Dinsdag 07/12/2021

Landhuis

Bingerden 'Een zeer groot en zeer mooi buiten'

Toen Dirk en Eugenie van Weede zowat twintig jaar geleden het landgoed Bingerden erfden, wisten ze eerst niet goed wat ermee aan te vangen. Ze woonden en werkten in België en van tuinieren hadden ze eigenlijk nog nooit gehoord. Maar intussen hebben ze de groene microbe serieus te pakken.

Paul Geerts

e Nederlandse onderwijzer en legendarische natuurvorser Jac. P. Thijsse schreef in 1916 : "Het kasteel Bingerden is eigenlijk meer een zeer groot en zeer mooi buiten met een zeventiende-eeuwsch uiterlijk; er is niets meer aan te zien van vechten, roof en ruwheid. Park en bosch zijn ware juweelen, om de doodeenvoudige reden, dat ze op goeden, vruchtbaren bodem zijn aangelegd. (...) In de lente, voordat de bladeren aan de boomen zijn, staat het er vol met sneeuwklokjes, wilde primula's van allerlei soort, goudveil, longenkruid en corydalis, anemonen, rapunsels, klaverzuring en aèronskelken, alles het mooist te zien in de laatste week van april." Ik heb Bingerden nog niet in het voorjaar bezocht en weet dus niet of de primula's en de anemonen van Jac. P. Thijsse er nog steeds zo overvloedig bloeien. Maar het is nog altijd 'een zeer groot en zeer mooi buiten' dat dank zij de inspanningen van de huidige eigenaars een tweede jeugd lijkt te beleven.

Bingerden is een van de oudste buitenplaatsen van Nederland - er werd al melding van gemaakt in het jaar 970. Oorspronkelijk moet het een versterkte hoeve zijn geweest, maar in het midden van de 17de eeuw, toen het werd gekocht door een voorvader van de huidige eigenaars, lag er al een formele tuin en was de hoeve omgebouwd tot een lustkasteeltje. Van die formele tuin is niets overgebleven, tenzij dan de naam, 'het stijve tuintje', dat achteraan naast het huis ligt.

In de loop van de 18de eeuw werden huis en tuin ingrijpend veranderd. Aan weerszijden van het huis kwamen twee halfronde muren die het voorplein omsluiten, er werden stallen en koetshuizen opgetrokken, er kwam een orangerie, enzovoort. Het park werd heraangelegd volgens de toen heersende mode van het Engelse landschapspark. Daarvoor werd de Duitse landschapsarchitect J.P. Posth ingehuurd. In het bomenrijke park dat achter en naast het landhuis ligt, is zijn hand nog duidelijk te herkennen. Ook de brede gracht die de negen hectare grote tuin omsluit, werd door Posth gegraven. De grond gebruikte hij om enig reliëf in het vlakke rivierenlandschap aan te brengen. Zoals onder meer 'het bergje', een kunstmatige heuvel, overvloedig beplant met bomen en struiken, die een romantisch contrast vormt met de formele tuinen die er vlak bij liggen.

Posth beperkte zich overigens niet tot de tuinen in de strikte zin van het woord, hij plantte ook bomen buiten het park en betrok het omringende landschap met de IJssel die vlakbij stroomt bij zijn mise-en-scène. Mede door die zorgvuldige enscenering, waarbij de strak geschoren haagvormen van de tuin contrastreren met de gigantische boomgroepen in het park en daarbuiten, en waarbij hagen en muren de tuin omsluiten maar tegelijk als een soort coulissen uitzicht bieden op het weidse landschap, wordt de grootsheid van dat landschap nog sterker benadrukt.

In de loop van de 19de eeuw werden de tuinen en het park opnieuw ingrijpend veranderd, ditmaal door een ander befaamd landschapsarchitect: Petzolt. Hij raakte echter niet fundamenteel aan het concept van zijn voorganger. Zijn invloed is vooral te zien in de vele exotische bomen die er nog staan, zoals moerascipressen, ceders en vleugelnoten.

In de Tweede Wereldoorlog werd het landhuis zwaar gehavend toen het terugtrekkende Duitse leger het in brand stak. Maar de tuinen en het park bleven als bij wonder grotendeels gespaard. In de jaren '50 werd op de grondvesten van het oude huis een nieuw, kleiner landhuis gebouwd, waarbij gelukkig de oude stijl en schaal werden gerespecteerd, zodat het vandaag lijkt alsof het er altijd zo heeft uitgezien.

Toen haar man nog als diplomaat in Brussel werkte, pendelde Eugenie van Weede bijna wekelijks tussen Brussel en het Nederlandse Angerlo, waar ze begonnen was met de restauratie van het familiedomein van Bingerden. Plantjes die in het weekend waren gezaaid, werden meegezeuld naar Brussel om ze daar in potjes op de vensterbank verder op te kweken. Een paar weken later verhuisden ze dan weer naar Bingerden, waar ze prompt door de konijnen werden opgegeten. Sinds zes jaar wonen Dirk en Eugenie van Weede echter permanent op het landgoed Bingerden. En dat is te zien aan de tuinen die in die paar jaren tijd zijn uitgegroeid tot een van de interessantste 'buitens' van Nederland. En dat is nog maar een begin, want de familie van Weede zit boordevol plannen.

Het eigenlijke park binnen de slotgracht van Posth bestaat uit vijf tuinen: de kindertuin, het bergje, het stijve tuintje, het park en de moestuin. Eigenlijk is er nog een zesde tuingedeelte - de royale oprijlaan die aan weerszijden beplant is met rozen, de bloemenborders langs de vroegere orangerie en aan de voorkant van het kasteeltje - maar dat daar bloemen staan is blijkbaar zo evident dat dit niet eens als een apart tuingedeelte wordt beschouwd.

De eigenlijke siertuinen liggen aan weerszijden van het huis, achter de twee gebogen muren die het voorplein omsluiten. Aan de zuidkant worden ze omsloten door reusachtige taxushagen waarachter en waarboven twee groepen van imposante rode beuken tronen.

In de 'stijve tuin' staan langs de hagen massieve taxusvormen die minstens een eeuw oud zijn en uitkijken over het landschap. Alhoewel ze in abstracte vormen worden gesnoeid, doen ze toch enigszins denken aan menselijke figuren. Ze worden dan ook de monniken genoemd. Deze monniken zijn zonder enige twijfel een van de meest spectaculaire onderdelen van Bingerden. Men betreedt deze 'stijve tuin' via een smal kanaaltje tussen lage buxushaagjes met spuitertjes die verscholen zitten tussen de klimop.

Langs de ronde muur legde Eugenie van Weede haar eerste bloemenborder aan, toen ze nog een echte amateur was. Tussen de vaste planten groeien heel veel struiken en rozen die niet alleen in de zomer aantrekkelijk zijn, maar die er ook voor zorgen dat de border in de winter zijn basisvorm behoudt. Tegen de muur en tussen de struiken groeit een overvloed van klimplanten, vooral rozen en clematis. Rozen zijn de grote liefde van mevrouw van Weede, en ze maakt er dan ook overal in de tuin royaal gebruik van.

De charme van deze en andere bloemenborders in Bingerden is dat ze er helemaal niet hyperbestudeerd uitzien, maar als het ware op mensenmaat zijn gemaakt. De kleurencombinaties zijn niet altijd zoals de chique tuinboeken dat voorschrijven, ze staan ook niet vol zeldzaamheden, maar het resultaat is er niet minder om. Omdat Eugenie van Weede zich bij haar keuze ook in hoge mate laat leiden door de geur van de bloemen en planten en door hun aantrekkingskracht op vogels en insecten, worden alle zintuigen verwend.

Aan de andere kant van het huis werd in het midden van de jaren '90 een tweede formele tuin aangelegd, 'de kindertuin' omdat Eugenie van Weede vindt dat niet alleen de volwassenen, maar ook haar kleinkinderen moeten kunnen genieten van de tuin. Hier ligt een gazon met enkele taxusdieren die sinds kort weer in vorm zijn geknipt. Waar de bloemenborder in de 'Stijve tuin' overwegend wit, roze en blauw is, staan de twee bloemenborders in de 'Kindertuin' vol fel gele, rode en oranje bloemen. Omdat kinderen zich nu eenmaal sterker aangesproken voelen door schelle kleuren dan door tere pasteltintjes. Er is ook geen enkele poging ondernomen om de schommel en de zandbak te verstoppen, die horen hier nu eenmaal thuis. Een prieel in rode beuk biedt ruimte om zich te verstoppen.

Bij zo'n domein hoort ook een moestuin. En wat voor een. Het is een feest van kleurige groenten en kleinfruit die worden vermengd met vrolijke eenjarigen en snijbloemen. Rodekool staat naast oranje dahlia's, reusachtige zonnebloemen en oranje stinkertjes en goudsbloemen staan er rond en tussen de rode en groene sla, blauwe reukerwten groeien er naast de prei, rode gladiolen kleuren de bonen... Alle groenten en bloemen worden ter plaatse gekweekt in de serres en in het voorjaar uitgeplant in sierlijke patronen. Elk jaar worden nieuwe patronen en combinaties uitgeprobeerd.

De moestuin van Bingerden is zonder twijfel een 'siermoestuin', maar in tegenstelling tot wat men daaronder vaak verstaat, ligt de nadruk hier wel degelijk op de 'moes' en niet op de 'sier'. De groenten en het fruit staan er niet alleen maar omdat men ze mooi vindt, maar om ze in de keuken te gebruiken. Vijf gezinnen leven en eten van de opbrengst van deze tuin. Eugenie van Weede geeft toe dat ze soms wel eens wat meer decoratieve groenten aanplant dan ze in de keuken gebruikt, en dat ze ook wel eens aarzelt om een bepaalde groente te oogsten omdat ze zo mooi is, maar het is en blijft een opbrengsttuin.

Vruchtwisseling, het uitzoeken van goede combinaties en het aanmoedigen van insecteneters zorgen ervoor dat men nooit bestrijdingsmiddelen moet gebruiken. De moestuin van Bingerden is het levende bewijs dat biologisch tuinieren en esthetiek niet tegengesteld hoeven te zijn, zoals jammer genoeg maar al te vaak het geval lijkt te zijn.

Bingerden ligt in Angerlo tussen Arnhem en Doesburg. Het domein kan worden bezocht op 2, 3 en 4 juni tijdens de 'Internationale Kwekerijdagen Bingerden'. Op 5 en 6 augustus is de tuin geopend in het kader van het weekend van de 'Bloeiende moestuin'. Voor groepen zijn ook bezoeken op afspraak mogelijk.

Info: Bingerden, Bingerdenseweg 21, 6986 CE Angerlo,

tel. (0031)313.47.22.02, fax (0031)313.47.55.73.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234