Dinsdag 13/04/2021

lara leymans

undefined

‘Mijn carrière is een spelletje stratego’

‘Een manager, dat is voor echte sterren. Ik vind dat te serieus klinken, te Hollywoodiaans.” Sinds actrice Clara Cleymans (22) vorig weekend op de nacht van de Vlaamse Televisiesterren haar trofee in ontvangst mocht nemen, staat haar telefoon niet stil. Als telg van een podiumfamilie - vader is muzikant Jan Cleymans, moeder is actrice Karin Jacobs en broer is muzikant en acteur Jelle - speelde ze al van kleins af aan. 2010 werd het jaar van de grote doorbraak, met rollen in Thuis en Tegen de sterren op. Sinds deze week is ze ook te zien in Code 37.

“Ik heb deze week al dertig aanvragen gekregen voor interviews en fotosessies”, zegt ze, en het is zoeken naar een paar uurtjes vrij, tussen opnames en pianolessen door. En ondertussen moet er nog een thesis worden geschreven. “Een manager dient om je te beschermen, en ik zou niet weten waartegen. Maar door die stroom telefoons en mails begin ik toch te twijfelen. Ik voel dat ik het alleen niet meer aankan, al dat georganiseer.”

Waaraan heb je die televisiester te danken, denk je zelf?

Clara Cleymans: “Ik vermoed dat de Televisie Academie iemand kiest die een bepaalde indruk heeft nagelaten, of verschillende facetten van zichzelf heeft getoond. Ik denk dat ook persoonlijkheid een rol speelt, dat ze iemand zochten die iets te vertellen heeft en sterk in haar schoenen staat op jonge leeftijd. Ik hoop vooral dat ze denken dat ik nog kan groeien. In die zin vind ik het een mooie prijs, eentje met toekomst.”

Na de prijsuitreiking zei je dat je blijkbaar toch goed bezig was ‘in het wereldje’.

“Het is toch een spel dat je moet spelen. Ik zie de mediawereld als één groot circus waarin iedereen zijn kunstje opvoert. Heel vreemd, maar heel leuk als je er in meegaat. Er komt ook veel bij kijken. Het gaat niet alleen om de rollen die je speelt, maar ook welk imago je kiest.”

Welk imago heb je dan gekozen?

“De media beslissen natuurlijk ook. Eerst hebben ze geprobeerd me in de babehoek te duwen, zoals bij elk jong meisje. Maar toen ontdekten ze dat ik studeerde, dus nu ben ik the beauty with brains. Maar het blijft oppervlakkig, want geen enkel interview gaat bijster diep, dus niemand die weet of ik wel intelligent ben.

“Het blijft moeilijk, want mensen hebben meteen een mening klaar als je op televisie komt. Dat is eng. Ik wil graag serieus genomen worden, maar stiekem wil ik ook dat het publiek me sympathiek vindt. Het is me gelukkig nog niet vaak overkomen, maar haatmail doet pijn. Daarom mijd ik fotoshoots voor mannenbladen. Natuurlijk zou ik graag sexy foto’s van mezelf willen, maar ik wil niet dat vrouwen me als hun vijand beschouwen. Dus pas ik. Kies ik voor een soap, met alle risico’s van dien? Wat doe ik met een aanbod voor een kinderreeks? Kom ik niet te veel met mijn kop op televisie? Het is een strategospel.”

Op die manier ontzeg je jezelf toch veel. Terwijl je evengoed zou kunnen doen waar je zin in hebt.

“Dan zou ik wellicht toch op een punt komen waarop ik me dat zou beklagen. Mensen zijn nu eenmaal hokjesdenkers, en op een gegeven moment zit je met een label waar je niet vanaf kan. Nu, het klinkt alsof ik hier een zware strijd voer, en zo erg is het nu ook weer niet.”

Je studeert ook filosofie, vanwaar die keuze?

“Omdat ik bagage zocht. En omdat ik een rationeel mens ben. Filosofie is maar wat gelul in het ijle, hoor ik vaak. Terwijl filosofen met hun woorden onze hele cultuur ondersteunen. Zoals Plato, die het christendom van terminologie heeft voorzien. Die christelijke cultuur is toch nog steeds onze steunpilaar. Of de verlichting, die ons maakte tot wat we zijn. Allemaal dankzij de filosofie. Het is geschiedenis, ja, maar levendiger. Geschiedenis zijn feiten, filosofie blijft doorwerken. De ideeën zijn nog steeds grijpbaar en bruikbaar. Van Immanuel Kant leer ik meer dan van het feit dat Napoleon verslagen is in Waterloo. Helaas is filosofie een cultuur waar weinigen voeling mee hebben. Ik ken amper mensen met wie ik daarover eens een avond kan doorbomen.

“Ik moet nog enkel mijn thesis schrijven. Het gaat over emoties, en wat die eigenlijk zijn. Maar het idee is nog vaag, en ik heb niet het gevoel dat ik die thesis dit jaar zal afmaken. Ik word langs alle kanten geprikkeld, waardoor het moeilijk is me maandenlang op te sluiten om te schrijven. Een beetje frustrerend, toch.”

Hoop je ooit nog iets concreet te doen met die studie?

“Als ik de kans krijg, graag. Ik gebruik die ideeën elke dag, maar ik zou het zeer nobel vinden om daarover les te geven aan kinderen of jongeren. Als ik zie hoe filosofie gegeven wordt, dan is het vaak niet meer dan een geschiedenis van de filosofie. Ik zou het fijn vinden mensen te leren denken.”

Je prille carrière speelt zich vooral op de televisie af. Ligt tv je?

“Ik vind televisie een heel leuk medium. Je moet klein spelen om geloofwaardig te zijn, en dat ligt me beter dan de grootse gebaren. Ik ben nu gestopt met Thuis, en ik mis het. Op zo’n draaidag ben je vooral bezig met mise-en-scène: ik ga daar staan en zeg dat. Maar twee, drie keer per dag speel ik écht, en die momenten zijn superintens. Ik voelde me goed op de set en had geen angst me te geven. Het kwam als vanzelf. Emotionele scenes zijn het moeilijkst, omdat je die echt moet voelen. Maar ze werden een uitlaatklep. ’s Ochtends dacht ik: straks naar de set en eens lekker emotioneel zijn en diep gaan. Ik keek daar altijd enorm naar uit.”

Heb je het anders wel moeilijk jezelf te geven?

“Ja, toch wel. Zeker onder tijdsdruk, als ik de kans niet krijg me in te leven. Daarom is theater dankbaarder, je hebt een opbouw in je personage en in het verhaal. Op televisie springen de opnames vaak van de hak op de tak.”

Dan zou ik net verwachten dat theater je medium is?

“Het heeft allemaal zijn voor- en nadelen. Theater is technischer, naar mijn gevoel. Ik moet meer nadenken over hoe ik sta, hoe ik praat. Misschien moet je meer kunnen voor theater, waardoor het minder oprecht wordt.”

Binnenkort speel je in het Fakkeltheater De Koepoort 15, je theaterdebuut. Hoe bevalt het je tot nu toe?

“Erg goed, het loopt helemaal zoals ik verwacht had. De repetitieperiode begint leuk, dan zie je het stuk evolueren, dan krijg je een dip, en daarna gaat het weer beter. Op 11 maart is de première, en het stuk staat ongeveer op punt.”

Wat zou je doen mocht je niet aan de bak komen als actrice?

“Ik weet het niet, acteren was een evidentie. Al is er best veel dat ik graag zou doen. Met een orkest meereizen en allerlei dingen voor hen organiseren. Voor de radio werken. Iets met klassieke muziek zou me erg boeien, of les geven. Als ik écht mag dromen, dan had ik graag het talent gehad om dirigent/componist te zijn. Ik geloof heel erg in de stempel die een dirigent drukt op zijn orkest. Het zijn mensen die meedenken met een componist die vaak al eeuwen dood is, en proberen het beste uit zijn werk te halen. Ze begrijpen de muziek van binnenuit.”

Je bent nog jong, maar heeft het leven je al kletsen gegeven?

“Geen zware. Ik heb nogal de neiging te vergeten, het is een verdedigingsmechanisme. Soms herinner ik me plots gebeurtenissen van toen ik twaalf, dertien jaar was. Een kutleeftijd, ik kan het niet properder zeggen. God, denk ik dan, mensen waren echt niet lief tegen me. En natuurlijk heb ik ook liefdesverdriet gekend. Het allermoeilijkste vind ik relaties, niets complexer dan dat. Twee mensen die elkaar graag zien, dat gaat nooit foutloos. Dus harde kletsen, nee, eerder een constante tik in mijn gezicht. Het besef dat het heel moeilijk is om oprecht gelukkig te zijn. Maar ik ben ben nog nooit een dierbare verloren, en ben nooit verlaten na een lange relatie.”

Je bent kind van gescheiden ouders. Heeft die scheiding je gedesillusioneerd?

“Ik zie die scheiding eerder als een bewijs dat echte, romantische liefde slechts per hoge uitzondering passeert. Het wordt zeker moeilijk als je elkaar op jonge leeftijd tegenkomt. Een mens maakt zoveel mee in zijn leven, verandert zo sterk. Dan lijkt het me heel straf als je samen kan buigen naar elkaar. Het is ook geen droom van mij om met één man oud te worden. Ik vind dat je met jezelf gelukkig moet zijn, en dan is het best oké om alleen door het leven te gaan. Ik laat weinig intensiteit toe in mijn relaties, uit angst om diep gekwetst te worden.”

Ben je niet bang veel te missen door je zo op de vlakte te houden?

“Ik ben heel bang voor passie. Omdat ik weet hoe intens zoiets kan zijn. Als het dan voorbij is, dan zit je in zo’n diepe put, dan doe je jezelf toch zoveel kwaad? Ik ben een optimist, maar als ik diep zit, dan zit ik heel diep. Liever een constante flow, op een niveau dat ik prettig vind, dan het opperste geluk na te jagen.”

Een vreemde uitspraak, voor een actrice en muzikante.

“Mijn intensiteit richt zich niet op mensen. Het is eerder de muziek die me diep raakt. Ik reageer gevoeliger op muziek dan op iemand die ik graag zie. Als ik naar muziek luister die me ontroert, kan ik dat rationeel masker afwerpen. In relaties voel ik me eerder de boeman. Dat idee ‘ik ben van jou, en jij van mij’, daar heb ik het moeilijk mee. Ik heb te veel vrijheid nodig. Nu ja, ik ben nog jong. Mijn relaties stelden nog niet zoveel voor.”

Je hebt ook niet de gemakkelijkste jeugd gehad. Zie je zo’n televisiester als een revanche?

“‘Haha, suckers!’, is nu niet wat meteen in me opkwam toen ik op het podium stond. Maar achteraf overviel me wel het besef dat van ver gekomen ben. Zwaar gepest ben ik niet, eerder uitgesloten. Ik heb dat altijd als een ‘ongeluk’ gezien, ik vond niet dat er iets mis met me was. Akkoord, ik lag niet goed in de markt, maar ik was wel zeker van mezelf. Laat ze maar lachen, dacht ik, ik ben tenminste met interessante dingen bezig.”

Je noemde jezelf ook een bewuste seut.

“Ik kwam nooit buiten. Liefjes, feestjes, die logische stappen zijn allemaal aan mij voorbij gegaan. Er is zeker een fase geweest waarin ik me verdrietig, onbegrepen en alleen voelde. Maar rond mijn zeventiende was ik oprecht gelukkig. In een biografie van Goethe had ik gelezen dat je taak in het leven is de talenten te ontwikkelen die je meekrijgt van moeder natuur. Oké, dacht ik, dankjewel Goethe voor deze goede raad, dat ga ik eens proberen. Ik volgde kunsthumaniora, waar ik erg serieus bezig was met mijn spel en zang. Ik deed ook aan ballet, en als ik thuiskwam speelde ik drie uur piano. Voor het slapen gaan probeerde ik mezelf te overtreffen bij het tekenen. Ik was echt goed bezig, eigenlijk. En de rust die ik toen voelde heb ik nadien nooit meer gevonden. Soms ben ik jaloers op mijn jongere ik, al voel ik me nu beter in mijn vel. Ik hou nu van mensen en dat is aangenaam. Vroeger hield ik van mijn kat en mijn piano, en had ik niemand nodig.”

Wat is er dan veranderd?

“De liefde. Ik was negentien toen ik mijn eerste lief tegenkwam. Die oprechte affectie van iemand die je graag ziet, wanneer je dat meemaakt, verandert je dat compleet. Zeker op die leeftijd. Was ik jonger geweest, dan was die eerste kus wellicht eerder een technische aangelegenheid geweest. Terwijl ik toen dacht (spreidt haar armen): ik ben er kláár voor! Ik denk dat weinig meisjes die ervaring zo bewust hebben meegemaakt als ik.”

Heb je het gevoel dat je leven nu echt begonnen is?

“Je opsluiten om te studeren is nogal surreëel, dat is niet het echte leven. Ik geniet ervan dat ik nu in een volwassen wereld leef. Ik word overal omschreven als ‘de jongste’. De jongste actrice van een serie, de jongste in Mag ik u kussen, de jongste met een televisiester. Awel, ik vind dat een mooi compliment, zo jong zijn en toch zoveel mogen doen. Ik voel me gerespecteerd, het is niet dat ik nog als kind behandeld word. Veel omgaan met oudere mensen maakt je ook volwassen. Wat ik wel vaak hoor, wanneer mensen me voor het eerst in het echt zien, is dat ik ‘toch zo klein ben’. Blijkbaar schatten ze me groter in, omdat ik een zekere maturiteit zou uitstralen.

“Ik kijk er vooral naar uit om dertig te worden, ik denk dat je dan het meeste bloem bent. Ook wel een enge leeftijd, omdat je dan keuzes moet maken. Over kinderen bijvoorbeeld.”

Nu is de tijd om roekeloos te leven, later komt de verantwoordelijkheid wel, zei je ooit.

“Ik denk dat het zo moet gaan. Ik wil me laten gaan, ontdekken, misschien voor langere tijd op reis. Dat kan heel bevrijdend zijn, denk ik. Je moet ervaring opdoen, anders groei je leeg op. Misschien ben je na tien jaar nog wel samen met je eerste lief en zet je flink alle stappen naar volwassenheid, maar dan mis je sterke grond. Dat kan toch niet goed komen? Ik ben nu hard aan het werken. Ik wil dat niet uit de weg gaan om het ‘even rustig aan te doen’. Nee, laat me maar bollen.”

Zie je jezelf als avontuurlijk?

“Ik heb weinig angsten. Ik ben echt voor niets bang, eigenlijk. Nieuwe situaties of nieuwe mensen schrikken me niet af. Met vreemde mensen babbelen op de trein, of op straat, ik zie dat als berekende risico’s. Veel meisjes van mijn generatie zijn bang om met mensen te spreken. Een erfenis van de Dutrouxperiode, denk ik. Echt triestig. Ik heb al vriendschappen overgehouden door met wildvreemden aan de praat te raken. Ik zie overal een kans om iets leuks mee te maken. Soms haal je dan eens een domme stoot uit, natuurlijk, zoals die keer dat ik bij het liften instapte bij een vieze man. Maar ook dan ben ik niet bang. Ik ga er altijd van uit dat ik me met mijn speelsheid en humor er wel uit kom. Ik hou er wel niet van de controle te verliezen. Ik zou misschien wel graag experimenteren met drugs. Het probleem is dat drugs altijd in groep worden genomen, maar dan voel ik een onaangename druk.”

Hou je niet van groepen?

“Ik heb een hekel aan groepsdruk. Ik heb me misschien als een non gedragen tijdens mijn jeugd, maar ik vond mezelf superstoer. Omdat ik nooit iets deed omdat iemand vond dat ik dat moest. Ik had tenminste de moed om er niet bij te horen. Ik had vreemde kapsels, en ik wilde geen trek van een sigaret, waardoor iedereen me raar vond. Maar ik wou niets doen wat in of hip was, een degout had ik daarvan. Dat is die koppigheid van mij.”

Vanwaar die afkeer?

“Omdat ik graag uitdaag. Alles wat gewoontjes is, of verwacht wordt, vind ik snel saai. Conservatief associeer ik makkelijk met negatief. Ik wil zelf ontdekken wat ik boeiend vind, en met taboes hou ik weinig rekening. Het controversiële opzoeken, is een tocht die ik graag afleg. Omdat ik er veel uit leer, en dat vind ik het allerbelangrijkste. Ik kan me moeilijk voorstellen dat je veel leert als je volgt zonder na te denken.”

Welke dromen wil je per se waargemaakt hebben voor, pakweg, je dertigste?

“Dat reizen, waar ik het al over had. En ik zou heel erg graag professioneel pianiste zijn. Maar dan moet ik het leven dat ik nu leid opgeven en naar het conservatorium gaan. Die droom is zelfs zo groot dat ik misschien zelfs niet durf. Wat het zou kunnen mislukken. Dan zou ik zoveel opgegeven hebben om uiteindelijk met lege handen achter te blijven. Maar voorts zijn er weinig dingen die ik echt moét doen.”

Gewoon doorgaan op dit elan?

“Graag wel. Omdat ik acteren een zeer mooi beroep vind. Al weet ik soms niet waar ik mee bezig ben. Voor Tegen de sterren op draag ik soms een pruik, krijg ik een poepbruine kleur als Phaedra Hoste. Veel blingbling, en dansen maar, of een liedje zingen. Dan denk ik: is dít mijn beroep? Dit neemt toch niemand serieus, ook al is het soms moeilijk en moet je er wel degelijk wat voor kunnen. Het is genant en grappig tegelijk, maar je mag er niet te veel over nadenken. Als je voor de camera staat te roepen en te tieren en je afvraagt wat je in godsnaam aan het doen bent, dan breek je jezelf en de scène af.”

Krijg je vaak af te rekenen met jaloezie?

“Mensen zijn soms jaloers op de aandacht. Maar ik denk dat meer mensen dromen van muziek. Ik heb nog weinig mensen horen zeggen dat ze eens graag zouden kunnen acteren, terwijl ik die reacties wel krijg als ik piano speel. Blijkbaar ligt muziek veel dichter bij mensen. Acteren is meer entertainment.”

Je zingt ook. Heb je plannen om daar mee naar buiten te komen?

“Ik heb een aanbod gekregen, maar ik kan er nog niet veel over kwijt, en ik twijfel nog. Ik voel me nog niet zo zeker over mijn stem, ik zou meer lessen moeten nemen. Ik heb straks met mijn broer (acteur en zanger Jelle Cleymans, LB) afgesproken, dan kan ik het eens met hem bespreken.”

Is hij diegene bij wie je met zo’n vragen terecht kan?

“Ja, hij is mijn grote broer en mijn voorganger. Ik heb hem altijd gevolgd, van zijn eerste projecten tot nu. Hij heeft soms keuzes gemaakt waar hij spijt van heeft, dus hij kan de gevolgen van een beslissing goed inschatten. Niet dat ik zijn raad altijd opvolg, maar ik weet dat hij het meestal bij het rechte eind heeft. Hij geeft ook raad uit liefde, nooit uit nijd of onbegrip. De keuzes die hij me aanraadt zijn altijd goed voor mezelf.”

En je ouders, of je vrienden?

“Mijn vrienden vinden alles fantastisch. Onlangs kon ik met een mannenblad naar Bali voor een fotoshoot. Doén, roepen ze dan. Niet dus. Mijn ouders, en dan vooral mijn moeder, staan niet helemaal achter het feit dat ik actrice ben. Dus elke keer als ik hen vertel over een aanbieding, zeggen ze: ‘Denk toch maar aan je thesis’.”

Zo’n reactie zou je eerder verwachten van bezorgde ouders die de sector niet kennen. Je ouders zijn je zelf voorgegaan.

“Het is net omdat mijn moeder het wereldje kent, dat ze zo redeneert. Ik heb die prijs voor rijzende ster uit handen van mijn moeder gekregen, dat was een verrassing. Ik gaf haar een knuffel, en ze zei dat we elkaar wel later op de avond zouden spreken. Het eerste wat ze zei toen ik haar terugzag, was ‘Clara, proficiat. Maar denk toch maar aan die thesis’. Terwijl iedereen me proficiat wenste, omdat het best een mooie prijs is! Maar daar dienen moeders toch voor, om je er op te wijzen dat dit niet alles is?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234