Vrijdag 18/10/2019

Analyse

Lang leve ons onderwijs, toch?

Beeld Eleni Debo

Ondanks doemberichten over ons onderwijs, behoren de Vlaamse leerlingen nog altijd tot de absolute wereldtop, toch wat wetenschappen, wiskunde en leesvaardigheid betreft. Tot die conclusie komt de OESO in haar zesde PISA-studie. Toch is dat niet meteen een reden om de kurken te laten knallen.

Hoera, onze kinderen zijn geniaal

Of toch zo'n 12 procent van hen. Want hoewel Vlaanderen iets minder goed presteert in vergelijking met de vorige studies, scoort in Europa niemand beter op het vlak van wiskunde en worden we wereldwijd alleen voorbijgestoken door enkele Aziatische landen. Ook voor wetenschappen (daaronder vallen de vakken fysica, biologie en chemie) scoort Vlaanderen uitzonderlijk hoog.

Wereldwijd staan de Vlaamse leerlingen op plaats tien in de PISA-studie - een driejaarlijks internationaal vergelijkend onderzoek naar het niveau van het onderwijs - in Europa halen ze brons. Qua leesvaardigheid is dat een tiende plek wereldwijd en een vijfde binnen Europa. Vlaanderen geeft zo niet alleen alle buurlanden ferm het nakijken, maar ook de rest van het land. De cijfers voor Vlaanderen, de Franstalige gemeenschap en de Duitstalige gemeenschap worden namelijk opgesplitst omdat ze alledrie een eigen onderwijsbeleid uitstippelen en dat laat zich voelen. Waar de pubers uit de Oost-kantons nog redelijk dicht op de hielen van de Vlaamse vrienden zitten, vertoeven de Franstalige adolescenten diep in de buik van het peloton.

Tot zover de pluimen voor het Nederlandstalige onderwijsbeleid, want de Vlaamse kopploeg mag dan 4 procent boven het OESO-gemiddelde uitsteken, de staart bengelt er zo'n vier procent onder. Liefst 17 procent van de Vlaamse 15-jarigen haalt de minimumlat niet voor wetenschappen, het domein waarop de studie dit jaar focust.

Het is dan ook die staart die grote zorgen baart. Sinds de vorige studie die focuste op wetenschappen, tien jaar geleden, is het aantal laagpresteerders met 5,5 procent toegenomen.

Ieder kind verdient een bijzondere aanpak

De cijfers zijn zorgwekkend genoeg om oranje knipperlichten te doen afgaan. Bij de slechtst scorenden valt de sociaal-economische situatie op als bepalende factor. Als Nederlands thuis de voertaal niet is, zakt de leerling automatisch een paar sporten op de ladder. Dat geldt net zo goed voor autochtone kinderen als voor kinderen uit gezinnen met een migratie-achtergrond. Is de voertaal ook geen Frans of een andere Europese taal, dan is de daling nog forser. Kinderen die thuis Turks spreken, presteren doorgaans nog een pak minder goed dan Arabisch sprekenden. "Vlaanderen zal de effectiviteit van een aantal instrumenten, zoals het GOK-beleid (Gelijke Onderwijskansen), grondig moeten herzien", zegt onderwijsspecialist Dirk Van Damme van de OESO.

Ann Van den Broek. Beeld RV

Voor Pedro De Bruyckere, pedagoog aan de Arteveldehogeschool, ligt een cruciale sleutel bij de leerkrachten. "We weten dat de leerkracht een van de grootste invloeden is in het leerproces. Helaas staan bij ons vaak de minst ervaren leerkrachten voor de moeilijkste groepen. Ook op dat vlak zijn we spijtig genoeg wereldtop."

De Bruyckere houdt daarom een warm pleidooi voor 'de juiste leerkracht op de juiste plaats'. "Zo kunnen wij nog een interessante sprong voorwaarts maken. Leerkrachten zouden moeten kunnen inschatten wat welke leerling nodig heeft en hun lessen daaraan aanpassen. Zowel voor de sterkere leerlingen als voor de zwakkeren."

Gedifferentieerd lesgeven dus, of adaptief zoals dat in het PISA-rapport heet. Het is een van de grote voorwaarden om goed te scoren in wetenschappen, blijkt uit de PISA-studie. Lessen moeten niet alleen aangepast worden aan de richting die de leerling volgt, maar ook binnen klasgroepen moet er aandacht zijn voor het verschil in niveau. Hoe beter de leerkracht daarop inspeelt, hoe beter het resultaat van de leerling. De kloof tussen het koppeloton en de staart is overigens niet de enige.

Er gaapt ook een afgrond tussen de prestaties van meisjes en jongens in de wetenschappelijke vakken. Jongens blijven de primussen, meisjes laten vakken als fysica en chemie nogal vaak siberisch. Ook dat is een klassieker.

Handen af van het ouderwetse onderwijs

Opvallend: hoe meer de leerkracht zelf de touwtjes in handen houdt, hoe meer de leerling daar ook van profiteert. Om het even extreem te stellen: beter een leraar die autoritair zijn fysicaleerstof doceert dan een klas die het bos intrekt om daar de wetten van Newton persoonlijk uit te testen.

Beeld Eleni Debo

Dat laatste, het ervaringsgericht en projectmatig leren is nochtans de trend, maar het is de klassieke op kennis gerichte lesmethode die aan de eindmeet de meest gunstige effecten heeft. De ervaringsgerichte aanpak heeft in de wetenschappelijke vakken zelfs een ronduit negatieve uitwerking op hoe goed de leerling de stof uiteindelijk blijkt te beheersen.

Toch wil minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) het ervaringsgericht leren niet in de vuilnisbak kieperen. "We weten dat het ene vooral werkt om een kennisbasis mee te geven en het andere jongeren 'goesting' kan geven in de theorie", bepleit de minister dat de twee hand in hand moeten kunnen gaan.

Moeten we het secundair onderwijs nog wel hervormen?

"Sommige dingen doen we heel goed. Die mogen we niet kapot maken", zegt De Bruyckere. "Maar niks doen is natuurlijk ook geen optie." Hij vat daarmee zowat de kern van de geplande onderwijshervorming samen. Of wat er nog van overblijft. Want van de grootse revolutie die eens gepredikt werd, is niet zo heel veel overgebleven en wat er nog wel van rest, lijkt nu wonderwel aan te sluiten bij de pijnpunten die de PISA-studie blootlegt. De aandacht zal meer komen te liggen op wetenschap en techniek en differentiatie, of adaptief leren zo u wil, wordt het codewoord. "De sterkeren moeten uitgedaagd worden en de zwakkeren moeten tijdens de lesuren bijgespijkerd worden", zegt Crevits. "We zien dat steeds meer scholen hiermee aan de slag gaan."

Remy Amkreutz. Beeld KOS

De minister van Onderwijs wijst er ook fijntjes op dat het maar goed is dat die grootse hervorming van het secundair onderwijs, zoals haar socialistische voorganger Pascal Smet die uittekende, er niet zal komen. Finland, ooit hét gidsland op het vlak van innovatief onderwijs, betaalt nu een prijs voor gelijkaardige hervormingen.

Ook al is het inperken van die hervorming veel meer de verdienste van coalitiepartner N-VA met hun eeuwige mantra 'tene quod bene' (behoud wat goed is), dan van bevoegd minister Crevits zelf. Het is onder zware druk van de Vlaams-nationalisten dat CD&V deze legislatuur haar engagement uit de vorige legislatuur herzien heeft.

De conclusies van de PISA-studie mogen wel in lijn liggen met het beleid dat op tafel ligt, een cadeau is het niet voor minister Crevits. Alsof de onderhandelingen over het loopbaanpact voor leraren en de onderwijshervorming nog niet stroef genoeg lopen, zullen de resultaten van de PISA-studie sowieso extra discussie veroorzaken. Het Gemeenschapsonderwijs (GO!) gaf gisteren al meteen een schot voor de boeg door weer de nadruk te leggen op een brede eerste graad en bijkomende eisen te formuleren over onder meer de samenstelling van de schoolpopulaties. Heikele extra's als een hogere eisenstandaard voor leerkrachten zijn daarbij niet meteen het beste glijmiddel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234