Zondag 16/05/2021

Lees de noten!

Iedere biografie van Multatuli (Eduard Douwes Dekker, 'Dek' voor intimi) zal voor 99 procent bestaan uit wat al in de Volledige Werken staat en voor 1 procent uit inspiratie. Dik van der Meulen geeft andere Multatuli-kundigen beleefde veegjes uit de pan en schuift een enkeling onder tafel. Het boek is een plezierige nacht zonder slapen waard.

Halverwege de eerste bladzij ontsnapte mij een goedkeurende grom. Een paar bladzijden verder lachte ik hardop. De schrijver had mijn hart gestolen. Het dikke boek dat ik met tegenzin was begonnen te lezen omdat ik alles wat er in stond al wist en ik toch voor deze recensie elk woord moest lezen, ging mij met plezier een nacht slapen kosten. Ik leg het uit.

Er zijn drie soorten mensen. Er zijn, ten eerste, moet ik aannemen, mensen die nog nooit een zin van Multatuli (de schrijversnaam van Eduard Douwes Dekker die leefde van 1820 tot 1887) gelezen hebben. Voor die meelijwekkende mensen is deze biografie niet bedoeld.

Er zijn, ten tweede, misschien wel duizend mensen die de vijfentwintig delen van de Volledige Werken gelezen hebben, waarin niet alleen alle publicaties van Multatuli zijn opgenomen, maar ook een paar duizend brieven van de man, plus brieven aan en over hem, plus artikelen, documenten, getuigenissen en geruchten. Elke biografie van Multatuli zal voor 99 procent bestaan uit wat in die 25 dikke delen staat plus 1 procent inspiratie. Schokkende nieuwe feiten kon ik niet verwachten, hoogstens nieuwe interpretaties. Maar deze biografie is met vierhonderdduizend woorden wel erg dik en bovendien een academisch proefschrift waar de schrijver onlangs op is gepromoveerd bij twee opvolgende voorzitters van het Multatuli-Genootschap.

Je moet een boek over Portugese houtsnijkunst niet ter recensie geven aan een kenner van de Portugese houtsnijkunst. Die had immers zelf een boek over Portugese houtsnijkunst willen schrijven. Hij zal vallen over elk splintertje dat zijn collega verkeerd aansnijdt.

De derde groep mensen, daar behoort u toe. U heeft wel eens wat van Multatuli gelezen, een heel boek of een fragment in een bloemlezing op school. En u heeft allerlei rare verhalen gehoord over deze rokkenjager, oplichter, schijnheilige martelaar, concurrent van Christus, gokker, psychopathische leugenaar. Van die man wilt u wel eens een levensbeschrijving lezen.

Sinds 1887 heeft een dozijn mensen geprobeerd de biografie van Dekker te schrijven. Busken Huet deed het zelfs al twee jaar voor 1887. In 1900 verscheen de eerste biografie, in 1920 (honderdjarig geboortefeest) verschenen er twee tegelijk. Daarna wilden eerst Eddy du Perron en toen Paul van 't Veer het doen, maar zij stierven op het moment dat ze waren aangeland bij het spannendste jaar: 1860, het jaar dat Max Havelaar of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handelmaatschappij verscheen, het jaar dat Douwes Dekker een Bekende Nederlander werd. Allerlei kwaardaardige aangetrouwde familieleden, katholieken, marxisten en roddelaars, konden in de tussentijd hun gemene praatjes verspreiden.

Vlak voor de oorlog bedachten Edgar du Perron en Garmt Stuiveling dat het beter was om eerst al het materiaal over Dekker bijeen te brengen. Du Perron heeft toen in Indië de officiële archieven en de zolders van naneven afgezocht en Stuiveling vulde met zijn opvolgers Hans van den Bergh, Berry Dongelmans en Dik van der Meulen in een tot huilen toe traag tempo tussen 1950 en 1995 de vijfentwintig delen.

Wat vond ik zo mooi in de eerste bladzijden van deze biografie? Dat ga ik u uitleggen, omdat u tot de derde soort mensen behoort. Eerst las ik deze onschuldig uitziende zin: "Of zijn invloed op de vrijdenkers, koloniale bestuurders, sociaal-democraten en letterkundigen werkelijk zo groot was als vaak is gezegd, is een open vraag." Er stond geen noot bij.

Waarom gromde ik daarbij van plezier? Omdat de Leidse promotor van de biograaf niemand anders is dan Cees Fasseur die op 19 februari 1987 (honderd jaar na Dekkers sterfdag) een rede hield in dezelfde zaal waar Van der Meulen onlangs promoveerde, waarin hij nu juist betoogde dat alle Indische koloniale bestuurders sinds 1860 de Max Havelaar van Multatuli bij zich hadden en er zich door lieten inspireren. Met deze onschuldige zin had de promovendus zijn onafhankelijkheid op tafel gelegd.

Verderop las ik de bijna onzinnige mededeling dat Multatuli veel van zijn moeder hield. Waarom dit meegedeeld? Er staat geen noot bij. Maar ik herinnerde mij natuurlijk de, totaal onverantwoorde maar meer inhoudvolle, uitspraak die Willem Frederik Hermans deed in De raadselachtige Multatuli uit datzelfde jaar 1987. Hermans over zoon en moeder: "In zijn hart heeft hij haar waarschijnlijk gehaat." De illustere voorganger op het biografische pad is door de promovendus elegant onder de tafel geschoven.

Ook andere Multatuli-kundigen krijgen beleefde veegjes uit Van der Meulens pan, maar altijd in de noten. Het is jammer dat het register niet de namen uit de noten beslaat. Nu zult u het hele boek moeten lezen om te zien waar de voorgangers de fout in gingen. Heel sympathiek is dat ook de al lang als leugen ontmaskerde kletspraatjes die in elke biografie weer worden meegenomen, alleen in de noten voorkomen en daar zonder pardon als pure speculatie, of aantoonbare onjuistheid, worden gekenschetst.

Alleen in een noot alweer wordt het portret dat Nelleke Noordervliet in een roman gaf van Dekkers eerste vrouw als anachronistisch betiteld, "een vrouw met een laat-twintigste-eeuwse manier van denken". Alleen in een noot lezen we dat het boek van Lodewijk Prins over Multatuli's correspondentieschaak door Donner vernietigend werd besproken. Alleen in een aantal noten lezen we dat de vondsten die Van Straten in zijn idiote biografie uit 1995 als nieuwtjes bracht, óf al eerder waren beschreven, óf totaal uit de lucht zijn gegrepen. U moet bij het lezen van de tekst steeds de noten erbij lezen.

Die noten verwijzen natuurlijk meestal naar de Volledige Werken. Er staat op elke bladzij van de biografie wel een citaat uit die 25 delen en dan heeft de biograaf zich nog ingehouden. Er zijn gebeurtenissen die op zich van geen enkel belang zijn, maar die omdat Multatuli er een tintelende alinea over schreef toch gememoreerd moeten worden. Neem bijvoorbeeld de mededeling die we op bladzij 673 lezen: "Door bemiddeling van de jurist C.W. Margadant werd het bedrag ten slotte terugbetaald." Wat kan ons dat schelen? Die Margadant komt verder nergens ter sprake. Maar zijn rolletje in het leven van de schrijver Multatuli is dat Douwes Dekker op 1 april 1875 (de dag dat hij zijn tweede vrouw trouwde) aan Margadant een verrukkelijke karikaturaal-stijve zakenbrief schreef ("... heb ik de eer UWEDG meetedelen dat ik blijf persisteren...") waar een gewoon briefje bij zat, waarin Multatuli Margadant aanraadt om geen geldbedrag te noemen: "Zodra ge een som noemt, zal ze dáárop chicaneeren en zeggen dat het meer of minder is, alleen om weer 'n punt van uitgang voor gekibbel te hebben. Want dát is haar zoeken! Men kan haar niet beter straffen dan door geen vat te geven op polemiek." Daar kon de in ongenade gevallen actrice Mina Kruseman het mee doen.

Mevrouw Kruseman en meneer Dekker waren de eerste feministen in Nederland. Socialisten, pacifisten, republikeinen en andere rebelse idealisten kunnen Multatuli wel als hun voorman beschouwen, maar hij was allerminst een socialist, pacifist of republikein. Alleen als feminist en als ongelovige is hij inderdaad de heilige voorganger van de feministen en van de ongelovigen. Van der Meulen kan er niets aan doen: elke biografie van Multatuli wordt gestuurd door het materiaal dat toevallig door de tijd gespaard werd. Hij heeft wel enkele nieuwe dingen ontdekt, maar die blijven marginaal, zoals het feit dat er geen arsenicum zat in de slechtverbrande botresten van de eerste Nederlander die zich - in Duitsland - liet cremeren. Het is jammer dat Hermans niet de brief van de politicus Rochussen heeft kunnen lezen, die gewoon in het Rijksarchief bleek te liggen. Hermans schilderde Rochussen in zijn biografisch essay af als een oude politicus zonder macht die zich vrolijk maakte over Dekker die in een Haagse regeringscrisis zijn diensten kwam aanbieden. Hermans denkt dat Rochussen niet in staat was de kabinetsdeuren voor Douwes Dekker te openen of dat hij dat helemaal niet van plan was. Maar in de nu gevonden brief schrijft Rochussen aan de minister-president: "Dat ik hem voor die betrekking met nog al warmte heb aanbevolen vindt zijn oorzaak daarin dat hy, na het halve uitzigt op rehabilitatie, zich daarin te leur gesteld ziende hy bitter zal worden en welligt door brood gebrek zal gaan schryven voor de tegen party." Politici schreven toen nog hun eigen brieven. Als Hermans die onthullende brief had gekend had hij minder spottend over Rochussen, en over Dekker, geschreven. Van der Meulen is minder denigrerend over zijn hoofdpersoon dan Hermans, maar benadert de ironische toon van zijn promotor in diens Wilhelmina-biografie. Wie langzaam leest vindt fijne details. Ik vond het woord 'buitennissig' goed gekozen op een bladzij die net speelt in de tijd dat Dekker dat woord uitvond. Mooi is een passage als: "Ook kocht hij voor zestig gulden een klein paard. Het opmerkelijke aan Dekkers armoede is altijd geweest dat het hem niet belette flinke sommen uit te geven. Bovendien was het een miskoop, want het beest was zo lui dat Dekker moest blijven lopen." Minder mooi vond ik een teveel aan vraagtekens in het begin, alsmede enkele oubolligheden, die vaak tussen haakjes zijn gezet zoals "(om het zacht uit te drukken)", of "(de combinatie was en is beproefd)", maar die zijn zo zeldzaam dat ze opvallen.

Niets eenvoudiger dan het schrijven van een biografie. Je vertelt de gebeurtenissen in de volgorde waarin de hoofdpersoon ze meemaakte. Maar er zijn algemene zaken die één keer verteld moeten worden. Zo moet de lezer weten hoe na Dekkers dood zijn weduwe met een schaar zijn brieven uitgaf. Dat staat op de bladzijden 209-212, in het hoofdstuk over Dekkers verloving met zijn eerste vrouw. Niets op tegen, maar hoe vind je die passage terug? In het register staan alleen persoonsnamen en bij de naam van de knippende weduwe moet je kiezen uit meer dan honderd paginanummers.

Het hoofdmoment van Dekkers leven en het onderwerp van Max Havelaar is de episode waarin Dekker, en Havelaar, ontslag neemt omdat de Nederlandse overheid hem niet steunt als hij een lokale prins wil aanpakken die de bevolking uitzuigt. Dat gebeurt in 1856, het boek verschijnt in 1860, en de discussie over de zaak duurt tot vandaag. Op het graf van de prins die later wel degelijk gestraft werd, zonder dat Dekker eerherstel kreeg, zag ik in 1987 nog bloemen liggen. Van der Meulen kiest het jaar van de gebeurtenis om het ons te vertellen, maar moet daarbij gebruikmaken van het boek uit 1860 dat, na een eeuw van ruzies de geschiedenis nauwkeurig blijkt te beschrijven. Gebeurtenissen die toevallig tegelijk plaatsvinden, zoals het tweede huwelijk en de ruzie met mevrouw Kruseman, worden gescheiden behandeld - Kruseman reageerde op dat huwelijk met: "'t mannetje is razend op me en gaat eerstdaags trouwen, uit dépit." De toenadering tot Rochussen en de Britse reacties op de vertaling van de Havelaar vallen op hetzelfde moment, maar worden gescheiden behandeld. Soms leidt dit ertoe dat we, bijvoorbeeld, al horen dat de oude schrijver in Nieder-Ingelheim woont, voordat we lezen welke royale gever hem dat statige huis schonk waar ik tien jaar geleden de nacht doorbracht, toen het Hotel Multatuli was. Op pagina 341 zijn we in 1856 op Java en wordt de koloniale kwestie van de Vrije Arbeid behandeld, waar Dekker pas in 1862 in Nederland een brochure over schrijft. Misschien zijn deze beslissingen van ordening een uitvloeisel van het tamelijk academische uitgangspunt van het boek dat de biograaf omschrijft als: een onderzoek naar de invloed van het leven op het werk. Ik begrijp dat andere volgordes weer andere verwarringen scheppen.

Te dik.

Het boek is te dik. Vooral de laatste hoofdstukken zijn te gedetailleerd. Ik wil niet steeds moeten lezen dat het na een paar maanden werken weer een paar maanden niets-doen was en andersom. Het tempo van de biografie is nu eenmaal heel logisch in de hoogtij-jaren tussen 1842 en 1877 twee keer zo traag (vijftien bladzijden per jaar) als in de jaren voor 1842 en na 1877 (zeven bladzijden per jaar). De uitgever schept op dat in het boek wordt onthuld waarom Multatuli de laatste tien jaar niets meer schreef. Maar behalve de schuld op de tweede echtgenote gooien, komt er geen echte reden voor dat zwijgen. Jaap Oversteegen zei het in 1993 naar mijn smaak uitstekend: "Hij kon zichzelf niet meer het geloof aanpraten dat Sisyphus de steen toch nog boven zou krijgen."

Te dun.

Het boek is te dun. Over de negentiende eeuw horen we weinig, behalve de vooruitgang der treinen. Een politieke passage op bladzij 488 valt op door zijn zeldzaamheid. Van allerlei dingen weet je niet hoe normaal of abnormaal ze in die tijd waren. Ik zou bijvoorbeeld wel eens willen weten hoe gewoon het was om bedelbrieven te schrijven in die eeuw zonder sociale uitkeringen. Heb ik zelfs van Thorbecke niet eens een bedelbrief gelezen om geld waar hij recht op had, te mogen ontvangen? Ik zag heel weinig fouten, misschien omdat ik nieuwsgierig bleef lezen in wat ik toch allemaal al wist. Grappig is dat het jaartal 1948 (van het grafmonumentje op Westerveld) 1848 wordt. Ach, gun mij een pietluttig splintertje. Van der Meulen zegt dat de twee beroemdste Nederlandse boeken uit de negentiende eeuw vaak het lidwoord 'de' voor zich krijgen: De Camera Obscura en De Max Havelaar. Met titels als De avonden, De donkere kamer van Damokles en De ontdekking van de hemel gaat dat niet. Van der Meulen zegt dat Dekker dat lidwoord het eerst gebruikte, en wel in een brief van 23 maart 1860 aan Van Lennep, die hem slinks zijn copyright had afgesnoept. Maar Dek deed dat al eerder, op 19 januari van dat jaar, ook in een brief aan Van Lennep. Op 15 mei kon hij Van Lennep blij schrijven "Ik heb mijn Max! Ik heb mijn Max!" Is het u opgevallen dat ik geen enkele poging doe om het verhaal in deze biografie kort na te vertellen, zoals dat in recensies toch de gewoonte is? En dat ik de dames Anderson, Berdenis, Coss, Deiss, Eugenie, Fancy, Graaff, Hamminck, Iduna, Jannetje, Keteh, Laura, Marie, Nice, Ottilie, Perk, Reina, Sietske, Theunisz ongenoemd heb gelaten? Dat heeft een goede reden: u moet dit boek namelijk zelf gaan lezen. Dat het de beste Multatuli-biografie is - dat zegt weinig, gezien de kwaliteit der voorgangers. Dat het een uitstekende Multatuli-biografie is - dat is, na honderdvijftien lange jaren, reden tot dankbaarheid en blijdschap.

H. Brandt Corstius

Dik van der Meulen

Multatuli. Leven en werk van Eduard Douwes Dekker

Sun, Nijmegen, 912 p., 45 euro.

Multatuli was allerminst een socialist, pacifist of republikein. Alleen als feminist en als ongelovige is hij de heilige voorganger van de feministen en van de ongelovigen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234