Dinsdag 21/01/2020

Leider tegen wil en dank

Václav Havel, zeggen ze, zag in één mensenleven alle donkere kroegen en kelders van Praag en alle gevangenissen van Tsjecho-Slowakije.

In de kroegen vertoefde Havel in de periodes dat de staatsveiligheidsdienst hem alleen op straat volgde. Zij waren de onbewaakte krochten van de totalitaire samenleving, de marge van de dissidenten en de avant-garde. Erwerd vrij gedacht, gepraat en voorgelezen. Mensen van wie het bestaan door de autoriteiten werd doodgezwegen en die niet over geld, privileges en politieke macht beschikten, bezaten wel woorden om een repressief regime af te wijzen. Voor de vrije geesten van het oude Tsjecho-Slowakije was Václav Havel een bron van inspiratie. Van hun beweging, Charta 77, werd hij het boegbeeld.

Buiten de kroegen en kelders van Praag heerste in die jaren zeventig het zwijgen en deed de repressie haar werk. 's Avonds was het zelfs in het centrum van Praag zo stil dat je de deuren in het slot kon horen vallen. "Zeker, in het land heerste rust", constateerde Havel. "Rust als in een lijkenhuis of op een kerkhof, nietwaar?"

Deze doodstille wereld verdween in de herfst van 1989. De kroegen van Havel werden toen het symbool voor een Tsjecho-Slowakije waarin mensen hun stem hadden durven verheffen en de moed hadden gehad op te staan tegen een totalitair regime.

De dissidenten en de ondergrondse avant-garde opereerden aan "de winnende zijde van de geschiedenis", maar weinigen die dat vóór 1989 geloofden. Havel cum suis werden vaak gezien als paria's die een soort donquichotterie beoefenden, en niet alleen in hun eigen land. Nog in 1986 verhinderde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek de toekenning van de Erasmusprijs aan Charta 77 om de communistische dictatuur in Praag niet voor het hoofd te stoten.

We werden gedreven door hoop, schreef Havel later, maar niet de hoop op een snel einde van het regime. "Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Wel de zekerheid dat iets zinvol is ongeacht de afloop, het resultaat."

De gevangenissen van Tsjecho-Slowakije zag Havel na elke politie-inval en elke arrestatie. Vijf jaar zou hij in totaal in gevangenschap doorbrengen. In de gevangenis ontstond ook zijn beroemdste en meest gelezen boek, Brieven aan Olga, een verzameling van de brieven die hij tussen de zomer van 1979 en die van 1982 schreef aan zijn vrouw en grote liefde Olga Havlová (1933-1996).

In de nazomer van 1982 werd Havel om gezondheidsredenen vrijgelaten. In 1989 zat hij weer vast. Zijn cel lag toen in een voormalig franciscanenklooster in het hart van Praag dat de communisten hadden omgebouwd tot zetel van de staatsveiligheidsdienst. Nog geen half jaar laten begon de Fluwelen Revolutieen scandeerden menigtes op Wenceslausplein Havels naam. Kort daarna werd Havels laatste gevangenis het driesterrenhotel Cloister Inn. In de vroege jaren negentig sliepen argeloze toeristen in de oude cel van een paria die inmiddels president was.

Van alle Oost-Europese dissidenten was Václav Havel de meest archetypische. In zijn voorkomen was hij een verlegen man die binnensmonds praatte en naar de grond staarde. Met die verschijning verhulde hij een formidabele geesteskracht en een aangeboren afkeer van autoriteit en formaliteit. Deze man leek gemaakt voor de truien en de spijkerjasjes waarin hij zich voor 1989 hulde. In de pakken die hij later als president moest dragen, bleef hij zich zichtbaar ongemakkelijk voelen. Havel leek te zijn gebouwd voor de rokerige ruimtes en de nachtelijke gesprekken met de mannen van de Praagse undergroundformatie The Plastic People of the Universe. Niet voor de topontmoetingen met wereldleiders die hem, zo voorspelbaar, altijd weer prezen om zijn geweldige moed. Havel kon dan weinig anders dan naar de grond staren en binnensmonds mompelen dat hij wel de bekendste maar zeker niet de enige dissident van Tsjecho-Slowakije was geweest.

"Iedereen die zichzelf te serieus neemt, loopt het risico ridicuul te worden", is een van zijn bekendste uitspraken. Václav Havel was ook het archetype van de leidersfiguur tegen wil en dank.

Wie weet hoe zijn leven was verlopen als Tsjecho-Slowakije na de Tweede Wereldoorlog niet door de Sovjet-Unie was geannexeerd. Misschien was Havel dan nu in de eerste plaats de geschiedenis ingegaan als Havel de toneelschrijver. Niet in de derde plaats, ná Havel de dissident en Havel de president.

Václav Havel was in 1936 geboren in een intellectueel Praags bourgeois milieu. Na de machtsgreep van de Sovjetvazallen kwam zijn familie bloot te staan aan vervolging. Pas in de jaren zestig nam die af. Onder Dubcek begon toen een dooi die bekend zou worden als de Praagse Lente. In dit nieuwe, vrijere klimaat beleefde Havel zijn doorbraak als toneelschrijver, eerst in eigen land, daarna in het buitenland. Voorjaar 1968 werd zijn toneelstuk Het memorandum opgevoerd in New York. In de nazomer van dat jaar maakten Russische tanks een einde aan de Praags Lente en werden Havels toneelstukken in eigen land verboden.

De Russische inval leidde tot een uittocht van schrijvers en kunstenaars. Havel bleef schrijven in eigen land, publiceerde in samizdat en werd in de vroege jaren zeventig in ondergronds Praag bekend als tekstschrijver van The Plastic People of the Universe. In de zomer van 1976 werden alle bandleden opgepakt. Havel reageerde met een initiatief voor een internationale protestbrief. Dat werd het Charta 77, waaruit de gelijknamige beweging zou voortvloeien. In 1979 werden Havel en andere leden gevangengezet.

Smerige spelletjes

Tijdens de Fluwelen Revolutie van 1989 werd Havel het gezicht van Burgerforum. De menigtes in straten van Praag riepen toen "Havel for president!". Op 29 december 1989, slechts enkele maanden nadat hij uit de gevangenis was vrijgelaten, werd hij door het nieuwe parlement gekozen tot staatshoofd. Havel zelf had lang geaarzeld.

De rol van president was hem minder op het lijf geschreven dan die van schrijver en dissident. "Als je wilt dat je toneelstukken worden opgevoerd zoals je ze had geschreven, dan moet je president worden", grapte hij. Door de jaren heen ging dat steeds ironischer klinken. Als president kreeg Havel iets wat hij als dissident nooit had gehad - de allure van een tragische figuur. Telkens weer leek hij het te moeten afleggen tegen sluwe beroepspolitici en die het spel speelden op een manier waarop Havel dat niet wilde: de smerige manier. Vergeefs verzette Havel zich in 1992 tegen de opdeling van Tsjecho-Slowakije, die de Tsjechische premier Klaus en de Slowaakse premier Meciar buiten hem om hadden voorbereid. "Als Václav Havel een van de subtielste politici is die ik ooit heb ontmoet", schreef de Britse historicus Timothy Garton Ash, "dan was Václav Klaus een van de lompste."

Nog tweemaal liet Havel zich overhalen "in het landsbelang" kandidaat te stellen voor het presidentschap, in 1993 en 1998. Beide keren werd hij herkozen. In 2003 liep zijn laatste termijn af. Zijn gezondheid was toen al ernstig verslechterd. In 1996 was bij hem longkanker geconstateerd en kroop hij door het oog van de naald. Olga Havlová, de vrouw met wie hij 32 jaar samen was geweest, overleed in hetzelfde jaar aan dezelfde ziekte. Havel hertrouwde met Dagmar Veskrnová, een actrice die door het oude communistische regime was gefêteerd. Dit huwelijk tussen een oud-dissident en oud regime-actrice kon, hoopte Havel, een symbool worden voor de verzoening tussen twee kampen binnen de Tsjechische maatschappij.

In zijn laatste openbare optreden, vorig weekeinde, zat Havel in een rolstoel. In Praag ontmoette hij de Dalai Lama, net als hij, schreef een Tsjechische site, "een ongewoon politicus".

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234