Maandag 24/01/2022

Last van een te groot geweten

'Ik ben meer en meer geïnteresseerd in de theatraliteit van klanken', vertelt Daan, né Stuyven, over Bridge Burner, de pas verschenen opvolger van zijn drie jaar oude debuut-cd Profools. De plaat is inderdaad een feest van kitsch en baro(c)k, met talloze echo's uit symfo, disco en elektropop. Toch schuwt de van Dead Man Ray bekende zanger de dubbele bodems niet. 'Ik hou van chaos en ambiguïteit', geeft hij toe. 'Ik zweef soms ver boven de planeet. Maar ik volg gewoon mijn impulsen.'

Brussel / Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Muziek is voor Daan een onmetelijke speeltuin: geen dag gaat voorbij of hij stuit op een nieuwe attractie. De nieuwe cd van zijn groep Dead Man Ray, een poosje geleden met Steve Albini opgenomen in Chicago, moet even wachten tot het najaar. Eerst dienden er nog enkele andere eieren te worden gelegd en Bridge Burner is er slechts één van. Sinds hij muziek schreef voor Verboden te zuchten van Alex Stockman ligt Daan in het cineastenwereldje immers goed in de markt. Zopas schreef hij een reeks liedjes "in de stijl van Louis Neefs" voor Meisje, de nieuwe film van Dorothée Vandenberghe, en voltooide hij een naar Gainsbourg neigende soundtrack voor Un honnête commerçant van de Brusselse schrijver-regisseur Phillipe Blasband, met Phillipe Noiret in de hoofdrol. Ook in een recente documentaire over de graficus Guy Peellaert zit een vijftigtal nummers van Daan. "Die films dwingen mij bepaalde technieken te ontwikkelen, die ik achteraf ook op mijn eigen platen kan gebruiken."

Hoewel je drie jaar geleden met 50% nog een pleidooi hield voor luiheid ben je blijkbaar een echte workaholic. Slaap je nog wel eens?

Daan: "Het laatste halfjaar sliep ik gemiddeld nog maar drie à vier uur per nacht. Dat werd een beetje absurd: het was echt niet leuk meer. Ik kreeg snel na elkaar enkele interessante opdrachten en het probleem is natuurlijk dat je nooit kunt voorspellen wanneer die zich aan zullen dienen. Daarbij komt dat ik moeilijk neen kan zeggen. Tja, ik moet van mijn werk kunnen leven, hé? Aan de verkoop van je platen kun je in België toch niets verdienen. De voorbije maand heb ik mij echter bewust een slaapregime van zeven uur per nacht opgelegd. Ik begin nu eindelijk weer een beetje van de dingen te genieten."

De titel Bridge Burner impliceert een tabula rasa-attitude. Zegt dat iets over jou als muzikant?

"Zeker. Ik kan onmogelijk stil blijven zitten: ik maak muziek om wakker te blijven. En vanuit een hongergevoel. Liever dan mij te nestelen in het vertrouwde wil ik terreinen verkennen die ik nog niet ken. Ken je 'Wandering Star', dat liedje waarin Lee Marvin zingt: 'I've never seen a site that didn't look better lookin' back'? Dat cowboygevoel heb ik zelf ook: in minstens de helft van mijn teksten ben ik onderweg. Maar de suggestie van een bestemming is natuurlijk altijd mooier dan de bestemming zelf."

Met Dead Man Ray maak je nummers op de computer, volgens de knip- en plakmethode. Komen je soloplaten op dezelfde manier tot stand?

"Neen. Als ik alleen werk, huldig ik een ander werkproces. Deze keer heb ik bijvoorbeeld alle songs op klavieren geschreven. Plots kreeg ik zin om een heel bombastische plaat te maken en allerlei theatrale lades open te trekken."

Bridge Burner is een vrij donkere plaat, ook al lijkt de muziek precies het omgekeerde te suggereren.

"Hmm. Als vorm en inhoud overeenstemmen, wordt de eenduidigheid me te groot. En net om de donkerte in mijn nummers te counteren, ben ik extreem frivole, barokke muziek gaan maken. Zo creëer je een spanningsveld waaruit vaak boeiende dingen ontstaan. Dat is een truc die ik heb geleerd door aan filmsoundtracks te werken. Kijk, ik heb geen zin om aan zelfcensuur te doen omdat ik me op bepaalde dagen een beetje zwaarmoedig voel. Maar de uiteindelijke boodschap dient wel te zijn dat je het hoofd niet mag laten hangen. Je moet strijdbaar blijven."

Vroeger was je verslaafd aan hitlijsten. Verklaart dat 'foute' invloeden zoals die van The Bee Gees, Boney M of Patrick Hernandez op je cd?

"Absoluut. Enkele jaren geleden heb ik een platenspeler gekocht en sindsdien schuim ik voortdurend rommelmarkten af om platen die ik vroeger op de radio hoorde voor een prikje weer in huis te halen. Eigenlijk luister ik tegenwoordig naar niets anders meer."

Je stoeit niet alleen met disco: de gitaren op 'Fireproof' klinken zo gezwollen dat ze op een symfonische rockplaat van Genesis of Supertramp hadden kunnen staan. Ik neem aan dat je je juist van die stijlkenmerken bedient omdat de 'smaakpolitie' erop neerkijkt.

"Zeker, maar dat is niet mijn enige beweegreden. Het is ook een vorm van zelfrelativering: ik doe niets liever dan schudden aan mijn eigen statuut. Het mag ook niet te serieus worden, hé? Ik hou wel van dingen die over the top zijn. Maar zo'n opzwepende, symfonische intro, los van alle kitschconnotaties, werkt ook gewoon."

Je hebt Bridge Burner al vergeleken met een mengkraan waar iets mis mee is. Wat bedoel je daar precies mee?

"Als bij mij thuis de wasmachine aanstaat, komt er alternerend zeer warm of zeer koud water uit de douche. Op het einde van de rit ben je wel schoon, maar er zit toch een zekere mate van onzekerheid en onveiligheid in. Dat geldt ook voor mijn nieuwe plaat. Muzikaal springt ze van de hak op de tak. Mijn doel was: een snelle, drukke, chaotische cd, die dezelfde sfeer zou uitstralen als, pakweg, de Luikse uitgaansbuurt om drie uur 's ochtends: veel lichtjes, allerlei soorten volk bij elkaar, een overdaad aan informatie. Zoiets als Koyaanisquatsi, daar zit ook een natuurlijke schoonheid in. Maar zelf heb ik niet zoveel vat op dat ontstaansproces: ik werk zelden met voorbedachten rade. Ik maak mijn nummers zo snel en impulsief dat ik nauwelijks de tijd heb om ze te stileren. Ze komen voort uit puur, bijna boertig spelplezier. En ja, ik heb de drang de dingen zo groot mogelijk, haast bigger than life te maken. Ik ben een fan van het power-akkoord. (lacht) Maar tegelijk moeten mijn songs dubbel interpreteerbaar zijn, zodat je niet goed weet of de teneur nu vrolijk of triest is. Ook daar gaat weer de vergelijking met het nachtleven op. Het moment dat mij het meest interesseert, is dat tussen de euforie en de kater."

Je geeft het zelf toe: je plaat is overgeproducet. Blijkbaar kun je niet aan de neiging weerstaan je nummers vol geluiden te proppen.

"De enige manier om mij dat te beletten, is de tijdsdruk op te drijven. Maar voor Bridge Burner had ik zoveel tijd dat ik wel over de schreef moest gaan. Ik gooide er nog wat strijkers boven op, bracht extra ritmische lagen aan... Ik ben er zeer tevreden mee hoor, maar tegelijk besef ik dat sommige songs in hun naakte schoonheid misschien wel beter zouden hebben geklonken."

Je maakt veelvuldig gebruik van de filterbank, een uitvinding van Herman Gillis.

"Dat is een toestel waarmee je klanken kunt verlengen en verkorten. Je kunt er de bestanddelen van een akkoord mee uit elkaar trekken of een gitaar als een kapotte synthesizer doen klinken. En vooral: je kunt er geluiden abstracter mee maken, zodat ze niet langer herkenbaar zijn en je niet meer weet welk instrument ze heeft voortgebracht. Dat dwingt je op een andere manier te luisteren: je hoort dan een gevoel in plaats van een instrument. Dat is niet onbelangrijk: zelf geniet ik bijvoorbeeld niet meer van liveoptredens, omdat ik muzikanten bezig zie en besef: ha, zó hebben ze dat gemaakt. Vroeger, toen ik nog geen instrument bespeelde, was muziek voor mij immers louter sfeer; iets dat me aan het dromen zette."

Je teksten zijn doorgaans aan de cryptische kant: er valt nauwelijks een touw aan vast te knopen. Bovendien hanteer je het Engels op een rare, onorthodoxe manier.

"In het Engels voel ik me gewoon vrijer. Voor niet-Engelstaligen is haast ieder woord als een code met allerlei bijbetekenissen, omdat het associaties oproept met dingen die je hebt gelezen op verpakkingen, hebt gehoord in liedjes en films of die je kent van computersoftware. Ik zou wel gek zijn als ik me liet beperken door de grammatica. Dat in een bepaalde zin geen werkwoord staat, is toch geen ramp? Wat telt, is het gevoel dat ieder woord oproept. Vergelijk het met stotteren of hallucineren.

"Kijk, mijn liedjes kunnen in hun geheel dan misschien een agressieve of droeve indruk maken, toch bestaan ze slechts uit losse zinnen of ideeën die onderling niet noodzakelijk samenhangen. Ik besteed weinig tijd aan mijn teksten: ze komen tot stand als écriture automatique, in één grote gulp. Ik schrijf ze op het moment dat ik ze moet zingen. Zodra ze op band staan, kan ik er niets meer aan veranderen. Ik knip immers niet graag in een zangpartij, omdat ik weet: als ik ze moet overdoen, klinkt ze nooit meer zo goed."

Van alle nummers op je plaat lijkt 'Swedish Designer Drugs' me het lichtvoetigste en nonsensicaalste.

"Zeker. Het is een parodie op het nemen van drugs, maar ook op Ikea-meubelen, die allemaal van die belachelijke, bekakte namen hebben. Het is een relativerende song, waarin ik flirt met de grenzen van de goede smaak."

Een van de thema's op Bridge Burner is volgzaamheid. 'We're all sons of grey', zing je ergens. En: 'We're born to confirm.'

"Dat is het gevecht met mijn katholieke opvoeding. Hier in Vlaanderen hebben we een diepgewortelde I walk the line-mentaliteit. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een statuut dat wel sociaal aanvaard wordt, maar je tegelijk toestaat buiten de lijntjes te kleuren. Als muzikant zit ik in dat opzicht gebeiteld. Mijn probleem is dat ik last heb van een te groot geweten. Ik lijd aan eh... schappelijkheid. Ik doe meestal wat van me gevraagd wordt, voel me extreem verantwoordelijk voor de dingen die ik maak en de gevoelens die ik opwek. Een zware handicap voor iemand die een beetje lichtzinnig of vrolijk door het leven wil gaan. We worden allemaal geplaagd door een collectief schuldbesef, een collectieve moraal. Maar als iemand zegt: 'doe eens gewoon', is dat voor mij al voldoende om juist heel speciaal te willen doen. Want als je op college hebt gezeten, heb je achteraf nog met zoveel dingen af te rekenen. Niet dat ik een rebel ben die per se op de barricades wil gaan staan: net als iedereen worstel ik met de kleine dingen van alledag. De vraag is: als je iedere ochtend in de file staat, onderdruk je dan de neiging over de pechstrook te gaan rijden, of net niet?"

De songs op je cd vormen samen een verhaal, heb ik begrepen.

"Precies. De opbouw is belangrijk. Het moest een korte, intense luistertrip worden. Dat is ook de reden waarom de tracks haast in elkaar overvloeien. 'Bridge Burner' valt meteen met de deur in huis: de plaat begint warm en aangenaam, waarna ze geleidelijk verdonkert en uitmondt in de ultieme lusteloosheid. Maar zelfs in 'Appetite' hoor je hoe de instrumenten in opstand komen tegen de lethargische monotonie van de zanger. Het is zo'n beetje een achterhoedegevecht. (lacht) Spelen de instrumenten de rol van personages? Wel, ze interfereren in ieder geval met de tekst of de zangpartij."

Vervolg op pagina 22

'Als iemand zegt: 'Doe eens gewoon', is dat voor mij al voldoende om juist heel speciaal te willen doen''Mocht ik steenrijk zijn, dan zou ik wellicht geen maatpak dragen. Terwijl ik het nu juist grappig vind iemand in een kostuum te spelen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234