Zaterdag 10/04/2021

Le Tour de la Méditerranée

Want alles is ongewoon, van het prilste begin tot de laatste dag. Waarom start Lance Armstrong bijvoorbeeld tussen de eerste renners in de proloog? Een zonneslag? Of trekt hij de concurrentie vanaf de eerste meters recht in de hitte van het gevecht?

Monaco, hemel en hel tegelijk. Bejubeld door hen die onder de indruk komen van het mondaine, de witte jachten en cruiseschepen in de haven, de azuurblauwe hemel, boven ‘le grand bleu’ van de Middellandse Zee zelf. Dat is het Monaco dat de Tour graag opzoekt: dat van de casino’s, van de eeuwige klasse van wijlen Grace Kelly, van de Formule 1 en gentlemen-racers als Graham Hill, van de tijd dat rijkdom nog synoniem stond met klasse, en Monaco met gedistingeerde chic. Sluit je ogen en je ziet hier wijlen David Niven nog flaneren. Dat Monaco bestaat nog altijd, hier en daar. Een Porsche, een Bentley, een Rolls op straat, Cartiers om de gebronsde polsen, villa’s hoog en ver op kliffen, een even majestueuze als peperdure manier om privacy te vinden. Monaco als prinsdom, in elke betekenis van het woord.

Schijn ophouden

Dat ideële Monaco leeft samen met het vreselijk reële Monaco. Waar gelukzoekers en belastingontwijkers elkaar vinden in akelig dicht op elkaar en tegen de helling aangebouwde flats. Waar iedereen tegenover de ander de schijn ophoudt, waar armlastige lieden zich nog armer betalen voor kleine appartementjes die enkel studio’s zijn, waar ze tegen elkaar doen alsof ze ook tot de jetset behoren, toch wel een beetje, maar in werkelijkheid in snackbars een spaghetti eten, of een slechte salade niçoise.En in dit mondaine oord trekt de Tour zich op gang. In de verste uithoek van Frankrijk, amper een paar kilometer van de Italiaanse grens. In een klimaat dat eigenlijk te warm, te drukkend, te broeierig is om topsport te bedrijven. De nieuwe toplui van Amaury Sport Organisation (ASO) - zo heet de Tourdirectie, sinds deze firma de Société du Tour de France opkocht - treden daarbij de gulden regel van de vorige Tourdirecteur met de voeten: mijdt ten koste van alles het zuiden, de Middellandse Zee, en vooral de mondaine, oostelijke uithoek. Maar soms lijkt het er wel op dat de nieuwe bazen zich vooral willen afzetten tegen de tijd dat Jean-Marie Leblanc hier de plak zwaaide.

No-nonsense Leblanc

Een no-nonsense man als Leblanc wist nochtans wat hij deed. De Middellandse Zee en de Tour: het past niet samen. Correctie: het past niet meer samen. Ooit hoorde de Middellandse Zee, inbegrepen de Côte d’Azur, tot het vaste decor van de Tour de France, net zoals de pijnbomen van Les Landes, de Atlantische badplaats Les Sables d’Olonne of de weidse graanvlakten rond Amiens. De rit Nice-Sospel-Cannes was behoorlijk berucht, door colletjes die in die tijd nog echte kuitenbijters waren, bochtig, steil en onoverzichtelijk. De monokini bestond nog niet - of er werd niet over gepraat, laat staan geschreven - en Saint-Tropez was vooral nog een schilderachtig vissersdorp zonder (veel) meer, op een eenzaam en voornaam jacht na. Wie ooit Roger Vadims Et dieu créa la femme (1957) zag, proeft die sfeer. Cafeetjes met pastis en jukebox, lege stranden, zeilbootje op zee, vis in de haven. Een beetje bloot, dat wel - een béétje - en heel veel vakantiegevoel. Ook het peloton werd daardoor overvallen, in zijn passage langs de kust. In 1950 arriveerden de renners zowel in Menton als in Nice, en dat was vragen om een vervroegd vakantiegevoel. Tourdirecteur Jacques Goddet trilde van woede, bij dat nochtans even klassieke als ontwapenende beeld van het overhitte peloton dat een duik in de golven nam, en honderd kilometer voor de finish al het zweet des aanschijns afspoelde.

Organisatorische ramp

Maar vandaag zoekt iet of wat Tourorganisator de Azurenkust niet meer op. Organisatorisch wringt het en sportief vloekt het. Organisatorisch is het een ramp om de Tourkaravaan door Frankrijks drukste toeristische streek te sturen en gidsen, nog wel in meest belastende toeristische periode. Vandaar dat vanaf de tweede helft van de jaren tachtig tot ver na het jaar 2000 de Middellandse Zee zo goed als taboe was, op een paar passages in grote steden na: Marseille werd wel eens aangedaan, Perpignan ook, en Narbonne. En één keer liet men het peloton sprinten naar de naakstranden rond Cap d’Agde, als ware het een aansporing aan de renners om er haast achter te zetten. Dat was in 1999, de zogenaamde Festina-Tour. Een van die rondes dat het dus goed fout liep.Sportief is een passage, en a fortiori een Tourstart aan de Côte d’Azur al helemaal een ramp. Een gewone, ‘klassieke’ Tour vertrekt bij voorkeur eerder noordelijk, of best in het midden van Frankrijk. Waar er vlak of hoogstens glooiend land is, waar sprinters hun hart kunnen ophalen in ‘hun’ aanloop, en men na een kleine tien dagen pas het hooggebergte opzoekt.Als de Tour aan de Côte d’Azur start, of waar dan ook aan de Middellandse Zee, zijn Alpen en Pyreneeën te nabij, wordt het schema onevenwichtig. In 1977 en 1979 vertrok de Tour bijvoorbeeld in Fleurance, in het zuidwestelijke departement Gers, vlak boven de Languedoc en Les Pays Cathares. Telkens werden na twee dagen de Pyreneeën aangedaan. Telkens was de wedstrijd voortijdig kaduuk. In 1977 namen in de tweede (!) etappe, Auch-Pau, veertien favorieten een voorsprong van bijna acht minuten. Meteen was veel van de spanning weg. En nog negentien ritten te gaan. In 1979 stond er op de tweede dag, halvelings uit noodzaak, al een klimtijdrit gepland. Na afloop had Hinault zijn twee Nederlandse uitdagers op bijna één minuut (Joop Zoetemelk) tot bijna twee minuten (Hennie Kuiper) gereden. En dan maar hopen op ‘strijd’. Besluit: de ervaring leert dat een Tour die in het Middellandse-Zeegebied start, of vlak erbij, onmogelijk een regulier verloop kan kennen. Omdat het parcours per definitie onevenwichtig is.

Rijke vrienden

De laatste die dat riskeerde, en zelfs bij herhaling, was toenmalig Tourdirecteur Félix Lévitan, in 1981. Maar dat gaf niet, want welk parcours het peloton dat jaar zou aandoen, de Bretoense krachtpatser Bernard Hinault was toch veel te sterk. En dus startte de Tour de France op de Promenade des Anglais in Nice. Maar dat was ook het betere milieu, waar Lévitan zich zo thuis voelde - de man betrok zelf een opulent appartement op de Croisette te Cannes. Félix had goede en vooral rijke vrienden, zoals aannemer Merlair. Zij bouwden de Alpen vol met goedkope skioorden en vertoefden zelf in duurdere optrekjes in Nice, Saint-Tropez, Monaco, Menton en omgeving. Alsof het leven aan de Azurenkust, en elke doortocht van het peloton, toen begeleid werd door de onsterfelijke melodie van ‘La mer’ van Charles Trenet, en ook door de tekst van dat lied:La merqu’on voit danser /le long des golfes clairs /A des reflets d’argentVoor Trenet had ‘argent’ wellicht een andere, minder pecuniaire betekenis dan voor Lévitan en co., maar toen al was de Tour een flinkse business. En om zijn vrienden te vermeien, toonde Félix zich van zijn gulste kant, en stuurde het peloton wel eens naar de zuidelijke zeezijde. In 1973 won wijlen Vicente Lopez-Carril in Nice, in 1975 startte in datzelfde Nice de rit door les Alpes Maritimes naar Pra-Loup die zo onverwacht fataal zou aflopen voor Eddy Merckx. En halverwege de jaren zestig won Jan Janssen de mooie rit tussen Monaco en Hyères-les-Palmiers.Hoe stijlvol, zelfs gedistingueerd Félix Lévitan zich profileerde in zijn privéleven, als organisator van de Tour de France was hij absoluut niet vies van enig spektakel. Hij droomde ervan om ‘zijn’ Tour in de Verenigde Staten te laten starten, en dan de hele bende per Concorde naar Frankrijk over te vliegen. Waarom niet? Dat supersonisch vliegtuig klaarde die klus gemiddeld in 3,5 uur. De gemiddelde dagelijkse verplaatsing in de Tour, per auto, is even lang.Welnu, ook die neiging - steeds spectaculairder, steeds meer de grenzen opzoeken van wat kan - keert terug bij de nieuwe ASO-directie.

De eerste en de laatste bergrit

Neem het rittenschema van de Tour. Een volle week vertoeft de karavaan in het zuidelijkste zuiden, van Monaco in het uiterste oosten van de Middellandse-Zeekust tot Barcelona in Spanje, dus op naar het westen. En dan volgt, donderdag, de eerste bergrit. En misschien wel de zwaarste. Het peloton trekt namelijk van Barcelona - dus zeeniveau - recht naar de klim buiten categorie van Arcalis, in Andorra. Niet alleen reikt die steile slotklim tot voorbij de tweeduizend meter hoogte, ook de eerste honderd kilometer van die rit zijn loeizwaar, van altijd en immer en steeds omhoog: fel omhoog, traag omhoog, duidelijk stijgend of vals plat. Loeizwaar. Zoals gezegd: misschien wel de zwaarste klim van de Tour.Misschien. Arcalis heeft één potentiële concurrent: de Mont Ventoux. Die staat op het programma op zaterdag 25 juli, de voorlaatste dag van de Tour de France. De dag nadien al draait wat er overblijft van het peloton de Champs Elysées op.Het gebeurt blijkbaar wel meer met nieuwe Ronde-organisatoren. De Giro zocht recentelijk de klim van Kronplatz op, eigenlijk te steil voor renners op een gewone racefiets, meer geschikt voor een mountainebike. Maar de Ronde van Italië, met al haar klasse, haar verleden, haar roze truien met namen als Gino Bartali, Fausto Coppi, Charly Gaul, Jacques Anquetil en Eddy Merckx, zo’n wedstrijd laat zich toch niet in met veredeld mountainbiken. Zeker, in het verleden kreunde ook de Giro onder zucht naar spektakel, zoals in 1975, toen organistor Torriani de renners op de slotdag zelf naar de verkleumende hoogten van de Stelvio liet klauteren. Maar dat leek het verleden, en gelukkig maar. Zij het dat vandaag die drang naar extremen weer opduikt.

Te weinig vedetten

Is het omdat er te weinig vedetten onder de renners zijn, dat de Tourdirectie haar wedstrijd, haar parcours vooral ‘en vedette’ wil plaatsen? Het zou kunnen. Normaal gezien zijn de tien laatste renners die zich op het startpodium van een proloog op gang trekken, de tien grootste namen. Zij verzorgen het gala van de avond. Dit keer luisteren die heren naar de volgende namen, in volgorde van vertrek: Franco Pellizotti, Vladimir Efimkin, Kim Kirchen, Mikel Astarloza, Bradley Wiggins, Denis Mensjov, Fabian Cancellara, Alberto Contador, Cadel Evans en Carlos Sastre. Komt dat zien.Het is het resultaat van de kaalslag die aangericht werd door de alomtegenwoordigheid van doping en vervolgens de nietsontziende strijd daartegen. Namen als Pellizotti, Efimkin of Asterloza kunnen zelfs de verknochte wielerliefhebber amper opwinden. Mensjov, Cancellara, Evans en Sastre zijn meer dan behoorlijke renners,het beste wat het peloton te bieden heeft, in atletisch opzicht. Maar wat ze missen, is waar een oord als Monaco van leeft: stardust. Misschien heeft Contador dat een beetje, sterrendom. De broers Franck en Andy Schleck hebben ‘het’ zeker, Lance Armstrong natuurlijk ook, en zelfs Tom Boonen. En verder is het al flink zoeken. Mark Cavendish? Oscar Freire? Misschien daarom dat de Tour de France naar Monaco trekt, waar alles bigger than life lijkt, en mooier en duurder en rijker en chiquer en beter is - ook al is dat niet zo. Misschien dat er daarom geen absoluut veto bestond tegen Tom Boonen: men heeft echt geen sterren op overschot. Misschien daarom dat Lance Armstrong zijn kans ruikt. Dat hij zo vroeg in de proloog start dat de wedstrijd rond hem draait, dat hij weer de maat van alle dingen wordt, het ijkpunt van zijn concurrenten. Als zij bang zijn voor hem, in plaats van dat hij ontzag toont voor hen, dan is tenminste die psychologische oorlog al gewonnen.Of dat volstaat, zal moeten blijken. Maar het lijkt er toch op dat Lance Armstong op zijn oude dag nog één keer de Tour wil winnen en daarvoor nog één keer al zijn kunnen wil aanspreken, zijn lef en doorzicht. Zijn blufpoker vooral: dat aparte kansspel uit het Casino van Monaco.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234