Donderdag 29/10/2020

Landverrader, slachtoffer of held?

Op de eindeloze wegen van Quantico, de uitgestrekte marinebasis die verscholen ligt in de bossen van de Amerikaanse staat Virginia, kun je lang rondrijden zonder iemand tegen te komen. Hier en daar zijn open plekken met schietbanen te zien. Af en toe is er een doffe knal te horen. In een berm plukt een gier aan een kadaver. Bij een paar bakstenen gebouwen demonstreren potige mariniers hoe je met een enkele vliegensvlug uitgevoerde schop een aanvaller met mes kunt overmeesteren. Uit de verte lijkt een van de gebouwen tralies voor de ramen te hebben.

Zit hij daar? Nee, zegt luitenant Brian Villiard, daar zit hij niet.

Het is begin april. Bradley Manning, de 23-jarige soldaat die op weg is om Amerika’s beroemdste gevangene te worden, bevindt zich elders op de basis in de brig, de militaire gevangenis. Ergens tussen al die bomen bevindt zich de cel van ongeveer 1,8 bij 3,6 meter waar al tien maanden de man vastzit die ervan verdacht wordt staatsgeheimen te hebben gelekt naar de klokkenluiderssite WikiLeaks.

Eenzaam opgesloten, 23 uur per dag. In dat ene resterende uurtje draait hij in een lege kamer eentonige rondjes in de vorm van een acht.

Journalisten worden bij hem weggehouden. Hoe een dag in het leven van gevangene Manning eruitziet in Quantico, staat te lezen op de site van zijn advocaat David Coombs. Andere gedetineerden ziet of spreekt Manning niet. De bewakers zeggen niks tegen hem. Wel vragen ze om de vijf minuten of hij oké is. Hij moet antwoorden. Als de bewakers hem ’s nachts niet goed kunnen zien, maken ze hem wakker om te controleren of alles in orde is. Lakens en een kussen mag hij niet, alleen een deken. Sinds kort heeft hij een nieuwe matras met ‘ingebouwd’ kussen. ’s Nachts moeten de kleren uit. Om niet naakt te hoeven slapen, heeft hij een ‘onscheurbare’ kiel.

SPECIAAL GEVAL

Manning is een eigentijdse Jakow Bok, de gevangene van de Russische tsaar in het boek De Fikser van Bernard Malamud. Ook Bok zat alleen in de cel. “Leven zonder nu en dan wat praten met anderen is niet uit te houden”, zei hij, wachtend op een aanklacht die niet kwam. “Hij wachtte met maanden, dagen, minuten op zijn zware hoofd en met de zich steeds herhalende kringloop van licht en donker bovenop de lange en korte stukken tijd. Hij wachtte terwijl de verveling haar vingers in zijn keel stak.” Bok was bang dat hij krankzinnig zou worden en van alles zou bekennen. “Hij worstelde met zichzelf, schreeuwde zich toe dat hij zijn verstand moest bewaren, dat hij in het duistere, verwarde middelpunt van zijn geest een kaars brandende moest houden.”

Manning wordt niet mishandeld, verzekert luitenant Villiard, terwijl hij heen en weer wiegt in het gangpad van de bus die de journalisten vervoert die op deze zonnige maar frisse aprildag komen kijken naar The Making of a U.S. Marine Officer. Manning, zegt hij, is een speciaal geval. Omdat de aanklacht speciaal is en vanwege speciale medische informatie. Hij wordt niet anders behandeld dan anderen in dezelfde speciale situatie. Punt. De luitenant bedient zich van de staccato dictie die onder militairen gebruikelijk is en voortvloeit uit een huislogica die zo strak is dat ze als een bunker elke vorm van twijfel moet afweren, want dat werkt niet in de strijd.

De speciale omstandigheden houden in dat Manning in Quantico onder het strengste gevangenisregime valt en voortdurend gecontroleerd wordt zodat hij zich niet kan verwonden (‘prevention of injury’). Volgens de gevangenispsychiater is er geen gevaar voor zelfverwonding, maar hij slaagt er niet in door het Pentagonpantser te breken.

In maart noemde een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken de behandeling “belachelijk en contraproductief en dom”. Hij werd ontslagen. De VN-rapporteur voor marteling wilde Bradley Manning alleen spreken. Mocht niet. President Obama omschreef de behandeling van de gevangene kortweg als “gepast en in overeenstemming met onze basisnormen”.

Maar wat niemand begin april weet, is dat onder de oppervlakte scheuren ontstaan in het onwrikbare regeringsstandpunt. In het weekeinde van 10 april werd een brief bekend van 250 rechtsgeleerden, die Mannings behandeling “onwettig en immoreel” noemden. Ze veronderstelden dat Manning het aas is waarmee wordt geprobeerd Julian Assange, de baas van WikiLeaks, te vangen. Volgens de Amerikaanse wet is de persvrijheid heilig. Het lekken van geheime documenten is strafbaar, maar de publicatie ervan niet. Als Manning zo onder druk kan worden gezet dat hij getuigt dat Assange hem heeft geholpen bij het illegaal downloaden, dan is er eindelijk een grond om de Australiër te vervolgen.

De brief moet hard zijn aangekomen bij Obama. Allereerst omdat de ondertekenaars zich afvragen of zijn gedrag als opperbevelhebber de toets van het elementaire fatsoen nog wel kan doorstaan. Maar vooral ook omdat een van de rechtsgeleerden Obama’s vroegere professor aan Harvard is.

Of het één het gevolg is van het ander weten we niet, maar op 20 april werd Manning overgeplaatst naar Fort Leavenworth in Kansas. Daar mag hij eten in de eetzaal, drie uur per dag binnen en buiten aan sport en ontspanning doen en contact hebben met andere gedetineerden. Volgens Amnesty International is de overplaatsing een gevolg van de druk, maar toch wil de mensenrechtenorganisatie niet te vroeg juichen: “We blijven nauwgezet volgen hoe hij behandeld wordt.”

Want Manning verdeelt Amerika. Voor de een is hij een held of slachtoffer, voor de ander een landverrader. En hoewel het erop lijkt dat de tsaar, Obama, dit keer mededogen boven recht heeft doen gelden, blijft de profeet van de transparantie een havik in het aanpakken van overheidspersoneel dat lekt. Hij is twee jaar president en inmiddels lopen er vijf strafrechtzaken wegens lekken, tegenover drie gevallen in de 40 voorgaande jaren.

De zaak-Manning is nog lang niet ten einde. Nick Richardson is een van de mariniers die op Quantico hun vechtsportvaardigheden demonstreren. De 26-jarige heeft een open, schrander gezicht. Hij is klein van stuk en een en al spier. Hij vocht in Irak en is zichtbaar trots op zijn beroep. Hij komt uit Oklahoma, net als Manning. Zijn vader zat bij de marine, net als die van Manning. Daar houden de overeenkomsten op, ze kennen elkaar niet, maar de levens van deze jongens vertellen elk op hun eigen manier het verhaal van Amerika.

‘HELPEN VAN DE VIJAND’

Op de hoek van 23rd Street en Broadway in Oklahoma City verzamelen aanhangers van Manning om half vijf ’s middags voor een demonstratie. Zes mensen, onder wie James Branum, die met een professorale pijp op de fiets komt aangereden. De zon schijnt en het is warm op een van de drukste kruispunten van de stad, waar een bloemperkje een hopeloze poging doet om de omgeving op te fleuren.

Oklahoma City heeft geen voetgangers, iedereen verplaatst zich met de auto. Lastig voor wie een boodschap wil overbrengen. Bovendien is Oklahoma een van de godvrezendste, conservatiefste en vaderlandslievendste Amerikaanse staten. Pro life, pro gun, pro militairen. De gesp van de ‘Bijbelgordel’. Durf daar maar eens begrip te vragen voor een soldaat die is aangeklaagd wegens “het helpen van de vijand”.

Branum en de zijnen roeien echter graag tegen de stroom in. Ze roepen automobilisten met hun protestborden op te toeteren als ze het eens zijn met de leuzen voor Manning en tegen de oorlog. En getoeterd wordt er volop, al is niet altijd duidelijk of dat uit steun of aversie is, of gewoon omdat Amerikanen meer nog dan Italianen van claxonneren houden.

Een van de demonstranten, de 61-jarige onderwijzeres Fannie Bates, beschouwt Manning als een kwetsbare jongen, die als militaire informatieanalist in Irak op videobeelden zag hoe mensen werden gedood. Hij kreeg gedragsproblemen en viel een andere militair aan. “Ze namen zijn geweer af, maar niet zijn bevoegdheid om bij geheim materiaal te komen. Hij was gewoon een emotioneel labiele, onschuldige jongen, die nu gemarteld wordt. De generaals zouden voor de krijgsraad moeten verschijnen. Zij lieten het gebeuren.”

Branum verdedigt als 34-jarige advocaat militairen die in de problemen raken. Van sommigen van hen hoorde hij wat voor verschrikkelijke dingen ze zagen in Irak en Afghanistan. Hij was dus niet verbaasd door een filmpje dat WikiLeaks vorig jaar in april openbaar maakte over een helikopteraanval in Bagdad. Manning zou het filmpje hebben doorgesluisd. Branum is vooral blij dat het naar buiten gekomen is. Hij begrijpt Mannings critici, die zeggen dat de soldaat 250.000 geheime diplomatieke ambtsberichten met een paar muisklikken achteloos op straat heeft gekwakt. Afghanen die als informant voor de Amerikanen werkten, werden ineens bekend en werden een doelwit van represailles door de taliban. “In een ideale wereld was een betere methode denkbaar. Maar het was een groter kwaad geweest als de documenten niet waren geopenbaard.”

Advocaat Branum is vooral trots op de klokkenluiders van Oklahoma. Zoals Karen Silkwood, die ooit de waarheid naar buiten bracht over de vervuiling rond een nucleaire fabriek in het stadje Crescent. Zij kwam om het leven bij een mysterieus auto-ongeluk.

LOOMHEID

Meer naar het noorden, in Crescent, is geen vredesactivist te bekennen. Hier woonde Bradley Manning, tot hij na de scheiding van zijn ouders met zijn moeder verhuisde naar haar geboortestreek in Wales. Het stadje heeft niet eens dat ene spreekwoordelijke stoplicht. Boven de hoofdstraat, de Grand Avenue, hangt alleen een knipperlicht, terwijl de pick-ups voorbijrijden met een loomheid die niet zozeer met verkeersregels heeft te maken als wel met het Rockwelliaanse tempo van het door de natuur gedicteerde boerenleven.

De straten hier heten Walnut Street en Hickory Street. De houten huizen hebben allemaal een porch, een veranda, met schommelstoel. Een watertoren en een graansilo torenen hoog boven het door zacht glooiend grasland omringde plaatsje uit. “Welkom in Crescent. Bevolking 1.500. Met 3 of 4 oude knorrepotten”, staat er op het bord aan het begin van de hoofdstraat.

Iedereen die Manning gekend heeft, noemt hem zeer slim. In het Frontier Country Museum tovert de oude Jo Willson een fotoboek tevoorschijn waarin hij staat, samen met haar kleinzoon Thomas. Manning is een jongetje met een brilletje. Hij was lid van het schoolteam dat meedeed aan de Quiz Bowl, een kennisquiz voor scholieren. Een outsider-in-wording, maar dat kan ook projectie zijn.

“Hij was erg verlegen en op zichzelf”, zegt Chuck Hanks. Hij is de 21-jarige, gezette en niet bijster verstaanbare zanger van de band uit Crescent die ’s avonds speelt in een steakhouse in het nabijgelegen gerestaureerde westernstadje Guthrie. Hij gaat als zovelen op de onafzienbare droge vlakten van Oklahoma prat op zijn indianenbloed. “Ik ben deels een Choctaw.”

Op school probeerde hij Manning toen die wat steviger begon te worden te strikken voor het footballteam. “Hij was niet groot, zoals ik, maar wel stevig. Maar hij wilde niet. Hij hing maar wat rond.”

Hanks, die zichzelf C.J. Hanks noemt, heeft er moeite mee in Manning de number one terrorist van het land te zien. “Maar hij heeft levens in gevaar gebracht en de naam van Crescent bezoedeld. We waren bekend om Geese Ausbie, de zwarte basketbalster van de Harlem Globetrotters. Nu om hem. Vooral veel veteranen hebben daar behoorlijk de pest in.”

En veteranen zijn er volop in Crescent, hoe klein ook. Sue Klimkowski is samen met Jo Willson actief in het Frontier Museum, waar ze spreuken aan de muur hebben als “de inkomensbelasting heeft van meer Amerikanen leugenaars gemaakt dan golf”. Haar man en broer vochten in Vietnam. Ze houdt, heel netjes, nog een slag om de arm. Manning is een verdachte. “Ik heb nog geen bewijs gezien. Maar als alles klopt, is het onvoorstelbaar en onvergeeflijk. Dan heeft hij onze troepen beschadigd.”

Zelf is ze actief voor de organisatie Soldiers’ Angels. Ze maakt pakketjes voor militairen in Afghanistan of Irak. “Om ze te laten weten dat we ze niet in de steek laten, zoals in Vietnam.”

COMPUTERNERD

Sinds Mannings arrestatie in mei vorig jaar kwamen in de media een paar vrienden aan het woord. Een van hen, Jordan Davis, vertelde dat Manning zoals vele van zijn stadgenoten patriottistisch was en het leger in wilde. Maar het begon al snel te schuren tussen hem en zijn omgeving. Volgens een vriendin, Chera Moore, werd hij snel nijdig als mensen het niet eens met hem waren. Vooral als het ging om religie en politiek. Hij noemde zichzelf ongelovig en sneerde dat Crescent “meer kerkbanken dan inwoners” telde. Hij werd beschouwd als een computernerd.

Zijn afscheid van Crescent was definitief. Hij maakte de middelbare school af in Wales en trok in Oklahoma City bij zijn vader in. Toen hij zijn vader vertelde dat hij homo was, schopte de oud-marineman hem volgens The New York Times het huis uit. Al zijn baantjes mislukten, hij leefde eventjes in een auto. Het enige milieu waar hij zich volgens de Times thuis voelde met zijn linkse ideeën, was in Cambridge, bij Boston, waar hij een vriend had, een travestiet.

Medio 2007 meldde hij zich alsnog aan bij het leger. Vooral om zijn leven structuur te geven en geld te verdienen voor de universiteit. Maar ook daar vond hij geen rust. In oktober 2009 werd Manning naar Irak gestuurd. Hij voelde zich eenzaam, genegeerd en gebruikt. Hij viel uit naar een andere militair en werd in rang verlaagd. Hij begon te chatten met een hacker, Adrian Lamo. Hij vertelde hem dat hij zich een wrak voelde.

Hij schreef over de diplomatieke ambtsberichten en hoe die aantoonden dat de eerste wereld de derde wereld uitbuit. Hij hekelde de slechte beveiliging van het computersysteem. Zijn motief volgens de chats: “Ik wil dat mensen de waarheid zien.”

En hij wilde iets doen wat opviel. Eind mei gaf Lamo Manning aan omdat hij levens en de nationale veiligheid in gevaar bracht. Manning werd gearresteerd in Koeweit en in juli overgebracht naar Quantico. Sindsdien is het wachten op een hoorzitting, waar zal worden besloten of hij moet voorkomen voor de krijgsraad. Hij kan levenslang krijgen.

Advocaat Coombs relativeert de zaak. De uitgelekte info bevat niet veel nieuws, meent hij. Ook voert hij aan dat Mannings eenheid wist van zijn mentale problemen. Waarom deed men niets om hem te helpen? Mike Mullen, Amerika’s hoogste generaal, zei eerder dat “WikiLeaks en zijn bron het bloed aan hun handen hebben van een jonge soldaat of van een Afghaanse familie”. Een uitspraak die volgens Coombs de kans op een eerlijk proces voor zijn cliënt schaadt.

Aan de Grand Avenue in Crescent staat het huis van The American Legion. Op de zijmuur prijkt een kleurige muurschildering die de drie strijdmachtonderdelen - marine, luchtmacht en leger - eert. In de aangrenzende antiekwinkel zit Phillip Yenzer (78), de vrolijkste veteraan van het stadje. Waarom er zoveel veteranen zijn in de stad? “Als er een oproep kwam, waren we bereid om het land te verdedigen.” Zelf stond hij in de Korea-oorlog aan het roer van het vliegdekschip USS Cape Espen. Drie jaar geleden kreeg hij een beroerte, maar zijn vrouw hielp hem erbovenop. Hij is 55 jaar getrouwd. “Ze zegt dat tien jaar van ons huwelijk goed waren, maar ze wil niet zeggen welke. Toch is ze nog dol op me, ze controleert elke ochtend mijn levensverzekering.”

De familie Manning heeft hij niet goed gekend. “Ik kende dat jong niet. Zijn ouders ook niet. Ze woonden verderop aan Twin Lake.” Maar, zegt Yenzer met een gedecideerdheid die het laatste restje Rockwellromantiek uiteen doet spatten, “als hij het gedaan heeft, moet hij worden doodgeschoten”.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234