Vrijdag 26/02/2021

Voorpublicatie

Lees nu al de voorpublicatie van Millennium 4: 'Wat ons niet zal doden'

Scène uit Män som hatar kvinnor (Mannen die vrouwen haten), de Zweedse verfilming van het gelijknamige eerste deel uit Stieg Larssons Millennium-trilogie. Beeld rv
Scène uit Män som hatar kvinnor (Mannen die vrouwen haten), de Zweedse verfilming van het gelijknamige eerste deel uit Stieg Larssons Millennium-trilogie.Beeld rv

Donderdag verschijnt de thriller Wat ons niet zal doden, het langverwachte vierde deel van Stieg Larssons populaire Millennium-reeks. Met deze voorpublicatie biedt De Morgen u nu al een spannende inkijk.

Passage uit hoofdstuk 9: 'De nacht van 20 op 21 november'

Mikael deed zijn best om aan iets anders te denken. Even probeerde hij zelfs te dagdromen. Maar het hielp niet erg en uiteindelijk stond hij op, vastbesloten om dan maar iets zinvols te doen, lezen over bedrijfsspionage of zo, of beter nog, een alternatief financieringsplan bedenken voor Millennium. Hij kleedde zich aan, ging achter zijn pc zitten en checkte zijn e-mail.

Het meeste was troep, zoals gewoonlijk, hoewel een deel van de mails hem wel wat moed gaf. Er waren aanmoedigingen van Christer en Malin, van Andrei Zander en Harriët Vanger voor het komende gevecht met Serner en hij reageerde vechtlustiger dan hij in wezen was. Daarna keek hij zonder veel verwachtingen in Lisbeths Laatje. Toen klaarde zijn gezicht op. Ze had geantwoord. Voor het eerst in eeuwen had ze een teken van leven gegeven: Balders intelligentie is absoluut niet kunstmatig. Hoe staat het trouwens tegenwoordig met je eigen intelligentie? En wat gebeurt er, Blomkvist, als we een machine creëren die slimmer is dan wijzelf?

Mikael glimlachte en dacht terug aan de laatste keer dat ze elkaar hadden gesproken, bij een kop koffie in de Kaffebar in de St. Paulsgata. Daarom duurde het even voordat het tot hem doordrong dat haar boodschap twee vragen bevatte, waarvan de eerste een vriendschappelijke steek onder water was die helaas niet geheel ongegrond was. Wat hij de laatste tijd in Millennium had geschreven miste intelligentie en werkelijke nieuwswaarde. Zoals zoveel journalisten had hij alleen beproefde middelen en gemeenplaatsen gebruikt. Maar daar was niets meer aan te doen en Lisbeths tweede vraag, haar raadseltje, amuseerde hem meer, niet zozeer omdat het hem overdreven interesseerde als wel omdat hij iets gevats terug wilde schrijven.

Als we een machine creëren die slimmer is dan wijzelf, dacht hij, wat gebeurt er dan? Hij liep naar de keuken, maakte een fles bronwater open en ging aan de keukentafel zitten. Een verdieping onder hem hoestte mevrouw Gerner lelijk, en ver weg in de stad loeide een ambulance in de storm. Tja, beantwoordde hij zijn eigen vraag, dan krijgen we een machine die alle slimme dingen kan die wijzelf kunnen, plus nog een beetje meer, bijvoorbeeld... Hij lachte hardop en begreep de strekking van de vraag: zo'n machine moest ook iets kunnen maken wat intelligenter was dan zichzelf, omdat wij dat ook konden, maar wat dan?

Natuurlijk kan die machine ook weer iets maken wat nog slimmer is, en de daaropvolgende ook weer, en de volgende en de volgende, en het duurt niet lang of de aanstichter van dat alles, de mens zelf, is voor de nieuwste robot net zo interessant als witte muizen. We staan op de rand van een oncontroleerbare intelligentieexplosie, net als in de Matrix-films.

Mikael liep grijnzend terug naar zijn computer en schreef: Als we zo'n machine creëren, krijgen we een wereld waarin zelfs Lisbeth Salander niet meer zo stoer is.

Toen zat hij een tijdje stil uit het raam te kijken, voor zover er iets te zien was in de sneeuwstorm. Af en toe wierp hij door de open deur een blik op Erika, die diep in slaap lag en geen weet had van machines die intelligenter worden dan de mens of zich daar op dit moment in elk geval niet om bekommerde. Toen pakte hij zijn telefoon.

Hij dacht dat die geluid had gemaakt, en inderdaad: er was een nieuw bericht ingesproken. Daar schrok hij van, al wist hij niet goed waarom. Maar afgezien van oude vriendinnen die dronken waren en met hem naar bed wilden, belden er 's nachts alleen mensen met slecht nieuws, dus hij luisterde het bericht meteen af.

De stem op de voicemail klonk gestrest: Mijn naam is Frans Balder. Onbeschoft natuurlijk om zo laat te bellen. Mijn excuus daarvoor. Maar mijn situatie wordt een beetje kritiek, dat idee heb ik in elk geval, en nu hoorde ik dat u me zocht. Dat is ook toevallig! Er zijn een paar dingen die ik u toch al wilde vertellen, die u denk ik wel interesseren. Ik hoor graag zo gauw mogelijk van u. Ik heb het gevoel dat het haast heeft.
Vervolgens noemde hij een telefoonnummer en een mailadres. Mikael schreef ze op en bleef nog even zitten, terwijl hij met zijn vingers op het tafelblad trommelde.

Frans Balder lag in bed, nog steeds verhit en angstig. Toch was hij nu wel iets rustiger. De auto die zijn oprit op was gekomen bleek dan toch eindelijk de politiebewaking te zijn. Het waren twee mannen van in de veertig, een heel lange en een vrij kleine. Ze zagen er allebei een tikkeltje zelfgenoegzaam en dikdoenerig uit met hun ongeveer gelijksoortige korte, modieuze kapsel, maar ze gedroegen zich beleefd en boden keurig en respectvol hun excuses aan voor de vertraging.
'We zijn door Milton Security en Gabriella Grane van de Säpo op de hoogte gebracht van de situatie,' vertelden ze. Ze wisten dus al dat er een man met een petje en een donkere bril om het huis had gelopen en dat ze op hun hoede moesten zijn. Daarom sloegen ze het aanbod om in de keuken een kop warme thee te komen drinken af. Ze wilden het huis in de gaten houden, en Frans vond dat dat professioneel en verstandig klonk. Hij kreeg geen al te positieve indruk van hen, maar aan de andere kant ook geen al te negatieve. Hij had hun telefoonnummers gevraagd en was weer naar bed gegaan, naar August, die nog sliep, in elkaar gedoken, met zijn groene oordoppen in.
Maar natuurlijk kon Frans niet meteen weer in slaap komen. Hij luisterde naar geluiden in de storm. Na een tijdje ging hij rechtop zitten. Hij moest iets doen, anders werd hij gek. Hij luisterde naar zijn voicemail. Er waren twee berichten van Linus Brandell, die venijnig klonk maar tegelijk ook defensief, en eerst wilde hij zijn telefoon weer wegleggen. Hij had even geen zin in het gezeur van Linus. Maar toen ving hij toch een paar interessante dingen op. Linus had gesproken met Mikael Blomkvist van het tijdschrift Millennium, en nu zocht die contact met hem. Frans verzonk in gedachten. 'Mikael Blomkvist,' mompelde hij. Zal hij mijn link met de wereld worden?

Frans Balder wist niet veel van het Zweedse journalistenkorps. Maar van Mikael Blomkvist had hij wel gehoord en voor zover hij wist was dat iemand die altijd diep doorgroef en niet toegaf aan pressie. Hij was misschien op zichzelf niet de juiste man voor deze zaak en Frans meende ook andere, minder vleiende dingen over hem gehoord te hebben, dus hij stond op en belde Gabriella Grane weer. Gabriella wist zo ongeveer alles over de media en ze had gezegd dat ze vannacht zou doorwerken.

Ze nam meteen op. 'Hallo. Ik wilde net contact met je opnemen. Ik kijk nu naar die man op de bewakingscamera. We moeten je toch meteen ergens anders heen brengen.'

'Maar verdorie, Gabriella, nu zijn die bewakers er net. Die zitten pal voor de deur.'

'Die man hoeft niet per se door de hoofdingang te komen.'

'Waarom zou hij überhaupt terugkomen? Hij zag eruit als een junk, zei die man van Milton.'

'Daar ben ik nog niet zo zeker van. Hij heeft een of ander doosje in zijn handen, iets technisch. We moeten het zekere voor het onzekere nemen.'

'Morgen wil ik wel verkassen. Dat is misschien ook wel goed voor mijn zenuwen. Maar vannacht doe ik niks. Die agenten van je wekken een professionele indruk, redelijk professioneel althans.'

'Ga je nu weer dwarsliggen?'

'Inderdaad.'

'Oké, dan zal ik ervoor zorgen dat Flinck en Blom overeind komen en over je perceel gaan lopen om het in de gaten te houden.'

'Mooi, mooi, maar daar bel ik niet voor. Go public, raadde jij me aan, weet je nog?'

'Ja... Jazeker... Dat is nu niet direct wat de veiligheidsdienst mensen normaal gesproken adviseert, hè, maar op zichzelf vind ik dat nog steeds een goed idee. Maar eerst zou ik graag willen dat je óns vertelt wat je weet. Ik begin een slecht gevoel te krijgen over dit alles.'
'Daar hebben we het morgenvroeg wel over, als we allebei geslapen hebben. Maar wat vind je van Mikael Blomkvist van Millennium? Zou dat iemand zijn om mee te praten?'

Gabriella schoot in de lach.

'Als je mijn collega's een beroerte wilt bezorgen moet je dat beslist doen.'

'Is het zo erg?'

'Hier bij de Säpo mijden ze hem als de pest. "Als Mikael Blomkvist voor je deur staat, weet je dat je hele jaar naar de klote is," zeggen ze. Iedereen hier, inclusief Helena Kraft, zou het je ten zeerste afraden.'
'Maar ik vraag het aan jou.'

'Dan zeg ik dat het een goed idee is. Het is een verdomd goede journalist.'

'Maar er was toch ook kritiek op hem?'

'Absoluut. De laatste tijd zeggen ze dat hij passé is en niet positief of vlot genoeg schrijft of zoiets. Hij is een ouderwets degelijke onderzoeksjournalist. Heb je zijn gegevens?'

'Die heeft mijn assistent me gegeven.'

'Mooi. Super. Maar voordat je contact met hem opneemt, moet je het ons vertellen. Beloof je dat?'

'Ik beloof het, Gabriella. Nu ga ik een paar uur slapen.'

'Doe dat, dan hou ik contact met Flinck en Blom, en regel ik een veilig adres voor je voor morgen.'

Toen hij had opgehangen probeerde hij weer tot rust te komen. Maar dat lukte nog steeds niet helemaal, en door het slechte weer haalde hij zich van alles in 't hoofd. Het leek alsof er vanaf de zee iets naar hem toe kwam en ongewild luisterde hij gespannen naar alle afwijkende geluiden om hem heen, en na enige tijd werd hij steeds rustelozer en ongeruster.

Hij had Gabriella beloofd dat hij eerst met haar zou praten, maar nu had hij het gevoel dat niets meer kon wachten. Alles wat hij al zo lang had opgekropt, beukte om eruit te komen, ook al besefte hij dat dat irrationeel was. Niets was zo acuut. Het was midden in de nacht en ondanks wat Gabriella had gezegd mocht hij aannemen dat hij nu veiliger was dan hij in lange tijd was geweest. Hij had politiebewaking en een eersteklas alarm. Maar dat maakte zijn gevoel van urgentie niet minder. Koortsachtig zocht hij het nummer dat Linus hem had gegeven, en hij belde het, maar natuurlijk nam Blomkvist niet op.
Waarom zou hij ook? Het was veel te laat, dus Frans sprak een boodschap in, wat geforceerd fluisterend om August niet wakker te maken. Toen deed hij het lampje op het nachtkastje aan zijn kant aan.

Hij keek even op het boekenplankje rechts van het bed. Daar stond wat lectuur die niets met zijn werk te maken had, en verstrooid en rusteloos bladerde hij door een oude roman van Stephen King, Dodenwake. Maar toen moest hij nog meer denken aan griezelige figuren die bij nacht en ontij onderweg waren. Hij bleef lang met het boek in zijn hand staan en in die tijd gebeurde er iets met hem. Hij kreeg een idee, een intens gevoel van gevaar, dat hij bij daglicht wellicht als onzin had afgedaan, maar dat op dit moment heel reëel leek, en opeens had hij zin om met Farah Sharif te praten of misschien nog liever met Steven Warburton in Los Angeles, die nu ongetwijfeld wakker was, en terwijl hij daarover nadacht en zich allerlei onplezierige scenario's voorstelde, keek hij naar de zee en de nacht en de onstuimig langs de lucht voortjagende wolken. Op dat moment rinkelde zijn telefoon, alsof die zijn wens had gehoord. Maar het was natuurlijk niet Farah of Steven.

'Met Mikael Blomkvist,' zei een stem.

'U wilde me spreken.'

'Inderdaad. Neem me niet kwalijk dat ik zo laat belde.'

'Geeft niet. Ik lag toch wakker.'

'Ik ook. Hebt u nu tijd?'

'Jazeker. Ik heb net een mailtje beantwoord van iemand die we geloof ik allebei kennen. Ze heet Salander.'

'Hoe?'

'Sorry, misschien heb ik het verkeerd begrepen. Maar ik meende te weten dat u haar had ingeschakeld om uw computers te checken op verdachte indringers.'

Frans schoot in de lach.

'O god, ja, dat is een speciaal mens,' zei hij. 'Maar ze heeft me nooit haar achternaam verteld, hoewel we een tijdlang vrij veel contact hadden. Ik nam aan dat ze daar zo haar redenen voor had en ik heb er nooit op aangedrongen. Ik heb haar ontmoet bij een van mijn lezingen op de Koninklijke Technische Hogeschool. Daar vertel ik u graag later meer over; het was echt verbluffend. Maar wat ik wilde vragen was... ja, u vindt het vast een belachelijk idee.'

'Soms ben ik dol op belachelijke ideeën.'

'U hebt zeker geen zin om hier nu meteen naartoe te komen? Dat zou ik heel erg waarderen. Ik zit met een verhaal dat volgens mij nogal explosief is. Ik wil wel een taxi heen en terug voor u betalen.'

'Heel aardig van u, maar wij nemen onze onkosten altijd zelf voor onze rekening. Waarom moeten we nu, midden in de nacht, praten?'

'Omdat ...' Frans aarzelde. 'Omdat ik het gevoel heb dat het haast heeft, of eigenlijk is het meer dan een gevoel. Ik heb net gehoord dat ik in gevaar ben en een paar uur geleden heeft er hier iemand om mijn huis heen lopen snuffelen. Ik ben bang, eerlijk gezegd, en ik wil mijn verhaal kwijt. Ik wil niet langer de enige zijn die alles weet.'

'Oké.'

'Hoezo oké?'

'Ik kom eraan - als ik een auto kan regelen.'

Wat ons niet zal doden - Millennium 4, David Lagercrantz, A.W. Bruna Uitgevers, 512 p., 22,50 euro. Woensdag organiseert Kinepolis Antwerpen een marathonvertoning van de drie Zweedse Millennium-films.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234