Zondag 18/04/2021

Langer leven laat ons lauw

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Paul Scheffer is Nederlands publicist, hoogleraarEuropese studies en auteur van onder meer Het landvan aankomst . Zijn column verschijnt voortaan tweewekelijks.

Markies de Condorcet wist het zeker: de vervolmaking van de mens gaat hand in hand met een steeds langere levensduur. Deze wiskundige en filosoof schreef aan het einde van de achttiende eeuw een onbekommerde lofzang op de vooruitgang: "Het moment zal dus komen dat de zon op aarde alleen nog maar schijnt op vrije mensen die geen andere meester erkennen dan hun rede." En daar hoorde ook een onbegrensde toename bij van de gezondheid.

Hij zou niet vreemd hebben opgekeken van de aankondiging dat de levensverwachting in België tussen 2000 en 2010 opnieuw snel is gestegen, ruwweg vergelijkbaar met de decennia daarvoor. De verwachting voor mannen ging vooruit met 2,6 jaar naar 77,2 en voor vrouwen met 1,5 jaar naar 82,4. Dat is een grote sprong in tien jaar tijd.

Waar Condorcet zich wel over zou hebben verwonderd is de lauwe reactie op die spectaculaire ontwikkeling. Je zou denken dat een doorgaande snelle groei van de levensverwachting grote krantenkoppen en enthousiaste uitwijdingen in de troonrede of een regeerakkoord zou opleveren. Toch was het geen groot nieuws.

Het zegt vast iets over het stijgen van mijn eigen levensjaren, maar die stilte is toch merkwaardig. Want wat vat de vooruitgang beter samen dan de verdubbeling van de levensverwachting in anderhalve eeuw: van gemiddeld minder dan 40 jaar naar meer dan 80 jaar? Dat is een triomf van de maakbare samenleving: aan ons langere leven is niets natuurlijks. Het vloeit voort uit een collectieve inspanning op het gebied van wetenschap, gezondheidszorg, arbeidsomstandigheden, onderwijs, voedselkwaliteit, openbare werken, en nog zo wat.

Lees het prachtige Koninkrijk vol sloppen van Auke van der Woud, die beschrijvingen aanhaalt van achterbuurten als de Jordaan in Amsterdam door Israel Querido rond 1900: "Eén geweldige menschenklis van duizenden en duizenden gezinnen bijééngeperst, boven, achter, voor, tegenover elkaar, omwemeld van kinderen en weer kinderen. (...) In beestelijke onverschilligheid leefden ze hun instincten rauw en hittig uit, ongedekt voor eenieder die hen waar wou nemen." Toen werd er nog veel en jong gestorven. In Brussel of Antwerpen was het niet anders.

Het zegt alles over de teloorgang van het vooruitgangsgeloof dat onze grootste verworvenheid inmiddels wordt gezien als onze grootste zorg. In het gesprek over de uitdijende ouderdom overheerst een sombere toon: wat is eigenlijk de meerwaarde van een leven dat steeds verder wordt opgerekt door medische mogelijkheden? Misschien naderen we het punt waarop de uitgestelde dood vooral als een last wordt ervaren. In ieder geval is het aantal ongezonde tegelijk met het aantal gezonde levensjaren toegenomen.

Ook de culturele gevolgen van de vergrijzing zijn problematisch. We leggen vanzelfsprekend een verband tussen een groot aantal jongeren en de wil tot verandering in een samenleving. Zie bijvoorbeeld de babyboom en de jaren zestig. Is het dan overdreven om een relatie te zien tussen een groeiende behoudzucht en het grote aantal ouderen? Een gevoel van verzadiging maakt zich breed, terwijl een veranderende wereld juist een beroep doet op bewegelijkheid.

Problemen zijn er genoeg. Neem de ongelijkheid die achter de cijfers over levensverwachting schuilgaat. Hoogopgeleide mensen leven gemiddeld vijf á zes jaar langer dan hun laagopgeleide medeburgers. Wordt gekeken naar de periode waarin mensen gezond leven dan zijn die verschillen nog groter. Het laat zien dat ook in een klassenloze samenleving de ongelijkheid schrijnend kan zijn.

Het is allemaal waar en verklaart waarom de vooruitgang momenteel een slechte pers heeft, beter nog, helemaal geen pers heeft. Wat voor Condorcet nog gold als een wenkend perspectief is inmiddels onze werkelijkheid van actieve stervensbegeleiding en sleetse verzorgingshuizen. Achter de gestegen levensverwachting gaat veel levensmoeheid schuil.

De ontnuchtering van de vooruitgang is begrijpelijk, maar is omgeslagen in een ontkenning van de vooruitgang. Dat heeft te maken met een gebrek aan historisch bewustzijn. We weten steeds minder wat er aan ons is voorafgegaan en daarom schatten we de tegenwoordige tijd niet naar waarde. Wanneer geklaagd wordt over het ontbreken van een verhaal in de politiek zou begonnen kunnen worden met de geschiedenis van leven en dood in deze contreien.

De geringschatting van de stijgende levensduur zegt ook iets over een samenleving waarin het vooral gaat over kosten en baten. Is de prijs van de vergrijzing niet veel te hoog? De koppen spreken boekdelen: 'Stijgende levensverwachting forse tegenvaller voor de pensioenfondsen.' En inderdaad de vergrijzing noopt tot aanpassing van de pensioenen of de gezondheidszorg. En wat dan nog: geld is toch niet het enige goed?

Condorcet was onwankelbaar in zijn hoop: "Is het eigenlijk wel zo absurd nu te veronderstellen dat er een tijd komt waarin de dood slechts het gevolg is van uitzonderlijke ongelukken of van de steeds tragere vernietiging van levenskrachten?" We wachten godzijdank niet meer op dag "dat de zon op aarde alleen nog maar schijnt op vrije mensen'". Maar een samenleving kan zich niet ontwikkelen zonder toekomstgericht idee. We mogen de stijgende levensverwachting wel wat luidruchtiger vieren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234