Dinsdag 13/04/2021

Las Vegas Van manie tot depressie

undefined

et hoertje laat met haar lange, slanke vingers geroutineerd de wijn walsen in haar glas, terwijl ze beleefd maar afwezig lacht en praat met de zwierige zestiger aan haar tafel. De stad heeft deze vreemden even samengebracht. Om hen heen snellen de obers over de mozaïekvloer met weelderige schalen vol oesters voor de gasten van Bouchon, de sjieke bistro in het Venetian Hotel in Las Vegas. De mannen zijn in goeden doen, de vrouwen verleidelijk, de cocktails gevaarlijk, de wijnen subtiel, de gerechten verfijnd, maar in gedachten kom ik niet los van Richard Gerhardt.

We ontmoetten elkaar een paar dagen eerder op een kaal, winderig en duister parkeerterrein, dat uitkeek op de beroemde Strip met de fel verlichte casino's. De vliegtuigen die van McCarran Airport opstegen, denderden er zo laag overheen dat het leek alsof we hun witte kikvorsbuiken konden aanraken. Het was op een vergadering van Occupy Las Vegas, de lokale tak van de protestbeweging tegen de economische ongelijkheid in Amerika. Gerhardt sprak me aan, een grote vent, een 54-jarige bouwvakker. Over hem hing de vale sluier van de armoede, met zijn opgezwollen rode gezicht en vettige kleren.

Gerhardt heeft niets meer: geen werk, geen uitkering, geen huis. Zijn vader en moeder zijn dood. Broers of zussen heeft hij nooit gehad. Het enige wat aan familie nog rest, is een telefoonnummer. Van een neef in Ohio. Soms belt hij dat, maar niemand neemt op.

Elke dag zwerft Gerhardt door the valley, de vlakte waarin Las Vegas gelegen is. Zijn leven heeft zich gereduceerd tot een permanente zoektocht naar eten, een slaapplaats en eventueel een klus. Sinds een paar dagen bivakkeert hij op het Occupy- terrein, waar voedsel is en hij aanspraak heeft. Hij slaapt in een gammel, achtergelaten tentje, dat klappert in de straffe, kille wind die 's avonds uit de woestijn komt.

Boomtown

Gerhardt is een van honderdduizend bouwvakkers die na de kredietcrisis van 2008 en de ineenstorting van de bouw in Las Vegas op straat zijn komen te staan en sindsdien in een sociaal niemandsland ronddolen. Het is een parallelle wereld, die bestaat naast de pracht en praal van de Strip. Ze wordt bevolkt door de verliezers van de crash, in alle gradaties: van berooiden die alles kwijt zijn tot mensen bij wie het bestaan is gaan rafelen.

Las Vegas staat model voor een tijdperk, waarin de stad, waarin Amerika, waarin de westerse wereld in de illusie verkeerden dat het niet op kon. Robert Lang, de eigenzinnige directeur van de denktank Brookings Mountain West, zag het gebeuren. In zijn kantoor op de Universiteit van Nevada dreunt hij, niet zonder trots, de cijfers op. Las Vegas en omgeving groeide en groeide: van 250.000 inwoners in 1970 tot 2 miljoen nu. Het aantal inwoners van Aziatische komaf steeg in tien jaar met 186 procent. Er werd gebouwd en gebouwd: 150.000 hotelkamers telt de stad tegenwoordig. De waarde van de huizen steeg en steeg: van een paar ton naar een half miljoen, naar boven het miljoen. De rijen met kandidaat-kopers werden langer, de beslissingstijd korter.

De stad werd meer dan alleen de plek van het wettelijk toegestane gokken en hoereren. Zij groeide uit tot het belangrijkste conferentieoord in de Verenigde Staten. De conventiesector is groter geworden dan de gokindustrie. Entertainment, shopping en eten zijn net zo groot. Topkoks roken het geld en kwamen eropaf. Las Vegas heeft na New York de beste restaurants. Het werd de vestigingsplaats van bedrijven met belangen in China, Singapore en Macao, en een digitaal knooppunt voor internetbedrijven als Google en Cisco.

Het was een boomtown, geheel in de traditie van het Amerikaanse Westen. Als een magneet trok het mensen aan. Zij kwamen naar Sin City om geld te verdienen of om het te laten rollen. Maar toen was het in één klap voorbij: de crisis sloeg toe. Het was de zondeval van de stad in de woestijn. Niet omdat ze had gegeten van verboden vruchten (want die waren allemaal gelegaliseerd), maar omdat ze, zoals zovelen in Amerika en Europa, hoogmoedig had geloofd in de valse god van de onuitputtelijke overvloed. Voor die onbezonnenheid wordt nu de prijs betaald.

Las Vegas gaat nog steeds voorop in de statistieken, maar nu de negatieve. Terwijl het ooit de stad met de laagste werkloosheid in de VS was, is het nu de stad met de hoogste werkloosheid (14,2 procent). Het heeft ook het hoogste aantal huisuitzettingen. Bijna een derde van alle huizen is in foreclosure. Een op de zes inwoners in het zuiden van Nevada, waarvan Las Vegas het centrum is, worstelt met honger. "Dat zijn meer dan 300.000 mensen die niet altijd genoeg te eten hebben", zegt Brittany Markarian van voedselbank Three Square.

De stad wordt wel gezien als het ground zero van het Amerika van na de kredietcrisis. "Las Vegas ging van boom naar bust, van manisch naar depressief", zeggen Gerald Weeks en Markie Blumer van de Universiteit van Nevada. Op het eerste gezicht lijkt er niet veel aan de hand. In de stad is het druk met toeristen en conferentiegangers. In augustus kwamen er 3,3 miljoen bezoekers. In de hotelbars en restaurants zitten overal groepen mannen met badges. De sfeer is uitgelaten en opgefokt, zoals het alleen bij mannen onder elkaar kan zijn als moeder de vrouw er niet bij is. De casino's krabbelen op, maar als professor Weeks op zaterdagavond naar een restaurant op de Strip wandelt, ziet hij dat lang niet alle gokmachines bezet zijn. In de bouw is zelfs nog geen begin van een herstel. De door de beroemde architect Norman Foster ontworpen Harmontoren staat sinds zijn voltooiing in 2009 leeg en wordt weer afgebroken.

Het zijn de uiterlijke gevolgen van de crisis. De stille getuigen bevinden zich in de schaduwwereld, achter de flonkerende façades van de casinohotels in de krochten van de stad. Daar heerst "een allesverpletterend gevoel van hopeloosheid en hulpeloosheid", zegt Blumer. Zij leidt met Weeks een project voor gezinstherapie, en wat zij te zien krijgen zijn mensen voor wie de crisis het leven heeft veranderd in een angstaanjagende draaikolk.

Op het moment dat zij hun baan verliezen, dreigt alles de onpeilbare diepte in te worden gezogen: het huis, de ziektekostenverzekering, de auto, het gevoel van eigenwaarde, de sociale contacten, de stabiliteit van het gezin, het respect van de kinderen. Dat kan leiden tot depressiviteit, sociaal isolement, zelfmoordpogingen, huiselijk geweld en kinderen die ontworteld raken en de macht overnemen. Vangnetten zijn er amper. Nevada is een van die Amerikaanse staten waar de individuele vrijheid wordt gekoesterd onder het motto 'jouw pech is niet de mijne'. In tegenstelling tot New York of Chicago heeft Las Vegas geen infrastructuur voor armenzorg. Volgens Ramona Denby van de Universiteit van Nevada kiezen veel armen zonder ziektekostenverzekering voor 'zelfmedicatie' door middel van alcohol of drugs. "Daardoor komen ze in een vicieuze cirkel terecht van depressies, drinken en ontworteling." Het kwetsbaarst zijn de gezinnen die al zorg behoefden. "Zij vallen steeds dieper."

Liefdadigheid is het laatste reddingsmiddel. De kerken van Las Vegas vangen veel op, samen met een non-profitorganisatie als Three Square.

Elke vrijdag krijgen duizenden schoolkinderen rugzakjes met voedsel voor het weekend. Het is genoeg voor het hele gezin. De rugzakjes worden niet op school uitgedeeld om stigmatisering te voorkomen. Die angst zijn de armen in de zogeheten Daklozen Corridor allang voorbij. Bij het opvangcentrum St. Vincent van de Catholic Charities of Southern Nevada staan ze aan het eind van de middag te wachten op voedsel. Het is het gruis van de stad, uit het centrum verdreven naar de rand, uit het zicht van de conferentie- en casinoklanten. Alles aan hen is grauw: hun kleren, hun huid. Een paar mannen hebben nog truien aan met kleur - dat zijn 'verse' daklozen. Alle anderen zijn al zolang tot het naakte leven op de straat veroordeeld dat het vuil zich op hen lijkt te hebben vastgezet. Allemaal hebben ze de schuwe, argwanende blik van dieren die vals zijn van angst. Velen van hen willen niet slapen in het opvangcentrum, maar trekken zich terug op stukken braakliggend land of onder viaducten, zegt Richard Gerhardt.

De wachtenden in de straat vergelijkt hij met duiven, en hij kan er niet goed tegen om te zien tot welke staat de mens kan afdalen. Zelf trekt hij zich soms liever terug in de woestijn. Als het heel heet is, gaat hij daar de bergen in, waar het koeler is. "En 's nachts kan het heel koud zijn. Er is geen vochtigheid die de warmte van overdag vasthoudt." Ook ben je nooit helemaal alleen in de woestijn. Op een keer had hij een giftige spin in zijn slaapzak, een zwarte weduwe. "Net voordat ze kon bijten, kon ik haar doden." Niets is meer vanzelfsprekend voor Richard. De simpelste dingen kunnen een probleem worden, zoals jezelf verplaatsen. "Een abonnement voor de bus is voor mij belangrijker dan al het andere." De prijs daarvan is verhoogd tot 65 dollar per maand. Dat kunnen hij en andere werklozen nauwelijks bij elkaar bedelen of scharrelen, waardoor ze nog verder dreigen weg te zakken in de misère.

Want Las Vegas is zo'n typisch uitgestrekte Amerikaanse stad. Wie geen auto heeft en ook geen buskaart meer kan betalen, ziet zijn bewegingsvrijheid ineenschrompelen tot het punt dat je maatschappelijk letterlijk in de marge belandt. Werk zoeken wordt onmogelijk.

Giftige spin

In de auto laat Richard mij de stad voelen en zien door de ogen van een Amerikaan die helemaal onder aan de sociale ladder is beland en zich nauwelijks meer op eigen kracht terug omhoog kan werken. Het begint met de voor hem "obscene" droom- en showwereld van de casinohotels. Dan zijn er de plekken waar hij uit het zicht van de politie maar met nog genoeg toeristen op straat kan bedelen, de universiteit waar hij bijeenkomsten bezoekt met gratis eten en drinken en de Daklozen Corridor waar hij overnacht als het niet anders kan. Daar voorbij begint de kaarsrechte weg door North Las Vegas, waar de motelletjes krakkemikkiger, de gokhallen aftandser, de stripteaseclubs scharriger, de mensen op straat armoediger, de huizen vervelozer en de open plekken stoffiger worden.

In de lucht duikt een reusachtige vleermuis op. Het is de futuristische B2 Spirit, de voor radar onzichtbare stealthbommenwerper. Hij is bezig te landen op de nabijgelegen luchtmachtbasis Nellis, in wat lijkt op een spookachtige, geluidloze glijvlucht. "Waanzinnig", klinkt het naast me. "Dit kost miljarden. Zeg me tegen welk land we zo'n wapen nodig hebben." Dan eindigt de weg abrupt in de woestijn - en daarmee de rit van zuid naar noord, van rijk naar arm.

Het is donker als we even later bij de Walmart stoppen. Richard koopt een spijkerhemd, kussentjes voor in zijn schoenen ("de voeten zijn het kwetsbaarst"), een geurtje (Old Spice) en alcohol ("om mijn intieme delen schoon te houden als ik lang niet kan douchen"). De laatste stop is het busstation, waar hij een maandabonnement gaat kopen - zijn schamele hoop op een ommekeer. Nadat hij heeft laten zien dat hij de kaart echt heeft aangeschaft, neemt hij de bus.

Filosofie

Op zaterdagavond aan de bar van het Yellowtail restaurant in het Bellagio hotel spreekt mijn buurman mij aan. Hij heet Andres Gonzalez, is 35 jaar, heeft nooit zijn school afgemaakt, maar net als andere drop-outs als Mark Zuckerberg (Facebook), Bill Gates (Microsoft) en Steve Jobs (Apple) heeft hij het niet slecht gedaan. Begonnen in de postkamer van een bedrijf op Wall Street werkte hij zich snel omhoog. Hij verdiende goed geld en zit tegenwoordig bij een investeringsfonds in Santa Monica, Californië. Hij trouwde jong, heeft een dochter van 14 en een zoon van 4 bij twee vrouwen, maar woont nu alleen en begint vaak al om vijf uur 's ochtends. Hij maakt dagen van twaalf tot vijftien uur vanwege de tijdverschillen met Azië en Europa.

Hij zegt veel filosofie te lezen. Filosofisch gezien, vindt hij, mag de belasting geld niet afpakken van de rijken om het te geven aan mensen die het minder goed doen. Als je mensen geld geeft zonder dat ze het zelf hebben verdiend, haal je de drijfveer weg om harder en beter te werken. Die drang heb je nodig. Zo werkt het nu eenmaal in het kapitalisme. En dat is goed. Kijk maar eens wat er met socialistische landen is gebeurd, betoogt Gonzalez terwijl hij nog wat sushi bestelt. Het komt allemaal samen in Las Vegas: dat wat Amerika zo opwindend en dynamisch maakt, maar ook zo schrijnend en hard. Robert Lang ontkent het niet maar weigert te somberen. "Las Vegas is een uitbundige, werkende stad, een hustle city. Er is armoede, maar de mensen zijn niet massaal weggetrokken. De bevolking groeide vorig jaar zelfs met 25.000 mensen. En dat in een zware recessie. My God, wat is er dan nodig om ons echt te stoppen: een asteroïde die de aarde treft? We zullen ons herstellen, het komt goed."

Ook over Amerika in het algemeen zit hij niet in. "Er is een crisis, het moreel is laag, maar hoe blijvend is dat? Het land komt wel weer op gang. Misschien met iets minder macht, maar het zal nog steeds een welvarende, fun-loving, swingende plaats zijn om te leven, met veel innovatie. Daar durf ik op te wedden", lacht Lang.

Zondagochtend ligt Richard te slapen in zijn tent, de wind is nog harder en killer dan eerst. In de auto praten we wat. Hij heeft moeite met het afscheid. Voor een paar dagen had hij iemand aan wie hij zich vastklampte, en die gaat nu weg. Bij het wegrijden zie ik hem teruglopen naar zijn tent, met het hoofd diep weggedoken in de capuchon van zijn vlekkerige bouwvakkersjack.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234