Zondag 08/12/2019

Extremisme

Lang leve het populisme

Donald Trump, grote kanshebber om presidentskandidaat voor de Republikeinen te worden.

Hun kiezers zijn een beetje dom en zelf zijn ze gevaarlijk. Dat is althans wat de politieke mainstream ervan vindt. Zijn extreme stemmen zoals die van Donald Trump, Geert Wilders en Marine Le Pen een bedreiging voor de democratie? Of is het ook gezond dat het debat zo scherp mogelijk wordt gevoerd? De vraag stellen is ze beantwoorden.

Het is een typisch linkse denkfout, en ze slaat de laatste tijd weer volop toe: de stiekeme overtuiging dat rechtse mensen dom zijn, en harteloos, en eigenlijk gewoon slecht. Neem nu de noodkreet die de Gentse arts en hoogleraar Jan De Maeseneer onlangs in De Standaard slaakte. Hij had een enquête gehouden bij studenten geneeskunde en daaruit bleek dat die nogal rechts zijn tegenwoordig: bijna de helft stemt voor N-VA of Open Vld, en 7 procent kiest voor Vlaams Belang. Zeer zorgwekkend, vindt De Maeseneer.

Hoe rechtser iemand stemt, hoe dommer en slechter hij is. Volgens links, tenminste. Wie in Nederland voor Geert Wilders of in Frankrijk voor Marine Le Pen kiest, laat zich ofwel mísleiden door de demagogie (dom!) of vérleiden door het fascisme (slecht!). De kiezers van Donald Trump in de Verenigde Staten zijn het allebei: dom en slecht. Trump zelf is dan weer een gevaarlijke gek: misschien wel sluw, maar zeker ook slecht.

Links vindt zichzelf nogal vaak moreel superieur. Alsof de rationele burger die begaan is met het algemeen belang eigenlijk alleen maar links of centrumlinks kan stemmen. Wie rechts stemt, laat zich niet leiden door zijn verstand, maar door angst, haat, onzekerheid. Het verstand zegt links, het buikgevoel zegt rechts. Aldus de consensus op links.

Daar komt nog iets bij. Behalve dom en slecht wordt het rechtse populisme ook vaak een bedreiging voor de democratie genoemd. Schrijver dezes heeft dat zelf ooit gedaan. Toen Jean-Marie Dedecker ruim tien jaar geleden oprukte in de vaderlandse politiek, schreef ik eens dat hij "potteke stamp" speelde "op het voetbalveld van de democratie". Lees: hij speelde vals en mocht dus eigenlijk niet meedoen. Voor het Vlaams Blok, later Vlaams Belang, gold dat in nog veel grotere mate, uiteraard.

Maar deugt die redenering nog? Klopt het dat extreemrechtse of populistische stemmen de democratie per se in gevaar brengen? Of is het tegendeel waar, zoals opiniemaker Johan Sanctorum deze week schreef op de website doorbraak.be? Volgens Sanctorum zijn populisten "disruptieve spelers", ofwel "buitenbeentjes die inbreken in het systeem, met een ander discours, een andere strategie, waardoor het normale spel uit zijn hengsels dreigt gelicht te worden". En die buitenbeentjes zijn volgens Sanctorum "nodig, nuttig en essentieel voor de democratie". Een uitdagende gedachte. Heeft hij gelijk?

FN-leider Marine Le Pen. Beeld JEAN-FRANCOIS MONIER/AFP

Consensus versus conflict

Het korte antwoord is volgens mij: ja. Ik ben vandaag geneigd om te denken dat extreme stemmen behalve een mogelijke bedreiging ook een zegen zijn voor de democratie. Laat de meningen maar botsen. Dat is gezond. We zijn een beetje te preuts geworden in dat opzicht, vind ik. We discussiëren te vaak met dichtgeknepen bilnaad. Het mag er in ons maatschappelijk debat best wat heftiger aan toe gaan dan momenteel het geval is.

Dat voortschrijdende inzicht heb ik te danken aan Chantal Mouffe, de Belgische filosofe die wereldfaam verwierf met haar visie op politiek. Volgens Mouffe baden onze westerse democratieën al veel te lang in een soort consensus: politici proberen elkaar te vinden in het centrum, om zo samen op rationele wijze het algemeen belang na te streven.

En dat is onmogelijk, zegt Mouffe. Er zijn diepe conflicten die we nooit zullen oplossen. Die zetten de democratie niet op het spel, integendeel, ze zijn er de bestaansvoorwaarde van. De democratie is een optelsom van conflicten, geen consensusfabriek. Daarom is het zo'n mooie uitvinding: de democratie verandert vijanden in tegenstanders. Het conflict blijft, maar in plaats van elkaar de kop in te slaan, bekampen we elkaar met woorden. En de machtsoverdracht verloopt vreedzaam: ook als Donald Trump straks de nieuwe Amerikaanse president wordt, zal Barack Obama aanwezig zijn op de inauguratie.

Tussen haakjes: geweldloosheid is uiteraard essentieel. Als Trump tussen neus en lippen eigenlijk bijna oproept tot "rellen" als hij straks op de Republikeinse conventie niet officieel als presidentskandidaat wordt aangeduid, gaat hij te ver. Ook in Europa moeten de anti-islampredikers hun troepen veel beter in bedwang houden. Geert Wilders en zijn collega's moeten elke aanslag op een asielcentrum of moskee keihard veroordelen.

Maar het debat mag, moet feller. Het succes van de rechtse populisten is volgens Mouffe nu net een gevolg van "het ontbreken van een levendig democratisch debat". En de morele verkettering van tegenstanders maakt het volgens haar alleen maar erger. Even terzijde: Mouffe was een inspiratiebron voor oud-politicus Jos Geysels, initiatiefnemer van het cordon sanitaire rond het Vlaams Blok/Belang, die de democratie ook graag "een georganiseerd meningsverschil" noemt. Toch is Mouffe zelf fel gekant tegen dat cordon. Een politiek gevecht mag volgens haar nooit een moreel gevecht zijn. De tegenstander is geen slechte mens, maar gewoon iemand met een andere mening.

PVV-boegbeeld Geert Wilders. Beeld Phil Nijhuis

Meer bandbreedte, graag

Daar moet links nog aan wennen: aan het feit dat rare, tegendraadse, lastige meningen er gewoon bij horen. Ook de mainstream media zouden wat meer bandbreedte kunnen toelaten op hun opiniepagina's. Bijvoorbeeld als het over de Europese Unie gaat. In principe zijn alle klassieke partijen, inclusief Groen en N-VA, voorstanders van de EU. De tegenstand zit in de Lage Landen bij Vlaams Belang en Geert Wilders. Die zijn, zeggen ze, "voor Europa, maar tegen de EU" - Wilders wil zelfs de gulden terug. Hun gids is Thierry Baudet, die in Nederland een referendum afdwong over het samenwerkingsverdrag van de EU met Oekraïne, waarvoor onze noorderburen in april naar de stembus trekken.

Baudet is een prikkelende denker die iedereen moet lezen, vooral zijn tegenstanders. In het boek Oikofobie waarschuwt hij ons voor de Europese droom van bevlogen politici zoals Guy Verhofstadt. "Een van de belangrijkste overtuigingen van voorstanders van de EU is dat deze organisatie vrede zou hebben gebracht", schrijft Baudet. "De nationale staten zouden zonder de EU weer met elkaar in oorlog verzeild geraken. Maar dat berust op een misvatting. Nationalisme leidt niet tot oorlog. Imperialisme leidt tot oorlog. De ambitie om een Europees rijk te vestigen leidt tot oorlog. De ambitie om verschillende volkeren in een keurslijf te persen leidt tot oorlog. Het is de Europese eenwording, kortom, die leidt tot oorlog." En hij voegt daaraan toe: "Fascisme en nationaalsocialisme waren beide expliciet gericht op Europese eenwording."

Ja, dat is een reductio ad Hitlerum. Foei! Maar Baudet gooit wel een nieuw licht op een oud en versleten debat. Hij daagt de Europese dromers uit om de eigen positie beter te verdedigen. Dat is één van de voordelen van een haast onbegrensde vrije meningsuiting: wie zich consequent blootstelt aan de felste tegenstand, is verplicht om voortdurend op zoek te gaan naar nieuwe en betere argumenten voor de eigen overtuigingen. Zelfs als één persoon op deze wereld er een afwijkende, misschien zelfs immorele mening opna houdt, moet die mening gehoord kunnen worden, vond de 19de-eeuwse liberale filosoof John Stuart Mill. Een overtuiging die niemand meer ter discussie stelt, wordt volgens Mill een "dood dogma" in plaats van een "levende waarheid".

Mill gaat nog verder. Hij laat ruimte voor de mogelijkheid dat die ene afwijkende stem misschien wel gewoon gelijk heeft, en dat de rest van de wereld zich vergist. Toegepast op het EU-debat: wie zegt dat die eurosceptische populisten het niet bij het rechte eind hebben? Thierry Baudet legt in elk geval een pertinente vraag op tafel: kunnen utopisten zoals Verhofstadt niet gevaarlijk worden in hun eenmakingszucht? Het antwoord is uiteraard: ja, een utopie kan razend gevaarlijk zijn - men leze het eerste het beste geschiedenisboek. Maar hoe vaak horen we die vraag van Baudet in onze media? Niet zo vaak. Ze valt immers buiten de consensus. Of het moest zijn dat Bart De Wever ze stelt.

De kiezers van Donald Trump: "dom en slecht". Beeld ap

Radicaal of extreem

Zelfs zijn tegenstanders moeten toegeven dat Bart De Wever een grote verdienste heeft: hij bracht pit in het debat en durft tegen de mainstream in te gaan. Alleen al daarom noemen velen ook hém een populist. De Wever bood de kiezers van Vlaams Belang wel een alternatief met het "fatsoenlijk rechts" van de N-VA. Als erfgenaam van de Volksunie past zijn partij ook op de klassieke politieke landkaart, waar liberalen, socialisten, christendemocraten, groenen en Vlaams-nationalisten elk hun eigen plek innemen.

Met al die andere fenomenen op rechts weten we nog geen blijf. Als ze de democratie al niet bedreigen, dan zeker de klassieke democratische schema's. Ze hebben vandaag nog geen plek gevonden op de landkaart van onze westerse democratieën. Het Vlaams Blok was een racistische partij, maar wat is Vlaams Belang nu precies? Nog altijd racistisch? Dat zegt bijna niemand nog. Gewoon extreemrechts, dan? Radicaal rechts? Populistisch? Of noemen we het VB best gewoon een antimigratiepartij? Idem dito voor de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders, het Front National van Marine Le Pen en Alternative für Deutschland.

Toen die laatste partij eerder deze maand doorbrak in Duitsland, raakten de krantenkoppen het niet eens: AfD werd "extreemrechts" genoemd, maar evengoed "eurosceptisch", "populistisch" en "populistisch rechts". Hetzelfde probleem stelt zich aan de linkerkant: noemen we partijen zoals Syriza, Podemos, de Nederlandse SP en de Belgische PVDA best "extreemlinks", "radicaal links" of "populistisch links"?

Geert Wilders. Beeld Hollandse Hoogte

Misschien dekt "populistisch" de lading nog het beste. Een populist is iemand die roept dat het establishment niet deugt en claimt namens het volk te spreken. "Wir sind das Volk", klinkt het bij de anti-islambeweging Pegida, al is dat iets te hoog gegrepen, gelet op het feit dat ze onlangs met pakweg honderd man in Antwerpen betoogden terwijl das Volk massaal, met vele duizenden tegelijk, op koopjesjacht was.

Het is nu acht jaar geleden dat de Vlaamse schrijver David Van Reybrouck zijn Pleidooi voor populisme publiceerde, maar de tekst blijft actueel. Van Reybrouck vindt dat we het populisme als politieke stroming beter moeten leren begrijpen. Er bestaat wel degelijk zoiets als "duister populisme", schrijft hij, dat "antidemocratisch en antiparlementair" is. Maar behalve de gebruikelijke parallellen met het nazisme ziet Van Reybrouck ook een overeenkomst tussen het rechtse populisme vandaag en het socialisme een dikke eeuw geleden. "Misschien is populisme niet zozeer een ernstige ziekte binnen een gezonde democratische politieke cultuur", schrijft hij, "maar doemt het pas op wanneer de heersende politieke cultuur zelf verzwakt of ziek is".

Met de term "ziekte" verwijst Van Reybrouck naar de analyse van liberaal Karel De Gucht, die het populisme ooit "een schimmel" noemde. Van Reybrouck vraagt zich af: "Wat is het verschil tussen een Karel De Gucht, die het populisme omschrijft als 'een hardnekkige schimmel die telkens weer opduikt', en een paus Leo XIII, die het socialisme typeerde als 'een dodelijke kwaal die het merg van de menselijke samenleving aanvalt'? Geen, met dien verstande dat Leo XIII zich vervolgens wijdde aan de arbeider en zijn extreem belangrijke encycliek Rerum Novarum schreef, terwijl De Gucht zijn schouders ophaalde voor de bange, boze en misnoegde laagopgeleide."

Morele smaakpapillen

Van Reybrouck wilde met zijn analyse van het populisme onder meer ook aantonen dat we vandaag in een "diplomademocratie" leven. Politici hebben te weinig aandacht voor de verzuchtingen van laagopgeleide kiezers. Dat leidt tot boosheid, rancune en - om nog eens de term van Johan Sanctorum te gebruiken - "disruptief" stemgedrag. Zo spreekt Donald Trump in de VS een publiek aan dat anders nooit naar de stembus zou trekken, wat zonder meer winst is voor de Amerikaanse democratie. Toch?

Hier ligt die typisch linkse denkfout weer op de loer: de overtuiging dat sommige kiezers eigenlijk te dom zijn om ten behoeve van het algemeen belang een nuttige, constructieve en weloverwogen stem uit te brengen. Of, iets vriendelijker geformuleerd: dat sommige kiezers onvoldoende geïnformeerd zijn om te weten waarvoor ze stemmen. Zeker "rationeel" links voelt zich superieur aan "emotioneel" rechts. Al bestaat het omgekeerde ook: rechtse "realisten" die linkse "naïevelingen" een beetje dom en achterlijk vinden. De hoogmoed woekert overal.

Maar vooral links heeft een te hoge dunk van zichzelf, vindt de Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt. In zijn boek The Righteous Mind uit 2012 onderzoekt hij waarom "goede mensen" zo verdeeld worden door politiek en religie. Haidt bekent dat hij vroeger dacht dat het conservatisme bijna een soort mentale afwijking was, dat de Republikeinen een beetje gek waren. Zijn onderzoek deed hem van mening veranderen.

Beeld afp

Het is geen kwestie van verstand, schrijft Haidt. Het ligt aan onze morele smaakpapillen. Linkse en rechtse mensen, conservatieve en progressieve kiezers, hebben verschillende gevoeligheden. Haidt gebruikt een kip om dat duidelijk te maken. Is het verkeerd, vraagt hij, om seks te hebben met een dode kip? Een progressief iemand zal sneller geneigd zijn om daar geen probleem van te maken: de kip is dood, en als de dader er niemand anders mee lastigvalt, zal niemand er schade van ondervinden. Moet kunnen, dus.

Wie veeleer conservatief is aangelegd, zal seks met een dode kip misschien wél veroordelen: zelfs als niemand het gezien heeft, is het toch ongepast en onterend. Hetzelfde geldt voor incest tussen broer en zus. Als beide partijen volwassen zijn en met wederzijdse toestemming vrijen, zonder het risico te lopen dat er kinderen van komen, dan zal een progressief iemand uiteindelijk misschien moeten toegeven dat er niet echt een groot probleem is. Wie conservatief is, zal incest nooit aanvaarden.

Voor de goede orde: spontaan huivert haast iedereen bij de gedachte aan seks tussen broer en zus. En dat toont aan, schrijft Haidt, dat we onze morele oordelen niet baseren op ratio maar op intuïtie. Dat doen we allemaal, van links tot rechts. We hebben alleen andere smaakpapillen. We hechten meer of minder belang aan gelijkheid, of vrijheid, of loyauteit, of autoriteit, of stabiliteit van de groep. Maar bij iedereen geldt: eerst is er de intuïtie, dan pas komt de rationele verantwoording. Bij rechts, maar ook bij links. Kort door de bocht: we worden niet links of rechts omdat we daar argumenten voor hebben, we bedenken argumenten om uit te leggen waarom we links of rechts zijn.

Wie gelooft dat hij of zij een uitzondering is op deze regel, moet Ons feilbare denken van de Israëlische psycholoog Daniel Kahneman eens lezen. Dat irrelevante en irrationele factoren een rol spelen bij ons stemgedrag, is waar, schrijft Kahneman: "Dat niet geloven is geen optie. U hebt geen andere keuze dan te aanvaarden dat deze conclusies waar zijn. Nog belangrijker, u moet aanvaarden dat ze waar zijn over ú."

De gevaarlijke democratie

Mocht Charles Darwin nog leven, hij zou ook een goed boek over politiek en populisme kunnen schrijven. Want uiteindelijk liggen daar de wortels van ons stemgedrag - in onze evolutionaire voorgeschiedenis. Rechts populisme beantwoordt aan een verklaarbaar verlangen naar grenzen, stabiliteit van de eigen groep en bijbehorend leiderschap. Dat verlangen valt niet weg te denken of weg te redeneren. Al hoeft links daarom niet te wanhopen: ook de neiging om solidair te zijn met zwakkeren is bij de meesten onder ons sterk verankerd en kan door bekwame politici worden aangeboord. De geschiedenis leert trouwens dat we onze morele cirkel steeds verder kunnen uitbreiden. En dat we instellingen kunnen bouwen die ons behoeden voor catastrofale ontsporingen.

Londens burgemeester Boris Johnson. Beeld epa

Dat moet onze beveiliging zijn. Onze instellingen moeten ons als het ware beschermen tegen onszelf. Niet alleen tegen populisten, maar tegen de democratie. Strikt genomen kan die niet bedreigd worden door kiezers of verkozenen. Het is de democratie zelf die potentieel gevaarlijk is.

Ook dat is een cruciaal inzicht van onder meer Chantal Mouffe. In een democratie heeft de meerheid het voor het zeggen. En dat kan zeer slecht nieuws zijn voor de minderheid. Gelukkig hebben we een rechtsstaat om ons tegen machtsmisbruik van die meerderheid te beschermen. In onze liberale democratie heeft ieder individu dezelfde rechten. Als Donald Trump straks moslims anders wil behandelen dan niet-moslims, zal hij frontaal botsen met de robuuste Amerikaanse grondwet. Bij ons heeft het Vlaams Blok/Belang veel impact gehad op het debat en het beleid, maar finaal is de partij tot gehoorzaamheid gekneed door het parlementaire systeem en de procedures van de rechtsstaat.

Uiteraard kan de rechtsstaat aan het wankelen worden gebracht. Maar daar hebben we geen populisten voor nodig: als de Kamercommissie Terreur straks haar zin krijgt, zal de politie - ja, ook de Antwerpse politie - ons binnenkort geen 24, maar 48 of 72 uur lang kunnen vasthouden zonder dat er een rechter aan te pas moet komen.

Misschien moet dat ook een les zijn van die vermaledijde populisten: in plaats van hen voortdurend achterna te lopen, zouden andere partijen beter de rechtsstaat versterken, om ons alvast te wapenen voor de toekomst. Dát zou pas een zegen zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234