nieuwe stadsbibliotheek, in de lange Winkelhaakstraat verrijst een design center, het spoorwegemplacement wordt in een groenzone omgeturnd. Dat zijn impulsen die nieuwe bewoners zullen aanlokken. Kom binnen tien jaar maar eens terug, tegen dan ziet Antwerpen Noord er radicaal anders uit."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234