Dinsdag 23/04/2019

Verenigde Staten

Langs de grens VS-Mexico: “Wat je ook bedenkt, de migranten hebben het geprobeerd”

Migranten uit Centraal-Amerika komen aan bij de Mexicaans-Amerikaanse grens vlak bij San Diego, Californië. Beeld The Washington Post/Getty Images

Het stond centraal in de kiescampagne van Donald Trump: de bouw van een ‘grote, dikke, mooie muur’ van 1.600 kilometer om de strijd aan te binden met de illegale immigratie vanuit Mexico. Terwijl een karavaan van duizenden asielzoekers Amerika nadert, reist Alex Hannaford van kust naar kust om meer te weten te komen over het leven aan die immense, poreuze grens.

Een paar maanden geleden besloot ik het traject van de muur volledig af te leggen – 3.138 kilometer lang, door drie tijdzones, van Californië, door Arizona en New Mexico, tot een natuurreservaat aan de Texaanse kust dat het einde van de internationale grens markeert. Om het enigszins in perspectief te plaatsen: dat is de afstand van Calais tot de westelijke grens van Kazachstan. Ik wilde praten met de mensen die zullen leven en werken in de schaduw van de muur, als die ooit gebouwd wordt.

grens Beeld DM

1. Gebeden bij de Pacific

Mijn tocht begint aan de bulderende Pacific, de Grote Oceaan, aan Imperial Beach in Californië, even ten zuiden van San Diego. De grens wordt gevormd door een 7 meter hoog ijzeren hek dat tot in de oceaan loopt. Op dat moment zijn er duizenden migranten uit Guatemala, El Salvador en Honduras samengetroept. Ze slapen op karton en overleven op gedoneerde bonen en rijst.

Negen jaar geleden zag Imperial Beach er helemaal anders uit. Families die door geboorte of economische noodzaak van elkaar gescheiden waren, konden hier vrijuit samenkomen om elkaar te knuffelen en cadeautjes uit te wisselen. Dat veranderde in 2009, toen het Department of Homeland Security onder de regering-Obama een tweede afsluiting bouwde, parallel met de bestaande, en mensen aan de Amerikaanse kant verhinderd werd naar de grens te gaan. Als compensatie werd het door de grenspolitie zwaarbewaakte Friendship Park opgericht, een klein terrein tussen de twee hekken in. Het is elk weekend acht uur open, en biedt mensen de gelegenheid om naar het binnenste hek te gaan.

Het is daar dat ik zie hoe John Fanestil naar Mexico kijkt door de gaten in de omheining, zijn hand op het stalen geraamte legt, zijn ogen sluit en een gebed opzegt: “We zijn allemaal één volk, broeders en zusters van één mensenfamilie.”

Een priester aan de andere kant vertaalt: “Todos somos un solo pueblo.” Twee agenten van de grenspolitie kijken op een heuvel uit over het strand terwijl Fanestil en priester Guillermo Navarrette hun wekelijkse oecumenische dienst houden.

Ik vraag een van hen, een zware, zowat 1m95 grote man, of hij ooit iemand heeft betrapt die rond het hek probeerde te zwemmen. “Wat je ook bedenkt, ze hebben het geprobeerd, en wij hebben het gezien”, zegt hij. “Zwemmen, klimmen, duiken.” Hij vertelt ook dat er al ontelbare lijken aangespoeld zijn.

Als de dienst voorbij is, klinkt tejano-muziek door de boxen aan de andere kant van het hek en drijft de geur van Mexicaans voedsel Amerika binnen. Advocaten geven de migranten gratis advies in geïmproviseerde kantoortjes tussen de pastelkleurige gebouwen. Fanestil, in jeans, stapschoenen en een strohoed om hem tegen de zon te beschermen, pakt zijn spullen bij elkaar en wandelt terug naar de ingang. Een meisje weent terwijl ze afscheid neemt van iemand aan de andere kant van het hek.

“Op de meeste plekken aan de grens heb je een heel grote Mexicaanse stad tegenover een veel kleinere Amerikaanse stad”, zegt Fanestil. “En in de Amerikaanse stad zijn de meesten van Mexicaanse origine. Bijna iedereen heeft wel familie aan de andere kant van de grens wonen.”

In Friendship Park krijgen gebroken families acht uur per week de kans elkaar te ontmoeten. Beeld AFP

Fanestil, die filosofie, politieke wetenschappen en economie aan Oxford University studeerde en daarna in Californië verzeilde, zegt dat de grens tot in de jaren 70 niet meer was dan prikkeldraad. “Pas na 9/11 werd het idee om de grens in absolute zin te controleren een doctrine.”

De zuidelijke grens bestaat momenteel uit relatief korte stukjes hek die iets meer dan een vierde van de totale lengte beslaan. De bouw begon halverwege de jaren 90. Toen de angst toenam dat terroristen massavernietigingswapens zouden importeren, voerde het Congres de reglementering op. Amerikaanse burgers moeten daardoor al ruim tien jaar hun paspoort tonen als ze uit Mexico terugkomen, iets wat in het verleden niet hoefde.

In 2006 ondertekende de toenmalige president George W. Bush de Security Fence Act, die de toestemming gaf de grensmuur verder uit te bouwen, vooral in New Mexico, Arizona en Californië. Als er geen fysieke muur is, zoals op grote delen van de Texaanse grens, is er een virtuele muur van sensoren, vaste camera’s en ballonnen met nog meer camera’s, allemaal in het oog gehouden door de grenspolitie.

De Interstate 10, een snelweg die van west naar oost het land doorkruist, is de enige baan die de grens volgt, maar komt meestal niet in de buurt – je moet gebruikmaken van de schaarse kleinere wegen als je tot binnen een steenworp van Mexico wilt geraken.

2. ‘Breaking Bad’-land

Een kleine 50 kilometer ten oosten van Imperial Beach bevindt zich de kleine, geïsoleerde gemeente Tecate, Californië, met een populatie van amper 200 inwoners. Ze bestaat uit een paar vervallen huizen en een handvol onderkomen panden waar verzekeringen en vreemde valuta worden aangeboden. Er is ook een internationale grensovergang – naar de grotere stad Tecate in Mexico (65.000 inwoners). De vijf meter hoge ‘muur’ die de twee landen scheidt, is een mengeling van roestige latten en draden. Ik probeer de weg te nemen die op de kaart net naast het grenshek lijkt te lopen, maar stoot op een puinhoop waar geen doorkomen aan is.

Twintig minuten verderop ligt de stad Campo in Californië. Ze ligt afgelegen en voelt bij momenten aan als een spookstad. In het kantoor van de sheriff vraag ik hoe ik bij de muur kan geraken. Ik krijg te horen dat ik een pad moet volgen tot het doodloopt.

Als ik het hek bereik, stoot ik op een stenen monument dat het vertrekpunt van de Pacific Crest Trail aangeeft, de beroemde wandelroute die 4.265 kilometer noordelijker bij de Canadese grens eindigt. In het uur dat ik in Campo ben, zie ik geen agenten van de grenspolitie. Ze gebruiken tegenwoordig ondergrondse sensoren en verborgen camera’s – ik ga ervan uit dat ik in de gaten word gehouden.

Het landschap opent zich in oostelijke richting wanneer ik op de Highway 94 rijd. Een stalen afsluiting kronkelt zich kilometers ver een weg, klieft het lege gebied in twee, klimt wat verder een helling op en stopt dan abrupt – wellicht omdat de bouwheer oordeelde dat niemand op die hoogte de oversteek zal wagen.

Ik overnacht in Calexico, een ogenschijnlijk vredig grensplaatsje tegenover de Mexicaanse stad Mexicali. Dit is nieuw Breaking Bad-gebied. Het is hier – en in de Californische toegangspoorten San Ysidro en Otay Mesa – dat de Amerikaanse douane de jongste jaren de meeste methamfetamines onderschept. De hoogst verslavende synthetische drug ‘meth’ werd vroeger bijna volledig in de VS geproduceerd, maar sinds de verkoop van grondstoffen aan banden werd gelegd, wordt bijna 90 procent in Mexico gemaakt.

Een stuk grensmuur doorkruist de woestijn, ten oosten van Calexico, Californië. Beeld Getty Images

Calexico was in 2015 de plek waar voor het eerst een drugssmokkel per drone succesvol verijdeld werd. Agenten van de grenspolitie legden de hand op 13 kilo heroïne. “We hebben hun tunnels ontdekt, hun Cessna’s, hun jetski’s, hun panga’s (een soort boot, red.)”, zei een procureur destijds. “En nu hebben we hun drones ontdekt.”

Twee jaar geleden stootten de autoriteiten in Calexico op een tunnel onder een huis op een paar honderd meter van de grens. Hij kwam aan de andere kant uit in een restaurant in Mexicali, waar de politie 700 kilo marihuana vond, met een geschatte waarde van 6 miljoen dollar (5,28 miljoen euro).

3. Demonen

Het landschap verandert als ik de volgende ochtend verder rijd. De heuvels maken plaats voor zanderige vlakten bezaaid met groene creosootstruiken. Aan de controlepost van Ligurta, over de Colorado-rivier in Arizona, wordt chauffeurs gevraagd naar hun nationaliteit, terwijl Duitse herders de voertuigen besnuffelen op zoek naar drugs.

Van hier maakt de snelweg een bocht van 360 kilometer rond de Cabeza Prieta National Wildlife Refuge. Op de map ziet het er ondoordringbaar uit, maar hier bevindt zich ook El Camino del Diablo – de Devil’s Highway. Het is het decor van de gelijknamige non-fictiebestseller van Luis Alberto Urrea, waarin hij het verhaal vertelt van 26 mannen die hier in 2001 de VS binnen wilden geraken. Slechts twaalf van hen overleefden het. Tussen 1998 en 2017 stierven volgens Customs and Border Protection 7.216 mensen die vanuit Mexico de VS binnenkwamen.

Ten oosten van Cabeza Prieta ligt het Organ Pipe Cactus National Monument, een wildernis van 1.335 vierkante kilometer die 50 kilometer internationale grens met Mexico deelt. Ik parkeer de auto en maak een wandeling van acht kilometer.

In 2002 werd een 28-jarige ranger, Kris Eggle, hier neergekogeld door leden van een drugskartel die naar de VS gevlucht waren na een reeks moorden in Mexico. Het gevolg was dat het park tien jaar lang gesloten werd voor toeristen. Nu is het weer open, en het bezoekerscentrum is genoemd naar Eggle. Maar niet alleen drugssmokkelaars maken gebruik van de 250 kilometer aan illegale sluipwegen in het reservaat. In 2016 redde de grenspolitie 1.409 mensen en trof ze 84 lijken aan.

Wat later kijk ik vanuit de wagen door het grenshek naar de voorstadswijken van Sonoyta in Mexico. Veel migranten bereiden zich in die stad voor op de verraderlijke tocht door de woestijn. Het lijkt hier vredig, maar amper een jaar geleden werden in Sonoyta 22 hooggeplaatste leden van het Sinaloa-kartel opgepakt, een van de grootste en beruchtste Mexicaanse drugsbendes, die tonnen marihuana, heroïne, cocaïne en methamfetamine naar de VS exporteert.

Ik krijg bezoek van een combi van de grenspolitie. De chauffeur zegt dat ik anderhalve kilometer langs het hek kan rijden, maar dan terug moet draaien. “Neem niemand mee. En wees voorzichtig”, zegt hij.

Ik breng de nacht door in het dorpje Ajo. De volgende ochtend ontmoet ik Julian Rivas bij een tankstation/casino in de buurt genaamd Desert Diamond. Rivas (67) is een native American van de Tohono O’odham (letterlijk ‘woestijnvolk’), een stam die al meer dan duizend jaar in dit gebied woont. Hij weet nog dat hij als kind het gebied zo groot als de staat Connecticut per paard verkende en op hazen en herten joeg. Nu gaat dat niet meer. Leden van zijn stam worden al lang gepest door de grenspolitie. “Het is intimiderend”, zegt hij.

We rijden de oprit van een huisje op. Een bord op het hek waarschuwt: ‘US Border Patrol: verboden toegang zonder wettig huiszoekingsbevel’. Hier woont Rivas’ zus Ophelia. De Mexicaanse grens bevindt zich een paar honderd meter van haar huis.

Ophelia vertelt me dat de grenspolitie overal paden aanlegt en zo de habitat van dieren verstoort, ceremoniële begraafplaatsen schendt en planten verdelgt waarvan de Tohono O’odham voedsel en medicijnen maken.

Ze vertelt me het verhaal van een groep agenten die bij het huis van een vriendin was opgedaagd. Ze zeiden dat ze sporen hadden gevolgd en wilden weten of ze onderdak gaf aan illegale migranten. “Het waren haar eigen kinderen”, zegt Ophelia.

Tohono O’odham-indianen protesteren tegen de muur, die hun families uiteenrukt. Beeld AFP

Jaren geleden konden de Tohono O’odham ongehinderd naar het dorp van Ophelia’s vader, 25 kilometer verderop in Mexico, wandelen of rijden – het historische territorium van de stam ligt in de twee landen. Nu moeten ze gebruikmaken van officiële internationale grensposten om leden van hun stam in Mexico te zien. “En sommigen hebben geen papieren. Ik ben 60 jaar en heb geen geboorteakte, omdat we allemaal thuis geboren zijn.”

Sommige migranten komen hier illegaal naartoe om seizoensarbeid te doen. Maar Ophelia en haar broer beamen dat de kartels bijzonder actief zijn, met onder meer mensen- en drugssmokkel. “De wetteloosheid regeert in Mexico, en dat maakt het makkelijk voor hen om drugs naar de grens te brengen.” Twee jaar geleden namen de kartels het dorp van hun vader over. Leden van de Tohono O’odham die er leefden, vluchtten en keerden nooit meer terug. Hun vader is er begraven, maar ze kunnen zijn graf niet bezoeken. “Te gevaarlijk”, zegt Ophelia.

4. West- en Oost-Berlijn

In de stad Nogales in Arizona, een paar uur rijden van het reservaat, kun je op een steile heuvel naar de Mexicaanse zusterstad met dezelfde naam kijken. De steden zijn gescheiden door een zes meter hoog stalen hek. Ik maak er kennis met Ramon Lopez, een 38-jarige kraanbestuurder die al bijna zijn hele leven aan de Amerikaanse zijde van de grens woont. “In de jaren 80 was het gewoon een hek”, zegt hij. “Er zat een groot gat in, waardoor je heen en weer kon rijden. Je zei gewoon tegen de grenspolitie dat je even wat ging winkelen in Mexico, en die maakte daar geen probleem van. Mensen van de andere kant kwamen hier ook hun inkopen doen.”

Lopez woont en werkt in de VS, maar zijn vrouw en drie dochters leven in Mexico. Al zeven jaar bezoekt hij ze in het weekend. “Ik heb papieren voor hen geregeld om snel naar hier te komen, maar tijdens de week is het heel moeilijk. Zij is zwanger van ons vierde kind, en dus raakt de muur ons emotioneel hard. Het is als de scheiding tussen West- en Oost-Berlijn. Vroeger kon je door het hek met vrienden en familie praten – nu krijg je te horen dat je van het hek weg moet blijven. Ik kan ze door het hek zien, maar het is zwaar. Ze kunnen me niet vastpakken.”

Hij zegt dat de sans-papiers hoe dan ook een manier zullen vinden om in Amerika te geraken, wat Trumps regering ook doet om dat te verhinderen. “Het speelt geen rol of je die muur hoger of dikker maakt, of nog meer grenspolitie inzet. Wat je nu ziet, is dat ze wat verderop via de woestijn gaan. Het is niet meer dan een verspilling van federaal geld dat gemeenten zoals Nogales best kunnen gebruiken.”

5. Smokkeltunnels

Mark Dannels is de sheriff van Cochise County in Arizona. Zijn kantoor even buiten Bisbee, ooit een kopermijnstad waar toeristen neerstrijken om de victoriaanse huizen te bekijken, moet 135 kilometer grens in het oog houden. Dannels vertelt me dat de federale overheid zich in de jaren 90 vooral richtte op grote toegangswegen en dichtbevolkte gebieden – San Diego in Californië, Yuma in Arizona, El Paso in Texas. Het gevolg was dat veel smokkelroutes zich verplaatsten naar het landelijke zuidwesten. “Het uitgangspunt”, zegt Dannels, “was dat de organisaties en kartels niet via de bergen en de woestijn zouden gaan, maar we zijn gewoon een doorgangs­gebied geworden.”

Nu gaan boeren nog zelden zonder wapens het land op. We nemen plaats in een SUV, met tussen de voorzetels een rek met geweren met naar boven gerichte loop, en rijden naar een nabijgelegen grensovergang in het dorpje Naco. In de buurt van de grens stopt Dannels even om naar een bouwvallig huis te wijzen. “Zie je dat betonnen kot ernaast?”, vraagt hij. “Daar bevindt zich het einde van de langste tunnel aan de zuidwestelijke grens.”

In 2015, na een tip, omsingelden Dannels en zijn mannen het gebouw. Ze troffen er een tunnel van 275 meter aan, die onder het grenshek naar een klein gebouw in Mexico leidde. Het hydraulische systeem voor het betonnen luik werd vanop afstand in Mexico bediend. Ze arresteerden twee kartelleden en hielden op een snelweg in de buurt een voertuig tegen waarin twee ton marihuana zat. Wat verderop wijst hij naar een klein groen huis. “Dat werd gebruikt om kinderen te smokkelen. Het is een smerig spel.”

Dannels weet maar al te goed waartoe ze in staat zijn. In 2014 deed zijn zoon Justin, ook een politieagent, een auto stoppen. De chauffeur probeerde de jonge Dannels omver te rijden, Dannels trok zijn geweer en schoot hem dood. De man was verbonden met de kartels. “Binnen 24 uur belden mensen van zijn familie me op kantoor met de boodschap dat ze me gingen vermoorden”, zegt Dannels. Later die dag zag een buur een indringer in de achtertuin.

Hij besloot een sterk signaal te geven. Zijn huis en dat van zijn zoon werden de klok rond bewaakt. “Daarna brachten we een bezoek aan iedereen van wie we wisten dat ze connecties met de drugkartels hadden. We klopten op deuren. We bezochten in twee à drie weken meer dan honderd mensen en verrichtten een paar arrestaties. Dit soort mensen haat het dat hun business verstoord wordt.”

Maar het was hard. “Ik zag mijn schoondochter wenen, dat is emotioneel zwaar.” Dannels zegt dat hij niets heeft met politiek, maar hij gelooft dat een versterking van de grensafsluiting zal helpen. “Het kan me niet schelen wie president is, maar 80 à 90 procent van de illegale drugs in ons land komt via onze zuidelijke grens.”

Niet ver van de grensovergang in Naco bevindt zich de veeboerderij van John Ladd (61). Zijn familie boert hier al vier generaties. Hij toont me een stukje groen karpet met gaten in de randen waardoor een reep stof geweven is. “De grenspolitie is voortdurend op zoek naar voetafdrukken”, zegt hij. “Dus doen de illegalen dit aan hun schoenen om hun sporen te maskeren. Iedereen denkt dat die Mexicanen dom zijn, maar dat zijn ze niet. En het is big business. Het draait om veel geld, en ze zijn heel uitgekookt.”

Ladd, die pejoratieve termen zoals ‘illegalen’ en ‘wetbacks’ gebruikt om naar mensen zonder papieren te verwijzen, zegt dat de grenspolitie halverwege de jaren 90 200 à 300 mensen per dag onderschepte op zijn ranch. Nu zijn het er 30 à 50 per week. “Het is veel beter.” Hij denkt dat Trump zijn verkiezingsbelofte om de grens te versterken zal nakomen. “Tot Trump kwam, was de bouw van een muur een promotiestunt. Maar hij meent het.”

Ladd en zijn vrouw gingen naar Washington om de inauguratie van Trump bij te wonen, maar toch is hij niet de typische Trump-aanhanger. Hij weet nog dat ook in de jaren 60 en 70 mensen vanuit Mexico naar Amerika kwamen, maar dat daar geen spel van gemaakt werd. “Je had er misschien één of twee per maand. Je gaf ze eten, liet ze een nacht slapen, en de volgende ochtend wilden ze voor je werken, om je terug te betalen.”

Hij geeft zelfs toe dat Amerika het zal bekopen als ineens elke sans-papier gedeporteerd wordt. “Ons hele voedselsysteem – zaaien, planten, oogsten, verwerken, distributie – is compleet afhankelijk van illegalen. We zouden binnen een week verhongeren.”

Een grenspolitieagent boven de Rio Grande, de grens tussen Texas en Mexico. Het grootste gevaar vormen hier de drugskartels. Beeld Getty Images

6. Vlotten in de Rio Grande

New Mexico heeft maar een korte grens met Mexico: 300 kilometer. Er wonen amper mensen. Columbus, een dorp met 1.700 inwoners, ligt op een paar kilometer van de grens. Aan de Mexicaanse kant ligt Palomas (5.000 inwoners) tegen de 4,5 meter hoge afsluiting aan.

Bewoners vertellen over de nabijheid van de twee steden. Ondanks de veiligheidscamera’s, de grenspolitie en het hek die hen scheiden, trekken honderden kinderen – Amerikaanse staatsburgers die in de VS geboren werden, maar van wie de ouders Mexicaans zijn – de grens over om in Columbus naar school te gaan. Het is niet altijd een vredevol samenleven geweest. Zeven jaar geleden werden de voormalige burgemeester van Columbus, de voormalige politiecommissaris en nog een man schuldig bevonden aan grensoverschrijdende wapenhandel – ze verkochten geweren aan de kartels.

Het is laat als ik Texas binnenrijd. In 2004 was er historisch gezien betrekkelijk weinig geweld in Mexico. De kartels deden wat ze wilden en betaalden corrupte ambtenaren. Maar in 2006 verklaarde de nieuwe president, Felipe Calderón, de kartels de oorlog. Het geweld in de grensstreek keerde eens zo hard terug. Ciudad Juárez, een stad met 1,3 miljoen inwoners aan de andere kant van de grens tegenover El Paso in Texas, werd berucht als de gewelddadigste stad ter wereld.

In een bestek van vijf jaar werden 10.000 mensen gedood in Ciudad Juárez. Ironisch genoeg bestempelde de FBI haar zusterstad El Paso binnen haar grootteorde als de veiligste plek in de VS – een ongemakkelijke waarheid voor sommige parlementsleden die maar wat graag federaal geld naar de versterking van de grens zien vloeien.

Texas plaatst migranten, smokkelaars en grenspolitie voor andere problemen. De Texaans-Mexicaanse grens beslaat meer dan de helft van de volledige zuidgrens, en wordt afgebakend door de Rio Grande, de vierde langste rivier in Amerika. In Mexico staat hij bekend als de Rio Bravo. West-Texas is dunbevolkt, met grote lappen privélandbouwgrond. Ten oosten van El Paso ligt de bergachtige wildernis van Big Bend. Het is er stoffig en droog, en de zomertemperaturen lopen er op tot 40 graden.

Big Bend is een van Amerika’s meest geïsoleerde nationale parken. Toppen tot 2.500 meter hoog bieden een adembenemend zicht op de Mexicaanse bergketen Sierra del Carmen voorbij de Rio Grande. Het kleine Mexicaanse stadje Boquillas ligt aan de rivier. Decennialang konden mensen er per boot naartoe voor daguitstapjes. Na de aanslagen van 9/11 werd de grensovergang gesloten en trokken de inwoners van Boquillas weg. In 2013 ging de grens weer open. Stilaan komt het toerisme er terug.

Rio Grande Valley is de naam van de vier county’s in de uiterste zuidelijke punt van Texas. In Roma, tegenover de Mexicaanse stad Ciudad Miguel Alemán, ontmoet ik Marlene Castro, al twintig jaar grensagent. Ze zegt dat Roma een van de drukste plaatsen voor de grenspolitie in de vallei is. Meestal zijn het gezinnen of niet-begeleide minderjarigen die door mensensmokkelaars met opblaasbare vlotten naar de overkant van de rivier gebracht worden. Marihuana komt vaak op dezelfde manier het land in, cocaïne gaat meestal in grotere ladingen via de grote grensovergangen.

Vanuit onze observatiepost zien we een jonge man wat verder langs de rivier een klein vlot in het water duwen. Twee mensen klimmen erop en zitten op de kant, terwijl hij op zijn buik in het midden ligt en begint te peddelen. We springen in Castro’s SUV en stuiven erop af. Ze draait een pad op, springt uit de auto, rent in de richting van de oever en verdwijnt achter een bosje.

De twee passagiers zijn verdwenen. De veerman staat tot zijn middel in het water, tattoos duidelijk zichtbaar op zijn bovenlichaam, en houdt het vlot vast. Hij en Castro spreken in het Spaans met elkaar. Ik vraag haar wat hij zei. “Hij wil me zijn ‘grote’ edele delen laten zien”, zegt ze. “Ik zei hem: ‘Als je dan toch zo’n man bent, kom dan en toon ze aan me’.”

Dat wil hij niet. De wet schrijft voor dat je iemand niet kunt aanhouden als hij zich in het water bevindt. Hij peddelt gewoon terug naar Mexico. Castro zoekt tien minuten tevergeefs naar de twee anderen. “Hij liet de boot niet leeglopen, je weet dus dat hij het opnieuw gaat proberen”, zegt ze. “Het is een spel voor ze. Een spel voor ons allemaal. Maar wij worden ervoor betaald.”

Castro werd geboren in McAllen, niet ver hiervandaan, en is nooit uit de Rio Grande Valley weggegaan. Voor ze bij de grenspolitie kwam, werkte ze voor het sheriff’s department van Hidalgo County. Toen ze begon, waren de meeste mensen die ze oppakte ongewapend. “Vandaag is het een ander volk. Er zijn nog altijd mensen die naar hier komen op zoek naar werk of een ander leven, maar er is ook dat criminele element. Nu heb je ook smokkelaars, bendeleden, mensen met een misdaadverleden, verkrachters.”

Een collega informeert haar via de radio dat agenten een zwarte vrachtwagen achtervolgen op een snelweg in de buurt. Castro zet haar zwaailichten en sirene op en voegt zich bij vijftien andere voertuigen in de achtervolging. De vrachtwagen heeft twee mensen opgepikt die net de rivier waren overgestoken. Hij rijdt de snelweg af, een wijk binnen, verdwijnt en duikt wat later weer de snelweg op. Als hij vijf minuten later tot stilstand gebracht wordt, blijkt de menselijke vracht verdwenen.

Een vrouw en haar dochter uit Honduras wachten aan de grens met de VS, nadat hen de toegang tot dat land werd ontzegd. Beeld Getty Images

Een uur later worden we naar een plek langs de weg bij de rivier geroepen, waar drie mannen, een vrouw en haar tienjarige zoon zijn tegengehouden na hun overtocht. De moeder wil niet praten, maar een van de mannen vertelt me dat hij op weg was naar een stoeterij van racepaarden in een andere staat waar hij elk jaar werkt. Ik vraag hem hoelang hij waarschijnlijk vast zal zitten. “Een week”, zegt hij. En dan? “Dan probeer ik het opnieuw.”

Castro luistert naar de berichten op haar radio. Een paar kilometer verderop, aan de rivier, is gezien hoe een groep mannen pakketten in een bestelwagen laadde. Later die avond zie ik een truck van de grenspolitie een parkeerterrein naast een politiekantoor op rijden. Twee agenten laden 235 kilo marihuana uit. Op elk in cellofaan verpakt pakket staat ‘Flaco’ geschreven (‘magere’) – vermoedelijk de bijnaam van de persoon die de drugs moest ontvangen die nacht. In de ruimte hangt een dikke wietgeur als de pakketten gewogen worden. Later zullen ze verbrand worden.

7. Boca Chica

Mijn reis zit er bijna op. Ik neem de weg van de grote grensstad Brownsville – het laatste grote stedelijke centrum in het oosten – naar Boca Chica Beach aan de kust van Texas. Een geïsoleerde baan passeert verlaten, leemachtige velden. Ik rijd voorbij een checkpoint van de grenspolitie op het andere baanvak, waar auto’s die in westelijke richting gaan gecontroleerd worden.

De weg loopt dood op de Golf van Mexico. Ik parkeer op het zand en stap een uur lang naar het zuiden, tot waar de Rio Grande de oceaan in duikt. De monding van de rivier is niet breed, misschien vijftien meter. Aan de Amerikaanse zijde staan twee auto’s geparkeerd bij de duinen. Een handvol mensen is aan het vissen, hopend een zwartpunthaai aan de haak te slaan. Aan de Mexicaanse zijde van de rivier tel ik drie trucks, vijf auto’s en misschien twintig mensen die aan het vissen zijn, terwijl de kinderen in het zand spelen en muziek uit de trucks schalt.

Binnenkort staat ook hier mogelijk een stalen hek dat door het zand klieft en 90 meter ver de oceaan in loopt, zoals in San Ysidro, Californië, waar mijn reis begon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.