Maandag 24/01/2022

Leiber & Stoller, de legendarische songschrijvers van 'Hound Dog' en 'Jailhouse rock', bekroond in Gent

'Misschien is het vakmanschap vandaag groter, alleen vrees ik dat de creatieve vonk is uitgedoofd. Liedjes zijn producten geworden'

'Eerst waren we niet zo gek van wat Elvis met ons nummer deed'

Ze schreven talloze hits voor Elvis Presley, The Drifters, The Coasters en Peggy Lee en hebben in de jaren vijftig en zestig een onuitwisbare stempel op de popgeschiedenis gedrukt. Jerry Leiber en Mike Stoller, nu allebei 72, werkten ook als producers voor Atlantic en maakten rock-'n-roll en zwarte rhythm & blues aanvaardbaar voor een blank publiek, zonder de essentie van die genres aan te tasten. Een halve eeuw na 'Hound Dog', 'Stand by Me' en 'On Broadway' is het legendarische duo nog altijd actief. In Gent werden ze dit weekend bekroond voor hun hele oeuvre.

Gent

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Leiber & Stoller kregen zaterdag op het Gentse Filmfestival een lifetime achievement award, omdat hun liedjes in de voorbije decennia zoveel filmsoundtracks hebben opgefleurd. Componist Mike Stoller moest de onderscheiding echter in zijn eentje in ontvangst nemen: gezondheidsproblemen hielden tekstschrijver Jerry Leiber thuis in L.A.

De jongste dertig jaar bewegen Leiber & Stoller zich vooral in de 'volwassen' wereld van musical en cabaret, maar het aantal pop-, rock- en r&b-klassiekers dat sinds 1950 uit hun pen vloeide, is eindeloos. 'Kansas City', 'Ruby Baby', 'Spanish Harlem', 'Love Potion N°9', 'Poison Ivy': ze worden nog dagelijks door nieuwe groepen onder handen genomen, wat bewijst dat hun songcatalogus allesbehalve dode materie is. Als producers werkten de heren onder meer samen met The Shangri-Las en in 1959 waren ze de eersten om een strijkersensemble te gebruiken op een r&b-plaat: 'There Goes My Baby' van The Drifters. "Maar", zegt Stoller, "alles wat we deden, deden we puur voor ons plezier."

Laat ik het eens aan een expert vragen: wat is het recept voor een goede song?

Mike Stoller: "Ik zou het echt niet weten. Vakmanschap is zeker belangrijk, plus wat je schrijft, hoe je dat doet en welke emotie erachter schuilgaat. Jerry Leiber is natuurlijk een briljante tekstschrijver: veel van zijn frasen maken in Amerika nu deel uit van het alledaagse taalgebruik. Maar of er zoiets als een magisch ingrediënt bestaat? Je moet je metier beheersen, bereid zijn hard te werken - al de rest ontsnapt toch aan je controle. Belangrijk was wel dat we, toen we jong waren, deel uitmaakten van ons eigen publiek. Als we iets leuk of grappig vonden, wisten we dat onze leeftijdgenoten het ook leuk en grappig zouden vinden."

Hoe raakten twee joodse jongens zo doordrongen van de zwarte cultuur? In de fifties was de rassenscheiding in de VS nog vrij algemeen.

"Jerry groeide op in Baltimore, aan de rand van een zwarte buurt waar zijn moeder een winkeltje uitbaatte. Als kind leverde hij lampolie, steenkool en kruidenierswaren aan huis bij de zwarten. Bij hen hoorde hij, behalve muziek, ook een pittig taaltje vol plastische uitdrukkingen dat meteen zijn aandacht trok. Zelf ging ik vanaf mijn zevende naar een interraciaal zomerkamp. Daar hoorde ik zwarte tieners op piano boogie woogie spelen. Het klonk zo opwindend dat ik het meteen ook wilde kunnen. Afro-Amerikanen gedroegen zich ook veel minder verkrampt. Hun cultuur had op ons het effect van een magneet.

"Op een dag in 1950 belde Jerry, die via via over mij had gehoord, aan. Of ik met hem songs wilde schrijven? Eerst wimpelde ik hem af, maar tot mijn verbazing zag ik in zijn notitieboekje dat zijn teksten beantwoordden aan het schema van een twaalfmatenblues. Ik ging aan de piano zitten, hij begon te zingen en het klikte. Die dag - we zaten nog op het middelbaar - werden we partners en dat zijn we nog, al schrijven we vandaag enkel nog voor muziektheater."

Verliep jullie samenwerking volgens een vast patroon?

"In het begin staken we elkaar aan als lucifers. We rookten dan ook als Turken. (lacht) Meestal hamerde ik op de piano, terwijl Jerry door de kamer ijsbeerde en allerlei zinnetjes riep. Vonden we iets dat goed klonk, dan werkten we het verder uit. Later gebeurde het ook wel dat wat de een schreef door de ander werd aangevuld. Of dat ik met een melodie op de proppen kwam waar Jerry woorden bij verzon. We beleven er nog altijd plezier aan."

Eerst schreven jullie uitsluitend voor zwarte r&b-artiesten. Tot Elvis Presley in 1956 plots een gigantische hit scoorde met 'Hound Dog'.

"Wel, we waren niet eens zo gek op zijn versie. Ze verzonk in het niets bij de rauwe vertolking van Big Mama Thornton, voor wie we het drie jaar eerder hadden bedacht. Het vertelstandpunt was dat van een vrouw en om het nummer te kunnen zingen had Elvis de tekst nogal sullig veranderd. Dat maakte het op slag minder aangebrand en veel minder goed. Maar toen er zeven miljoen stuks van verkocht waren, begonnen we de verdienste van this kid wel in te zien. (lacht) Gelukkig zat de agressie van het origineel er wel nog in.

"Na 'Hound Dog' vroeg Elvis of we voor hem nog meer bruikbaars hadden. We stelden 'Love Me' voor, dat we hadden gemaakt voor het gospelduo Willie & Ruth. Hij hield ervan, nam het op en toen kregen we de opdracht liedjes te schrijven voor drie van zijn films: Loving You, King Creole en Jailhouse Rock. Elvis stond erop dat we hem tijdens de opnamen bijstonden, ook al werden we nooit als producers vermeld."

Wat voor kerel was Presley in die tijd?

"Een uitstekende zanger met een brede muzikale kennis én een verdomd harde werker. Als vertolker liet hij zich gewillig leiden, maar hij was zelden tevreden over zijn eigen prestaties. Hij zag er niet tegen op 26 keer dezelfde song in te blikken. Elvis werd altijd omringd door vrienden. Colonel Parker betaalde hen om hem op zijn gemak te stellen. De studio was zijn natuurlijke biotoop, maar op de filmset voelde hij zich verloren. Hij had geen controle over wat er gebeurde, was bang dat hij er zou worden uitgelachen."

Op één middag zetten jullie ooit vier classics op papier: 'I Want to Be Free', 'Jailhouse Rock', 'You're So Square' en 'Treat Me Nice'. Wie zoiets kan, wordt ongetwijfeld veel gevraagd.

"Hmm. De groep waar we met de meeste affectie aan terugdenken, was The Coasters, het perfecte vehikel voor wat we toen schreven. Meestal ging het om grappige, vaudeville-achtige deuntjes zoals 'Charlie Brown' of 'Yakety Yak', die we ook zelf produceten. The Coasters waren echte clowns: bij ieder nummer bedachten ze de waanzinnigste choreografietjes. Wanneer ze die in de studio kwamen tonen, rolden we meestal over de vloer van het lachen. Vervolgens speelden wij hen onze nieuwste liedjes voor en rolden zij over de vloer van het lachen."

Zijn humor en spontaneïteit de sleutels tot jullie muziek?

"Sommige dingen komen er in één gulp uitgerold, de aanzetten zijn doorgaans wel impulsief, maar vaak is het hard labeur voor een nummer zijn definitieve vorm vindt."

Toch leken jullie de songs vaak zomaar uit de lucht te plukken.

"Het materiaal voor Jailhouse Rock kwam inderdaad in een recordtempo tot stand. We gingen naar New York om te schrijven, maar de eerste week hadden we het zo druk met de bloemetjes buiten te zetten dat we het script niet eens bekeken. Dat was echter buiten de muziekuitgever gerekend. Op een ochtend viel hij onze hotelsuite binnen, hij barricadeerde de deur met een sofa, waar hij zelf op ging liggen, en meldde droogjes: 'Jullie komen de kamer niet meer uit voor ik mijn songs heb.'"

Zelfs de grote Phil Spector is zijn carrière bij jullie begonnen, als studiohulpje.

"Hij kwam bij ons in de leer. We zetten hem aan het werk als schrijver en producer en als sessiegitarist, onder meer bij The Drifters. Hij speelde de gitaarsolo in 'On Broadway'. In 1960 werden we gevraagd Ray Petersons 'Corrine Corrina' te producen, maar we hadden het te druk en gaven de opdracht door aan Phil, die er een hit mee scoorde. Van toen af begon hij zijn eigen stijl te ontwikkelen."

In 1961 betrokken jullie een kantoor in de Brill Building, de New Yorkse hitfabriek waar heel wat songwritingteams werkten. Hoe groot was de competitie daar?

"Zelf zagen we duo's als Barry Mann & Cynthia Weill, Carole King & Jerry Goffin, Neil Sedaka & Howard Greenfield of Doc Pomus & Mort Schuman niet als concurrenten. Maar hun aanwezigheid was stimulerend. Wel is het gek dat veel van de mensen die altijd met de Brill Building worden geassocieerd, in een heel ander gebouw werkten. Soms liggen mythe en werkelijkheid nogal ver uit elkaar. (brede grijns)"

Er gaat in de muziekbusiness nu veel meer geld om. Heeft het ambacht van songschrijver daar niet onder geleden?

"Ik denk van niet. Misschien is het vakmanschap vandaag zelfs groter. Alleen vrees ik dat de creatieve vonk, die het begin was van alles, inmiddels is uitgedoofd. Liedjes zijn producten geworden."

Nooit de ambitie gehad jullie liedjes zelf te vertolken?

"Neen. Ik voel me veel comfortabeler in de studio dan voor een publiek. Maar op de meeste platen met onze nummers speel ik wel piano en Jerry zingt op een aantal Coasters-opnames. Hij heeft een prima bluesstem."

Je hebt je relatie met Leiber wel eens omschreven als 'de langst durende ruzie uit de muziekgeschiedenis'.

"We zijn dan ook al 55 jaar partners. De meeste huwelijken, de onze incluis, houden veel minder lang stand. Onze kibbelpartijen gaan trouwens over het gebruik van 'en' of 'maar' in een tekst, of over de vraag of er een hoge of een lage noot moet volgen."

Zijn er ambities die jullie nooit waar hebben gemaakt?

"Natuurlijk. Het spijt me zeer dat we nooit iets hebben geschreven voor Billie Holiday, Nat 'King' Cole of Ella Fitzgerald. Veel anderen hebben ons werk wel opgenomen: Frank Sinatra, Edith Piaf, The Beatles, The Stones, Aretha Franklin, Neil Young, Joni Mitchell... Daar putten we veel voldoening uit."

Met welke song wil je in het collectieve geheugen blijven voortleven?

"Mijn favoriet is altijd het liedje waar ik net aan bezig ben. Maar twee vertolkingen die me na aan het hart liggen, zijn 'Hound Dog' van Big Mama Thornton en 'Is That All There is?' van Peggy Lee. Omdat het de twee uitersten van ons spectrum zijn."

World Soundtrack Awards, pagina 19

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234