Zondag 25/08/2019

Laurent Binet zit nazifiguur Heydrich op de hielen

Opvallend veel Franse romanciers putten de laatste jaren hun verhaalstof uit de Tweede Wereldoorlog én het naziverleden. Dat ze daarbij onbeschroomd historische feiten naar hun hand durven zetten, lokt steeds vaker polemiek uit. Jonathan Littell zette duidelijk de trend met zijn in 2006 met de Prix Goncourt bekroonde Les bienveillantes. Het vuistdikke relaas van SS-Oberstürmbahnführer Max Aue - die aan het Oostfront zijn beulswerk als “functionaris van de dood” perfectioneerde - wekte wereldwijd ophef. En niet enkel vanwege Littells zin voor het gruwelijke detail. Er ontbrandde meteen een hevige discussie over het historische waarheidsgehalte van Les bienveillantes, temeer Littell zich als een bezetene had gedocumenteerd en tal van Holocaustarchieven had bezocht. Die Zeit noemde het boek “walgelijke kitsch”. Littell repliceerde in een interview met NRC: “Alles wat Aue zegt of doet of meemaakt, is in de bronnen terug te vinden. Als je fictie bedrijft, moet je de feiten kennen.”

Ook de Franse auteur Yannick Haenel kreeg onlangs de wind van voren met zijn ‘biografische roman’ over de Poolse verzetsstrijder Jan Karski. Karski was een Poolse weerstander die de geallieerden op de hoogte bracht van de nazipraktijken in het getto van Warschau en in de concentratiekampen. Ruim veertig jaar later vertelde Karski zijn getuigenis aan cineast Claude Lanzmann in diens beroemde film Shoah. Maar de manier waarop Haenel Karski voor zijn kar spande, zinde Lanzmann niet. Hij beschuldigde Haenel van geschiedvervalsing .

Amper een paar maanden later gooide debutant Laurent Binet zich voor de leeuwen met zijn roman met de enigmatisch klinkende roepnaam HhhH. De titel vormt het acroniem van “Himmlers Hirn heisst Heydrich” - “de hersenen van Himmler heten Heydrich” - de bijnaam die de SS aan het nietsontziende hoofd van zijn Reichssicherheitsdienst én Holocauststra-teeg Reinhard Heydrich (1904-1942) gaf. Binet werd vrijwel onmiddellijk na verschijnen bekroond met de Prix Goncourt du Premier Roman, zeg maar de Franse prijs voor het beste debuut. Daarmee vergreep alweer een Franse auteur zich aan een sinister hoofdstuk uit de nazigeschiedenis om er een lijvige en complexe roman uit te puren.

Binet staat er in HhhH op de feiten voorrang te geven, maar neemt wel de vrijheid om ze naar eigen goeddunken door elkaar te hutselen én in vraag te stellen. Vreemd genoeg kon Lanzmann ditmaal het resultaat wél op prijs stellen.

De roman - want dat is en blijft het - wordt een gewiekste poging om een dubbele fascinatie uit te drukken. In de eerste plaats voor Reinhard Heydrich, ooit omschreven als zowel “het blonde beest” als “de gevaarlijkste man van het Derde Rijk”. Heydrich was de chef van Eichmann, maar ook de rechterhand van SS-baas Heinrich Himmler én, als voorzitter van de beruchte Wannseeconferentie, een architect van de Endlösung.

Maar er is vooral Binets nauwelijks getemperde bewondering voor de zogenaamde Operatie Anthropoïd van de Slowaak Jozef Gabčík en de Tsjech Jozef Jan Kubiš, twee partizanen die op 27 mei 1942 op last van de Britten met een granaat een aanslag pleegden op Heydrich. Die dag gleed de nazibons overmoedig zonder escorte in een open Mercedes cabriolet door Praag. Nadat zijn wonden door vuil en paardenhaar uit de bekleding van de auto waren aangetast, overleed Heydrich aan een bloedvergiftiging op 4 juni 1942. Enkel penicilline had hem kunnen redden, maar dat was in het op dat moment nochtans uitgestrekte Dritte Reich niet voorradig. De represailles van de nazi’s waren ronduit verschrikkelijk. Zo werd het complete Midden-Boheemse dorp Lidice met de grond gelijk gemaakt en alle inwoners van jong tot oud vermoord. Kort na de aanslag ging ook Operatie Reinhardt van start: in juli 1942 begon de uitroeiing van de Poolse joden met de ingebruikname van concentratiekampen Belzec, Sobibor en Treblinka.

In HhhH voert Binet een delicate evenwichtsoefening, waarin hij de naziblitzcarrière van Heydrich, ooit oneervol ontslagen bij de marine, laat sporen met de voorbereidingen van de aanslag door Gabcik en Kubis, die volgens hem voor “het belangrijkste wapenfeit van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog” tekenden.

Het weze gezegd: Binet slaagt met brio in dat haasje-over tussen feit en fictie, ook omdat hij het romangenre voortdurend op een bizarre maar ook intelligente manier op de rooster legt. Van meet af aan deelt hij met ons zijn twijfels over zijn onderzoek, ontstaan uit een affiniteit met Tsjechoslowakije, waar Binet in Kosice zijn legerdienst deed, terwijl hij ook in Praag woonde. Binet documenteert zich op haast uitputtende wijze: “Op duizend gelezen bladzijden schrijf ik er twee. In dat tempo ben ik dood voor ik ook maar de voorbereidingen tot de aanslag ter sprake heb gebracht.” Meermaals verzekert hij dat hij in HhhH maar “een druppeltje stilering toelaat in een oceaan van realiteit”. Maar is het ook niet “een bij voorbaat verloren gevecht”? “Ik kan deze geschiedenis niet vertellen zoals het zou moeten, ik stoot me steeds weer tegen de muur van de Geschiedenis”, klinkt het een tikje pathetisch.

Binet moet erkennen dat opper-Ariër Heydrich vanuit literair standpunt “een prachtig personage” is, “alsof dokter Frankenstein al schrijvend een schrikwekkend schepsel had gebaard dat was gemodelleerd naar de ergste monsters van de literatuur”. Wie dit boek leest, krijgt gaandeweg ook een erg inzichtelijke biografie van de kille workaholic Heydrich in handen, waarin elkaar tegensprekende bronnen zorgvuldig worden gewikt en gewogen. De aanpak van Binet leidt tot een ongemeen meeslepend boek, gevat in 257 korte hoofdstukken, waarvoor je makkelijk een nacht slaap laat. Of Binet zelf tevreden is met het resultaat? “Probeer vooral niet volledig te zijn”, had Roland Barthes hem ooit ingefluisterd. “Dat is een raadgeving die me volledig is ontgaan”, zo concludeert Binet bijna wanhopig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden