Donderdag 18/07/2019

lelijk Vlaanderen deel 3 Markiesgebouw naast Sint-Michiels-en-Sint-Goedele-kathedraal, Brussel

Dit is een monster, zo bespottelijk dat je droomt dat alle Brusselse straathonden massaal de gevel kapotwateren

Onkies Markies

Weinig mensen die niet zelf in Brussel wonen lopen hoog op met de gebouwde kwaliteit van de hoofdstad. Hun oordeel is meestal gebaseerd op het algemeen bekend spookbeeld van gladde glazen torens en beton-staaldozen in de Noordwijk, die een hele volksbuurt vertrappeld hebben vanwege macht en kapitaal. Brussel is natuurlijk méér dan dat, maar zoals in elke grote stad bepaalt de skyline, dus de verzameling hoge gebouwen, de indruk die we van die stad meenemen.

Zelfs de Brusselaars zelf zijn niet altijd de beste supporters. In 1999 stelde de toenmalige burgemeester François-Xavier de Donnéa voor zestien lelijke gebouwen in de Brusselse vijfhoek af te toppen "omdat ze te hoog zijn". Zo moest de Lotto-toren (aan het Centraal Station) twaalf van zijn 22 verdiepingen inleveren en was er geen genade in de blauwe ogen van de burgervader voor de Martini-toren (aan City 2). En als een politicus zich bemoeit met iets, kun je er vergif op nemen dat er twee dagen later een actiegroep opgericht wordt om het tegendeel te beweren. Zo neemt di-Sturb het nu op voor het naoorlogse patrimonium en wordt de Martini-toren (een hoge luciferdoos op een sokkel, die ondertussen helemaal verbouwd is) bewierookt als een "multifunctioneel gebouw waar kantoren, winkels, theater en woningen samenkwamen".

Waar wel een consensus over bestaat, is de vaststelling dat de laatste dertig jaar weinig trendsettende architectuur van internationale allure geproduceerd werd in Brussel. Brussel is Londen en Barcelona niet, laat staan Hongkong of New York: de budgetten zijn hier kleiner, de burgemeesters ook, architecten worden gekozen vanwege hun partijkaart of hun lobbykwaliteit, en ontwikkelaars doen liever aan cherry picking met snel gewin dan aan stedenbouw voor de geschiedenis. Architectuur is business (en mag dus geen architectuur meer genoemd worden volgens de architecten die die architectuur niét ontworpen hebben).

Brussel heeft nochtans kansen genoeg gehad. De bouwactiviteit voor Europa alleen al had een prachtig speelterrein kunnen zijn voor de heren Foster, Nouvel, Rogers en andere wereldwijd actieve sterarchitecten. Neen, hier moest het gebeuren met monstercoalities van nitwits uit bijna iedere provincie, die met de grootste cynische onkunde de Leopoldwijk naar de verdoemenis geholpen hebben. En de grondeigenaren, aannemers en banken passeerden met plezier aan de kassa, terwijl ze broodkruimels wierpen naar de moegetergde oorspronkelijke bewoners.

Ook Vlaanderen miste de trein. Gaston Geens, founding father van de Vlaamse regering (toen nog executieve, een gevaarlijk woord) en machtstsjeef par excellence, zei altijd: "Wat we zelf doen, doen we beter." Hij voegde de daad bij het woord, sloot een contract met de geldschietende verzekeringsmaatschappij AG en ging in het kader van de Vlaamse aanwezigheidspolitiek in Brussel wijdbeens op de grond pal naast de Sint-Michiels-en-Sint-Goedele-kathedraal zitten met zijn project voor het Markiesgebouw. "J'y suis et j'y reste." Geen slechte buurt trouwens. Vlak bij het Centraal Station van Victor Horta, het Sabena-kantoor van Maxime Brunfaut en het RTT-gebouw van Léon Stynen, drie voorbeelden van trendsettende architectuur van internationale allure.

Papa Geens vertelde Vlaanderen dat Language of Forms uit Maldegem architect speelde, AG liet het werk doen door de Waal André Jacqmain van l'Atelier de Genval (afgekort toevallig ook AG). Hij is een van de belangrijkste naoorlogse architecten van ons land (auteur van de Centrale Bibliotheek in Louvain-la-Neuve, de Urvater-villa in Sint-Genesius-Rode en het Glaverbel-gebouw in Bosvoorde) en dus kon het beste verhoopt worden voor het Markiesgebouw, de eerste hoofdzetel van de nog jonge Vlaamse administratie.

Het resultaat kent u ondertussen: een belachelijk, onbehaaglijk, beschamend en wansmakelijk pak patisserie, dat met witsteen en spitsbogen in roestvrij staal probeert de kathedraal te imiteren. Inoxgotiek. Dit is een monster, dat zo bespottelijk is dat je droomt dat alle Brusselse straathonden massaal de gevel kapotwateren. Dit is goedkoop façadisme van de allerlaagste soort. Dat André Jacqmain later nog meer bullshit produceerde in de Noord- en de Leopoldwijk maakt van hem een soort Giorgio de Chirico, de Italiaanse schilder die tien jaar lang de meest fantastische surrealistische doeken penseelde maar zich de rest van zijn leven met banale stillevens bezighield, als een zondagsschilder. Er zal wel ergens een God bestaan, die zulke zonden vergeeft.

Tot overmaat van ramp is het Markiesgebouw ook functioneel een flop. Ik heb het vijftien jaar geleden ingehuisd en ingericht. Ik kan u verzekeren dat er in Brussel wellicht geen tweede building is met minder bruikbare kantoorruimte per gehuurde vierkante meter. Tevens ligt er geen verhoogde vloer, omdat het geld in de gevel zat en omdat Gaston Geens, trouw aan Flanders Technology, in 1990 reeds geloofde in de wireless office. Tien jaar te vroeg, maar dat kon hij toch niet weten, zeker.

Gelukkig heeft geen enkele zieke geest ervoor gezorgd dat het Markiesgebouw het symbool van de Vlaamse administratie geworden is. Wij zouden ons doodschamen. Stel dat Brussel niet verzinnebeeld zou worden door zijn Stadhuis, zijn Manneke Pis en zijn Atomium, maar wel door de hotels met valse trapgevels aan het Centraal Station, Bruparck en de eerlijkheid van de Beenhouwersstraat. Wel, zo erg is het Markiesgebouw. Nep, imitatie, valsheid in geschrifte. Het huurcontract van de Vlaamse gemeenschap loopt af in 2008, het gebouw is al dubbel en dik terugbetaald, dus stel ik voor dat een sloopvergunning nu al aangevraagd wordt en dat een formeel verbod op het fotograferen van deze draak uitgevaardigd wordt. We moeten immers vermijden dat een andere zieke geest een actiegroep opricht ter bescherming van het Markiesgebouw, onder het motto van di-Sturb: "Als men per se terug wil naar vroeger, dan moet men maar weer met paarden rijden." Zou afbraak dan toch iets met overgeven te maken hebben?De Morgen-medewerker Filip Canfyn neemt niet graag een blad voor de mond, en hoopt van u hetzelfde. Bent u het met hem eens? Weet hij volgens u niet waarover hij spreekt? Surf naar www.demorgen.be/lelijk en laat ons weten wat u vindt. Vertel ons ook wat volgens u het lelijkste gebouw van Vlaanderen is. Aan het einde van de reeks publiceren we een toptien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden