Zondag 20/09/2020

InterviewLeïla Slimani

Leïla Slimani: ‘Er is veel trots bij Marokkaanse lezers dat dit verhaal nu eindelijk op papier komt’

‘Marokkaanse meisjes sturen me brieven over hun twijfels. Ik hoop hun wat kracht te bieden.’ Beeld EPA

Na haar Prix Goncourt in 2016 brak Leïla Slimani (38) internationaal door, ook als opiniemaker. In haar derde roman Mathilde vertelt ze hoe haar oma uit de Elzas in het roerige Marokko van de jaren vijftig belandde.

Leïla Slimani heerst soeverein over de Franse bestsellerlijsten. Sinds haar nieuwe roman Mathilde – in het Frans Le pays des autres – dit voorjaar verscheen, gaat de verkoop door het dak.

“Ik heb geluk gehad”, lacht ze via Skype vanuit haar Parijse sofa. “Le pays des autres verscheen net voor de lockdown en ik kon alle promotie-en tv-interviews nog net afwerken. Het boek was gelanceerd, zelfs toen alle boekhandels dicht waren. Maar ik ben wel heel blij dat ze nu weer open zijn en ik mijn lezers live terugvind.”

Sedert de bekroning met de Prix Goncourt in 2016 voor Chanson douce is de uit Rabat afkomstige Parisienne een superster, door president Emmanuel Macron zelfs aangesteld als zijn persoonlijke afgevaardigde voor de francofonie. Slimani’s nietsontziende roman over een zwarte nanny die twee kinderen vermoordde, raakte wereldwijd gevoelige snaren.

Leïla Slimani

• geboren op 3 oktober 1981 in Rabat, Marokko • Frans-Marokkaanse schrijver, journalist en opiniemaker • studeerde in Parijs • debuteerde in 2014 met In de tuin van het beest • won in 2016 Frankrijks belangrijkste literaire prijs Prix Goncourt voor Chanson douce (Een zachte hand) • klaagt de seksuele moraal in Marokko en de Marokkaanse gemeenschap in Frankrijk aan • is getrouwd, heeft een zoon en een dochter • haar nieuwe roman Mathilde is net uit

Dat is wellicht niet anders met Mathilde, waarin ze voor het eerst uit autobiografische humus put en harde noten kraakt over het Franse koloniaal verleden in het protectoraat Marokko. “Toch wilde ik dit verhaal vooral via de personages tot leven wekken, eerder dan via de bril van de grote geschiedenis.”

In Mathilde spreidt Slimani haar vleugels uit. In dit eerste deel van wat moet uitmonden in een trilogie, vertelt ze hoe de jonge Française Mathilde in de ban raakt van Amine, een knappe Marokkaanse officier in dienst van het Franse leger. Maar wanneer ze huwen en Mathilde op zijn geïsoleerde familieboerderij gaat wonen, wordt de liefde duchtig op de proef gesteld. Terwijl de twee kinderen Selma en Aïcha worden geboren, verhardt het politieke klimaat zienderogen.

Intiem

Mathilde heeft een grotere reikwijdte dan haar vorige romans. Maar tegelijk voelt dit epos onmiskenbaar intiemer aan. “Dat klopt”, knikt Slimani. “Het is in de eerste plaats een intense zoektocht naar mijn verleden en identiteit. Het boek barst van het verlangen om te begrijpen waar ik vandaan kom, zonder te oordelen. Wat is mijn plaats in een wereld waar ik mij lang misplaatst heb gevoeld? Wat gebeurt er met mensen die met elkaar huwen, maar een totaal andere achtergrond, cultuur of religie hebben?

“Elk boek legt zijn eigen ritme en ambitie op”, vervolgt Slimani, die praat als een ratelslang op speed. “In mijn eerste twee romans zocht ik naar mijn eigen stem. Ik wilde vooral heel precies en uitgepuurd te werk gaan.

“In Chanson douce en mijn debuut Dans le jardin de l’ogre moesten de angst, onzekerheid en afstandelijkheid van de personages bijna klinisch voelbaar zijn.

“Na de Goncourt wilde ik mezelf uitdagen. Zou ik het aankunnen, zo’n historische, autobiografisch getinte roman? Bij elke nieuw boek leg je je lat hoger, toch?”

Mathilde is alleszins een zintuiglijker, ja bij momenten zelfs lyrisch boek, al is Slimani in wezen haar emancipatorische thema’s trouw. “Als lezer moet je de klamme warmte voelen, het stof op je huid, de ruwe natuur, de geuren van de medina of van Mèknes. Marokko heeft magnifieke en kleurrijke landschappen. Mathilde is daarmee ook een soort liefdesverklaring, ja. Mijn hele jeugd herleefde.”

‘Het is een gemis als er geen vrouw is om naar op te kijken.'Beeld EPA

Het geheugen van haar grootmoeder, die vijf jaar geleden overleed, bood Slimani de gedroomde springplank. “Ik had het geluk dat mijn grootmoeder me enorm veel verhalen vertelde. Over haar jeugd in de Elzas, haar aankomst in Marokko…

“Ik merkte wel hoe ze soms een loopje met de waarheid nam en van zichzelf bijna een romanpersonage maakte. (lacht) Toch was ze geen dromerig type. Maar ze had een geweldig oog voor detail. Ze leerde me veel over hoe ze de armoede, de opstanden, de angst tijdens de dekolonisatie ervoer.”

Inspiratie putte Slimani uit de groots opgezette saga’s van bijvoorbeeld William Faulkner over het Amerikaanse Zuiden. “Als adolescent verslond ik regelmatig epische romans”, bekent Slimani. “Naghib Mahfouz over Caïro, Henri Troyat, Faulkner, ja, maar ook Flannery O’Connor. Ik wilde dat leesplezier ook in mijn trilogie binnensmokkelen.”

Terwijl deel 1 zich afspeelt in het Marokko van de jaren veertig en vijftig, zal het tweede deel de jaren zeventig en tachtig bestrijken. Om te eindigen in de periode 2005-2015. Slimani wil ook migratie, mondialisering en de opkomst van het islamisme aansnijden. Om ten slotte bij zichzelf uit te komen.

Geweld

Warmer en zachter is haar verteltoon, jazeker. Maar ook in Mathilde steekt geweld de kop op. Kan niet anders in een roman waarin de onafhankelijkheidsstrijd van Marokko losbarst. “De Franse ondertitel is niet voor niets: ‘La guerre, la guerre, la guerre’”, benadrukt Slimani. “Maar de onafhankelijkheidsstrijd in Marokko is minder bloedig verlopen dan bijvoorbeeld in het erg verdeelde buurland Algerije, waar een regelrechte burgeroorlog uitbrak. De Franse drang om Algerije te behouden was ook veel sterker.

“In Marokko zijn de Marokkaanse en Franse elites blijven dialogeren, zelfs tijdens de gewelddadigheden. Ook de figuur van de koning zorgde voor eenheid. Marokko is ook een veel ouder, complexer land met solidere en gesofisticeerdere structuren dan het veel jongere Algerije.” Een groot boek over het verleden van Marokko in de Franse literatuur bestond nog amper. “Het ergerde me soms dat Algerije en Tunesië zoveel aandacht kregen in de koloniale letteren. Ik merk veel trots bij Marokkaanse lezers dat dit nu eindelijk op papier komt.”

Een van de kernthema’s is natuurlijk het gemengde huwelijk, hier bovendien nog extra op scherp gezet. Want het idee dat een Marokkaanse man met een blanke vrouw in zee ging, gold als erg subversief, zowel in de Marokkaanse als in de Franse gemeenschap. Slimani: “Een gemengd huwelijk werd erg scheef bekeken. In de koloniale wereld was het zelfs verboden. Maar er waren natuurlijk gradaties. Als een blanke man verliefd werd op een donkere vrouw, dan kneep men wel een oogje dicht. Putain de guerre! Hij was tenslotte op veroveringstocht, dus hij mocht de vrouwen er wel bij nemen als onderscheiding.

'Een romanschrijver zoekt bij de monsters naar het licht en bij de engelen naar de duisternis.'Beeld EPA

“Maar er was evengoed het idee dat een blanke vrouw het Arabische ras kon vertroebelen. Voor de blanken moest een witte vrouw dan weer solidair zijn met haar clan en hem niet verraden. Men vergeet hoezeer men alom gedegouteerd was over ‘het vermengen van rassen’. Métissage kon wel eens het einde van de wereld betekenen! En vreemd genoeg zie je nu die oude nachtmerrie van white supremacy – ook met Trump – weer opduiken. Die obsessie met het pure ras is nog lang niet weg.”

Toch mogen we niet vergeten, zegt Slimani plots fel, dat het koloniale avontuur vaak een seksueel avontuur was. “De gekoloniseerde gebieden zijn regelmatig verzinnebeeld door een vrouw, Afrika als grote zwarte vrouw, als trofee voor de blanke man die zich thuis netjes getrouwd moest gedragen. Maar zodra hij daar was, konden alle remmen los. Terwijl de inheemse man dan weer werd vastgepind op een soort animale seksualiteit en de Arabier als overdreven trots, fier heerschap. Maar in het hoog oplopende debat rond de islamisering verliest men wel uit het oog dat bijna alle seksuele en huwelijkswetten destijds in het leven zijn geroepen door de kolonisator, niet door de Marokkanen zelf. Ze werden rechtstreeks gekopieerd uit de Franse Code Napoleon. De kolonisator wilde de seksualiteit intomen.”

In Mathilde onderzoekt Slimani ook de rol van de vrouw in de dekolonisatie, een redelijk braakliggend terrein in de hedendaagse Franse roman. “In de meeste koloniale romans zijn de mannen de helden, terwijl vrouwen vaak de sympathiek-romantische rollen krijgen toegeschoven. Daar moesten ze het dan maar mee doen. Vrouwen belandden soms in een oorlog waar ze helemaal geen zin in hadden. Maar waarin ze achter de schermen wél een vooraanstaande rol speelden.”

Rolmodel

Sinds de Prix Goncourt is Slimani in een mum van tijd een rolmodel geworden, een boegbeeld van een mondiaal, modern feminisme zonder oogkleppen ook. Ze strooit de opinies in het rond, op de pagina’s in Le Monde tot in de vele talkshows die Frankrijk rijk is.

Bevalt die positie haar? “Zeker. Al heb ik er niet echt om gevraagd, ik voel me er wel toe verplicht. Toen ik opgroeide, had ik geen enkele sterke vrouw om naar op te kijken of om mij mee te identificeren. Dat voelde als een gemis. Juist daarom besef ik nu hoe belangrijk het is om die megafoon te hebben. Veel jonge Marokkaanse meisjes sturen me pakkende brieven over hun twijfels, hun angsten… Ik hoop dat ik hun enige kracht kan bieden.”

Bewonderenswaardig is het hoe Slimani – ondanks haar soms scherpe toon – in de media een vrij positieve én genuanceerde boodschap brengt. In een interview met Lire noemde ze ‘optimisme’ zelfs een politieke opdracht. “Weet je, de rol van de schrijver is juist om het grijs te exploreren, voorbij goed en kwaad. Laat het maar aan rechtbanken over om schuldigen en onschuldigen van elkaar te scheiden. Een romanschrijver zoekt bij de monsters naar het licht en bij de engelen naar de duisternis.”

Dat verkennen van de schemerzones maakt literatuur juist zo prachtig, vervolgt Slimani. “Literatuur valt niet in een keurslijf te proppen. Vindt elke schrijver sinds Homeros immers niet op zijn manier de literatuur weer uit?” Of ze zichzelf een geëngageerd auteur wil noemen? Ze aarzelt: “Elke schrijver is geëngageerd, of hij dat nu wil of niet. Wie schrijft, doet dat vanuit een onbehagen, een soort onbevredigd gevoel. Als je volkomen tevreden bent met de wereld zoals hij is, dan ga je niet schrijven. Je schrijft omdat je vermoedt dat er iets anders mogelijk is.”

Leïla Slimani, 'Mathilde', Nieuw-Amsterdam, 316 p., 20,99 euro. Vertaling Gertrud Maes.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234