Vrijdag 27/11/2020

Opinie

Laten we stoppen met beleid op de tast

Vlaams minister Liesbeth Homans breekt een lans voor een evaluatie van het huidige integratiebeleid.Beeld BELGA

Vincent Corluy, Ive Marx en Ninke Mussche zijn verbonden aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de invloedrijke denktank van de rijke landen in Parijs, pleit in haar nieuw rapport over België voor een tax shift. Minder lasten op arbeid, meer op kapitaalopbrengsten. Deze aanbeveling heeft alle voorpagina's gehaald hoewel het rapport nog niet eens is vrijgegeven. Dat het rapport werd gelekt hoeft niet te verbazen in het licht van de recente discussies. Wie dieper in de kranten graaft heeft ook al kunnen lezen dat hetzelfde rapport een heel hoofdstuk wijdt aan de beschamende sociaal-economische situatie van niet-Europese immigranten in ons land. En kijk, dat heeft helaas tot op heden veel minder aandacht gekregen. Het zou niet mogen.

De OESO economische landenstudie wijdt niet voor niets een afzonderlijk hoofdstuk aan de precaire situatie van immigranten in België. Zowat nergens in Europa hebben niet-Europese immigranten minder kansen op werk. Op vlak van armoede bij die groep doen we het niet gewoon slecht. We doen het slechter dan wie ook, uitgezonderd Griekenland (nipt weliswaar). Het OESO rapport wijst ook op de heel ongelijke onderwijskansen.

Tegelijk is de groeiende groep van immigranten vandaag goed voor meer dan 15 procent van de totale arbeidsbevolking en is ze verantwoordelijk voor meer dan de helft van de groei van die arbeidsbevolking over het afgelopen decennium. In een grootstedelijke context zoals bijvoorbeeld Antwerpen zijn deze evoluties nog veel sterker. Vandaag is meer dan de helft van de personen tussen 20 en 39 in Antwerpen van vreemde origine. In de leeftijdscohorte tussen 0 en 9 jaar is dat maar liefst 65 procent. Bijna 70 procent van de bijstandspopulatie en de helft van werkzoekenden in Antwerpen zijn personen met een herkomst van buiten de EU28. Deze steeds belangrijkere groep mensen met een migratieachtergrond betekent een enorm onbenut potentieel in onze arbeidsreserve. In een vergrijzende knelpunteconomie, waar binnenkort slechts 1 op 3 zich in de actieve leeftijdscategorie bevindt, kunnen we ons dat echt niet meer permitteren. Maar niet alleen om economische redenen moeten we hard inzetten op hogere tewerkstellingsgraden van mensen met een migratieachtergrond. Ook om de sociale cohesie te bevorderen is het een must.

Op verschillende beleidsniveaus worden deze uitdagingen duidelijk erkend. Naast het OESO rapport, motiveerde de kersverse minister president Bourgeois, tijdens een toespraak voor VOKA, werkgevers om meer immigranten aan te werven.

Maar als de overheid de tewerkstelling van mensen met een migratieachtergrond effectief wil aanpakken, moet het echter eerst weten waar de knelpunten juist zitten. Het zou veel te gemakkelijk zijn met de vinger alleen naar de werkgevers te wijzen. De oorzaken zijn veel complexer. We dragen er allicht allemaal verantwoordelijkheid in. Probleem is: we weten eigenlijk heel weinig over hoe het mensen met een migratieachtergrond in Vlaanderen vergaat. En we weten nog minder over de impact van beleid om hen te integreren of aan werk te helpen. We weten bijvoorbeeld niet wat er verder gebeurt met mensen die een inburgeringstraject doorlopen. Dergelijke trajecten zijn in Vlaanderen verplicht voor nieuwkomers. We investeren er met zijn allen geld en middelen in. Maar we weten eigenlijk niet of het allemaal veel uithaalt, of we wel genoeg doen, of we wel het juiste doen.

Om dat wel te weten zijn zogenaamde longitudinale data nodig. Dat zijn gegevens die mensen volgen doorheen de tijd. Wat gebeurt er met immigranten nadat ze een inburgeringscursus of een taalbad hebben gevolgd? Wat gebeurt er vervolgens wanneer ze de arbeidsmarkt betreden, of proberen te betreden? Deze longitudinale benadering wordt vandaag voornamelijk gebruikt in 'klassieke' immigratielanden (Canada, Verenigde Staten, Australië), maar ook in Europa wordt deze methode meer en meer toegepast (Nederland, Zweden). In Nederland is het sinds de invoering van de koppelingswet mogelijk om administratieve data van verschillende beleidsniveaus samen te brengen om op individueel niveau socio-economische informatie in kaart te brengen. Het bestand combineert gegevens uit het bevolkingsregister, de migratiedienst, de sociale zekerheid en de belastingen. Het beleid is dan ook in staat om de beleidsmaatregelen te heroriënteren of te herschrijven al naargelang de uitkomsten van de sociaal-economische monitoring van hun bevolking.

In Vlaanderen en België staan we nog ver van dergelijke monitoring. Toch zijn de gegevens, zoals Nederland die heeft, ook bij ons voorhanden, maar ze worden veelal afzonderlijk geanalyseerd en al zeker niet met een migratiebril. Het is nochtans vandaag technisch perfect mogelijk om van de afzonderlijke databestanden een geïntegreerde tool te maken en op basis daarvan aan evidence based policy te doen. En let wel: dat is niet gewoon een kwestie van gegevens koppelen. Belangrijker nog, en moeilijker ook, is hier een wetenschappelijk onderbouwd analysetool van maken.

Inderdaad, beleid beter maken op basis van cijfers en analyse, niet op basis van vooroordelen en gissingen, het kan perfect. Het is vooral een kwestie van politieke wil. Vlaams minister Liesbeth Homans breekt een lans voor een evaluatie van het huidige integratiebeleid. In haar beleidsnota integratie en inburgering stelt ze dat een gedegen monitoring het zal mogelijk maken om het integratie- en inburgeringsbeleid gerichter wetenschappelijk te onderbouwen, systematisch op te volgen en periodiek te evalueren. Wij kunnen dat alleen maar toejuichen. Het zal Vlaanderen in staat stellen om één van onze meest dringende maatschappelijke problemen aan te pakken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234